'Hier, lees jij dat maar eens,' zei mijn leraar Nederlands ooit op het VWO tegen mij en drukte me
Het zwarte licht van Harry Mulisch in handen, een boek waar ik in die tijd niets van snapte (nu waarschijnlijk ook niet). Om docenten wat praktische handvatten te geven bij het literatuuronderwijs heeft Witte literaire competenties ontwikkeld. Zes om precies te zijn en de niveaus van de competenties sluiten aan bij de literaire ontwikkeling van de leerling. Natuurlijk met veel mitsen en maren, maar uiteindelijk ligt er wel een model waarbij een docent baat bij heeft. In plaats van literatuurlessen in het wilde weg in de hoop dat het zal leiden tot intelligente lezers, biedt het model van Witte een mogelijkheid om beter het niveau van de leerling in te schatten en hem van daaruit in een hogere competentie te brengen.
Vanmiddag vond de promotie plaats in een bijna tot de laatste stoel bezette aula van de universiteit van Groningen. Hieronder mijn directe collega Henk Bloemhoff (gepromoveerd) in galante omgang met drie dames en de binnenkomst van de professoren.


Wie dacht dat het begin van dit log amateuristisch was, weet niet goed wat wetenschap is, want toen de vragenronde aan de promovendus begon, bleek een professor ook zijn eigen ervaring als uitgangspunt te nemen voor een vraag. Hij was ooit begonnen met de Donald Duck en sprong toen in één keer door naar W.F. Hermans. Kortom: waar had je die geleidelijke ontwikkeling via competenties eigenlijk voor nodig? Intrigerender was de vraag van Van Lierop. Zij vond het jammer dat er weinig adolescentenromans genoemd werden in het proefschrift (bij de competentieschalen worden boeken genoemd die erbij passen). Daarin moest Witte haar wel gelijk geven, maar het kwam door de (geringe) kennis van docenten van die boeken, waardoor die niet gebruikt werden op scholen en het onderzoek was juist gebaseerd op de praktijk. Die titels van boeken worden als het goed is regelmatig ververst en Witte beloofde dat er meer aandacht voor adolescentenromans zou komen.

Ronduit onbeschoft vond ik het optreden van professor
Van Gemert, een vrouw die zichzelf erg graag hoorde praten. Ze vond dat historische werken best op lagere niveaus gelezen kon worden, bijvoorbeeld dankzij boekjes als
Tekst in context (ze vergat erbij te vertellen dat ze daar zelf aan meewerkte), maar daar ging haar vraag niet over. Daarnaast vroeg ze zich af of de promovendus de aanbevolen boeken wel zelf gelezen had, want Sara Burgerhart was niet één keer goed gespeld! Maar dat was ook niet de vraag. Uiteindelijk, we waren minuten verder, kwam ze tot de vraag waarom Witte geen poëzie had opgenomen in zijn onderzoek. Juist poëzie zou leerlingen erg aanspreken en zeker de grafpoëzie in de provincie Groningen (ja, daar zitten ze op te wachten!). Of Witte wel de site
www.dodenakkers.nl kende? Het dedain van het mens kende werkelijk geen grenzen. Laten ze die eens voor een 4-havo-klas zetten. Witte antwoordde vrij duidelijk en veel te vriendelijk dat de poëzie niet tot zijn onderzoeksterrein hoorde. Hij had haar alle hoeken van de aula moeten laten zien. Juist hij heeft weet van moderne poëzie. Hij is volgens mij ooit ook nog betrokken geweest bij de eerste Doe Maar Dicht Maar.
En toen was het tijd voor het 'hora finita' (wij doen in Groningen niet aan 'hora est'). Na een korte onderbreking kwamen de profs weer terug en kreeg Witte te horen dat hij vanaf nu dr. is.


En toen was er een lange lange lange rij met felicitanten. Zagen we gelukkig ook een erg mooie man in het publiek. En mijn directe collega Bernadette Laudy (met rugzakje), in gesprek met professor Van Essen (met toga), werd ook nog aangespoord haar promotieonderzoek weer eens op te pakken.




Daarna ging een klein gezelschap Theogetrouwen uit eten. Ik kwam onze stadsdichter Rense Sinkgraven tegen en Liesbeth Annokkee en wij hebben gemoedelijk op een terras gezeten tot het weer tijd was voor het feest waar de broertjes Ekkers elkaar weer eens tegenkwamen en er ook nog een lied werd gezongen op de wijs van de Zuiderzeeballade. Voordat iedereen liederlijk dronken werd, ben ik naar huis gegaan.



De handelseditie van het proefschrift
Het oog van de meester is uitgegeven bij uitgeverij Eburon.