Zij
Een vriend van me speelt ijshockey
samen met veel andere specialisten
daarom ken ik ook geen spelers meer
You can have a quick foretaste:
Deze dienst is niet officieel ondersteund door de NHL.
Ik heb op dit moment mijn twijfels over de opleiding
Hebben jullie ideeën?
Paarden voor studenten van de Welzijnsopleidingen!
Welke stad zou jij aanraden?
Richt daarom op een integrale focus
het veiliger vrijen door verschillende lettertypes.
Hebben jullie ideeën?
Dan wordt de lat van het virtuele ijshockey
opnieuw een stukje hoger gelegd.
Zij neemt afscheid
maandag 31 mei 2010
NHL: flarfgedicht Zij
Gemaakt tijdens workshop Poëzie op internet:
Labels:
NHL
3
reacties
zondag 30 mei 2010
Martin Ros: de hoogtepunten van 29 mei

'Deze week springt Martin Ros moeiteloos van het oeuvre van Jeroen Brouwers, via de oorlog naar masturbatie', aldus de aankondiging van radio Selexyz.
Jeroen Brouwers - Hamerstukken
- Een niet te tillen boek, dus als u naar het strand gaat met dat boek, of het nu regent of niet, neem dan een flinke tas mee, geen boodschappentas, maar een grote tas anders zakt dat boek erdoor.
- Hij had ook een minnares of en vrouw en een dochter, een dochter van wie die ontzettend veel hield. Voor wie die ook in de vloer een gaatje had laten maken waar water uit stroomde, weet je wel, dus eigenlijk heel gemaakt, maar enorm aanhankelijk met die dochter. Selexyzpresentator: Wat voor gaatje was dat dan? Er kwam water uit. Selexyzpresentator: Een fontein, of? Ze zat daar in die kamer en er kwam water uit. Ja, ik bedoel, heel kinderachtig, maar zij vond dat heel leuk. Jeroen is namelijk een ingoed mens. Aardig, vriendelijk, loyaal, gretig en heeft dus ook een kwel, een knelgeest, dus niet een kwelgeest, maar een knelgeest, waardoor die alles uit kranten verzamelde.
- Er zijn ook mensen die hebben de pest aan Brouwers. Die vinden het te lang, dat hij te lang doorslijmt over mensen die samen vastzitten in een lift en dan tijdens de tochten met die lift die dus niet gaat, ontspint zich hun hele leven, begrijp je wel? Daar zit iets voorspelbaars in.
Mels van Driel - Met de hand
- Met de hand ligt ook soepel in de hand, dat boek [gniffel]. Met de hand, ja.
- Er wordt ontzettend veel over seks, de porno spuit de televisie af, dat vind je toch ook? Je ziet alleen maar mannen, vrouwen met lange bustes lopen. Alles is in de sfeer van de seks.
- Dat het op jonge leeftijd al gebeurt, dat ook oudere mannen, die nog in bed liggen bij hun vrouw en er niet meer goed op kunnen het vervangen door de masturbatie.
- Onze schrijver Lodewijk van Deijssel die komt, die zat onophoudelijk aan zijn geslacht. Die heeft dus aparte dingetjes laten maken, om z'n armen heen 's nachts, zodat ie 's nachts niet in z'n slaap bij dat apparaat kon komen. Selexyzpresentator: Hoe komen we over die wijsheid over Van Deijssel dan? Prick heeft dus tenslotte, Prick die heeft Lodewijk van Deijssel toen hij ouder werd heel lang verzorgd, die heeft die dingen in veiligheid gekregen. En die heeft mij toevertrouwd dat ie ze ergens in de Noordzee verspreid heeft.
- En een van de allerergsten, daar gaat ie natuurlijk breed op in, is natuurlijk Reve, ja ik bedoel de grote Reve, Simon van het Reve, Gerard Reve, die bedoel ik, niet die broer. Maar die, ja die, al die boeken met brieven heeft geschreven, hij heeft een serie boeken, zijn allemaal brieven aan anderen. Die anderen zijn allemaal mensen met wie hij het hele erge heeft begaan. Selexyzpresentator: Dat heeft niet te maken met soloseks zoals de ondertitel... Nee, ja met soloseks, met solo Selexyzpresentator: Niet met anderen toch? Nee, maar met elkaar en noem maar op en masturberen bij die mannen onderling speelt een grote rol. Natuurlijk, want ze hebben toch geen kut om er in te gaan? Sorry hoor, ik zeg het een beetje bruut, maar daar komt het wel op neer.
- Hij zegt ook: niet teveel. Kalm aan, rustig. Bouw het in je leven in. Dat vind ik een hele geruststelling, alhoewel ik ook een ouderwordende man breng [?] en met grote moeite nog aan seks denk.
Madelon de Keizer en Marije Plomp - Een open zenuw
- Het grijpt je tot diep in je mergen.
zaterdag 29 mei 2010
Recensie Jonathan Lethem - De chronische stad
Uitbreidende universums
Er komt weer geen normaal persoon in voor. Chase Insteadman heeft als kind in een tv-serie gespeeld en ontleent daar nog steeds zijn beroemdheid aan, die misschien wordt overschaduwd door zijn vriendin Janice, de astronaute die vastzit in een ruimtestation dat in een soort Chinees mijnenveld zweeft en dan krijgt ze ook nog kanker in haar voet. Het vreemdst van al is Perkus Tooth, een zwerverachtige figuur met een fenomenaal geheugen die verbindingen legt tussen filmscènes, popsongs en de werkelijkheid. En dat zijn nog maar drie opmerkelijke personen uit het New Yorkse leven dat opgeroepen wordt in De chronische stad van Jonathan Lethem.
Chase raakt gefascineerd door de wereld van Perkus en komt bijna dagelijks in zijn gribusachtige appartement over de vloer om al dan niet onder invloed van joints de meest spectaculaire theorieën aan te horen. Waarom is er opeens een gigantische vraag naar chaldrons, een perfect geschapen soort vaas? Hebben de plotseling instortende gebouwen te maken met een gigantische tijger die los door de straten loopt en steeds onverwacht opduikt en puin achterlaat? Leeft Marlon Brando nog en kan hij de stad redden? Perkus weet het antwoord op alle vragen.
Naarmate je vordert in het boek is steeds duidelijker dat fictie en werkelijkheid op veel plaatsen door elkaar lopen. Zo bestaat er helemaal grote tijger, maar de angst ervoor komt de bouwers die bezig zijn met de aanleg van een metrolijn wel goed uit. Zo kan een bedelaar veranderen in een internetmiljonair. Op den duur is niets meer zeker en misschien is het dat wel wat Lethem probeert te zeggen met het boek. We leven in een stad die opgetrokken is uit fictie, wat echt of waar is doet er niet meer toe, alleen de mate waarin je meegaat in die fictie.
In De chronische stad komen prachtige figuren voor en intrigerende locaties, zoals een gebouw waar alleen honden wonen, die allemaal een eigen appartement hebben en af en toe een zwerver die er gratis bij in trekt, maar al die fantastische couleur locale verhult niet dat het boek gewoonweg te dik is. Bijna vierhonderd kloeke bladzijden met veel lelijke zinnen. ‘Nu had ik opnieuw last van mijn gevoel van zich uitbreidende universums. Perkus en Noteless konden elkaar dan ontmoeten, toch bleven zij voor altijd van elkaar gescheiden, wederzijds ontoegankelijke entiteiten.’
Bovendien zorgt dat spelletje tussen fictie en werkelijkheid ervoor dat je je steeds minder betrokken voelt bij de personages. Dat kan misschien ontluisterend als je voor de eerste keer dit thema tegenkomt in een boek of een film, maar hier eindig je toch tussen de decorstukken met figuren die je koud laten.
Coen Peppelenbos
Jonathan Lethem – De chronische stad. Vertaald door Rob van Moppes. Prometheus, Amsterdam, 392 blz. €24,95.
Verscheen eerder op 28 mei in de Leeuwarder Courant.
Er komt weer geen normaal persoon in voor. Chase Insteadman heeft als kind in een tv-serie gespeeld en ontleent daar nog steeds zijn beroemdheid aan, die misschien wordt overschaduwd door zijn vriendin Janice, de astronaute die vastzit in een ruimtestation dat in een soort Chinees mijnenveld zweeft en dan krijgt ze ook nog kanker in haar voet. Het vreemdst van al is Perkus Tooth, een zwerverachtige figuur met een fenomenaal geheugen die verbindingen legt tussen filmscènes, popsongs en de werkelijkheid. En dat zijn nog maar drie opmerkelijke personen uit het New Yorkse leven dat opgeroepen wordt in De chronische stad van Jonathan Lethem.
Chase raakt gefascineerd door de wereld van Perkus en komt bijna dagelijks in zijn gribusachtige appartement over de vloer om al dan niet onder invloed van joints de meest spectaculaire theorieën aan te horen. Waarom is er opeens een gigantische vraag naar chaldrons, een perfect geschapen soort vaas? Hebben de plotseling instortende gebouwen te maken met een gigantische tijger die los door de straten loopt en steeds onverwacht opduikt en puin achterlaat? Leeft Marlon Brando nog en kan hij de stad redden? Perkus weet het antwoord op alle vragen.
Naarmate je vordert in het boek is steeds duidelijker dat fictie en werkelijkheid op veel plaatsen door elkaar lopen. Zo bestaat er helemaal grote tijger, maar de angst ervoor komt de bouwers die bezig zijn met de aanleg van een metrolijn wel goed uit. Zo kan een bedelaar veranderen in een internetmiljonair. Op den duur is niets meer zeker en misschien is het dat wel wat Lethem probeert te zeggen met het boek. We leven in een stad die opgetrokken is uit fictie, wat echt of waar is doet er niet meer toe, alleen de mate waarin je meegaat in die fictie.
In De chronische stad komen prachtige figuren voor en intrigerende locaties, zoals een gebouw waar alleen honden wonen, die allemaal een eigen appartement hebben en af en toe een zwerver die er gratis bij in trekt, maar al die fantastische couleur locale verhult niet dat het boek gewoonweg te dik is. Bijna vierhonderd kloeke bladzijden met veel lelijke zinnen. ‘Nu had ik opnieuw last van mijn gevoel van zich uitbreidende universums. Perkus en Noteless konden elkaar dan ontmoeten, toch bleven zij voor altijd van elkaar gescheiden, wederzijds ontoegankelijke entiteiten.’
Bovendien zorgt dat spelletje tussen fictie en werkelijkheid ervoor dat je je steeds minder betrokken voelt bij de personages. Dat kan misschien ontluisterend als je voor de eerste keer dit thema tegenkomt in een boek of een film, maar hier eindig je toch tussen de decorstukken met figuren die je koud laten.
Coen Peppelenbos
Jonathan Lethem – De chronische stad. Vertaald door Rob van Moppes. Prometheus, Amsterdam, 392 blz. €24,95.
Verscheen eerder op 28 mei in de Leeuwarder Courant.
vrijdag 28 mei 2010
Giny Backers al weer op RTV Noord
Benali in boeken: de kijkcijfers kelderen
Slechts 70.000 toeschouwers haalde de vijfde uitzending van Benali in boeken. Dan kom je in de buurt van een erg vol stadion. Het programma moest dan ook opboksen tegen een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal én het lijsttrekkersdebat. Gasten in Nijmegen waren Thomas Verbogt en Koos van Zomeren.
Presentatie De wierde van Wierum
Toet uitgenodigd Groningen was vanmiddag aanwezig bij de presentatie van De wierde van Wierum. De bundelpresentatie vormde een onderdeel van een groter geheel, namelijk de oplevering van de wierde van Wierum die met baggerslib weer in de oorspronkelijke staat is gebracht.
In het kerkje van Dorkwerd opende Alfred Huinder van de provincie de middag en daarna kwam een stoet van sprekers voorbij, afgewisseld door de dichters Jan Siebo Uffen, Jane Leusink, Aly Freije en Remco Ekkers die samen met nog zo'n 25 dichters een speciaal gedicht maakten over de wierde (een wierde is wat de Friezen abusievelijk een terp noemen). Ik mocht het eerste exemplaar van de bundel overhandigen aan de gedeputeerde Rudi Slager.
De wierde van Wierum from Coen Peppelenbos on Vimeo.
In het kerkje van Dorkwerd opende Alfred Huinder van de provincie de middag en daarna kwam een stoet van sprekers voorbij, afgewisseld door de dichters Jan Siebo Uffen, Jane Leusink, Aly Freije en Remco Ekkers die samen met nog zo'n 25 dichters een speciaal gedicht maakten over de wierde (een wierde is wat de Friezen abusievelijk een terp noemen). Ik mocht het eerste exemplaar van de bundel overhandigen aan de gedeputeerde Rudi Slager.Daarna stapte iedereen op de fiets om tussen de weilanden door over een speciaal fietsdijkje waar de zwaluwen overheen scheerden en hier en daar een schaap verkeerd geparkeerd stond naar de wierde van Wierum waar iedereen kon genieten van een optreden van de basischool De Wierde uit Adorp. Een goede verteller (ik weet niet of dat de meester was) praatte een groot aantal eeuwen wierdegeschiedenis na, culminerend in Thriller van Michael Jackson.
Rense Sinkgraven en Atze van Wieren waren er ook.
De wierde van Wierum from Coen Peppelenbos on Vimeo.
donderdag 27 mei 2010
Donar gehuldigd op de Grote Markt
Donar, ook bekend onder de naam Gasterra Flames (wat wat?), won afgelopen dinsdag het landkampioenschap. De basketbalploeg stond vandaag op de Grote Markt.
Donar gehuldigd from Coen Peppelenbos on Vimeo.
Labels:
Donar
0
reacties
Aanhalingstekens
Sinds het Dagblad van het Noorden en de Volkskrant zijn overgegaan op tabloidformaat is mijn manier van lezen veranderd. Las ik vroeger eerst de landelijke en daarna de regionale krant, tegenwoordig is het andersom. Dat komt omdat het Dagblad er lekker helder en overzichtelijk uitziet en de Volkskrant niet, alsof niet alles op de goede plaats staat.
Natuurlijk is er altijd wel wat op te merken. Zo zei Diane laatst dat de cijfers in het nieuwe letterontwerp van Jelmer Geerstma eruit zagen als letters. Pieter Sijpersma, hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, onderkende dat probleem. Binnenkort worden de cijfers enigszins aangepast.
Misschien kan dan nog één klein dingetje meegenomen worden. Het is een dingetje van niks en als ik niet bij een uitgeverij werkte, dan was het me vast en zeker niet opgevallen, maar bij de aanhalingstekens staat het beginkommaatje stelselmatig de verkeerde kant op; de punt moet naar binnen wijzen. Het is niets en een oorlog zou ik er ook niet voor ontketenen noch een lange mars naar de Lübeckweg voor op touw zetten, maar elke keer doet het een beetje pijn aan de ogen.
Natuurlijk is er altijd wel wat op te merken. Zo zei Diane laatst dat de cijfers in het nieuwe letterontwerp van Jelmer Geerstma eruit zagen als letters. Pieter Sijpersma, hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, onderkende dat probleem. Binnenkort worden de cijfers enigszins aangepast.
Misschien kan dan nog één klein dingetje meegenomen worden. Het is een dingetje van niks en als ik niet bij een uitgeverij werkte, dan was het me vast en zeker niet opgevallen, maar bij de aanhalingstekens staat het beginkommaatje stelselmatig de verkeerde kant op; de punt moet naar binnen wijzen. Het is niets en een oorlog zou ik er ook niet voor ontketenen noch een lange mars naar de Lübeckweg voor op touw zetten, maar elke keer doet het een beetje pijn aan de ogen.
woensdag 26 mei 2010
Top 10 Nederlandse literatuur - week 21

Herman Koch is na 71 weken verdwenen uit de top.
De CPNB publiceert elke week een top 60 van best verkochte boeken. Alle titels staan door elkaar (non-fictie, fictie, Nederlands, vertaald, crimi, literatuur). Daarom de literaire top 10 van best verkopende Nederlandse titels (die ik tot de literatuur reken). Tussen haakjes de stand vorige week, tussen haakjes na de titel de stand op de Bestsellerlijst van de CPNB.
1 (1) Martin Bril - Rokjesdag (19) 6e week
2 (2) Bernard Dewulf - Kleine dagen (20) 2e week
3 (4) Robert Vuijsje - Alleen maar nette mensen (31) 54e week
4 (5) Franca Treur - Dorsvloer vol confetti (33) 22e week
5 (3) Margriet de Moor - De schilder en het meisje (34) 4e week
6 (6) Ernest van der Kwast - Mama Tandoori (39) 6e week
7 (7) Suzanna Jansen - Het pauperparadijs (41) 36e week
8 (-)
9 (-)
10 (-)
Moord aan Van Brakelplein?
Er werd vanmorgen vroeg aan de bel getrokken. Toen ik even later uit het raam keek, zag ik dat de hele buurt afgezet was met linten. Fietsers en auto's werden weggestuurd. Een macht aan politiemensen op de been.
Een vrouw van de technische recherche, met blauwe handschoenen aan, keek de hele tijd in de bosjes. Op een gegeven ogenblik stak daar een wit been uit.
Een geblindeerd grijs busje kwam waar een brancard uit kwam. Daar werd een man (denk ik) opgelegd. Hij had een blote, dikke buik en een zwart broekje aan. Binnen tien minuten was alles verder opgeruimd. De hele operatie duurde een uur. Je bemerkt bij jezelf toch een sensatiezucht. Je wilt alles zien, terwijl je weet dat dat niet goed is voor je gemoedsrust.
- RTV Noord: Het is nog onduidelijk of het slachtoffer door een misdrijf om het leven is gekomen.
Update 12.00 uur: zonet weer politie aan de deur. Agent wilde zien of ik thuis was en als dat niet het geval was dan zou hij de deur proberen te openen met een sleutel die hij in een blauw bij zich had. In het blauwe zakje twee sleutels aan een roze aapje.
Update 13.00 uur: het is nog onduidelijk wie de man is. Kreeg net nog een agente aan de deur die buurtonderzoek deed. Op de site van de politie staat een signalement:
De politie vraagt mensen contact op te nemen met de politie als zij vermoedens hebben om wie het gaat. De politie in Groningen is bereikbaar op 0900-8844 (lokaal tarief).
Update 21.00: Het signalement is vastgesteld. Het gaat om een 48-jarige man. Er zijn geen aanwijzingen voor een misdrijf, aldus de politie.
Een vrouw van de technische recherche, met blauwe handschoenen aan, keek de hele tijd in de bosjes. Op een gegeven ogenblik stak daar een wit been uit.
Een geblindeerd grijs busje kwam waar een brancard uit kwam. Daar werd een man (denk ik) opgelegd. Hij had een blote, dikke buik en een zwart broekje aan. Binnen tien minuten was alles verder opgeruimd. De hele operatie duurde een uur. Je bemerkt bij jezelf toch een sensatiezucht. Je wilt alles zien, terwijl je weet dat dat niet goed is voor je gemoedsrust.
- RTV Noord: Het is nog onduidelijk of het slachtoffer door een misdrijf om het leven is gekomen.
Update 12.00 uur: zonet weer politie aan de deur. Agent wilde zien of ik thuis was en als dat niet het geval was dan zou hij de deur proberen te openen met een sleutel die hij in een blauw bij zich had. In het blauwe zakje twee sleutels aan een roze aapje.
Update 13.00 uur: het is nog onduidelijk wie de man is. Kreeg net nog een agente aan de deur die buurtonderzoek deed. Op de site van de politie staat een signalement:
De politie vraagt mensen contact op te nemen met de politie als zij vermoedens hebben om wie het gaat. De politie in Groningen is bereikbaar op 0900-8844 (lokaal tarief).
Update 21.00: Het signalement is vastgesteld. Het gaat om een 48-jarige man. Er zijn geen aanwijzingen voor een misdrijf, aldus de politie.
maandag 24 mei 2010
Recensie Mensje van Keulen – Een goed verhaal
Een bedevaart naar de Brontë-zussen
In het geweld van nieuwe romans en grote meeslepende vertellingen valt een verhalenbundel doorgaans minder op. Het verhaal zit sowieso in het verdomhoekje van de boekenkopers. Daarom is het goed dat er prijzen bestaan, zoals de Gouden Uil en de Libris Literatuur prijs. Mensje van Keulen haalde met Een goed verhaal de shortlist van beide prijzen. In de bundel staan zes verhalen van wisselende kwaliteit, maar zelfs de ‘mindere’ verhalen zijn van een hoog niveau.
In het openingsverhaal ‘De eerste man’ ziet een dochter haar vader na achttien jaar weer. Hij wil schoon schip maken met zijn verleden nu hij wil gaan hertrouwen. Zijn nukkige en rancuneuze dochter laat echter wel alles volgens haar wil verlopen. In tegenstelling tot de rest van de verhalen zijn de dialogen in dit verhaal wat stroef en houterig.
‘Wat wil je van me? Hoe wist je waar je me kon bereiken?’
‘Dat is niet zo moeilijk, ook al sta je niet in het telefoonboek. Iedereen kan iemand opsporen, daar is geen tv-programma voor nodig. Ik blijk een van je klanten te kennen. Je gebruikt je meisjesnaam, dat doet me deugd. Ben je getrouwd?’
‘Wat interesseert het je?’
‘Ik begrijp dat je zo reageert. Ik wou dat ik veel eerder contact met je had opgenomen. In gedachten heb ik dat zo vaak gedaan, ik kan wel zeggen dagelijks. geloof me.’
Er zitten een paar sterke vrouwenkarakters in deze bundel. Niet alleen de dochter die haar vader de maat neemt na zoveel jaar, maar ook de jonge vrouw die als een blok viel voor de schrijver Simon Passies die een Jan Siebelinkachtige charme bezit, maar achter de schermen een neurotische bullebak blijkt te zijn. Ondanks het leeftijdsverschil en ondanks zijn horkerige gedrag blijft zij toch van hem houden en alleen al door die liefde te verdedigen, met een superieur inzicht in haar geliefde, weet zij toch haar eigen pad te volgen. Intussen krijg je als lezer ook nog een ironisch inkijkje in de gemiddelde bibliotheekavond rond een schrijver.
Verreweg het beste verhaal in de bundel is ‘Bedevaart’ over lerares Paula Prager die in haar eentje een reis maakt naar Haworth, waar de Brontë-zussen geleefd hebben. Ik weet niet of je kunt beweren dat Paula eenzaam is, maar ze is wel op een verstikkende manier alleen. In haar gedachten heeft ze op alles en iedereen kritiek: de achtergrondmuziek op het schip (‘Wie vindt zoiets mooi?’), een meisje met mollige enkels (‘ze leest er een hele toekomst in van vermoeidheid, afwijzing, een voortijdige dood op een bank vol vlekken’), een mevrouw in het Brontë-museum (‘Dom wijf.’). Over het verleden van Paula kom je niet veel te weten. Ze heeft een slecht afgelopen jeugdliefde achter de rug. ‘Hubert. Huubje, voor zijn moeder. Ze hoopt dat hij veel pech in zijn leven heeft.’ Thuis heeft ze een kat die op haar wacht. ‘Bedevaart’ beschrijft niet alleen de tocht naar twee aanbeden schrijfsters en hun broer, het geeft ook de innerlijke reis van de hoofdpersoon die zichzelf tegenkomt, uiteindelijk dronken in een mannen-wc belandt, haar handen onder de urine. Veel lager kan ze niet zakken.
Als Joost Zwagerman nog een bundel gaat samenstellen van beste verhalen, dan kan ‘Bedevaart’ er direct in meegenomen worden. Als alle verhalen van dit niveau waren dan was de Libris Literatuur Prijs terecht voor haar. Nu denk ik dat de shortlist dit jaar het hoogst haalbare is. Misschien wordt het eens tijd voor een grote oeuvreprijs voor Mensje van Keulen.
Coen Peppelenbos
MENSJE VAN KEULEN – Een goed verhaal. Atlas, Amsterdam. 160 blz. €17,50.
Deze recensie verscheen eerder op tzum.info, op 4 mei 2010.
In het geweld van nieuwe romans en grote meeslepende vertellingen valt een verhalenbundel doorgaans minder op. Het verhaal zit sowieso in het verdomhoekje van de boekenkopers. Daarom is het goed dat er prijzen bestaan, zoals de Gouden Uil en de Libris Literatuur prijs. Mensje van Keulen haalde met Een goed verhaal de shortlist van beide prijzen. In de bundel staan zes verhalen van wisselende kwaliteit, maar zelfs de ‘mindere’ verhalen zijn van een hoog niveau.
In het openingsverhaal ‘De eerste man’ ziet een dochter haar vader na achttien jaar weer. Hij wil schoon schip maken met zijn verleden nu hij wil gaan hertrouwen. Zijn nukkige en rancuneuze dochter laat echter wel alles volgens haar wil verlopen. In tegenstelling tot de rest van de verhalen zijn de dialogen in dit verhaal wat stroef en houterig.
‘Wat wil je van me? Hoe wist je waar je me kon bereiken?’
‘Dat is niet zo moeilijk, ook al sta je niet in het telefoonboek. Iedereen kan iemand opsporen, daar is geen tv-programma voor nodig. Ik blijk een van je klanten te kennen. Je gebruikt je meisjesnaam, dat doet me deugd. Ben je getrouwd?’
‘Wat interesseert het je?’
‘Ik begrijp dat je zo reageert. Ik wou dat ik veel eerder contact met je had opgenomen. In gedachten heb ik dat zo vaak gedaan, ik kan wel zeggen dagelijks. geloof me.’
Er zitten een paar sterke vrouwenkarakters in deze bundel. Niet alleen de dochter die haar vader de maat neemt na zoveel jaar, maar ook de jonge vrouw die als een blok viel voor de schrijver Simon Passies die een Jan Siebelinkachtige charme bezit, maar achter de schermen een neurotische bullebak blijkt te zijn. Ondanks het leeftijdsverschil en ondanks zijn horkerige gedrag blijft zij toch van hem houden en alleen al door die liefde te verdedigen, met een superieur inzicht in haar geliefde, weet zij toch haar eigen pad te volgen. Intussen krijg je als lezer ook nog een ironisch inkijkje in de gemiddelde bibliotheekavond rond een schrijver.
Verreweg het beste verhaal in de bundel is ‘Bedevaart’ over lerares Paula Prager die in haar eentje een reis maakt naar Haworth, waar de Brontë-zussen geleefd hebben. Ik weet niet of je kunt beweren dat Paula eenzaam is, maar ze is wel op een verstikkende manier alleen. In haar gedachten heeft ze op alles en iedereen kritiek: de achtergrondmuziek op het schip (‘Wie vindt zoiets mooi?’), een meisje met mollige enkels (‘ze leest er een hele toekomst in van vermoeidheid, afwijzing, een voortijdige dood op een bank vol vlekken’), een mevrouw in het Brontë-museum (‘Dom wijf.’). Over het verleden van Paula kom je niet veel te weten. Ze heeft een slecht afgelopen jeugdliefde achter de rug. ‘Hubert. Huubje, voor zijn moeder. Ze hoopt dat hij veel pech in zijn leven heeft.’ Thuis heeft ze een kat die op haar wacht. ‘Bedevaart’ beschrijft niet alleen de tocht naar twee aanbeden schrijfsters en hun broer, het geeft ook de innerlijke reis van de hoofdpersoon die zichzelf tegenkomt, uiteindelijk dronken in een mannen-wc belandt, haar handen onder de urine. Veel lager kan ze niet zakken.
Als Joost Zwagerman nog een bundel gaat samenstellen van beste verhalen, dan kan ‘Bedevaart’ er direct in meegenomen worden. Als alle verhalen van dit niveau waren dan was de Libris Literatuur Prijs terecht voor haar. Nu denk ik dat de shortlist dit jaar het hoogst haalbare is. Misschien wordt het eens tijd voor een grote oeuvreprijs voor Mensje van Keulen.
Coen Peppelenbos
MENSJE VAN KEULEN – Een goed verhaal. Atlas, Amsterdam. 160 blz. €17,50.
Deze recensie verscheen eerder op tzum.info, op 4 mei 2010.
Recensie Marie Kessels – Ruw
Voer voor academici
Gemma, de hoofdpersoon van Ruw, de roman van Marie Kessels die genomineerd is voor de Libris Literatuur Prijs, is blind. In Ruw, ze zegt dat ze bezig is met aantekeningen, beschrijft ze het leven van iemand die door een ongeval opeens niet meer kan zien. Er zit voor de rest geen verhaal in het boek. Wel zijn er twee terugkerende elementen te ontdekken: het lezen en het wandelen.
Gemma loopt bij voorkeur ’s nachts routes door de stad, om zo hoor weg buiten weer enigszins te leren kennen. Kessels beschrijft minutieus hoe dat gaat, welke weg ze neemt, wat ze hoort, wat ze ruikt, wat ze aanraakt, wat haar geheugen haar leert en wat haar intuïtie haar zegt. De duistere sensatie over geleverd te zijn aan andere zintuigen weet ze daardoor goed over te brengen.
Bij het lezen gebeurt precies hetzelfde. Dat lezen is radicaal anders dan vroeger omdat de woorden op de tast veroverd moeten worden. De taal ontstaat onder haar vingers. Volgens de jury van de Libris Prijs is Ruw ‘niet alleen een prachtig geschreven roman over blindheid en eenzaamheid, het is tevens een lofrede op de zintuigen én een overtuigend pleidooi om langzamer te leven én te lezen.’ Ik vraag me dat ten zeerste af omdat ik na de zoveelste wandeltocht en het zoveelste boek juist de neiging kreeg om sneller te lezen. Ja, we weten het nu wel van dat tikkende geluid van de stok en ja, we weten dat het lezen van braille een andere leeservaring oproept. Waar is het verhaal?
Bij dit soort boeken vraag ik me altijd af wat mijn moeder ervan zou vinden. Haar aandacht vang je namelijk niet met zinnen als: ‘De ervaring leert dat zelfs een meer gestileerd neerkladden van gevoelsuitingen leidt tot een kwaadaardige woekering en verabsolutering van die gevoelsuitingen.’ Mijn aandacht trouwens ook niet. Je moet overigens behoorlijk belezen zijn, wil je alle verwijzingen naar schrijvers en boeken mee kunnen pikken: Apollinaire, Hrabal, Platonov, Dostojevski, Ponge, Borges, Renard, dat zijn zo maar een paar schrijvers die langskomen in het hoofd van Gemma. Dan verwacht je nogal wat van de lezer. Maar de lezer is blijkbaar te dom om een pavlovreactie te herkennen: ‘Het heeft maanden geduurd eer ik, op de manier van een hond die gaat kwijlen bij het horen van de etensbel, leerde de bladzijde en de regel meteen van een merkteken te voorzien, en nog altijd is het bepaald geen automatisme, geen echte pavlovreactie.’
Ruw is geschreven voor de academici onder ons die bij het lezen van de titel Nooit meer slapen in een boek direct denken aan het begin van die roman van Hermans. Ruw is voor academici die van lange, geconstrueerde zinnen houden die niet echt fraai geconstrueerd zijn. Academici die beginnen te kwijlen over poëtica’s als ze een zin lezen als: ‘Een metafoor valt gemakkelijk buiten de orde van de pragmatisch ingestelde geest, merk ik nu, zo’n hoge vlucht in de registers van taal kan hij zich eenvoudig niet permitteren, wil hij zijn meer elementaire problemen een beetje fatsoenlijk kunnen oplossen.’ Zo’n academicus ben ik niet.
Coen Peppelenbos
MARIE KESSELS – Ruw. De Bezige Bij, Amsterdam, 207 blz. €18,90.
Deze recensie verscheen eerder op tzum.info, op 9 mei 2010.
Gemma, de hoofdpersoon van Ruw, de roman van Marie Kessels die genomineerd is voor de Libris Literatuur Prijs, is blind. In Ruw, ze zegt dat ze bezig is met aantekeningen, beschrijft ze het leven van iemand die door een ongeval opeens niet meer kan zien. Er zit voor de rest geen verhaal in het boek. Wel zijn er twee terugkerende elementen te ontdekken: het lezen en het wandelen.
Gemma loopt bij voorkeur ’s nachts routes door de stad, om zo hoor weg buiten weer enigszins te leren kennen. Kessels beschrijft minutieus hoe dat gaat, welke weg ze neemt, wat ze hoort, wat ze ruikt, wat ze aanraakt, wat haar geheugen haar leert en wat haar intuïtie haar zegt. De duistere sensatie over geleverd te zijn aan andere zintuigen weet ze daardoor goed over te brengen.
Bij het lezen gebeurt precies hetzelfde. Dat lezen is radicaal anders dan vroeger omdat de woorden op de tast veroverd moeten worden. De taal ontstaat onder haar vingers. Volgens de jury van de Libris Prijs is Ruw ‘niet alleen een prachtig geschreven roman over blindheid en eenzaamheid, het is tevens een lofrede op de zintuigen én een overtuigend pleidooi om langzamer te leven én te lezen.’ Ik vraag me dat ten zeerste af omdat ik na de zoveelste wandeltocht en het zoveelste boek juist de neiging kreeg om sneller te lezen. Ja, we weten het nu wel van dat tikkende geluid van de stok en ja, we weten dat het lezen van braille een andere leeservaring oproept. Waar is het verhaal?
Bij dit soort boeken vraag ik me altijd af wat mijn moeder ervan zou vinden. Haar aandacht vang je namelijk niet met zinnen als: ‘De ervaring leert dat zelfs een meer gestileerd neerkladden van gevoelsuitingen leidt tot een kwaadaardige woekering en verabsolutering van die gevoelsuitingen.’ Mijn aandacht trouwens ook niet. Je moet overigens behoorlijk belezen zijn, wil je alle verwijzingen naar schrijvers en boeken mee kunnen pikken: Apollinaire, Hrabal, Platonov, Dostojevski, Ponge, Borges, Renard, dat zijn zo maar een paar schrijvers die langskomen in het hoofd van Gemma. Dan verwacht je nogal wat van de lezer. Maar de lezer is blijkbaar te dom om een pavlovreactie te herkennen: ‘Het heeft maanden geduurd eer ik, op de manier van een hond die gaat kwijlen bij het horen van de etensbel, leerde de bladzijde en de regel meteen van een merkteken te voorzien, en nog altijd is het bepaald geen automatisme, geen echte pavlovreactie.’
Ruw is geschreven voor de academici onder ons die bij het lezen van de titel Nooit meer slapen in een boek direct denken aan het begin van die roman van Hermans. Ruw is voor academici die van lange, geconstrueerde zinnen houden die niet echt fraai geconstrueerd zijn. Academici die beginnen te kwijlen over poëtica’s als ze een zin lezen als: ‘Een metafoor valt gemakkelijk buiten de orde van de pragmatisch ingestelde geest, merk ik nu, zo’n hoge vlucht in de registers van taal kan hij zich eenvoudig niet permitteren, wil hij zijn meer elementaire problemen een beetje fatsoenlijk kunnen oplossen.’ Zo’n academicus ben ik niet.
Coen Peppelenbos
MARIE KESSELS – Ruw. De Bezige Bij, Amsterdam, 207 blz. €18,90.
Deze recensie verscheen eerder op tzum.info, op 9 mei 2010.
Recensie Peter Terrin – De bewaker
Godot meets de gebroeders Temmes
Michel en Harry bewaken een luxe appartementencomplex. Waar (een stad) en wanneer (ergens in de toekomst) is niet zo duidelijk. Ze zitten daar in opdracht van ‘de organisatie’. Af en toe komen de bewoners met de lift naar beneden en vinden er kleine ontmoetingen plaats voordat ze met hun auto’s vertrekken. De bewakers blijven altijd binnen en verheugen zich op de komst van de dienstauto van de organisatie die de bevoorrading verzorgt.
De bewaker, de vierde roman van Peter Terrin wekt bevreemding op. De summiere informatie over het gebouw en zijn bewoners krijgen we dankzij Michel. Veel extra uitleg krijg je niet. Nauwelijks iets over de achtergronden van de beide bewakers noch over de organisatie waarvoor ze werken. De twee mannen zijn voortdurend in de hoogste staat van paraatheid, want ze verwachten een nieuwe voorraad en ooit moet een bewaker hen komen aflossen zodat zij kunnen promoveren naar een betere bewakingsplek. De twee bewakers doen direct denken aan Vladimir en Estragon in Wachten op Godot. Daarnaast zijn ze net zo gestrest en reageren ze net zo overspannen als de gebroeders Temmes van Van Kooten en De Bie. Zo kan Michel er absoluut niet tegen dat het water in de wc maar door blijft stromen als het knopje blijft hangen en heeft hij een dwangneurose in het natellen van de voorraad munitie ondanks dat hij weet dat er niets is veranderd. Beide mannen raken ook heftig overstuur van de binnenkomst van een vlieg.
De bewaker heeft een prachtig omslag dat terecht is genomineerd als een van de mooiste boekomslagen van vorig jaar. Met de Libris Literatuurprijsnominatie is het boek inmiddels al aan de vierde druk toe. Storende fouten (‘iets dat’) zijn er helaas nog niet uit gehaald. Hier en daar had ook een al te Vlaamse constructie aangepakt mogen worden. ‘Doorheen de varkensharen zie ik heel precies de ronding van het gebeente.’ ‘In het woord vooraf overloopt de hoofdredactrice de inhoud van haar blad.’
Terrin heeft de roman strak opgebouwd. In het eerste deel gaat het over de twee mannen die hun territorium verdedigen. In deel twee komt de derde bewaker, maar die komt hen niet aflossen. De zwarte man voegt zich bij hen in de toch al krappe ruimte en wordt direct met wantrouwen bejegend door Harry. Uiteindelijk leidt dat ertoe dat ze deze indringer op gruwelijke manier verstoten uit hun grondgebied. De bewoners zijn inmiddels op één bewoner na gevlucht. Harry en Michel weten niet precies waarom. De bevoorrading komt ook niet meer langs. In het derde deel overtreden de bewakers hun grenzen en trekken ze het onbekende gebouw binnen waar Michel alleen achterblijft en naar een hallucinerend einde toewerkt.
Omdat er veel onduidelijk is in De bewaker blijf je als lezer op afstand staan. Harry en Michel worden geen mensen van vlees en bloed. Ze doen hun routinematige handelingen als abstracte raderen in een grotere machine. Wat de uiteindelijke strekking van de roman is, blijft voor mij ook wat onduidelijk. Wil het boek ons waarschuwen voor een toekomst waarin er een bovenklasse is en een onderklasse die de bewaking vormt van de ander? Wie is die ene bewoner die in het gebouw overblijft? Een hallucinatie of is het een figuur van Bijbelse proporties? Geeft het boek een allegorische weergave van onze maatschappij waarin we bepaalde bevolkingsgroepen uitsluiten? Iets meer duiding had tot meer compassie met de hoofdpersonen geleid.
Coen Peppelenbos
PETER TERRIN: De bewaker. De Arbeiderspers, Amsterdam, 219 blz. €19,95.
Deze recensie verscheen eerder op tzum.info, op 3 mei 2010.
Michel en Harry bewaken een luxe appartementencomplex. Waar (een stad) en wanneer (ergens in de toekomst) is niet zo duidelijk. Ze zitten daar in opdracht van ‘de organisatie’. Af en toe komen de bewoners met de lift naar beneden en vinden er kleine ontmoetingen plaats voordat ze met hun auto’s vertrekken. De bewakers blijven altijd binnen en verheugen zich op de komst van de dienstauto van de organisatie die de bevoorrading verzorgt.
De bewaker, de vierde roman van Peter Terrin wekt bevreemding op. De summiere informatie over het gebouw en zijn bewoners krijgen we dankzij Michel. Veel extra uitleg krijg je niet. Nauwelijks iets over de achtergronden van de beide bewakers noch over de organisatie waarvoor ze werken. De twee mannen zijn voortdurend in de hoogste staat van paraatheid, want ze verwachten een nieuwe voorraad en ooit moet een bewaker hen komen aflossen zodat zij kunnen promoveren naar een betere bewakingsplek. De twee bewakers doen direct denken aan Vladimir en Estragon in Wachten op Godot. Daarnaast zijn ze net zo gestrest en reageren ze net zo overspannen als de gebroeders Temmes van Van Kooten en De Bie. Zo kan Michel er absoluut niet tegen dat het water in de wc maar door blijft stromen als het knopje blijft hangen en heeft hij een dwangneurose in het natellen van de voorraad munitie ondanks dat hij weet dat er niets is veranderd. Beide mannen raken ook heftig overstuur van de binnenkomst van een vlieg.
De bewaker heeft een prachtig omslag dat terecht is genomineerd als een van de mooiste boekomslagen van vorig jaar. Met de Libris Literatuurprijsnominatie is het boek inmiddels al aan de vierde druk toe. Storende fouten (‘iets dat’) zijn er helaas nog niet uit gehaald. Hier en daar had ook een al te Vlaamse constructie aangepakt mogen worden. ‘Doorheen de varkensharen zie ik heel precies de ronding van het gebeente.’ ‘In het woord vooraf overloopt de hoofdredactrice de inhoud van haar blad.’
Terrin heeft de roman strak opgebouwd. In het eerste deel gaat het over de twee mannen die hun territorium verdedigen. In deel twee komt de derde bewaker, maar die komt hen niet aflossen. De zwarte man voegt zich bij hen in de toch al krappe ruimte en wordt direct met wantrouwen bejegend door Harry. Uiteindelijk leidt dat ertoe dat ze deze indringer op gruwelijke manier verstoten uit hun grondgebied. De bewoners zijn inmiddels op één bewoner na gevlucht. Harry en Michel weten niet precies waarom. De bevoorrading komt ook niet meer langs. In het derde deel overtreden de bewakers hun grenzen en trekken ze het onbekende gebouw binnen waar Michel alleen achterblijft en naar een hallucinerend einde toewerkt.
Omdat er veel onduidelijk is in De bewaker blijf je als lezer op afstand staan. Harry en Michel worden geen mensen van vlees en bloed. Ze doen hun routinematige handelingen als abstracte raderen in een grotere machine. Wat de uiteindelijke strekking van de roman is, blijft voor mij ook wat onduidelijk. Wil het boek ons waarschuwen voor een toekomst waarin er een bovenklasse is en een onderklasse die de bewaking vormt van de ander? Wie is die ene bewoner die in het gebouw overblijft? Een hallucinatie of is het een figuur van Bijbelse proporties? Geeft het boek een allegorische weergave van onze maatschappij waarin we bepaalde bevolkingsgroepen uitsluiten? Iets meer duiding had tot meer compassie met de hoofdpersonen geleid.
Coen Peppelenbos
PETER TERRIN: De bewaker. De Arbeiderspers, Amsterdam, 219 blz. €19,95.
Deze recensie verscheen eerder op tzum.info, op 3 mei 2010.
Recensie Walter van den Broeck – Terug naar Walden
Herwonnen leesplezier
Eindelijk iemand die een verhaal kan vertellen, denk je, als je enkele hoofdstukken op weg bent in Terug naar Walden van Walter van den Broeck. In vergelijking met de andere Libris Literatuur Prijs-genomineerden is Van den Broeck de meest ambachtelijke. Waar anderen zich verliezen in poëtische taalconstructies en literatureluur, daar weet Van den Broeck je gewoon mee te slepen in de vertelling.
Hoofdpersoon is Ruler Marsh, de machtigste man ter wereld. Ooit heeft hij gezworen om wraak te nemen op de zelfmoorden van zijn ouders die tot hun wanhoopsdaad kwamen tijdens de grote economische crisis in Amerika voor de oorlog. Ruler Marsh zal niet rusten tot hij zoveel geld en zoveel macht zou bezitten dat hij de mensen die hij daarvoor verantwoordelijk stelt, de speculanten, de bankiers, kan treffen. Die dag is aangebroken aan het begin van het boek, want de oude, ietwat verwarde Marsh besluit opeens in zijn eentje zijn kantoor te verlaten, een vliegtuig te nemen en naar Brussel te gaan. ‘God is ervandoor!’ De financiële wereld staat meteen op instorten.
Van den Broeck zet de roman daarmee in een actuele context. Hij kan kritiek leveren op de financiële wereld, hij is een van de eerste schrijvers die president Obama in zijn roman opvoert, hij kan voormalige bewakers van Guantamo Bay een rol laten spelen (zij schaduwen Ruler Marsh en kijken niet op een lijkje meer of minder). Tegen over die harde feitelijke wereld zet Van den Broeck een wereld die minder verklaarbaar is. Ruler Marsh laat zich in zijn tocht naar Brussel leiden door zijn gevoel. Dat brengt hem ertoe om uit het Brusselse Hiltonhotel te ontsnappen en op goed geluk uit te komen bij de jonge prostituee Kaat, die hem weer meeneemt naar haar geboorteplaats in de Kempen: Wallem. Dat is het plaatsje waar ooit de voorouders van Marsh hebben geleefd.
Die overgang van de grote harde zakenwereld naar het kleine plaatsje Wallem is uiterst functioneel, want daar merkt Marsh hoe de beslissingen die ver weg door de machtigen worden genomen uitwerken in een kleine gemeenschap. Het is daar, op de grond van zijn voorouders, dat Marsh beseft dat zijn wraak ook deze onschuldige mensen zal treffen.
De grote lijnen die hierboven geschetst worden doen vermoeden dat de roman vrij zware kost is (en dan heb ik het nog niet eens gehad over ‘wormgaten’ en de kolonie Walden van Van Eeden waar de titel van het boek van is afgeleid). Dat is het helemaal niet. Van den Broeck springt met zijn verteller met het grootste gemak over van de miljardair Marsh naar de gewone apotheker uit Wallem die zich vooral druk maakt over zijn bijnaam (Jos Vergif) en de weigerachtige lampjes in het groene kruis dat aan zijn gevel hangt. De oude meester en dorpshistoricus komt langs, evenals zijn ambitieuze jonge opvolger, waardoor het boek ook een zekere luchtigheid en kluchtigeheid krijgt. Bovendien blijf je doorlezen omdat je wilt weten wat Ruler Marsh uiteindelijk in Wallem zal vinden en of hij de mannen die hem schaduwen weet voor te blijven.
Zijn er minpuntjes te noemen? Twee dan. Van den Broeck heeft (net als medegenomineerde Bernard Dewulf) de neiging om veel zinnen met ‘En’ te beginnen. En bijna altijd kun je dat woordje aan het begin van de zin zonder probleem weglaten. Daarnaast, maar daar kan de schrijver weinig aan doen, is het boek gruwelijk lelijk vormgegeven en goedkoop uitgegeven. Afijn, dat zijn maar kleinigheden. De rest van de roman zet je aan tot verdere analyse, maar bovenal ben je dankbaar voor een herwonnen leesplezier.
Coen Peppelenbos
WALTER VAN DEN BROECK – Terug naar Walden. Meulenhoff/Manteau. Antwerpen, 288 blz. €18,-
De recensie verscheen eerder op tzum.info, op 9 mei 2010
Eindelijk iemand die een verhaal kan vertellen, denk je, als je enkele hoofdstukken op weg bent in Terug naar Walden van Walter van den Broeck. In vergelijking met de andere Libris Literatuur Prijs-genomineerden is Van den Broeck de meest ambachtelijke. Waar anderen zich verliezen in poëtische taalconstructies en literatureluur, daar weet Van den Broeck je gewoon mee te slepen in de vertelling.
Hoofdpersoon is Ruler Marsh, de machtigste man ter wereld. Ooit heeft hij gezworen om wraak te nemen op de zelfmoorden van zijn ouders die tot hun wanhoopsdaad kwamen tijdens de grote economische crisis in Amerika voor de oorlog. Ruler Marsh zal niet rusten tot hij zoveel geld en zoveel macht zou bezitten dat hij de mensen die hij daarvoor verantwoordelijk stelt, de speculanten, de bankiers, kan treffen. Die dag is aangebroken aan het begin van het boek, want de oude, ietwat verwarde Marsh besluit opeens in zijn eentje zijn kantoor te verlaten, een vliegtuig te nemen en naar Brussel te gaan. ‘God is ervandoor!’ De financiële wereld staat meteen op instorten.
Van den Broeck zet de roman daarmee in een actuele context. Hij kan kritiek leveren op de financiële wereld, hij is een van de eerste schrijvers die president Obama in zijn roman opvoert, hij kan voormalige bewakers van Guantamo Bay een rol laten spelen (zij schaduwen Ruler Marsh en kijken niet op een lijkje meer of minder). Tegen over die harde feitelijke wereld zet Van den Broeck een wereld die minder verklaarbaar is. Ruler Marsh laat zich in zijn tocht naar Brussel leiden door zijn gevoel. Dat brengt hem ertoe om uit het Brusselse Hiltonhotel te ontsnappen en op goed geluk uit te komen bij de jonge prostituee Kaat, die hem weer meeneemt naar haar geboorteplaats in de Kempen: Wallem. Dat is het plaatsje waar ooit de voorouders van Marsh hebben geleefd.
Die overgang van de grote harde zakenwereld naar het kleine plaatsje Wallem is uiterst functioneel, want daar merkt Marsh hoe de beslissingen die ver weg door de machtigen worden genomen uitwerken in een kleine gemeenschap. Het is daar, op de grond van zijn voorouders, dat Marsh beseft dat zijn wraak ook deze onschuldige mensen zal treffen.
De grote lijnen die hierboven geschetst worden doen vermoeden dat de roman vrij zware kost is (en dan heb ik het nog niet eens gehad over ‘wormgaten’ en de kolonie Walden van Van Eeden waar de titel van het boek van is afgeleid). Dat is het helemaal niet. Van den Broeck springt met zijn verteller met het grootste gemak over van de miljardair Marsh naar de gewone apotheker uit Wallem die zich vooral druk maakt over zijn bijnaam (Jos Vergif) en de weigerachtige lampjes in het groene kruis dat aan zijn gevel hangt. De oude meester en dorpshistoricus komt langs, evenals zijn ambitieuze jonge opvolger, waardoor het boek ook een zekere luchtigheid en kluchtigeheid krijgt. Bovendien blijf je doorlezen omdat je wilt weten wat Ruler Marsh uiteindelijk in Wallem zal vinden en of hij de mannen die hem schaduwen weet voor te blijven.
Zijn er minpuntjes te noemen? Twee dan. Van den Broeck heeft (net als medegenomineerde Bernard Dewulf) de neiging om veel zinnen met ‘En’ te beginnen. En bijna altijd kun je dat woordje aan het begin van de zin zonder probleem weglaten. Daarnaast, maar daar kan de schrijver weinig aan doen, is het boek gruwelijk lelijk vormgegeven en goedkoop uitgegeven. Afijn, dat zijn maar kleinigheden. De rest van de roman zet je aan tot verdere analyse, maar bovenal ben je dankbaar voor een herwonnen leesplezier.
Coen Peppelenbos
WALTER VAN DEN BROECK – Terug naar Walden. Meulenhoff/Manteau. Antwerpen, 288 blz. €18,-
De recensie verscheen eerder op tzum.info, op 9 mei 2010
zondag 23 mei 2010
Recensie Bernard Dewulf – Kleine dagen
Kindergekeutel
Novelle staat er op het omslag van Kleine dagen van Bernard Dewulf. Dat is vast bedacht door een redacteur die niet goed zat op te letten, want het boek is een verzameling korte stukjes, columns, over het gezinsleven van Bernard Dewulf. De schrijver heeft twee kinderen, een jongen en een meisje en over elk groeistuipje, de eerste schooldagje, de eerste rekensom, het eerste schoolkampje, over echt alles en alles heeft Dewulf een stukje geschreven. Vroeger had het vrouwenmagazine Margriet een rubriek die ‘Goud voor uw brief’ heette, misschien bestaat het nog steeds, waar elk vertederend huiselijk voorval door de lezeressen werd overgebriefd. De ontroerendste brief kreeg een gouden tientje. Dat is in het kort de ‘novelle’ Kleine dagen: honderdvijftig o zo ontroerende stukjes.
Je vraagt je af hoe zo’n boek op de shortlist is terechtgekomen en wie hier een vriendendienst heeft bewezen, welk pas vader of moeder geworden jurylid zich zand in de ogen heeft laten strooien door de vermeend poëtische passages. Los van de taalfouten zoals ‘iets dat’ (maar liefst zes keer) en Vlaamse constructies (‘Er is ook een groot.’ ‘Wij wonen met vier.’ ‘Intussen slaapt normaal de vrouw naast mij.’) is Dewulf een liefhebber van herhaling, een poëtisch stijlkenmerk weliswaar, maar zo overvloedig gebruikt dat je er naar van wordt. Elk stukje is ongeveer een bladzijde lang. Binnen zo’n bladzijde wordt stelselmatig een woord drie, vier keer herhaald, het liefst aan het begin van de zin. Dan zie je dus op zo’n bladzijde zes keer een zin met ‘Hoe’ beginnen en op dezelfde bladzijde zes keer een zin met ‘Nog altijd’. Vier keer ‘Voor het eerst’, vier keer ‘Dan’, zes keer ‘En’, achttien keer ‘En’, tien keer ‘Wat’. Dat is geen poëtisch taalgebruik, dat is een gebrek aan woordenschat.
Naast het woordje ‘En’ heeft Dewulf een voorliefde voor het woordje ‘Nu’, niet alleen aan het begin van de zin, ook binnen de zin. Op elke bladzijde staat ergens het woordje ‘nu’, soms twee keer, of vijf keer, of zeven keer. Inhoudelijk komen de stukjes steeds neer op huiselijke filosofietjes over het verglijden van de tijd, maar dan behoorlijk poëtisch opgeschreven natuurlijk. ‘Zijn verleden is een erwt onder de matrassen van de toekomst.’ Na het plakken van een band: ‘We keren zijn fiets weer om, aan de haak van mijn geheugen rijdt hij zonder lek de toekomst van zijn straat in.’ ‘De wellust van het springen, waar is de tijd.’ De vergankelijkheid komt je op den duur de strot uit en die kinderen en het gezinsgeluk evenzeer.
Het kan zijn dat ik niet van kinderen houd en niet van ‘novelles’ over gezinsgeluk. Het kan zijn dat ik niet van boeken houd waarin zinnen steeds met dezelfde woorden beginnen. Het kan zijn dat ik niet van al te nadrukkelijk poëtische zinnen houd. Ik citeer nog een paar zinnen. Als die bevallen, dan moet u het boek vooral kopen.
‘Verveling is de sneeuwlucht van de verbeelding.’
‘Her en der staan groepjes puistjes en lage stemmen eigentijds samen te zweren, op zoek naar een ruggengraat.’
‘Stappend groeit ook aarzelend zijn hand.’
‘Als stilte vrolijk kan lijken, dan hier.’
‘Stiller dan hun afwezigheid is hun achtergebleven geur. De stilte van geur.’
‘Hoe zou het leven zijn geweest in deze kinderloze stilte? (…) Misschien is dit de stilte van straks.’
Mocht Dewulf straks toch de Libris Literatuur Prijs mee mogen nemen, dan zou dat een grote vergissing zijn.
Coen Peppelenbos
Bernard Dewulf - Kleine dagen. Atlas, Amsterdam. 187 blz. €18,90.
Verscheen eerder op tzum.info op 7 mei 2010.
Novelle staat er op het omslag van Kleine dagen van Bernard Dewulf. Dat is vast bedacht door een redacteur die niet goed zat op te letten, want het boek is een verzameling korte stukjes, columns, over het gezinsleven van Bernard Dewulf. De schrijver heeft twee kinderen, een jongen en een meisje en over elk groeistuipje, de eerste schooldagje, de eerste rekensom, het eerste schoolkampje, over echt alles en alles heeft Dewulf een stukje geschreven. Vroeger had het vrouwenmagazine Margriet een rubriek die ‘Goud voor uw brief’ heette, misschien bestaat het nog steeds, waar elk vertederend huiselijk voorval door de lezeressen werd overgebriefd. De ontroerendste brief kreeg een gouden tientje. Dat is in het kort de ‘novelle’ Kleine dagen: honderdvijftig o zo ontroerende stukjes.
Je vraagt je af hoe zo’n boek op de shortlist is terechtgekomen en wie hier een vriendendienst heeft bewezen, welk pas vader of moeder geworden jurylid zich zand in de ogen heeft laten strooien door de vermeend poëtische passages. Los van de taalfouten zoals ‘iets dat’ (maar liefst zes keer) en Vlaamse constructies (‘Er is ook een groot.’ ‘Wij wonen met vier.’ ‘Intussen slaapt normaal de vrouw naast mij.’) is Dewulf een liefhebber van herhaling, een poëtisch stijlkenmerk weliswaar, maar zo overvloedig gebruikt dat je er naar van wordt. Elk stukje is ongeveer een bladzijde lang. Binnen zo’n bladzijde wordt stelselmatig een woord drie, vier keer herhaald, het liefst aan het begin van de zin. Dan zie je dus op zo’n bladzijde zes keer een zin met ‘Hoe’ beginnen en op dezelfde bladzijde zes keer een zin met ‘Nog altijd’. Vier keer ‘Voor het eerst’, vier keer ‘Dan’, zes keer ‘En’, achttien keer ‘En’, tien keer ‘Wat’. Dat is geen poëtisch taalgebruik, dat is een gebrek aan woordenschat.
Naast het woordje ‘En’ heeft Dewulf een voorliefde voor het woordje ‘Nu’, niet alleen aan het begin van de zin, ook binnen de zin. Op elke bladzijde staat ergens het woordje ‘nu’, soms twee keer, of vijf keer, of zeven keer. Inhoudelijk komen de stukjes steeds neer op huiselijke filosofietjes over het verglijden van de tijd, maar dan behoorlijk poëtisch opgeschreven natuurlijk. ‘Zijn verleden is een erwt onder de matrassen van de toekomst.’ Na het plakken van een band: ‘We keren zijn fiets weer om, aan de haak van mijn geheugen rijdt hij zonder lek de toekomst van zijn straat in.’ ‘De wellust van het springen, waar is de tijd.’ De vergankelijkheid komt je op den duur de strot uit en die kinderen en het gezinsgeluk evenzeer.
Het kan zijn dat ik niet van kinderen houd en niet van ‘novelles’ over gezinsgeluk. Het kan zijn dat ik niet van boeken houd waarin zinnen steeds met dezelfde woorden beginnen. Het kan zijn dat ik niet van al te nadrukkelijk poëtische zinnen houd. Ik citeer nog een paar zinnen. Als die bevallen, dan moet u het boek vooral kopen.
‘Verveling is de sneeuwlucht van de verbeelding.’
‘Her en der staan groepjes puistjes en lage stemmen eigentijds samen te zweren, op zoek naar een ruggengraat.’
‘Stappend groeit ook aarzelend zijn hand.’
‘Als stilte vrolijk kan lijken, dan hier.’
‘Stiller dan hun afwezigheid is hun achtergebleven geur. De stilte van geur.’
‘Hoe zou het leven zijn geweest in deze kinderloze stilte? (…) Misschien is dit de stilte van straks.’
Mocht Dewulf straks toch de Libris Literatuur Prijs mee mogen nemen, dan zou dat een grote vergissing zijn.
Coen Peppelenbos
Bernard Dewulf - Kleine dagen. Atlas, Amsterdam. 187 blz. €18,90.
Verscheen eerder op tzum.info op 7 mei 2010.
De laatste filmpjes van Driek van Wissen
Op zijn weblog heeft de huisdichter van de universiteit van Groningen, Sacha Landkroon, een van de laatste optredens gefilmd van Driek van Wissen. Op vier filmpjes zie je Van Wissen optreden zoals hij dat het (denk ik) het liefste deed: niet voor een volle zaal met literaire fijnproevers, maar gewoon in een wijkgebouw tussen gewone mensen. In het onderstaande filmpje draagt hij een ook twee kindergedichten voor, voorafgegaan door een meer volwassen gedicht. Sacha Landkroon filmde dit op 16 april in de wijk Kostverloren.
zaterdag 22 mei 2010
Sieger MG wint prijs en wat gaat hij ermee doen?
Afgelopen dinsdag won Sieger MG de Tine Clevering-Meijer Prijs (waarvoor ondergetekende ook genomineerd was). Behalve op enkele weblogs is er nauwelijks aandacht besteed aan de prijs, wat toch wel vreemd is voor een prijs van €5.000,-. Juryleden Ronald Ohlsen en Herman Sandman waren afwezig. De laatste is ongetwijfeld degene geweest die het bericht op de site van de Groninger Gezinsbode heeft gezet. In de papieren versie kon ik het bericht niet terug vinden (maar zo keek ik ooit ook over een bericht van mij heen, het kan er dus wel degelijk in hebben gestaan). In het Dagblad van het Noorden tot nu toe ook niets (volgens mij).
De prijswinnaar heeft inmiddels al laten doorschemeren wat hij met het geld gaat doen:
(foto: Giny Backers)
De prijswinnaar heeft inmiddels al laten doorschemeren wat hij met het geld gaat doen:
Met deze prijs, zie ik eindelijk een mogelijkheid om een beetje tijd en ruimte te maken in mijn drukke, gefragmenteerde bestaan. Zo ben ik van plan om een deel van de prijs in te zetten om mijn verhalenbundel te realiseren. Een tweetal verhalen zijn al gepubliceerd, een stuk of vijf staan in de grondverf en de verhaallijnen voor de andere twintig zijn uitgedacht. Nu de uitvoering nog! De mogelijkheid is daar! Ook wil ik een deel besteden voor de aanschaf van bijvoorbeeld een animatie-laser, zodat ik de nachtelijke skyline van Groningen kleur kan geven met een gedicht.Lees meer over de plannen van Sieger op zijn blog.
(foto: Giny Backers)
Martin Ros: de hoogtepunten van 22 mei

Het orgasme van Theo Kars en andere hoogtepunten van Martin Ros op radio Selexyz.
Arnold Karskens - Rebellen met een reden
- Hij heeft uitzendingen op de televisie en komt dan altijd een beetje kloek zou ik zeggen, kloek tevoorschijn. Dat wil zeggen: hij benadert altijd de mensen die bestreden moeten worden en heeft eigenlijk vaak de zijde, de, persoonlijk de zijde gekozen van degenen die hij bestreed, begrijp je wat ik bedoel? Zo'n figuur is het dus, het is een beetje een versierde linkse figuur.
- Die Kroaten beschermden hun eigen dorpen. Mochten ze misschien? Dat is een heel groot drama, want die Kroaten waren in de oorlog een eh een groepering die vocht aan de zijde van de Duitsers. Ja, het is allemaal heel ingewikkeld. Die mensen nu willen graag weer vij zijn, begrijp je wel? Die Kroaat is een prachtig gebied, warm aanbevolen voor vakantie.
Curzio Malaparte - Fausto Coppi en Gino Bartalli
- De 'chiro' of 'sjiro', ik weet niet hoe je het uitspreekt, maar ja die Italianen hebben altijd een nieuwe uitspraak. Maar laten we maar zeggen Giro of sjiro.
- Wat wij gezien hebben in Nederland is natuurlijk niks. Kwamen ze braaf naast elkaar over de finish. Ze schrokken van Nederland: Wat is dit voor een raar kutlandje, daar kun je zo doorheen fieten, er gebeurt niets!
Theo Kars - Memoires van een slecht mens
- Hij heeft dus een enorme affaire gehaald, hè? Daar liggen de mensen, ouwe mensen van de telegraaf, eh van de telefoon die liggen er nog van wakker Hij heeft de telefoon voor 300.000 gulden opgelicht. Selexyzpresentator: De telefoon? De mensen, die boekjes,ja, ik weet niet hoe, lees dit boek dan? Daar staat het in hoe ie het dee.
- Maar ze hebben zich meester gemaakt van 300.000 gul, zeg maar een miljoen! Een miljoen! In die jaren.
- Hij breekt overal z'n nek over die meisjes, die lagen ook maar het liefst in zijn armen. Ik weet niet wat, wat ie dan zo extra, het duurde bij hem geen twee minuten, ook geen twaalf, maar een half uur, een uur, ik weet niet. Het orgasme moet iets verschrikkelijks geweest zijn van hem.
Spaak een boek over een burn-out van Pierre Carrière
Vanmiddag presenteerde Pierre Carrière (ja, hij heet echt zo) in De Puddingfabriek zijn eerste grote boek: Spaak, overwinnen van een burn-out. Het boek is niet zo'n zelfhulpboek van dertien in een dozijn, want Carrière hield tijdens zijn burn-out (en de langzame weg uit die burn-out) een dagboek bij waar hij al zijn frustratie, woede, angst en hoop in bijhield. Je daalt werkelijk af in de krochten van iemands geest. Die donkere stukken worden afgewisseld met dagboekfragmenten die later geschreven zijn, als het al weer beter gaat en hij kan reflecteren op zijn leven waarop ineens alles anders werd.
In eerste insatntie dacht Carrière aan een boekverbranding als leuke presentatie-act, maar dat ging uiteindelijk niet door. Hieronder zien we Pierre Carrière met iemand die in het boek P. genoemd wordt. Daaronder: drukte bij het signeren en als laatste de Carrièrezonen. Een van hen heeft een T-shirt aan met het ISBN van het boek. Ik geloof dat je het boek meteen kon bestellen bij Bol.com als je je I-Phone ervoor hield. Maar dat bestellen kan natuurlijk ook hier.
vrijdag 21 mei 2010
Driek van Wissen overleden

Driek van Wissen
Originally uploaded by coen peppelenbos
Op de site van RTV Noord en het Dagblad van het Noorden staat het schokkende bericht dat Driek van Wissen vannacht plosteling is overleden in Istanbul aan de gevolgen van een hersenbloeding. Van Wissen is 66 jaar geworden.
De dichter die tussen 2005 en 2009 Dichter des Vaderlands was oogstte lof en hoon in zijn functie. Ik ken hem voornamelijk als een aimabele man hier in het Groningse. Als je hem vroeg om op te treden dan was hij nooit te beroerd om acte de presence te geven. Vaak om niet, omdat hij het leuk vond. De laatste keer was dat tijdens de presentatie van de debuutbundel van André Degen voor wie hij een nieuw gedicht voor de gelegenheid had gemaakt.
Tot enkele jaren geleden woonde hij zelfs bij mij om de hoek. Dan stapte hij op zijn vouwfietsje en reed hij langs mijn huis. Dat is wel mooi: dat de Dichter des Vaderlands op een fietsje langs je huis rijdt. Ik vind het wel schokkend dat we hem nooit meer zullen zien fietsen of zien zitten in het café of voordragend een zaal aan het lachen te zien krijgen met zijn verzen.
Lees een mooi in memoriam door Joep van Ruiten.
donderdag 20 mei 2010
Benali in boeken: de kijkcijfers dalen weer
'Utrecht zweeft als een kogel tussen trots en schaamte.' Benali in boeken streek neer in de Domstad waar slechts twee schrijvers geïnterviewd werden: Ingmar Heytze en Manon Uphoff. De uitzending trok 121.000 kijkers.
Het centrale gegeven van deze uitzending was: Is Utrecht verdoemd (volgens de korte samenvatting), maar in werkelijkheid ging het over macht. Dat thema komt nadrukkelijk aan de orde in het leven en werk van Uphoff. Haar bekende verhaal 'Poep' is het enige literaire verhaal dat in de hele uitzending besproken wordt. Wel een mooi inkijkje in het oude huis waar de NSB ooit zat. Als Benali en Uphoff voor het huis staan, gaan daar net de gordijnen open. Anti-kraak.
Van stadsdichter Ingmar Heytze geen gedicht deze keer wel een pleidooi om al het oude te bewaren. 'Je bent een bewaarder van verloren dromen,' aldus Benali. Als voorbeeld wordt de gedigitaliseerde letter Petronius van de Utrechtse schilder Moesman gegeven. Volgende week: Nijmegen.
woensdag 19 mei 2010
NHL: over druppels en sleutels
Woensdagvond zitten we met de eerstegraadsopleiding in Groningen. Ver weg op het Zernikecomplex. Het gebouw waar het UOCG ook in zit is niet het toonbeeld van gezelligheid, meer zo'n gebouw waarin men de hoogtepunten van de DDR-architectuur probeert na te bootsen.
Nu wordt het moeilijker. De sleutels hangen sinds kort in een kastje. Dat kastje kun je weer openmaken met een druppel. Alleen niet met mijn druppel. Je gaat dus toch weer naar de receptie om een druppel op te halen die dat kastje open krijgt. Vervolgens haal je uit dat kastje je sleutel. Aan het einde van de avond, doe je de sleutel weer in het kastje en breng je de druppel weer naar dat bakje waar je vroeger de sleutel in deed.
Vorige week kwam de heugelijke mededeling dat je eigen druppel opgewaardeerd kon worden: de druppel opende dan niet alleen de deuren aan de ene kant van de gang, maar ook het kastje met sleutels aan de andere kant van de gang. Je vult je naam in, je nummer en doet het verzoek tot opwaardering. Je moet je e-mailadres achterlaten zodat ze je kunnen bereiken zodra de druppel is opgewaardeerd. Tot vandaag had ik niets gehoord, dus ik ging toch maar tegen vier uur naar het Zernikecomplex. Het wonder geschiedde: mijn druppel lag klaar.
Er is een koffie-apparaat voor docenten op de eerste verdieping. Wekelijks mogen twee gratis koffiemuntjes verbrassen in dat apparaat. Tot zover de extraatjes. Er was een kantine: handig voor de studenten die 's avonds even ergens willen zitten. Je kon er niets meer kopen 's avonds, want de balie ging om vier uur dicht, maar er stonden wel een paar van die automaten waar je een Mars of een gevulde koek uit kon halen. De kantine hebben ze gesloopt. Je kijkt van de lokalen nu recht op de Zernikeborg.
De Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Hogeschool heeft vreemde systemen, maar de Rug weet ook van wanten. Wij geven les op de begane grond. Meestal zitten we met de talen allemaal in één gang. De deuren links kun je openen met een 'druppel', de deuren rechts met een sleutel. Vraag me niet wat het idee daarachter was. Alle docenten hebben wel een druppel, de sleutel moest je elke week ophalen bij receptie. Aan het einde van de avond stopte je die weer in een bakje, want de receptie sloot om vier uur. Als je later les gaf, moest je een collega vragen om die sleutel op te halen of zelf twee uur eerder op school komen.
Nu wordt het moeilijker. De sleutels hangen sinds kort in een kastje. Dat kastje kun je weer openmaken met een druppel. Alleen niet met mijn druppel. Je gaat dus toch weer naar de receptie om een druppel op te halen die dat kastje open krijgt. Vervolgens haal je uit dat kastje je sleutel. Aan het einde van de avond, doe je de sleutel weer in het kastje en breng je de druppel weer naar dat bakje waar je vroeger de sleutel in deed.
Vorige week kwam de heugelijke mededeling dat je eigen druppel opgewaardeerd kon worden: de druppel opende dan niet alleen de deuren aan de ene kant van de gang, maar ook het kastje met sleutels aan de andere kant van de gang. Je vult je naam in, je nummer en doet het verzoek tot opwaardering. Je moet je e-mailadres achterlaten zodat ze je kunnen bereiken zodra de druppel is opgewaardeerd. Tot vandaag had ik niets gehoord, dus ik ging toch maar tegen vier uur naar het Zernikecomplex. Het wonder geschiedde: mijn druppel lag klaar.'Probeer hem even uit,' zei de vriendelijke jongen achter de balie. 'Het wil nog wel eens mis gaan.' Ik liep terug naar het kastje, onderweg probeerde ik een deur: die ging open. Het kastje gaf echter geen sjoege. Terug naar de balie, druppel weer ingeleverd. Ik kreeg een druppel waarmee ik gegarandeerd het kastje kon openkrijgen en jawel hoor: het kastje sprong open. Daarna wilde ik de deur voor een groep studenten openen, maar dat weigerde deze druppel. Dit was een kastjesdruppel, geen deurdruppel. Volgende week maar weer om kwart voor vier naar de receptie. Er wordt altijd geklaagd over docenten, dat ze zo weinig tijd voor onderwijstaken hebben. Dat klopt.
Labels:
NHL
0
reacties
Top 10 Nederlandse literatuur - week 20

Bernard Dewulf is met zijn prijsboek binnengekomen op de tweede plek.
De CPNB publiceert elke week een top 60 van best verkochte boeken. Alle titels staan door elkaar (non-fictie, fictie, Nederlands, vertaald, crimi, literatuur). Daarom de literaire top 10 van best verkopende Nederlandse titels (die ik tot de literatuur reken). Tussen haakjes de stand vorige week, tussen haakjes na de titel de stand op de Bestsellerlijst van de CPNB.
1 (1) Martin Bril - Rokjesdag (18) 5e week
2 (-) Bernard Dewulf - Kleine dagen (25) 1e week
3 (2) Margriet de Moor - De schilder en het meisje (27) 3e week
4 (6) Robert Vuijsje - Alleen maar nette mensen (31) 53e week
5 (4) Franca Treur - Dorsvloer vol confetti (33) 21e week
6 (3) Ernest van der Kwast - Mama Tandoori (35) 5e week
7 (5) Suzanna Jansen - Het pauperparadijs (51) 35e week
8 (7) Herman Koch - Het diner (54) 71e week
9 (-)
10 (-)
Sieger MG wint Tine Clevering-Meijer Prijs 2010
Eerst trad Sieger MG nog gewoon op als entre'acte tussen de uitreiking van de speciale gelden voor twintig verenigingen in de provincie ('Is de christelijke zangvereniging De Bazuin uit Eenrum aanwezig?') die met een premie van 500 euro naar huis mochten en de uitreiking van de Tine Clevering-Meijer Prijs.
De prijsuitreiking ging ander dan ik gedacht had. Op de derde plaats kwam Anton Scheepstra. Hem had ik vooraf getipt als winnaar, omdat hij zich op de achtergrond jarenlang heeft ingezet voor een goed literair klimaat in de stad Groningen. Niet alleen als uitgever, maar juist ook als bestuurder en initiatiefnemer van allerlei literaire activiteiten. Op de tweede plaats kwam ik, mede dankzij dit blog. Toen was het al duidelijk dat Sieger de prijs zou winnen. Sieger nam zijn applaus al in ontvangst en stond al naast de voorzitter die aan een uiteenzetting van de activiteiten van Sieger toekwam. Die duurde zo lang dat Sieger maar weer schielijk ging zitten. Niet lang daarna bleek dat dit ook slechts de voordracht aan het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds was, waarna Max van den Berg naar voren trad en als bestuursvoorzitter het voorstel van de jury bekrachtigde, waarna Sieger MG opnieuw naar voren liep en nu wel het beeldje van Eddie Roos en een cheque van 5000 euro in ontvangst mocht nemen.
(foto cp)
(foto Dirry Peppelenbos)
De avond begon een beetje raar, want voor de ingang van het Provinciehuis stond een eenzame protesteerder. 'Mag ik vragen van welke organisatie u bent, want we willen protesteren tegen de gang van zaken. Wij vinden dat we er vanavond maar een beetje als klapvee bij zitten in de zaal.' Ik zei dat ik een van de genomineerden was. 'Oh, gaat u dan maar naar binnen.'Verenigingen die een afgevaardigde hadden gestuurd maakten kans op de extra donatie van 500 euro; verenigingen die dat niet gedaan hadden, werden terzijde gelegd ('Is de christelijke zangvereniging De Bazuin uit Leek aanwezig?'). Ik kende niet veel mensen in de zaal. Gelukkig waren mijn vader en moeder er wel, evenals Alfred, Diane, Giny, Jan, Pieter en Roos.
De eenzame protestant was de eerste die namens zijn vereniging 500 euro mee naar huis mocht nemen.
(foto's Giny Backers)
(foto Dirry Peppelenbos)
Van Sieger werden vooral zijn vernieuwende activiteiten genoemd, zoals zijn deelname aan 'wordslams' en 'wordjams' ('Ik wist niet eens dat het bestond,' zei de juryvoorzitter). Daarnaast werd zijn website enorm geprezen. De 5000 euro die Sieger heeft gewonnen, moet hij, in overleg met het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds, besteden binnen het terrein van de letteren. Sieger gefeliciteerd!dinsdag 18 mei 2010
Nomineer nu voor de Tzum-prijs
Tzum-prijs 2010
Het is weer tijd voor de nominatieronde voor de kleinste prijs van Nederland. De Tzum-prijs voor de mooiste zin in verhalend proza van het afgelopen jaar. Iedereen mag nomineren. In het volgende najaarsnummer worden alle nominaties gepubliceerd. De jury zal eind augustus een winnaar aanwijzen.
De winnende schrijver ontvangt een bedrag in euro’s dat gelijk is aan het aantal woorden in de zin. En een fraaie beker. Dit jaar wordt de Tzum-prijs voor de negende maal uitgereikt. Vorige winnaars waren: Paul Mennes (2002), Doeschka Meijsing (2003), Stijn Aerden (2004), Ilja Leonard Pfeijffer (2005), Tommy Wieringa (2006), Jeroen Brouwers (2007), A.F.Th. van der Heijden (2008) en Erwin Mortier (2009).
Onder de inzenders worden drie exemplaren verloot van het Basisboek Literatuur, een onmisbaar naslagwerk van Joke van Balen, Corrie Joosten en Coen Peppelenbos.
Einddatum inzending: 15 augustus
1 Nomineer direct hier.
2 E-mailen kan ook: redactie.tzum@kleineuil.nl
Het is weer tijd voor de nominatieronde voor de kleinste prijs van Nederland. De Tzum-prijs voor de mooiste zin in verhalend proza van het afgelopen jaar. Iedereen mag nomineren. In het volgende najaarsnummer worden alle nominaties gepubliceerd. De jury zal eind augustus een winnaar aanwijzen.
De winnende schrijver ontvangt een bedrag in euro’s dat gelijk is aan het aantal woorden in de zin. En een fraaie beker. Dit jaar wordt de Tzum-prijs voor de negende maal uitgereikt. Vorige winnaars waren: Paul Mennes (2002), Doeschka Meijsing (2003), Stijn Aerden (2004), Ilja Leonard Pfeijffer (2005), Tommy Wieringa (2006), Jeroen Brouwers (2007), A.F.Th. van der Heijden (2008) en Erwin Mortier (2009).
Voorwaarden:
- De zin moest staan in een oorspronkelijk Nederlands prozawerk dat in boekvorm voor het eerst is gepubliceerd in 2009 (geen eigen beheer-uitgaven).
- Iedereen mag inzenden, iedereen mag meer dan 1 zin inzenden.
- Inzendingen dienen het citaat en het bladzijdenummer te vermelden.
- De deskundige jury mag zelf ook zinnen toevoegen. Bij meer dan drie genomineerde zinnen uit één boek kan de jury een voorselectie maken.
- Vermeld uw eigen naam en adres. Uw naam wordt ook genoemd als inzender bij de nominatie.
Onder de inzenders worden drie exemplaren verloot van het Basisboek Literatuur, een onmisbaar naslagwerk van Joke van Balen, Corrie Joosten en Coen Peppelenbos.
Einddatum inzending: 15 augustus
1 Nomineer direct hier.
2 E-mailen kan ook: redactie.tzum@kleineuil.nl
maandag 17 mei 2010
Schrijvers op sigarenbandjes
Vroeger spaarde ik sigarenbandjes. Dat ging heel goed, want iedereen rookte destijds. Opa's rookten sigaren. De sigaar was voor een grootvader wat een bloemetjesjurk voor een grootmoeder was. Om klanten te lokken deden sigarenfabrikanten mooie sigarenbandjes om de sigaren en grote platte bovenin de doos. Washington had mooie sjieke bandjes (Amerikaanse geschiedenis), Willem II wat minder sjieke (denk aan de vlinderserie en de insectenserie). Af en toe vind ik in mijn map een obscuur sigarenmerk, zoals de Vlaamse sigaar met vreselijke naam Stomkop.
Weinig schrijvers zijn terug te vinden op de sigarenbandjes. Alleen Victor Hugo had een schrijversserie, maar die was het misschien aan zijn naam verplicht. Van de vijftiendelige serie had ik er maar zeven: Homerus, Moliere, Engels, Calderon, Gezelle, Hooft en More.
Abonneren op:
Posts (Atom)






































