+kopie_2.jpg)
Van links naar rechts: Tijger, Roos Custers.

Van links naar rechts: Olifant, Roos Custers.
+kopie_2.jpg)


Vandaag is Gerrit Komrij 65 geworden. Hieronder 65 citaten uit interviews die beginnen met ‘Ik’.
1 Ik was gelukkig als kind en ik vind het onrechtvaardig om daar je hele leven voor gestraft te worden. (De Tijd, 1983)
2 Ik geloof dat ik tussen mijn twintigste en mijn dertigste maar twee dagen bewust heb geleefd, want meer herinner ik mij er niet van. (NRC Handelsblad, 2009)
3 Ik heb die “gedichten” met een vriend – die later nog iets moois in de linguïstiek of de tekstwetenschap is geworden, geloof ik – zelf gedrukt in de werkplaats van de drukker van een lokaal sufferdje te Winterswijk. (Mijn eerste boek, 1983)
4 Ik heb de persoon die dat gevouwen blad bezit gezworen dat ik hem hoogstpersoonlijk de strot zou komen afsnijden als hij het aan wie dan ook ter beschikking stelt. (Mijn eerste boek, 1983)
5 Ik heb zelf nooit goed geleerd met emoties om te gaan. (Vrij Nederland, 2001)
6 Ik vind de literatuur niet de aangewezen plek om je gevoelens op tafel te gooien. (Vrij Nederland, 1977)
7 Ik begon als een arme, marginale dichter, die de dingen mooi kon zeggen, maar niet echt werd stukgelezen. (De Groene Amsterdammer, 1993)
8 Ik geloof dat al mijn poëzie in mijn hele leven iets van 325 gulden heeft opgebracht. (Het Parool, 1997)
9 Ik wilde een bloemlezing maken die ik zelf gehad zou willen hebben op de middelbare school. (Poëziekrant, 2002)
10 Ik weet nu ook dat de gedichten van Anna Bijns zo mooi zijn omdat ze prachtig kan schelden en ze óók nog ergens over gaan. (Het Parool, 1994)
11 Ik moet toegeven dat ik heel hoge eisen aan de vriendschap stel, en er ook heel lang over heb gedaan om iets van mijn desillusie prijs te geven. (Vrij Nederland, 2004)
12 Ik ben er nu eenmaal van overtuigd dat alle mensen die aardig tegen mij zijn, zodra ik hun mijn rug toekeer, onaardige dingen over mij vertellen. (Trouw, 2001)
13 Ik denk dat je dat idee van het toneelspel, het masker, alleen maar kunt begrijpen binnen het hele kader van de homoseksualiteit. (De Tijd, 1983)
14 Ik heb geen speciale solidariteitsdrang met andere homoseksuelen, want ik denk niet dat er iets te verdedigen valt. (HP/De Tijd, 1997)
15 Ik vind dat heteroseksuelen hun geluk wel eens wat minder ostentatief zouden kunnen beleven. (Vrij Nederland, 2001)
16 Ik lijk een vrolijke Frans, maar ik ben niet iemand die vol dankbaarheid een gat in de lucht springt omdat-ie ooit op de wereld is gezet. (Rails, 1996)
17 Ik ben depressief van aard, maar toch ook vrolijk en goedgemutst. (Rails, 1996)
18 Ik zal er niet smalend over doen, maar ik heb nog nooit een transcendentale of religieuze aanvechting gehad. (Trouw, 2001)
19 Ik heb er niets op tegen dat eenvoudige mensen zich aan het geloof overgeven, ik heb er wat tegen als mensen die beter zouden moeten weten dat doen. (HP/De Tijd, 1997)
20 Ik ben meer revolutionair dan de revolutionairen, maar ik ben huiverig voor alles wat met meer dan drie mensen plaats vindt. (De Volkskrant, 1969)
21 Ik zie geen hoop voor de wereld en dat heeft mij er gelukkig altijd voor behoed om in het socialisme of dergelijke onzin te geloven. (NRC Handelsblad, 1990)
22 Ik heb heel lang geloofd dat de PVDA deed alsof, voordat ik besefte dat het echte ploerten waren. (HP/De Tijd, 1993)
23 Ik ben er niet trots op ergens geen verstand van te hebben, maar bij politiek lijkt het me een pluspunt. (Haagse Post, 1986)
24 Ik wantrouw te allen tijde en op elke plek iedere politicus, plus zijn familie tot in de vierentwintigste graad. (Meandermagazine.net, 2007)
25 Ik maak niet meer dan vijf gedichten per jaar. (De Volkskrant, 1969)
26 Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik die gedichten niet schrijf, maar dat als ik eenmaal aan het schrijven ben, het gedicht zijn eigen wetten dicteert. (Awater, 2004)
27 Ik vind het niet erg om te werken, maar ik vind het wel erg om collega’s te zien die lekker met een strootje in de mond in de zon liggen, omdat ze niet veel meer hoeven te doen dan elke twee jaar een bundeltje te publiceren. (NRC Handelsblad, 2009)
28 Ik heb altijd de sterke behoefte gehad om mezelf te redden. (Haagse Post, 1978)
29 Ik praat met ontzag over produceren, omdat ik zelf een lui schrijver ben, die heel moeilijk aan het werk komt. (Elsevier, 1989)
30 Ik kan erg hard en efficiënt werken, maar het is natuurlijk verstandiger om te zeggen dat ik er veertien jaar over gedaan heb. (De Volkskrant, 1986)
31 Ik vertaal liever wat oudere teksten, omdat je dan archeologie kunt bedrijven. (Vrij Nederland, 1988)
32 Ik heb er geen moeite mee om het middelpunt te zijn, vind het zelfs wel prettig, maar dat wordt tegelijkertijd sterk gecompenseerd door een verlangen naar onzichtbaarheid. (Vrij Nederland, 2001)
33 Ik ben geen notoire vreemdganger, maar ook geen brave Jacob. (Vrij Nederland, 2001)
34 Ik ben zelf een trouw type, maar ik zou dat van niemand willen eisen en ik zou het ook niet meteen als een voordeel willen zien. (Trouw, 2001)
35 Ik weet immers heel goed dat je in het openbaar steeds de schijn moet wekken dat je openhartig bent terwijl je in feite niks zegt. (NRC Handelsblad, 1990)
36 Ik begrijp niet waarom het zo lang duurde voordat ik Portugal leerde kennen, want ik was al vanaf het eerste moment dat ik hier kwam, verliefd op dit land. (Vrij Nederland, 1985)
37 Ik ben nooit als verbitterde balling vertrokken. (Trouw, 1994)
38 Ik heb nooit een bestseller geschreven, dus die zevenhonderdvijftig gulden ’s jaars die ik het Koninkrijk tekort doe, betalen we ruimschoots terug in parkeerbonnen tijdens de maanden dat we in Nederland zijn. (NRC Handelsblad, 1990)
39 Ik hoop alleen dat ik er vrolijk onder zal blijven als lepra of communistische toestanden mijn vertrek noodzakelijk maken, en dat ik op tweehoog in Amsterdam even welgemoed van mijn speenvarkens zal genieten. (Vrij Nederland, 1985)
40 Ik zal in Amsterdam altijd een buitenstaander blijven; anders zou ik me ook niet op mijn gemak voelen. (Het Parool, 1997)
41 Ik ben dol op roddelen. (Trouw, 2001)
42 Ik denk dat Nederlanders elk gebrek aan onbeschoftheid als iets hoogst onnatuurlijks ervaren en daarvan schrikken. (Vrij Nederland, 1985)
43 Ik denk zo erg onnederlands. (Vrij Nederland, 1977)
44 Ik heb altijd een enorme ouderwetse drang om een mooi gedicht te schrijven; gedichten behoeven voor mij niets te zijn, behalve mooi. (Haagse Post, 1978)
45 Ik heb weinig op met de nostalgische, traditionele vormvastheid, met dichters die doen of er een eeuwlang niets in de poëzie is gebeurd. (Loewak.nl, 2009)
46 Ik ben misschien meer door de jaren twintig en door de expressionisten beïnvloed dan door Piet Paaltjens of welke 19e-eeuwer ook. (Dichters. Interviews., 1980)
47 Ik zou alle dichters, beginnend of gevorderd, het brengen van boodschappen willen afraden. (Loewak.nl,2009)
48 Ik vind dat je van principes niet weer principes moet gaan maken. (Elsevier, 1989)
49 Ik ben er voor om óveral achter te staan, en ben er vooral achter dat ik nergens voor sta. (Dichters. Interviews., 1980)
50 Ik zweef meer tussen epicurisme en hypochondrie. (Vrij Nederland, 1985)
51 Ik haat ruzies, allemaal tijdverlies dat het epicurisme in de weg zit. (Haagse Post, 1986)
52 Ik ben een misantroop die dol is op mensen. (Vrij Nederland, 2001)
53 Ik hou niet van schelden, maar ik heb het nodig, als een soort zelfreiniging. (Vrij Nederland, 2004)
54 Ik onthoud nooit wat ik over andere mensen schrijf. (HP/De Tijd, 1997)
55 Ik ben ook opgehouden, heel stilletjes weliswaar, met het schrijven van literaire kritieken op het moment dat ik de eerste schrijvers leerde kennen. (De Tijd, 1983)
56 Ik streef niets na, ik wil ook niets veranderen, hooguit bezit ik een existentiële angst: waarom zijn niet alle mensen zo aardig als ik? (Trouw, 1994)
57 Ik vind dat ik zelf ook geen gedichten kan schrijven, maar er zijn zoveel mensen die zeggen dat ik het wèl kan. (Dichters. Interviews., 1980)
58 Ik ken genoeg schrijvers die al jaren op de P.C. Hooftprijs zitten te wachten – breek me de bek niet open – maar heb er zelf tevoren geen moment bij stil gestaan. (De Volkskrant, 1993)
59 Ik hoor niet bij een literaire school, ik zit niet in jury’s, ik heb alle prijzen al per ongeluk gehad, dus eh… (Het Parool, 1997)
60 Ik heb al vijftien jaar geen prijs gehad. (NRC Handelsblad, 2009)
61 Ik voel me door de paar jaar dat ik – ik krijg het woord bijna niet meer over mijn lippen – Dichter des Vaderlands ben niet gecompromitteerd. (Awater, 2004)
62 Ik hoop te sterven als iemand met het mooiste verleden dat denkbaar is. (Vrij Nederland, 1977)
63 Ik wil in mijn leven eigenlijk zoveel doen dat buiten mij de hele Nederlandse literatuur kan worden afgeschaft, en dat er - als ze dat gedaan hebben - toch nog een complete Nederlandse literatuur overblijft. (Dichters. Interviews., 1980)
64 Ik heb precies in m'n hoofd wat ik tot m'n dood wil schrijven, dat is allemaal dus al klaar, het enige is: ik moet het alleen nog af en toe schrijven, in stukjes, omdat ik het niet allemaal tegelijk kan. (Haagse Post, 1978)
65 Ik heb eigenlijk nog wel voor een jaar of zestig werk. (NRC Handelsblad, 2009)






- Het merkwaardige is dat 't Hart 't beschrijft als een documentaire.
- Selexyzpresentator: Even voor de duidelijkheid: het is fictie? Of is het niet 100% fictie wat we in het boek aantreffen? Hij beschrijft het als 1928. Hij doet achterin ook de bronnen, onder andere ook het boek van Vestdijk, naar verschillende astrologische bronnen waarin Vestdijk zelf heeft geschreven enzovoort. Hij was daarin thuis. (...) In het begin van het boek wordt Wim, pardon eh wordt Simon, Simon, de kleine Simon, wordt dus door een astroloog, astroloog-hoogleraar, verleid om met hem mee te gaan naar de beroemde vesting in Doorn, die je nog altijd kunt bezoeken, waar je de nalatenschap vindt van de keizer en de keizerin, noem maar op. Oh, ik doe nu mijn bril iets te woest af, maar hij blijft gelukkig heel. Dankuwel voor degene die het herstelde. De is dus eh hij heeft er heel lang gezeten, vlak na 1918. Gaat ie daar naartoe. Selexyzpresentator: Hij heeft er gelijktijdig met Wilhelm II gezeten, hè? In werkelijkheid ook, alleen ze hebben elkaar nooit ontmoet. Hoe weet jij dat? Selexyzpresentator: Ja, dat heb ik gelezen. Waar dan? Dan weet je meer dan ik Selexyzpresentator: Eh, ik weet niet precies waar, maar ergens op internet vond ik dat. Ja. Volgens mij heeft ie er nooit, heeft hij de keizer nooit ontmoet. Selexyzpresentator: Nee, hij heeft hem nooit ontmoet, alleen in het boek... Oooh, in het boek. Selexyzpresentator: ontmoeten ze elkaar, maar in de werkelijkheid niet. Neeeee. Selexyzpresentator: Terwijl ze wel gelijktijdig in Doorn hebben gezeten. Jaaah, maar ja, dat speelt natuurlijk geen enkele rol, want hij zit natuurlijk voornamelijk in dat hotel Pabst. En het hotel Pabst, waar die ook details van geeft, wat er nog is, daar komen al die toeristen, die komen met grote bussen daar naartoe. Zondags kun je allemaal oude vermolmde Duitsers ontmoeten die daar de restanten van hun keizer, want die hebben ze nog altijd heel hoog zitten.
- Maar het is volgens mij volledig verzonnen! Het is verzonnen, maar het is mooi verzonnen. Jij zegt het zo mooi dat ik het bijna geloof. Maar hij is er natuurlijk niet geweest, want hij had ook geen interesse voor die keizer.
- Die keizer heeft zich ook tamelijk misdragen. Hij was voor de tweede keer getrouwd. Die vrouw, dat wordt door 't Hart niet vermeld, was een anti-semiet! En dat beïnvloedde ook, het deugde nog steeds niet en al die oude Duitsers die nu komen om het te bezoeken die deugen volgens mij ook niet helemaal voor 100%.
- En Oostenrijk is ook nog, mag ik er wel even bij zeggen, in 1938 niet veroverd door Hitler, maar bevrijd door Hitler. Ze juichten hem toe. Heel Oostenrijk was fascistisch. Wil je het goed begrijpen! En de ergste monsters uit die kampen, dat zeg ik er maar vast even bij, die u natuurlijk allemaal bekend zijn, waren SS-ers en waren meestal Oostenrijkers.
- Bovendien was hij [Fritzl, cp] gefascineerd door het nazisme. Ja, dat wil ik er even bijzeggen. Daar gaat dit boek van Hall ook uitvoerig in, overal foto's van Göring en Hitler. Hij had al hun boeken staan in zijn kast. En, je weet, ik zit maar weer aan die bril, maar hij zit nog goed hoor. Selexyzpresentator: Even voor de duidelijkheid: Hij is net doormidden gebroken, hè. Hij is net doormidden gebroken. Selexyzpresentator: En vakkundig hersteld hier. Vakkundig hersteld hier.
- Bovendien ging hij zomers met een vriend naar Thailand en deed daar het hele erge met die Thailandsen, want daar kun je voor een scheet en een knikker op die vrouwen, dat weet je.
- Selexyzpresentator: Maar hoe legt hij nou verband tussen het nazisme en wat deze Jozef Fritzl...? Die nazisten hebben toch ook iedereen opgesloten?! Wat deden ze met de joden? Die stopten ze in de gaskamer. En die stopten ze eerst in die kampen. Dat is toch ook een ongelooflijke verkrachting van de mens? Hij deed ze na. Hij deed ze na.
- En daarom is dit boek een voorbeeldige parabel op mensen die dat niet geloven. Die Oostenrijkers zijn goede mensen, 't is zo leuk, allemaal korte broek, weet je wel, 't is daar altijd zomer, lalalalalalalalalalalala, denk toch aan dat prachtige li.., André Rieu! die hoor je de hele dag op de radio. Het is toch, het is helemaal geen leuk land.
- Ik heb meegemaakt dat ie in 1982, dat was het jaar nadat ie de Nobelprijs, de Nobelprijs!, de allerhoogste prijs, waar die ook veel ruzie over kreeg met anderen, is ie in Nederland geweest. [Naipaul ontving de prijs in 2001, cp] Dat was de Nederlandse uitgever, dat was toen de Arbeiderspers, die nodigde hem uit en hield een bijeenkomst in de PEN-club. En daar zaten voor in die zaal, 1982, ja jij bent te jong, je weet waarschijnlijk niet dat dat de hoogtijjaar was van de tweede feministische golf. Nou feministen deugen bijna nooit, maar de tweede feministische golf was het allerergste wat er bestond. Die zaten allemaal vooraan en die, hij [?] hitste zich op tegen Naipaul. Die had iets gezegd over Indiërs en over negers en over... Ik bedoel over die lulligheden! van pam [?]. Val die man er niet mee lastig. Spreek hem aan over z'n werk.
- Maar dat je zo optreedt tegen die arme, ik zou zeggen wijven, die voorin zitten, want ik heb niks met feministen. Ik ben dol op vrouwen, ze mogen van alles zijn, maar geen feminist. Laat die vrouwen absoluut de wereld niet regeren. Die steken de wereld in brand!
'De Stichting Muziekklassiek verkeert in zwaar weer. Artiesten als Emmy Verhey, Klára Würtz en Paolo Giacometti wachten op hun geld, sponsoren lopen weg, Frans Zwarts, rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen is uit het comité van aanbeveling gestapt, na een hate-mail van programmeur Cornelis Hofmann aan een schrijver uit Groningen.'


‘Nederlandse Bank Unie. Kees Fens. Man van (onleesbaar), artiest (onleesbaar) en kleine grijze man (lijkt op De Quay) in jury. Ik eerst. Kijk in leren dozen sigaren (nu om hoek). Open ramen. Berg zand op binnenplaats. Oranjerie met borstbeelden op dakgoot. Kopje thee om over abstract schilderijtje? Zie verder bijlage AB achterin.’

'Maar de grootste ironie was wel dat de vragen die zij aan AFT en mij stelden (bij elkaar genomen duurde dat toch al gauw een uurtje of drie) door geen enkele interviewer nog gesteld durven worden — zeker niet als het om min of meer publieke aangelegenheden gaat (tv zeer zeker, radio ook inmiddels en zeker zalen met duizend man publiek). Stel je voor: het ging over stijl, het ging over motieven, het ging over politiek, over structuur, opbouw. Het ging kortom over de literaire middelen waarmee in Het schervengericht en Het grote uitstel de werkelijkheid een bepaalde gestalte had gekregen.'

'Er zijn zoals gezegd grotere vrijheden, maar ik zal niet klagen, ik zal het er mee moeten doen: ik eis voor mezelf het recht op om af en toe een grapje te maken.'
'Ik sta het hier dus voor de grap op te nemen, voor de grap ook eigenlijk wel een beetje, voor de grap neem ik het op voor de grap.
(...)
Met grapjes is het zo: sommige mensen vinden ze leuk, anderen weer veel minder, het grapje laat hen koud, zij hoeven er niet om te lachen. Maar er is ook een derde groep, en daartoe moet ik klagers rekenen, die het grapje bewust of onbewust verkeerd begrijpen om op zichzelf te kunnen betrekken en zich zo beledigd mogelijk te gaan voelen. Ik denk niet dat u schrikt van de mededeling dat dit niet mijn favoriete groep is.'
- Dat is dus een boek om snel te vergeten.
- Die titel hoort er wel bij. Die dingen laat ze toch altijd zien op tv ook? Ja, ze is daar geloof ik verwijderd of zo, bij dat programma, van jaah van die Vara, hoe heet dat programma? Selexyzpresentator: ik heb geen tv, ik weet dat niet. Elke avond is dat. Ik ben over deze Breij niet zo gelukkig.
- Moet ik mijn hersens daar op pijnigen? Ik vind dat er, als ik de televisie aanzie en ik draai Afrika op, ik weet niet of u dat ook wel eens doet, dan zie je niks dan vrouwen met kinderen. Is je dat nooit opgevallen? Dan vraag je je weleens af, ja ik weet niet of je dit opneemt Selexyzpresentator: ja waar al die kinderen vandaan komen, want de paus die verbiedt die condooms: misschien komt het daar door. Ik weet het niet. Ik vind het verschrikkelijk. Die vrouwen worden allemaal mishandeld, door die mannetjes. Zo is het toch! Er moeten veel minder kinderen komen in Afrika. Dat zou een hoop problemen daar oplossen. Die kinderen vragen allemaal voedsel; dat moeten wij verzamelen en naar ze toesturen, dat gaat naar die klerelijers van leiders, die het allemaal in machinegeweren steken. Sorry, ik ben een beetje zuur vandaag.
- Herdruk na herdruk. Thomas Mann en Kafka hebben ze nooit van gehoord. Wie zijn dat? Wil je dat even spellen?
- Die onschuldige biggen! Die worden vreselijk vernederd. Laat die beestjes toch lopen.
- Zelfs terwijl het leeft, is het varken al een beetje dood.
- [Na een hoop verontwaardiging over het lot van de varkens komt de presentator met een goede vraag] Selexyzpresentator: Eet u vlees, eigenlijk? Ben u vegetarisch? Of... Dat doet er nou niet toe! Wat ik doe. Ik ben onbelangrijk, maar ik zeg: wat zij beschrijft is gruwelijk.
- Het zijn hele, vieze, slechte honden! Die maar een vreselijke gewoonte hebben: te schijten op straat. De kinderen kunnen nergens meer op een voetbalveldje. Overal komen ze met drek onder hun schoenen thuis. U weet het toch? Die honden zijn een ramp.
- Ik spreek hier wartaal, denk ik. Voor. Ik ben niet pro of ik ben niet contra hond: ik geef de weerslag van dat boek.
- De kat, die zijn poep netjes verbergt, die nooit sporen nalaat, dat is het liefste beest dat je denken kunt.
- Het is een boek [van Kees van Kooten, cp] dat mij ook veel neiging gaf om te zitten huilen.
- Als ik in Putten, zondags is Putten een verstild dorp. Alles is dicht. Ze gaan alleen naar de kerk, d'r staan er vier, vijf, in stromen er naartoe. Ik vind het toch, ik kan het niet helpen, tamelijk indrukwekkend om te zien. Of vind je dat al die kinderen maar 's avonds naar die tenten moeten en tot zondag in de lorum moeten liggen? Vind je dat leuk? Hè. Dat kan toch ook niet? Er moet werkzaamheid zijn. En deze mensen zijn eigenlijk de Knevel van Nederland.
- Wil je ze allemaal opruimen? Dat wil dus die meneer die die boeken maakt. Hoe heet ie? Nou ja, die laat ik nou maar even rusten.
- Maarten van Rossum, ja maar dat is weer zo raar, die maakt reportages voor de EO. Hij gelooft niet in god en hij moet die mensen over god in Amerika interviewen. Heb je het gezien? Ja, dan krijg je toch wartaal te horen? Dit over Van Rossum, die niet in dit boek staat. Maar wel staan de groten er allemaal in.
- Laat ik dan kort en krachtig zijn en zeggen: ik vind Tim Krabbé een van de beste schrijvers in Nederland. Ja, sorry. Dat is, d'r zijn boeken, die worden nu ook allemaal zijn die door zijn uitgever herdrukt, hè, die liggen voor een scheet en een knikker te koop: Marte Johnson [Marte Jacobs, cp], eh Drie slechte schaatsers, een prachtige novelle, Kathy's dochter, De grot, en dat enorme boek over die eh Het gouden ei dat is in zeven acht landen vertaald, het is al verfilmd, noem maar op. Die man is een groot schrijver, bovendien zijn boeken over schaken: het is een groot schaker geweest. Selexyzpresentator: En dit boekje dan? Hij heeft ook een boek gemaakt over Fischer. Dit, ja kijk eens hier, dit is een novelle en die novelle zit niet zo makkelijk in elkaar, want hij begint met een man die in Rusland op onderzoek is en die belt een vrouw met wie die een verhouding heeft en hij is eigenlijk verliefd op het kind van die vrouw: Bram. Daar gaat het om. En hij krijgt geen contact met 'r. Dat krijgt ie eigenlijk aan het eind van het boek en dan blijkt eigenlijk dat het een soort zelfmoord is geweest, want die vader van dat kind heeft ooit zelfmoord gepleegd. Maar daardoor loopt dus die geschiedenis van die hoofdfiguur, want die hoofdfiguur is helemaal immuum geworden voor die zoon. Die zoon, die kan alles. Die bewondert ie. Hij schrijft alleen maar over Bram. Het lijkt alsof het dat z'n zoon is. En de tweede helft van het boek, die uitdraait op de ontknoping dat is het dagboek van Bram. Dat is eigenlijk heel eenvoudig; hij heeft alleen maar met meisjes te doen en zit vaak op de tandem. Het gaat zo lekker, weet je wel, dat hele erge. Ja, een jongen van deze tijd. Het is helemaal geen genie. En dat is eigenlijk de droom geweest van Tim Krabbé. Ik denk dat hierdoor, door dit boek heen loopt z'n persoonlijke geschiedenis. Je weet hij heeft één zoon, hij is getrouwd met Liz Snoeink [Snoyink, cp], die ik van de week nog op de tv zag, die nog heel vriendelijk over hem spreekt, maar die zegt: die man was niet om te trouwen, die moet alleen in die kamer zitten. Maar ze hebben samen één zoon. En die zoon weet je, waar woont ie? In Japan. Die leert Japans, die leert alleen maar Japanse wurggrepen, noem maar op. Die zien ze twee keer per jaar. Dat is het droomkind eigenlijk hè, het droomkind. Wat ie nooit ziet. En dat heeft ie in Bram van Baal omgemoffeld tot een gewone jongen waar je ook van kunt houden.
'Het stukje eindigt met de naam van de in 2008 volstrekt geruisloos met een roman gedebuteerde stille held Coen Peppelenbos, woonachtig in Groningen. Zijn roman heet Victorie. Ellendig voor Peppelenbos en tientallen debuterende lotgenoten, - het verschijnsel is verklaarbaar doordat al die gokkende uitgevers de jongste decennia zóveel onrijpe debutanten hebben opgediend, de ene nog talentlozer, beloftelozer, nietszeggender dan de andere, dat in de dikke, meurende soep die daardoor is ontstaan de smaak van het eventueel goede zich niet meer in de prut onderscheidt en de recensent geen zin heeft om wéér te kotsen.'









- Dat is een ongelooflijk boek. Ik zal je vertellen dadelijk waarom. Het gaat over het bombardement van Nijmegen, door de geallieerden! Selexyzpresentator: Door de Britten is dat gebombardeerd, hè. in februari. Met duizend doden. Dat is altijd heel geheimzinnig gebleven. Wie hebben het nou gedaan? Want het was ook Lon, dingetje zat in Londen, Wilhelmina, daar was een huis bij haar huis in Londen gebombardeerd. En die stond maar te huilen over dat huis, want daar zat een vriend, die, die hield hier helemaal geen rekening mee.
- Afijn, ik weet niet of je wel eens in Nijmegen komt. Ik ga er nogal eens heen, want zaterdags is er altijd een boekenmarkt. Ja, ik vind het een beetje een 'unheimliche' stad.
- Selexyzpresentator: Maar goed, Joost Rosendaal heeft hier een boek over geschreven. Een geweldig boek. Selexyzpresentator: Waarom heeft hij het geschreven. Wat is nou zijn conclusie? Joost Rosendaal, wil ik even een pleidooi voor voeren, diens boek, enkele jaren geleden heeft hij een boek gemaakt over de Bataven. De Bataven! De Bataafse revolutie, die is eerst neergeslagen, toen zijn die Bataven uitgeweken naar Noord-Frankrijk. Selexyzpresentator: De Bataafse revolutie is in de 18de eeuw... 1795. En die komen in 1795 met die Fransen terug. Wat is er met die Bataven gebeurd? Die hebben een grote rol gespeeld in de Franse Revolutie. Wist je dat? En die Rosendaal heeft dat helemaal uitgemest. Selexyzpresentator: Maar dat heeft te maken met dat bombardement op Nijmegen? Nee, dat heeft hier niets mee te maken.
- En dan de tweede figuur, die een enorme rol heeft gespeeld en die later nog een grote rol heeft gespeeld als generaal, die was toen kolonel, ik ben even zijn naam kwijt, maar die eerst wel mee zou doen en dan niet. En tenslotte naar Goebbels gaat, die woonde er vlak bij! En die wist nergens hèwè zegt tegen Goebbels: Hitler is dood. Zegt Goebbels: Hoe kom je daar nou bij? Zal ik hem even opbellen? En die belde op en zei: Hier, hoor je de stem van Hitler? Hij leeft.
- Selexyzpresentator: Is dit boek verfilmd? Want er is een film van uitgekomen? Is net verfilmd. Je kan het zien. Selexyzpresentator: Op basis van dit boek? Met die beroemde filmster, hoe heet ie? Die had nog nooit van Stauffenberg gehoord. Selexyzpresentator: Was dat Tom Cruise, of eh? Ja, precies!
- Hij is bij het uitkomen van dat boek, heeft ie zo de schrik in de benen gehad, dat ie dood is gegaan.
- De mensen stonden gekluisterd aan zijn woorden, terwijl eigenlijk niemand precies begreep wat ie zei.
- Eigenlijk de beste man, die moet ik hier toch even erbij vermelden, die ik er niet bij gezien heb [de begrafenis van Grootveld, cp], maar die dat eerste grote boek, die roman van Van der Heijden, weet je dat nog? De leunstoel of de... Selexyzpresentator: Advocaat van de hanen. Die! Advocaat van de hanen!



