hij hem

hij hem
Nu in de winkel

donderdag 31 mei 2007

In de tussentijd 2

- De hele nacht half wakker gelegen door een mug. Dacht de hele tijd: jij krijgt geen bloed van me. Iets voor negenen belde iemand. Besloot ondanks vermoeidheid toch op te staan (misschien was het het ziekenhuis met een afspraak voor de scan). Niets ingesproken.
Kranten met dat idiote nieuws over Groningen waar een aantal gekken homo's hebben verkracht en met hiv besmet hebben. Weet nog wel een leuke straf voor ze in het Martini-ziekenhuis.
Wilde daarna een leuk stoer blogje schrijven, maar mijn Norton anti-virusscanner bleef maar ratelen en ratelen (waardoor alle programma's zo traag als stront gaan en niets meteen werkt). Op den duur zo kwaad dat ik met dingen ben gaan smijten, ook de was nog keihard in het water gegooid tot het water van de keukenkastjes droop. Daarna enorme huilbui. De eerste van de week. Op de klok was het kwart over elf. Het moment waarop ik een week geleden de operatiekamer werd binnengereden.
- Daar had ik dus over willen schrijven. Dat ze je de ok binnenrijden en dat iedereen die daar bezig is je een hand komt geven, zich netjes voorstelt en dan weer verder gaat met werken. Alsof het een vergadering betreft.
- Dinsdagavond. Wil tijdens het tweede college iets op het bord schrijven, maar zie geen krijtje. Kijk in het voorvak van mijn tas. Er liggen een paar krijtjes naast een stripje zetpillen (voor het geval ik te misselijk zou zijn voor gewone pijnstillers). Heel even denk ik dat het leuk is als ik met een zetpil op bord schrijf. Heel even.
- Gisteren verontschuldigde iemand zich omdat hij over zijn nieuwe geliefde vertelde, terwijl ik net mijn kankerverhaaltje gedaan had. Maar ik wil erg graag over die nieuwe liefde horen. Ik wil heel erg graag over heel veel nieuwe en oude liefdes horen.
- Nam gisteren in het Harmoniegebouw een mondeling tentamen af. Studente (van het type waarbij een tentamen eigenlijk overbodig is, iemand die je van tevoren wel een 8 kunt geven) had een chocoladecake voor me meegenomen. Ze gaf het pas nadat ik haar cijfer had genoemd. Heel keurig. Elk ander moment was fout geweest, maar dat moment was goed. Zou ze nog een 8 voor moeten krijgen. 's Avonds met M. de cake al bijna opgegeten.
- Tussendoor ben ik me een beetje aan het voorbereiden voor de presentatie van de nieuwe bundel van Jan Glas, morgenmiddag om 4 uur bij het Huis van de Groninger Toal. Vanochtend de bundel maar van de uitgeverij gehaald. Een van de mensen die optreedt, is Erik Harteveld. Klik op de voorgaande link en je hoort een prachtig ontroerend en hilarisch liedje.
Bi'j d'r nog?!
- UFO-filmpje nu over de 200 kijkers.

woensdag 30 mei 2007

In de tussentijd

- Hoeveel bloed hebben ze eigenlijk van je nodig, die vampieren bij het ziekenhuis? Gisteren weer drie buisjes afgestaan. Door Peter gebracht. Daarna nog door het hele ziekenhuis gelopen om erachter te komen wanneer ik gescand zou moeten worden, maar zowel bij urologie als bij radiologie wist men nog geen tijdstip. Toevallig kwamen we op de trap (waarom hebben ze urologie op de vierde verdieping neergezet?) de man tegen die me vorige week woensdag de vreselijke mededeling moest doen. Na wat geïnteresseerde vragen zei hij dat de eerste uitslagen van het bloedonderzoek in de richting van een seminoom wezen. Dat is van de soorten kanker die je kunt hebben, de beste variant (hiep hoi, toeters en slingers: ik heb de goede kanker).
- Daarna naar Leeuwarden om te werken bij de flex. Corrie, mijn rots, had van tevoren al alle groepen ingelicht over mijn afgelopen week. Dat is beter dan zelf die mededeling doen, want je ziet dan niet de eerste schrikreacties. Nu erg veel lieve collega's die even komen praten, erg aardige studenten. Vroegen bij beide colleges aan het begin bezorgd hoe het ging, maar gingen na een paar vragen ook gewoon door met het gewone college. Halverwege het eerste college zei een studente over een personage dat ze liever een man met ballen had. Een paar studenten keken verschrikt op; ik kon er wel om lachen omdat ik zelf ook continu morbide grappen maak; de rest viel het niet op.
- Waar je erg aan moet wennen, is de schrik bij anderen. Er zijn mensen die niet durven doorvragen. Er zijn mensen die je extra willen aanraken. Er zijn mensen die dat absoluut niet willen. Het enige wat je doet is registreren en alles toelaten, omdat elke reactie toegestaan is. Ik weet namelijk ook niet wat anderen hebben meegemaakt en waarom ze precies schrikken.
- Los van alle ellende heeft ziek zijn ook iets behaagzieks. Ik geniet ook van alle aandacht. Je staat in het middelpunt van de belangstelling, je krijgt de hele dag telefoontjes, mensen sturen voortdurend aardige mails, kaarten en brieven. Ik kan het iedereen aanraden. Maar als je echt belangstelling wilt dan moet je een filmpje over een UFO op je site zetten. Het domme filmpje van een luchtballon boven de daken is gisteren zo'n 140 keer bekeken, terwijl gewone filmpjes over zingende dichters nog niet half zoveel bezoekers trekken.

dinsdag 29 mei 2007

UFO

Nu wordt-ie ook nog een beetje ga-ga.

Gefilmd vanuit mijn dakraam.

zondag 27 mei 2007

Atelierroute

Om de zinnen eens te verzetten na deze horribele week met Karel en Sybe op atelierroute gegaan in Groningen. Begonnen bij Alex den Braver die met een aantal mensen een soort commune heeft aan de rand van Groningen. Veel pipowoonwagens en daartussendoor prachtige lampen en kasten in een soort idyllische Ruigoordsfeer.

Daarna naar de andere rand van Groningen, een industrieterrein achter de Euroborg waar grote loodsen staan waar mensen oude auto's slopen en waar kunstenaars opeens ateliers hebben. We gingen voor de kunst van Jan Kenter.

Daarna naar Wil Schmal, die naast gitarist ook nog eens kunst maakt. Zij had twee dichters in huis: Bart FM Droog en Rense Sinkgraven. Rense zingt. Obed Brinkman speelde prachtig op de trombone.

Kanker (3)

- Dit is denk ik het laatste stukje waar Kanker bovenstaat. Ik vind het een naar woord. Te hard, te heftig. Bovendien weet ik niet of ik er nog recht op heb. De emoties schieten nog steeds van diep zelfmedelijden naar heel nuchtere gedachten: stel je niet zo aan. Kreeg gisteren een enorm boeket van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en mijn eerste gedachte was: Zo erg was het nou ook weer niet.
- Vlak voordat je naar een tandarts moet voor een stevige ingreep, zie je overal advertenties, teksten en tv-programma's die je helpen herinneren aan de tandarts. Met kanker is dat ook zo. Gisteren op de voorpagina van Volkskrant magazine zegt medisch ethicus Heleen Dupuis: 'Dementie is erger dan kanker'. Als ik de radio aanzet, hoor ik een man op radio 1 praten over een experiment praten dat in Amsterdam loopt. Mensen met kanker doorlopen binnen twee dagen alle testen die horen bij kankeronderzoek, krijgen vervolgens een behandelplan en worden daarna verder verzorgd in hun eigen ziekenhuis. Heel erg nuttig lijkt me. Ik weet pas iets over de resultaten op 6 juni. De komende week moet ik onder de scan, maar ik weet nu nog niet wanneer.
- Gisteren een paar boodschapjes gehaald. Maar twee flessen cola, twee pak koeken en nog wat klein grut was toch te zwaar. Zo'n kleine snee in je lies en je hele kracht gaat eraan.
- Toen ik terugliep (een beetje als een oude man, met van die kleine stapjes) van de supermarkt scheurde er een Oosterparker voorbij op een brommertje, kale kop, bomberjack, die schreeuwde: 'Kankerlijer.' In plaats van geschokt was ik verbaasd: kun je het zo goed zien dan?
- Met Corrie gisteren de stad in om te eten. Bij de studentenvereniging Albertus hing een grote reclamebanier voor de KWF. Ze zijn dus al meteen voor me bezig.
- Vegetarisch (nou ja, met vis dan) gegeten bij Brussels lof. Zoals altijd heerlijk. Nog reddend opgetreden toen er op de tafel achter Corrie een brandende kaars omviel. Heb toch nog 'nut', kan toch nog vrij snel handelen.
- Voor de tweede avond uit eten en voor de tweede keer mocht ik niet betalen. Ziek zijn heeft zo zijn voordelen.
- Ben sinds vrijdag gestopt met roken. Donderdagavond na de operatie heb ik nog een paar pijpen weggepaft, meer uit gewoonte, echte trek had ik niet. Vrijdag en zaterdag zonder moeite rookvrij. Nu was ik al net drie weken bezig om te minderen met roken (vanaf 1 mei om precies te zijn), vanwege totaal andere redenen (je tanden gaan zo scheef staan van het pijproken) dan gezondheidsklachten, dus deze operatie kwam op het goede moment. Toch zou ik anderen eerder nictoniepleisters aanraden.
- Was sinds drie weken ook weer begonnen met sporten (twee keer per week fitness) om er weer acceptabel uit te zien op het naaktstrand deze zomer. Daar komt nu een kinkje in de kabel. Donderdagochtend voor de operatie toch eerst op de weegschaal gestaan thuis. 84.7 kilo. Een van de eerste dingen die ik deed toen ik donderdagavond door mijn familie weer veilig was thuisgebracht was de gang naar de weegschaal. Ik schatte dat zo'n verwijderingsoperatie toch minimaal een halve kilo zou schelen. Maar niks hoor: 86.4 kilo. Kwam door al dat vocht dat ze je toedienen in het ziekenhuis. Bij mij zijn er zeker twee a drie liter ingegaan. Viel toch vies tegen.

zaterdag 26 mei 2007

Kanker (2)

- Sinds ik een logje over kanker heb gemaakt, verschijnen in de Google-ads hierboven steeds advertenties over kankerbehandelingen en boeken over rouwverwerking. Meneer Google leest deze logjes goed.
- Er staat nu wel kanker boven, maar er bestaat een kans dat ik die kanker al weer kwijt ben. Zit je een beetje stemming te maken met een ziekte die alweer weg is. Het kan natuurlijk net zo goed anders zijn. Ook daar denk je aan en aan alle consequenties die daarbij kunnen horen.
- Het rare is: ik heb nooit echt pijn gehad. Voor de operatie niet en na de operatie ook niet echt. Ja zo'n wond is niet prettig, maar je voelt alleen maar iets als je moet poepen, niezen of hard lachen.
- Voor een (niet zo heel erg) actieve homoseksuele man is de verwijdering van een bal natuurlijk een gruwel. Voor heteromannen nog meer denk ik, want woensdag werd nog nadrukkelijk gevraagd of ik kinderwensen had en of ik dacht aan het stichten van een gezin.
- Voor je libido scheelt de verwijdering van een bal niet veel. Al op de verkoeverkamer zag ik een erg mooie dokter (verpleger?) langskomen. Flirten is echter een beetje moeilijk als je met flessen vocht aan je lijf, een bloedrukmeter aan je arm, een bal minder en wat lodderig ogend achterover in een ziekenhuisbed ligt te herstellen en toch nog probeert een goede indruk te maken.
- Gisterochtend in het Dagblad van het Noorden een recensie van Friese jongens van Doeke (1 keer Frisse jongens genoemd) en Sing Sing. We kregen allebei drie sterren van de vijf, alhoewel de bespreking van mijn bundel iets positiever was. Ik zou ook niet weten hoe ik zou reageren als in die recensie had gestaan dat mijn poëzie volstrekt overbodig zou zijn. Het kan me dus, ondanks dat mijn gedachten meer bij mijn gezondheid liggen, nog steeds schelen hoe men over mijn werk denkt.

vrijdag 25 mei 2007

Kanker

En toen had ik opeens kanker. Het is natuurlijk ook de goden verzoeken als je een boek over de dood maakt. Vorige week merkte ik dat mijn rechterbal groter en harder was dan normaal. Afgelopen dinsdag naar de huisarts geweest, die me doorverwees naar het ziekenhuis. Woensdagmiddag om drie uur maakte men een echo, een uur later zat ik bij de uroloog op een andere locatie van het ziekenhuis in Groningen naar de mededeling te luisteren dat ik kanker had en dat ik de volgende ochtend al een operatie moest ondergaan.
Gisterochtend in het Martiniziekenhuis is het gezwel weggehaald (de hele bal dus). Ze snijden een stukje in je lies en grabbelen dan van binnenuit alles leeg. Het leek me prettig om dat onder volledige narcose te ondergaan. Aan het eind van de middag was ik al weer zo ver hersteld dat ik naar huis kon met wat pijnstillers in de tas. Vanaf volgende week ga ik de verdere kankermolen in: scans, bloedafnames en meer. Wordt vervolgd dus.
Vandaag al weer op de been. Wat klooien in huis, lezen in het zomerdagboek van Désanne van Bredero (ik moest afgelopen maandag college geven over de oude Bredero en heb uit de bieb ook de nieuwe maar meegenomen) en hangen op de bank en voor zover het kan familie en vrienden geruststellen. Ik heb woensdagnacht nog wat mailtjes rondgestuurd met de mededeling dat ik kanker had en op het moment dat die mailtjes gelezen werden, lag ik al op de operatietafel. Zo jaag je dus iedereen schrik aan.

zaterdag 19 mei 2007

Nieuws! Boekenkast, Ted van Lieshout en Prinsentuin

1 In Utrecht vindt elk jaar het Midzomertgrachtfestival plaats. Tijdens dat festival organiseert men altijd het literatuurprogramma Uit de boekenkast. Op 17 juni Te gast zijn dit keer de auteurs Gerbrand Bakker, Floortje Zwigtman, Stipo Jeleè, en Farida Laan. Zij vertellen uitgebreid over hun boeken, schrijversschap en kunst in de interviews met journalist/presentator Inge Diepman. Diepman zelf schreef (samen met haar vrouw Sylia de Graaf) de recent verschenen autobiografische roman Diep, die tijdens Uit de boekenKast ook aan bod zal komen.
2 Op Meander vandaag een mooie recensie over de 100 mooiste Drentse, Friese en Groningse gedichten. 'Een aanwinst voor iedereen die houdt van poëzie en ons culturele erfgoed een warm hart toedraagt.'
3 Op zijn weblog strijdt Ted van Lieshout voor een gelijke behandeling van dichters voor jeugd en dichters voor volwassenen.
4 Dichters in de Prinsentuin presenteert alvast de namen van dichters die dit jaar zullen optreden tijdens de 10e editie van dit botanische festival in Groningen op 25, 26 en 27 juli 2007 te Groningen
Met o.a. Al Galidi, Maria Barnas, Erik Bindervoet, Thomas Blondeau, Mark Boog, Chrétien Breukers, Tsead Bruinja, Maarten Das, F. van Dixhoorn, Arjen Duinker, Hélène Gélens, Hans Groenewegen, Erik Jan Harmens, Kees ‘t Hart, Tjitse Hofman, Saskia de Jong, Astrid Lampe, Jane Leusink, Jannah Loontjens, Bart Meuleman, K. Michel, Nanne Nauta, Tonnus Oosterhoff, Didi de Paris, Coen Peppelenbos, Ester Naomi Perquin, Xavier Roelens, Rense Sinkgraven, Mustafa Stitou, Anne Vegter, ACG Vianen, Hans Wap, Leví Weemoedt, Menno Wigman, Driek van Wissen en Peer Wittenbols.
5 Op zijn nieuwe website staat alles te lezen over Erik Lindner. Zo heeft hij meegwerkt aan stedenbundels die ik heb samengesteld. Hij promoveert onze uitgeverij meteen tot een Gouden Uil, terwijl het toch echt een kleine Uil is. Toch dank. (inmiddels verbeterd)

donderdag 17 mei 2007

Doodstil 2

Nog meer foto's van de presentatie (nu van Peter). Achtereenvolgens twee samenstellers: Herman Maring en IJnte Botke (voor de rijk versierde preekstoel), Peter Breukink van de Stichting Oude Groninger Kerken die het eerste exemplaar in ontvangst nam, de derde samensteller die vol bewondering door het boek bladert, de stadsdichter van Groningen Rense Sinkgraven, de provinciedichter van Groningen Jan Glas en een kijkje in de volle kerk.





Doodstil 1

Hemelvaartsdag 2007. Peter en ik sjouwen tafels de kerk van Midwolde binnen voor de presentatie van Doodstil. Die prachtige kerk met een praalgraf, rouwborden en allerlei soorten van doodsymboliek op de preekstoel was bij uitstek geschikt voor een boek over dood en begraven in Groningen.


Dit zijn de eerste foto's (van mijn moeder). Later meer.

Recensie LC: Peter Carey - Diefstal

Bedrogene wordt bedrieger

Wie denkt dat kunst over verheven gevoelens en idealen of over schoonheid gaat die heeft het mis. In Diefstal maakt de Australische schrijver Peter Carey duidelijk dat het alleen maar draait om geld en macht.

De eens zo succesvolle schilder Michael Boone, of Butcher Bones zoals hij als slagerszoon genoemd wordt, zit aardig aan de grond. Zijn carrière is voorbij, zijn huwelijk is over, zijn geld is op. Samen met zijn zwakzinnige broer Hugh, Slow Bones, zit hij in een huisje bij een rivier dat hem door zijn mecenas als tijdelijke huisvesting is aangeboden. Daar schildert hij verder aan een oeuvre dat niemand meer wil hebben. Zijn broer haalt ’s avonds de insecten die zich vast gevlogen hebben uit de verf.
Aan dit treurige bestaan komt een eind als Marlene Leibovitz op een dag langskomt. Zij moet als schoondochter van de overleden kunstenaar Leibovitz bij de buurman van Michael een ‘Leibovitz’ authenticeren. Als niet lang daarna dat schilderij, waar op de kunstmarkt goud mee valt te verdienen, gestolen blijkt te zijn, valt de verdenking al snel op de uitgerangeerde, maar onschuldige, Michael.
Wat dan volgt lijkt op het plot van een thriller waarbij sprake is van kunstsmokkel, zwendel en vervalsingen. Spin in het web van intriges en leugens is Marlene die de verliefde Michael voor haar karretje weet te spannen. Voordat hij erachter komt welke rol zij speelt, reist hij met haar mee naar Japan en de Verenigde Staten.
Natuurlijk maakt Carey literatuur van dit gegeven. Hij laat afwisselend Michael en Hugh aan het woord. De woedeaanvallen van Michael zijn vermakelijk om te lezen, maar ook de taal van Hugh is geestig. Die rijgt clichés, moeilijke woorden en halve zinnen aan elkaar en weet intussen precies wat deugt en wat niet. Dat blijkt als hij bijvoorbeeld in een deftige New Yorkse club komt: ‘Er hing MIDDELMATIGE ROTZOOI aan de muren en ik was blij dat Butcher er niet was, want hij zou PISNIJDIG zijn geworden’.
De zwakzinnig handelende Hugh blijkt ook over een goed psychologisch inzicht te beschikken, want hij heeft eerder dan zijn broer door wat er gebeurt. Michael is een mopperende en scheldende man die zich door zijn hartstocht laat leiden. Hij is cynisch genoeg om zelfs mee te werken aan de praktijken van Marlene. Bedrogene wordt bedrieger. Die omkering gebeurt vaker in Diefstal: in de kunstwereld, maar ook in de liefde. Totdat niemand meer weet wie eerlijk en oprecht is. Ook de lezer niet. En zo hoort het.

COEN PEPPELENBOS

PETER CAREY: Diefstal. Vertaald door Inge Kok. Atlas, Amsterdam, 320 blz. €24,90

Eerder verschenen in de Leeuwarder Courant, 11 mei 2007

dinsdag 15 mei 2007

Voor de funeraire liefhebber

Op donderdag 17 mei (Hemelvaartsdag), presenteren we Doodstil - Dood en begraven in Groningen. In de kerk van Midwolde (nabij Leek) zal om 16.00 uur het eerste exemplaar worden aangeboden aan Peter Breukink, directeur van de Stichting Oude Groninger Kerken.

Enkele dichters zullen hun poëzie voordragen en vormgever en organist Jan Faber zal het kerkorgel bespelen. IJnte Botke en Herman Maring zullen een korte toelichting geven op het boek aan de hand van in de kerk aanwezige vanitaselementen.

zondag 13 mei 2007

Nederland nul punten

Laten we het maar niet meer over het songfestival hebben. Nou ja, een beetje. Kijk hier wat dominee Gremdaat ervan vindt en hier naar de bijdragen van Edward van de Vendel (met goede voorspelling).

donderdag 10 mei 2007

Recensie LN: Tommy Wieringa - Ik was nooit in Isfahaan

Spoortjes Speedboot

Het kan hard gaan met een auteur. Sinds Joe Speedboot vorig jaar een succes werd, is Tommy Wieringa een gewild auteur. Zijn boek is al een jaar niet meer weg te slaan uit de literaire top 10 en vormt daarmee het beste bewijs dat populaire boeken ook goede boeken kunnen zijn. Eind vorig jaar verscheen er een mooi klein boekje met reisnotities bij de mooie kleine uitgeverij Reservaat (Pleidooi voor de potscherf). Vlak voor de boekenweek bracht De Bezige Bij Ik was nooit in Isfahaan uit, met dezelfde omslagfoto.

Een bundel reisverhalen, waarvan sommige zo kort zijn dat de auteur ze onder de verzamelnaam ‘Ansichten’ heeft opgenomen. Azië, Afrika, Amerika, het Caribisch gebied: er is geen continent overgeslagen. En bij Wieringa geen zoektocht naar de mooiste plekjes of herhalingen van reisgidsteksten. Hij beschrijft voornamelijk mensen die hij onderweg tegenkomt. Dat had hij ook in Amsterdam-Noord kunnen doen, maar deze schrijver beschouwt de wereld gewoon als zijn directe omgeving. En daarmee voorkomt hij dat hij vervalt in het schoolmeesterproza dat je van de ene bezienswaardigheid naar de andere leidt. Zo leer je Musa de hotelier in Beirut kennen, die per telefoon vanachter zijn receptiedesk Wieringa naar de enig werkende warme douche in het hotel stuurt. Je krijgt in een paar zinnen een beeld van het hotel: ‘Tijdens de oorlog is er onophoudelijk op geschoten, in de tijd dat Musa de gasten nog vroeg of ze een kamer wilden aan de bomkant of aan de sluipschutterskant.’ Aan het einde van deze anderhalve pagina ‘ansicht’ heeft Musa in twintig minuten de douche warm gekregen, Wieringa gebeld, dat hij kan douchen op kamer 401, gebeld of hij daar daadwerkelijk is aangekomen en aan het eind snelt Wieringa weer terug naar zijn eigen kamer: ‘Ik wil niet te laat zijn als Musa belt.’
Ik moet de neiging onderdrukken om alle mooie zinnen uit het boek over te schrijven (‘De dwergficus is de meest mishandelde kamerplant ter wereld.’), maar zelfs reisboekhaters zullen door de stilistische kwaliteiten van Wieringa willen doorlezen.
De langere verhalen in de bundel zijn zeer verschillend van inhoud. Zo bezoekt Wieringa in Wenen het doorgangshuis voor mannen, dat zich alleen maar onderscheidt van andere opvanghuizen door een van de beroemdste bewoners: Adolf Hitler, die als jonge, aanstormende kunstschilder tevergeefs probeerde een carrière op te bouwen in de hoofdstad. In een ander verhaal beschrijft hij het leven van Hubert von Zinzendorf, ontdekkingsreiziger en een hork van een man. Wieringa beschrijft zulke verschrikkelijke dingen van die man dat je denkt dat hele verhaal gefingeerd is.
Die scheidslijn tussen werkelijkheid en fictie zie je in drie verhalen terug waarin spoortjes van Joe Speedboot in terug te vinden zijn. Papa Afrika komt al in een reisverhaal terug, evenals een vliegtuigavontuur, maar ook de bezigheid van Fransje Hermans, de kroniekenschrijver van Lomark. Op het eiland Dominica komt Wieringa Paul Alphonso Winston tegen, die alles opschrijft wat er in zijn leven gebeurt. ‘Want op een dag, als de mensen alles vergeten zijn, zullen ze naar me toe komen en vragen: “Wat gebeurde er op die en die dag, Paul?” en voor één dollar zal ik het ze vertellen.’ Dezelfde oudedagsvoorziening als Fransje dus in gedachten had. De belangrijkste gebeurtenis van 17 november 1999 is voor Paul de ontmoeting met de schrijver: ‘Zijn naam is Tommy Vinegar uit Europa. Hij is nieuwsgierig naar dit boek en leest over mijn schouders mee. Nu krijg ik een dollar van hem.’
Als je nog geen boekenweekgeschenk hebt is dit boek een aanrader om er een gratis te krijgen.

Coen Peppelenbos

TOMMY WIERINGA: Ik was nooit in Isfahaan. De Bezige Bij, Amsterdam, 208 blz. €17,90

Eerder verschenen op Literair Nederland, 16 maart 2006
Lees ook deze log van Ted van Lieshout.

Ruben van Gogh en Erik Solvanger

Nog een mooie foto uit de oude doos. Op het festival Doe Maar Dicht Maar trad lang geleden Ruben van Gogh op. Naast hem staat een erg jeugdige Erik Solvanger die destijds als scholier aan de wedstrijd meedeed.

Onlangs verscheen de bundel van de 22-ste editie van het festival. Benieuwd welke dichter over enkele jaren is doorgestoten.

Sing Sing: in de bibliotheek

Vond gisteren bij het zoeken van foto's van C.O. Jellema een foto van het interieur van de bibliotheek van mijn opa en oma. De Sing Sing-bibliotheek (waar onlangs nog een prachtige bundel naar genoemd is, zonder portokosten te bestellen bij deze vriendelijke uitgeverij). Volgens mij is dit de enige foto van een deel van de bibliotheek. Je ziet wel stellages met boeken en in de hoek een krukje achter een soort toonbank. Verkocht men daar ook tabak? Wat ligt daar op de planken? Wat zie je allemaal niet?

woensdag 9 mei 2007

Recensie LN: Joke van Leeuwen - Wuif de mussen uit

In lichte woorden tegen de vergankelijkheid

Tomas Lieske won vorige week de VSB-poëzieprijs. Joke van Leeuwen was een van de andere genomineerden die met haar bundel Wuif de mussen uit meedong. Alhoewel ze wel de Herman de Coninck publieksprijs won heeft haar derde bundel (voor volwassenen) niet zo heel veel aandacht getrokken bij mijn weten. Van Leeuwen is namelijk geen hemelbestormende dichteres, geen publiciteitsmachine, geen om zich heen schoppende dichteres op internetfora. Verwacht van haar ook geen bijdragen in debatten over poëtica. Van Leeuwen schrijft en dat is voldoende.

Herkenbaar is de laconieke stijl van Van Leeuwen. In haar gedichten gebruikt ze nogal vaak een normale spreektaal. Bij haar kan een mens aan het woord zijn of een hond die uitlegt hoe dat moet met uitgelaten worden. Maar ook God komt aan het woord die ons eventjes uitlegt hoe het gaat met de eigen verantwoordelijkheid.

Heenzending

Goed, zei de schepper, wat ons betreft
is het goed, maar aan jullie laat ik
het met de elleboog voelen of
het badwater niet te heet is,
het behoedzaam proeven of
het eten niet te scherp is,
het drinken niet te zuur is,
het weten waar wat breken kan
zal staan
het verschonen van wat stinkt en
opnieuw stinkt,
het aanpassen van de voetstap,
het onverstaanbaar zingen
in het donker,
het herhalen van moeilijke woorden,
het tellen tot oneindig
en het hekje voor het trapgat.

Bij sommige gedichten brengt Van Leeuwen een zekere speelsheid aan door met de vorm te morrelen: dan zie je een zin die van de pagina afloopt of een haast onleesbare woordkluwen. In andere gedichten gebruikt ze bewust ongrammaticale zinnen, ellipsen en stoplappen. Maar die speelsheid in vormen en die ironie in de zinnen verbloemen uiteindelijk niet dat ook deze dichteres bezig is met de grote thema’s als liefde en dood. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Tijd’ (dat moet toch een van de meest gebruikte dichttitels zijn), waarin ze, al is het maar in een gedicht, de hand wil heffen tegen het verglijden van de tijd.

Tijd

Dat je je voorneemt om zes
uur wakker te worden, en
om twee uur wakker wordt,
om drie uur, ziet dat het nog
lang niet zes uur is, opeens
acht uur nee negen.

Je nieuwe mensen nieuw ziet
doen, niet weten en wel willen
weten, als weten dat nog niet
vergeten in weten zit dat zit,
de dis verteert van is en
zal toch zeker.

Dat rimpels in het vel van wie
je liefhebt mooier vouwen ook
dan die van jou, hoezeer ze
lachen naar elkaar. Een kind
een duur horloge mag, voor
het de tijd kan lezen.

Zullen we een eind gaan wandelen?
Waar naartoe?
Nergens naartoe. En dan terug
naar waar we begonnen.

Zo neemt Van Leeuwen het in lichte woorden op tegen de vergankelijkheid. Natuurlijk net zo vergeefs als bij haar zwaarmoediger collega’s.

Coen Peppelenbos

JOKE VAN LEEUWEN: Wuif de mussen uit. Querido, Amsterdam, 48 blz. €15,95

Eerder verschenen op Literair Nederland, 30 april 2007

zondag 6 mei 2007

Over het afbreken van een versregel

Paardenkastanjes, jeneverbessen, schoenen van Wopke Grobben: over alles is wel een dichtbundel te maken. Afgelopen zaterdag stond er in het Dagblad van het Noorden een artikel over de dichtbundel over de schoenen van ontwerper Wopke Grobben.
Rense Sinkgraven, stadsdichter van Groningen, heeft ook een gedicht gemaakt, maar nu vraag ik me af of het gedicht wel juist is weergegeven. Volgens mij heeft de opmaker lekker hele zinnen gemaakt die op een regel passen.
Na de instructieve blog over het centreren van poëzie is dit misschien een nieuwe misstand die we aan de kaak kunnen stellen. Helaas weten we niet of Rense het gedicht in deze vorm heeft geschreven. (Misschien lijkt het gedicht op deze wijze meer op een schoen?)

zaterdag 5 mei 2007

In de gevangenis op 4 mei

De cellen zijn vrij benauwd en ze zijn bovendien een beetje smerig. Gisteren konden we een kijkje nemen in het Huis van Bewaring in Groningen. Normaal vond op die plek elk jaar de herdenking plaats van alle gevangenen (vooral politiek gevangenen) die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben vastgezeten. Vorig jaar was de laatste herdenking, omdat de groep overlevenden nu eenmaal elk jaar uitdunde. Plannen voor de sloop van het Huis van Bewaring deden de rest. Vorig jaar is toen het plan ontstaan om een boek te maken over de gevangenis tijdens de vijf bezettingsjaren.


De sfeer was in het begin nog een beetje uitgelaten. Peter zette me nog op de foto achter een gevangenisdeur. Daarna mochten we nog door het hele gebouw dwalen. Dat was ook nieuw. Vorig jaar was de gevangenis nog in gebruik en moesten alle cellen afgesloten worden voor de herdenking. Nu was het hele gebouw onttakeld en kon je overal naar binnen. De stemming was dus nog vrolijk. De overlevenden beleven zo'n middag immers ook als een reünie.
Dat werd anders toen het officiële gedeelte van de middag begon in de sportzaal van het gevangeniscomlex.

Monique Brinks, Tineke Legger, Truus de Witte en Jan Schuur vertelden over het boek: het historische onderzoek, de interviews met overlevenden en kinderen van gevangenen en speciaal gemaakte gedichten.

De voormalige directeur van de gevangenis die min of meer de initiator was van het boek, kreeg het eerste exemplaar overhandigd uit handen van Tineke Legger.

Daarna was het nog tijd voor een tocht door het lege gebouw naar de herdenkingssteen die is aangebracht onder een urn waarin as zit dat na de oorlog verzemeld is in de concentratiekampen ter herdenking aan de dood van vele politieke gevangenen.


Vijf jaar onvoorwaardelijk, Het Huis van Bewaring in bezettingstijd is uitgegeven bij Uitgeverij kleine Uil. Het boek kost €16,50.

woensdag 2 mei 2007

Skater

Ik ben nog uit de tijd van de rolschaats (niet dat ik dat kon, rolschaatsen), dus mensen die kunnen skaten, gewoon of in een leuke freestyle-oefening, bewonder ik zeer. Als ik uit Leeuwarden met de trein kom en naar huis loop, dan ga ik altijd langs de achterkant van het Cascadegebouw. Op de parkeerplaats komen 's avonds skaters samen om zich verder te bekwamen. Een paar dagen geleden zag ik op YouTube een prachtige video van Jerreper die op die plek was gemaakt. Voor de Dichtclub maakte ik er dit gedicht over. (Oh ja, Marjan, dit is dus een gedicht dat niet gecentreerd mag worden.)


Skater

Ik wandel met de bedaarde gang van
een bejaarde langs het spoor naar huis
de avond valt en op het verlaten
parkeerterrein van de Cascade
komt een skater tot leven
zijn benen bewegen
met zijn hersens
in zijn tenen
hij kruist en draait
heeft geen verleden
lijkt te zweven
de cameraman houdt
van hem in beelden
legt hem vast in licht
van lantaarnpalen
laat herhalen en herhalen
dansende silhouetten op het asfalt
van de nacht de stad is al in slaap en
de laatste trein naar het westen verdwenen


Coen Peppelenbos

Diefstal

Is het ironie of is het diefstal? Laten we het maar op het eerste houden. Zeno vormgevers hebben erg goed naar het Amerikaanse omslag gekeken van Peter Carey's nieuwste boek. Als de titel Diefstal is, dan mag je immers een grap uithalen, nietwaar? Bij het schrijven van een recensie over Diefstal voor de Leeuwarder Courant kwam ik deze nogal gelijkende omslagen tegen.

dinsdag 1 mei 2007

Bericht van de Nederlandse vereniging ter bestrijding van de haiku

Als oprichter, voorzitter en enig betalend lid van de Nederlandse vereniging ter bestrijding van de haiku, kan ik u melden dat de strijd tegen de haiku als dichtvorm op dit weblog voortgezet zal worden.
De haiku is, zoals velen weten, een volstrekt overbodige vorm van poëzie. Het vers is nog niet begonnen of het is alweer klaar. De structuur is bijzonder eenvoudig: 5 lettergrepen, 7 lettergrepen, 5 lettergrepen. Het gedicht is dus telbaar en die eigenschap heeft ertoe geleid (samen met de geringe lengte) dat deze vorm van dichten onvoorstelbaar populair is in het onderwijs. Onze strijd zal zich in de eerste plaats richten op de onderwijsmethodes die de haiku in schattige lesjes creatief schrijven als leerstof presenteren. Het is alsof de makers van die methodes nooit een echte dichtbundel lezen. De leus luidt dan ook: de haiku het onderwijs uit, om te beginnen in Nederland.

Voor meer informatie over de haiku en de regeltjes die erbij horen: zie Wikipedia. In het stuk krijgt Kees van Kooten er van langs. Van Kooten schreef ooit Haikoots in de Bescheurkalender en wist hiermee zelfs de voorzitter van deze vereniging mild te stemmen tegenover het fenomeen van de haiku. Meneer Wikipedia weet het echter beter: ‘Uiteraard kan een Hollandse cabaretier zich niet meten met een historisch erfgoed dat minimaal vier tot acht eeuwen oud is.’ Kijk, het is dit fundamentalistische gedrag dat ons noopt de strijd tegen de haiku met verve op te nemen.

wordt vervolgd