hij hem

hij hem
Nu in de winkel

vrijdag 31 juli 2009

Dichters in de Prinsentuin: dag 2

Een foto-impressie. Voor degenen die er niet genoeg van krijgen: vanavond vanaf half negen is het laatste deel van Dichters in de Prinsentuin op het terras van café De Souffleur.
Van boven naar beneden: Aly Freije mocht optreden na Gerrit Komrij, André Degen mocht eerst in de bosjes en daarna op het veld, Diana Ozon bereidt zich voor op haar optreden, dichter in diepe ruste, Egbert Hovenkamp vol vuur, fotograaf Jan Glas in actie, Gerrit Kormij voor een bomvolle Prinsentuin met een prachtig laatste, nieuw gedicht 'Ik ben een bijl', Hans Hagen, Herman Annema, Tsjêbbe Hettinga en Arjen Nolles worstelen met microfoon, ook honden hebben poëzie nodig, Joris luistert naar Elvis Peeters, Komrij wordt geïnterviewd voor Oog-tv, meisje met fietspomp, moe kindje, Neeltje Maria Min had het kortste optreden ooit op het veld: drie minuten bladeren en twee gedichten en nadat ze teruggeroepen werd nog een gedicht, Sieger MG en John Zwart van Hernehim samen op de foto, Sjoerd Kuyper en tenslotte Victor Vroomkoning. (Klik op de foto voor een vergroting.)





















Zie ook de fotoreportages bij Jan Glas en Henk Landkroon (hier en hier).

Dichters in de Prinsentuin: Vitalski leest 'hond vond ons tof'

Vitalski brengt 'hond vond ons tof' from Coen Peppelenbos on Vimeo.


Echte Opperlandse dichtkunst van Vitalski, gisteren op Dichters in de Prinsentuin.
(De uitgesproken tekst is niet helemaal lip sync met de geschreven tekst die hier staat in een voorlopige versie.)

Dichters in de Prinsentuin: dag 1

Het is altijd mooi weer bij Dichters in de Prinsentuin. Het regende, rommelde en donderde in Groningen, maar om half twee 's middags brak het wolkendek open en daar was de zon: Dichters in de Prinsentuin kon beginnen.
We zagen veel oude bekenden en nieuwe namen op het festival dat dit jaar voor het eerst onder leiding staat van Correen Dekker. Zie van boven naar beneden: Dennis Gaens, een doorsnee luisterend gezinnetje in het gras, Jurre van den Berg, Marc Kregting (die ter vertedering van het publiek veel aanloop kreeg, ook tijdens het optreden van eigengemaakt kind), Lucas Hüsgen, Mischa Andriessen, René Huigen, Rutger Kopland, zoon van Tonnus Oosterhoff legt aan pa uit hoe de wereld in elkaar steekt en Willem Jan Otten.
Morgen om half twee een nieuwe lading dichters met droogweergarantie..










Op de site van Henk Landkroon nog meer foto's evenals bij Jan Glas natuurlijk. Een impressie van de middag vind je op Woest en ledig.

donderdag 30 juli 2009

Groeten uit Kijkduin (2)


Gisteren teruggekomen uit Den Haag, maar voor die tijd nog even een duik genomen in de Noordzee. Bij het strand van Kijkduin was het wat drukker dan de vorige keer.
Op het station, ik had net een trein voorbij laten gaan die te vol zat, kwam ik de Directeur tegen. Samen teruggereisd. In Groningen de digitale postbus geopend. Ik vind dat altijd ontmoedigend: zo enorm veel berichten dat je eerst drie keer moet zuchten voordat je er aan begint. Houdt het dan nooit op?

Dichters in de Prinsentuin: de P.C. Hoofdprijs


Gisteravond is Dichters in de Prinsentuin begonnen en vandaag had het Dagblad van het Noorden al een verslag. Zo te zien niet van de literaire verslaggever. Die heeft een zware dag op de redactie.

woensdag 29 juli 2009

Top 10 Nederlandse literatuur - week 31


Zomerslaap duurt maar en duurt maar. Zelfde lijstje, iets andere volgorde.
De CPNB publiceert elke week een top 60 van best verkochte boeken. Alle titels staan door elkaar (non-fictie, fictie, Nederlands, vertaald, crimi, literatuur). Daarom de literaire top 10 van best verkopende Nederlandse titels (die ik tot de literatuur reken). Tussen haakjes de stand vorige week, tussen haakjes na de titel de stand op de Bestsellerlijst van de CPNB.

1 (1) Herman Koch - Het diner (12) 29e week
2 (2) Tommy Wieringa - Caesarion (13) 11e week
3 (3) Martin Bril - Dertig graden in de schaduw (19) 3e week
4 (4) Arthur Japin - De overgave (30) 13e week
5 (5) Robert Vuijsje - Alleen maar nette mensen (31) 16e week
6 (7) Martin Bril - C'est la vie (45) 9e week
7 (6) Martin Bril - De kleine keizer (47) 14e week
8 (-)
9 (-)
10 (-)

Recensie Elvis Peeters - Wij

Louter effectbejag

Het rumoer rond een boek zet je soms aan tot het lezen ervan. Zo was het gewelddadige karakter van de roman Wij door de uitgever enigszins aangezet in de media. De schrijver Elvis Peeters en zijn vrouw Nicole Van Bael haalden er zelfs De Wereld Draait Door mee, maar dat was niet echt een geslaagd optreden te noemen.

Wij gaat over een groep jongens en meisjes, pubers, die van verveling niet weet wat ze moet doen. Zo vinden ze het leuk om verkeersongelukken te veroorzaken (direct aan het begin van de roman) en later om van alles in hun geslachtsorganen te laten stoppen. Dat loopt wel een keer uit op een onsmakelijke scène met een wesp. Bij weer een andere scène wordt er zelfs een meisje gedood als er wat onhandig een stuk ijs naar binnen geschoven wordt. Later verwordt de groep tot een aantal jongens die de meisjes laten hoereren.
Het nadeel van dit boek is dat het de lezer allemaal geen moer kan interesseren. Dat ligt aan twee romantechnische fouten. Ten eerste wordt het verhaal verteld vanuit een ietwat onduidelijk wij-vertelstandpunt, waar maar af en toe wordt overgeschakeld naar een ikfiguur. Dat heeft tot gevolg dat je je met niemand in het boek daadwerkelijk kunt identificeren. Het blijft een wat amorfe groep. Ten tweede hebben de schrijvers de ergste zaken voorin het boek gezet. Naarmate het boek vordert, kom je steeds meer terecht in het genre loverboy-jeugdromans waar de markt de laatste jaren mee wordt overspoeld.
Die amorfe, verveelde groep jongens en meisjes wil maar niet tot leven komen. Er zit gelukkig één intellectuele jongen bij die de hele tijd boeken leest van filosofen, maar behalve dat er hier en daar een naam gedropt wordt van een schrijver, gebeurt er weinig mee.
Het ergst van alles is dat je in vele stukken tekst niet de stem van een jongen of meisje hoort, maar de stem van een ouder schrijversechtpaar dat denkt te weten hoe jongeren denken. Neem nou eens de volgende passage:
‘Natuurlijk speelden wij vaak op computers, we hadden draagbare gamecomputers, we hadden onze telefoons, voor de geringste boodschap verstuurden wij berichten, de wereld was nooit ver weg, te allen tijde kon je een anker uitwerpen, aan de zijlijn gaan staan. We hadden ieder onze iPod, soms luisterden we urenlang naar muziek, ieder naar zijn eigen nummers, terwijl mijn hand op de borst van Femke lag en de hand van Femke op mijn pik. Want het werkelijke echte leven was toch het lichaam van de ander, dat hadden we allang door.’
Hier is denk ik de filosoof aan het woord. Aan wie legt hij eigenlijk uit dat er gamecomputers zijn die ook nog draagbaar zijn? Dat ze voor de geringste boodschappen berichten verstuurden? Zo denken oude mensen over pubers. Het valt nog mee dat er bij die telefoons niet staat dat ze ook draagbaar waren. Mobieltjes zeg maar, zonder snoer.
Misschien worden sommige lezers wat misselijk van bepaalde scènes in dit boek, ik had dat ook, zo’n smerige smaak in je mond omdat je zag dat hier niet de psychologie van een generatie wordt ontrafeld of een realistisch beeld gegeven van de huidige jeugd, maar dat dit louter een boek is dat op effectbejag uit is.

Coen Peppelenbos

Elvis Peeters: Wij. Podium, Amsterdam, 171 blz. €16,50
Verscheen ook op Literair Nederland op 29 juli 2009

dinsdag 28 juli 2009

Simon's cat: de vlieg


Het heeft even geduurd, maar er is een nieuw filmpje van de kat van Simon.

Ook Geen Stijl herdenkt Michaël Zeeman


'Boekendief dood' kopt Geen Stijl naar aanleiding van het overlijden van Michaël Zeeman in een ranzig stuk dat zijn weerga niet kent. Erger nog zijn de reacties eronder. Gelukkig zijn er ook nog weldenkende mensen bij: 'Kan ik mijn lidmaatschap voor powned nog intrekken? Ben een beetje klaar met deze super telegraaf.'
Nee, dat kan niet meer. Zeeman was de laatste die een eigenzinnig boekenprogramma maakte. Jaren terug alweer. Geen Stijl krijgt nu uitzendtijd op de publieke omroep. Dat is in het kort de teloorgang van onze cultuur.

Michaël Zeeman overleden

De eerste keer dat ik Michaël Zeeman zag, was op een middag over poëzie en klassieke muziek. Dat moet in de jaren negentig zijn geweest tijdens een aflevering van Herfstschrift. C.O. Jellema presenteerde de middag op een zeer rustige ingetogen wijze. Hij had zich goed voorbereid. De dichters mochten één voor één op het podium komen om te worden geïnterviewd, ze lazen hun gedicht voor en daarna klonk het muziekstuk waarover ze het gedicht hadden geschreven. Ik herinner me helaas niet meer welk gedicht Zeeman voorlas en welk muziekstuk daarbij hoorde. Wel weet ik dat Zeeman in zijn antwoorden liet blijken dat hij het oeuvre van Jellema kende, wat de interviewer zichtbaar plezierde.
Dat rommelige geheugen van mij is niets waard. Als ik thuis zou zijn, dan zou ik de recensie van Marjoleine de Vos van die middag opzoeken, zodat ik erachter zou komen op welke dag het precies was, en met een beetje geluk ook welk muziekstuk er toen klonk.
Zo gebrekkig als mijn geheugen is, zo volmaakt was het zijne. Toen ik een paar jaar later in de organisatie zat van Winterschrift (de opvolger van Herfstschrift) had ik de taak om af en toe voor gastheer te spelen. De ster van Zeeman als journalist was inmiddels gerezen, zijn poëzieverleden lag achter hem en je kon hem altijd boeken als een betrouwbare interviewer. Ik geloof dat ik die avond niet meer heb gedaan dan hem een paar consumptiebonnen overhandigen en hem naar zijn plek in de schouwburg van Groningen begeleiden. Een jaar later was hij opnieuw te gast en was ik weer gastheer en tot mijn verrassing wist hij nog wie ik was. Ik had nog geen boek geschreven, niets in tijdschriften gepubliceerd, maar hij onthield ook de namen van de hulpjes op literaire festivals. Nog weer een paar jaar later kwam ik hem tegen in Rotterdam op ee dag voor literatuur en onderwijs. Hij kende Tzum, hij wist dat ik voor de Leeuwarder Courant schreef (waar hij ooit zijn loopbaan als journalist begon) en hij begon een gesprek dat veel interessanter was dan het forum waar ik die middag in zou zitten. Arjan Peters schreef vandaag in de Volkskrant in een mooi herdenkingsstuk: 'De selfmade intellectueel uit Marken, die zijn studie filosofie in Groningen niet voltooide, was als chef geen gemoedelijke pater familias. Zelfs telefoneren met hem was voor velen altijd een beetje examen doen.' Het lijkt of daar wat angst zit. Ik had eeder het omgekeerde idee: door over boeken en literatuur te praten, met een ongelooflijke eruditie, wist hij te vermijden dat het over personen en over gevoelens zou kunnen gaan. Dat grote lichaam met die ogen die om vriendschap vragen.
Illustratief voor die houding is het zeer ongemakkelijke interview dat Zeeman in 1998 heeft met Arthur Japin, die toen net zijn tweede verhalenbundel had uitgebracht. Het interview wordt hem te persoonlijk. Japin kon zich niet meer verbergen achter de literatuur en Zeeman schrok van wat hij aantrof. Het interview eindigt aldus:
'En al pratend en zoekend kwam het ineens aan het licht. De schrijver vertelde over zijn sympathie voor Kwasi, een van de twee Afrikaanse prinsen in zijn boek. Ja, hij had hem herkend in de pesterijen en de agressie die hij als kind had ondergaan. Hij meende hem daardoor wat beter te begrijpen. De interviewer schrok en vatte krachtig een ander onderwerp aan. Want de wijze waarop de schrijver het vertelde was te bloot, te naakt.

Het was alsof hij geen huid had. Zijn maskers droeg hij niet uit keuze, maar uit noodzaak. Ze waren zijn verband.'

Drie weken geleden hoorde ik voor het eerst het gerucht dat Zeeman met een hersentumor in een ziekenhuis in Wenen op sterven lag. Dat leek me zo gruwelijk alleen toe. Je hoopt van geruchten dat ze niet waar zijn. Gisteren vertelde Ronald Giphart hetzelfde gerucht in de strandbibliotheek van Kijkduin. In maart 2003 vertelde ik aan Giphart (die toen het boekenweekgeschenk had geschreven) op het podium in Leeuwarden dat C.O. Jellema op sterven lag. Die avond overleed de Groningse dichter aan ee hersentumor. Gisteravond overleed Michaël Zeeman op vijftigjarige leeftijd aan dezelfde ziekte. Niet meer in Wenen, maar in Rotterdam, in aanwezigheid van zijn vrouw staat in de Volkskrant.

maandag 27 juli 2009

Ronald Giphart in de strandbibliotheek van Kijkduin


Overal langs de kust vind je strandbibliotheken. In Den Haag staat er een bibliotheek op Scheveningen en een op Kijkduin, vlak voor het draaimolentje dat de hele dag door gezellige Hollandse hits produceert. ‘Volgend jaar staan we weer op de boulevard,’ zegt de man van de strandbibliotheek die vanaf vandaag drie dagen het gastverblijf is van Ronald Giphart.
Vanmorgen was het nog wel druk geweest, maar vanaf het moment dat ik kom (zul je altijd zien) betrekt het weer. Donkere wolken en harde wind maken duidelijk dat dit geen fijne stranddag gaat worden. Op enkele groepjes kinderen na is het ronduit rustig en zo zal het helaas de hele middag blijven.



Gelukkig kwamen er af en toe mensen binnenwaaien, zoals drie vrouwen die samen op de lerarenopleiding gezeten hadden en samen op vakantie gingen. Giphart leest twee columns voor uit zijn dit jaar verschenen bundel Mijn vrouw & andere stukken. Voorlezen, advies geven, signeren: de beachschrijver kan overal voor worden ingezet.



Giphart vertelt dat hij het fenomeen strandbibliotheek kent vanuit Frankrijk waar het een groot succes is. In Nederland gaat het wat moeizamer met de organisatie die overal geld vandaan moet peuren. Elke provincie bedenkt bovendien zijn eigen vorm. Aan het enthousiasme van de mensen in Den Haag kan het niet liggen. In de strandbibliotheek kun je voor alles terecht. Je kunt dammen, computerspellen spelen, en natuurlijk ook gewoon lezen in een van de vele zitzakken. En als je een boek naar het strand mee wilt nemen dan kan dat zonder pasje! ’s Avonds lever je het boek weer in (of de volgende dag). ‘Er wordt opmerkelijk weinig gestolen of niet teruggebracht,’ zegt de bibliothecaris, ‘zelfs minder dan in de gewone bibliotheek.’


Inmiddels begint het steeds harder te waaien en zien we af en toe mensen over het plein wegvluchten voor de regen. Giphart redt het uitklapbord dat ervandoor dreigt te gaan. ‘Tot windkracht acht moet dit gebouwtje kunnen hebben,’ zegt de bibliothecaris. ‘Vorig jaar is wel een deel van het dak weggewaaid, maar dat is uitzonderlijk.’ In het midden van de tent zwiept een kroonluchterachtig geval vervaarlijk heen en weer.

Ronald Giphart is dinsdag en woensdag nog in de strandbibliotheek aanwezig van elf uur ’s ochtends tot vijf uur ’s middags. Toegang is gratis. Woensdagavond worden Ronald Giphart en Annejet van der Zijl geïnterviewd in de strandbibliotheek van Kijkduin. Aanvang 20.00 uur.
Daarna gaat Giphart naar de strandbibliotheek in Monster. Kijk op deze site voor het schema.

Recensie Vonne van der Meer - Zondagavond

Als je biecht, mag je naar de hemel

Het begin van de korte roman Zondagavond is tekenend voor het hele boek. Freeke heeft net haar zoon helpen verhuizen en eigenlijk wil ze het afscheid zo lang mogelijk uitstellen door hem te blijven helpen. Haar zoon ziet haar echter liever gaan. In de auto op weg naar huis krijgt ze een telefoontje van haar minnaar Gamal die net als zij in het brandwondencentrum werkt en met haar die avond wil afspreken. Ze besluit erop in te gaan ondanks dat ze op zondagavond altijd met haar vader samen eet en de avond doorbrengt. In deze roman van Vonne van der Meer gaat het over geheimen.

Freeke houdt haar date geheim en dat frustreert haar vader die net besloten had om die avond haar zijn grote geheim te vertellen over de oorlog. De rol die hij destijds speelde, bleek lang niet zo heldhaftig te zijn geweest als altijd werd aangenomen. Omdat haar dochter te gehaast is, lukt het niet om het geheim te vertellen. Even later lukt dat wel als hij de ware toedracht vertelt aan Mila, de vrouw die hij als baby redde in de Tweede Wereldoorlog. Het ware verhaal, niet het heldhaftige. Kort daarna overlijdt hij.
Wat mij voor het eerst stoorde, is de expliciete religiositeit die de kop opduikt. In eerdere romans, zoals Ik verbind u door en Take 7 en ook wel enkele eilandverhalen is er de mogelijkheid om die verhalen op een normaal verhaalniveau te lezen en ook nog, voor de liefhebber, op een religieus niveau. Nu wordt die religiositeit, het katholicisme, wel heel vet aangezet. Zo heeft vader net een kunstboek bij De Slegte gekocht en die ligt opengeslagen bij een reproductie van ‘Een opgebaarde vrouw – Maria, volgens het onderschrift –, daarnaast stond haar zoon. In zijn uitgestrekte handen, die een rechte, ongebroken lijn vormden naar haar borst, lag een naakt kindje. De handen van Christus en de huis van het kindje hadden dezelfde kleur. Zonder het onderschrift had hij het symbool – de ziel als baby – niet begrepen, maar de ontroering was er al voor hij de uitleg las.’ Maar dat is niet alles. Vader voelt de enorme behoefte om te biechten en als hij dat, tegenover Mila, doet en daarna in coma raakt, komt er nog een priester langs die het Laatste sacrament toedient. De geest van vader is nog aanwezig, maar na twaalf bladzijden waarin dit ritueel uitvoerig wordt beschreven, verdwijnt ook die. Twaalf bladzijden is redelijk veel op een totaal van 167.
De vraag is dan ook wat Van der Meer bij dit boek belangrijker achtte: het verhaal of de boodschap. Bij mij raakte het achterliggende verhaal (wat is er werkelijk gebeurd in de oorlog en waarom zwijgt iemand daar zo lang over) bedolven onder de katholieke boodschap. Die komt voor het verhaal te staan en als liefhebber van het oeuvre van Van der Meer betreur ik dat.

Coen Peppelenbos

VONNE VAN DER MEER: Zondagavond. Contact, Amsterdam, 167 blz. €16,95.
Verscheen eerder op Literair Nederland, 27 juli 2009

zaterdag 25 juli 2009

Martin Ros: de hoogtepunten van 25 juli


Eindelijk heeft Martin Ros Caesarion uit alhoewel dat niet blijkt uit zijn weergave van de inhoud en andere hoogtepunten op radio Selexyz.

Tommy Wieringa - Caesarion
- Het is dus het boek van Wieringa, die daarvan al heeft getuigd in menige pagina op de televisie. Hij ziet er ook uit als een rijpe, doorleefde, Amerikaanse auteur, wat hij niet is; het is gewoon een Hollandertje.
- Die moeder is de grootste sloerie van ja Europa en Amerika kan je wel zeggen. Die is geen pornografiester, maar wel een ster die het voordoet. Dus het hele erge doet zij voor. U weet dat, het kan nog verschrikkelijker zijn dan het hele erge. En dat doet zij voor, dus erger kan het niet. Dat is zijn moeder! Selexyzpresentator: Aan wie doet ze het voor? Aan, aan het publiek natuurlijk. Het wordt vertoond, treedt op en ze is ja. [Zou Ros het boek wel gelezen hebben?, cp]
- Nou, ik weet niet wat je hiervan vindt, maar dit is geen sterke stijl. Het is een beetje een nageaapte stijl. Hij doet het nog eens over, hè. [leest een stuk voor, cp] Begrijp je? Dit is, ja wat is dit? Wat vind je van zoiets? Die stijl is dus, ja, doffe armoe. Hij verzint maar wat, hè? [Er komt geen argument, cp]
- Maar er gebeurt niets. Aan het eind van het boek krijgt zij kanker, op een vreselijke manier kanker. Dat beschrijft ie ook net alsof hij bij alle operaties van kankerpatiënten heeft gestaan. Dat gaat maar door. Hij komt ook in Wenen terecht, al die steden beschrijft ie, en in Wenen ontmoet hij dan een soort, ja een gedrochtachtige meneer, die lijkt op de vader. Hè? En die ontkent dat ook niet. En ja, d'r komt een verzoening, op de dood van die beiden komt dan een verzoening. Dan gaat hij het grote leven in. [Hier klopt werkelijk niets van! cp]
- Een meeslepend boek toch! Ik kon het niet wegleggen. Maar ja, dat heb je wel eens hè? Een boek kan heel stuitend en toch heel mooi zijn.
- Ik vind dat boek wat je nu net noemt [Joe Speedboot, cp] een aardig boek, een redelijk boek. Dat springt eruit, want er verschijnen geen romans van belang meer. Noem ze dan, Remco Campert doen, die dadelijk tachtig wordt. Het is, het houdt op. De lite-, maar daar hebben we het al eens over gehad, de literatuur houdt op hè? De literatuur wordt anders gewaardeerd door al die vrouwtjes die al die misdaadboeken lezen. Die denken: dat is literatuur. Maar dat is een verschuiving. Echt, wij lazen boeken om geconfronteerd te worden met de drama's in het leven. Die gaven die boeken. Wij herkenden ons in die figuren. Wij trokken ons eraan op. Ik leefde met de helden van W.F. Hermans. Zo is het toch? Dat is helemaal weg. Selexyzpresentator: Misschien herkent de huidige generatie zich ook weer in de in de moderne boeken? Ja, dan ga je weer een heel eind in die foute richting. Je doet het maar, maar het is het einde van de literatuur.


Frederike Doppenberg - De Arbeiderspers moet blijven marcheeren
- De mensen [arbeiders rond 1940, cp] waar ik respect en eerbied voor heb dat ze die boeken lazen, want die arbeiders lezen nu nooit meer een boek. Die zitten naar die die die klunzen op tv te kijken, dat is toch zo? Dus dit waren grotere mensen dan die van nu.


Martin Bril - Dertig graden in de schaduw
- Die man schrijft drie boeken per jaar. Die scheet boeken. Hij stapte 's morgens in zijn auto en dan kwam d'r weer een boek uit. Hij gaf gas en tegelijkertijd met gas ontstond er een boek. Zo schreef die.
- Maar hij blijkt gewoon een vrouw, die nota bene kunstzwanger was of hoe heet dat? Een vervroegde zwangerschap. Selexyzpresentator: Een miskraam. Ja! Die heeft hij geholpen.
- Selexyzpresentator: Gaat dit boek vooral over de liefde en de gevolgen daarvan? Of eh. Daar gaat het over. En dat is het ergste met dit weer, hè. Dan krijgen die mannen allemaal verschrikkelijke last in dat ondergedeelte. En die vrouw is na twaalf jaar hetzelfde. En steeds in datzelfde gaatje, dat doe je toch niet meer?

vrijdag 24 juli 2009

Tzum 46, de Toon Tellegen-special, is uit

Tzum 46, de Toon Tellegen-special is uit. Behalve gedichten van Tellegen staan er verhalen en gedichten in van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, Kees 't Hart, Tonnus Oosterhoff en Barber van de Pol. Componist Richard Ayres schreef een interessant stuk over zijn Tellegen-opera. Lili Ahonen, Judith Wilkinson en Chaim Achttienribbe doen een boekje open over de vertalerspraktijk en het succes van Tellegen in de rest van Europa. Van Annemarie van Haeringen zijn de schetsen te bewonderen voor een nieuw boek van Tellegen. In het Artistiek Bureau de ontdekkng van een oude brief van Tellegen. Kortom: een echt bewaarnummer voor de Tellegenliefhebbers.
Daarnaast de aste medewerkers Arthur Japin en A.L. Snijders, en verhalen van Delpine Lecompte en Lucy Arts. Lekker dik dus, deze Tzum. Gan naar de betere boekhandel of bestel een nummer hier.

Echte scholieren lezen Mosterd

Las in Trouw een berichtje van Iris Pronk over Scholieren.com, de site waar je al je samenvattingen kunt halen en brengen. Dit jaar heeft de site een ranglijst gemaakt van meest gedownloade samenvattingen.

1 (1) Het gouden ei door Tim Krabbé (1984) 292.413
2 (-) Twee vrouwen door Harry Mulisch (1975) 285.661
3 (2) De aanslag door Harry Mulisch (1982) 236.375
4 (3) Afblijven door Carry Slee (1998) 233.695
5 (6) De passievrucht door Karel Glastra van Loon (1999) 198.516
6 (4) Turks fruit door Jan Wolkers (1969) 192.053
7 (5) Komt een vrouw bij de dokter door Kluun (2003) 181.534
8 (-) Oorlogswinter door Jan Terlouw (1972) 140.634
9 (-) Radeloos door Carry Slee (2003) 140.499
10 (9) Het bittere kruid door Marga Minco (1957) 123.953


Er zitten wat seizoensinvloeden bij, zoals de tweede plaats van Twee vrouwen, dankzij de actie Nederland leest van vorig jaar en Oorlogswinter, dankzij de verfilming, maar voor de rest is de lijst niet echt opvallend. Van de boeken die de agelopen vijf jaar zijn uitgekomen is Echte mannen eten geen kaas van Maria Mosterd de onbetwiste topper (118.447 downloads).
De volledige top honderd is hier te lezen. Dan kun je zien dat een onbekende auteur uit de dertiende eeuw ook nog populair kan zijn. Dat zal de schrijver van Karel en de Elegast (op 22) zeker niet hebben verwacht.

donderdag 23 juli 2009

Groeten uit Den Haag

Ging naar de Haagse boekenmarkt om de stand van Fokas Holthuis te vinden en de verdwenen schrijver Willem Bijsterbosch. Geen van tweeën gevonden. Wel op het Lange Voorhout de jaarlijkse sculptuurtentoonstelling. Niet zo uitgebreid deze keer, maar zoals gewoonlijk wel de moeite waard.