hij hem

hij hem
Nu in de winkel
Posts tonen met het label In de tussentijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label In de tussentijd. Alle posts tonen

maandag 27 februari 2017

De post-operatieve fase



De operatie op 17 februari is geslaagd. Daarna volgden drie dagen liggende hel.

Vorige week dinsdag mocht ik naar huis en sindsdien loop ik alweer buiten, doen anderen de boodschappen en wordt er voor me gekookt. Maar er bleef nog één zwaard van Damocles hangen: was de verwijderde tumor goed- of kwaadaardig. Ik zou de uitslag eerst eind vorige week krijgen, maar ik moest in plaats daarvan vanochtend naar het spreekuur van de neurochirurg. Dat zorgde voor enige spanning.

 Maar dat ei in mijn rug was goedaardig.

 Herstel van de wond: nog vijf weken. Advies: geen boodschappen doen, niet fietsen en niet paardrijden.

 Ik heb nog nooit paard gereden.

zaterdag 11 februari 2017

In de tussentijd: de voorbereidingsfase

Watching St. Sebastien
Komende vrijdag zetten ze een mes in mijn rug. Terwijl ik, als het goed is, ver weg ben, halen twee chirurgen de tumor weg. Als ik weer wakker word, zal ik eerst proberen of alles het weer doet. Een niesje van de neurochirurg en je loopt de rest van je leven mank.

Ik heb een tijd niet geschreven op dit blog omdat de uitslag van de ct-scan (er was niets te zien, behalve de tumor die ze gaan weghalen) goed was. Met de mensen die ik daarna binnen een uur aan de telefoon had, kon ik nauwelijks praten omdat je zo blij bent dat je constant moet huilen. Ik dacht dat ik alles onder controle had, maar je lichaam reageert met meer kracht dan je verstand.

Daarna twee mensen in de onmiddellijke nabijheid die waarschijnlijk ook een tumor hebben. Dan is er weinig reden tot juichen al heb je veel reden tot juichen. En altijd met een voorbehoud. Dat ding moet nog wel mijn rug uit en moet daarna nog onderzocht worden etcetera etcetera. De vooruitzichten zijn echter redelijk positief.

Inmiddels hebben mijn broer en mijn twee neefjes mijn bed een verdieping lager gezet omdat daar de douche en de wc is. Ik had de hele week al in mijn eigen tempo lopen redderen, maar zij fiksten de heleboel binnen een paar uur. Na een week kan ik zeggen dat het me goed bevalt. De verhuizing is ook een voorschot op de naderende ouderdom, besef ik, en die gedachte druk ik dan weer snel weg.

Afgelopen maandag had ik een afspraak bij de anesthesioloog. Dat gaat bij het Martiniziekenhuis als volgt. Je meldt je bij een balie, dan word je weggestuurd naar een andere plek waar je in een wachtruimte moet wachten voor de medicijncontrole, die krijg je en dan loop je terug naar de balie, waarna je naar een wachtkamer moet waar altijd iemand zit te hoesten (dat zijn ziekenhuisfiguranten, ik weet het zeker), waarna je een intake krijgt door een vrouw die je bloeddruk meet en een vragenlijst doorneemt, waarna zij vertrekt en enkele minuten later een echte anesthesioloog opduikt die opnieuw de vragenlijst doorneemt, waarna je weer naar de wachtruimte moet (er zit inmiddels een andere hoester) om daarna met weer een andere vrouw nog een vragenlijst door te nemen, waarna je weggestuurd wordt om bloed te prikken en dat is bij het Martiniziekenhuis als volgt geregeld: je zit in een wachtkamer en als je nummer aan de beurt is, mag je door een deur naar binnen om in een andere wachtkamer plaats te nemen. Alles bij elkaar ben je zo'n anderhalf uur bezig en je plooit je helemaal naar de mores van het ziekenhuis.

De laatste vrouw met wie ik sprak was erg aardig. Vroeg ook naar hoe het met je was, in plaats van het protocol af te werken. Zo moest ze volgens het formulier weten hoe mijn gemoedstoestand was.
'Nogal wisselend,' zei ik. 'Soms vrij somber en op andere momenten vrij gewoon.'
'Dat lijkt me goed,' zei ze, 'het zou toch raar zijn als dat niet zo was.'
Het is een zinnetjes van niks, maar je hebt er wel veel aan.

Het leven is voor de rest bijna tot stilstand gekomen. Ik zet een berichtje op Tzum, ik val in slaap, ik werk wat therapeutisch bij de uitgeverij, ik wandel wat en ik val weer in slaap. Soms denk ik dat er weinig aan de hand is en dan neem ik een pil minder en bijna altijd moet ik dat bezuren, want dan schiet onder de oppervlakte van de roes waarin je leeft de pijn weer in je rug. Echt concentreren, een uur lang, lukt niet of nauwelijks en als ik het wel doe, dan ben ik daarna doodmoe. Het is raar om te bedenken dat ik nu al een kwart jaar met zo'n tumor rondloop. Het wordt tijd voor dat mes.



woensdag 18 januari 2017

In de tussentijd: de aanvaardingsfase (3)



Vrijdag brak mijn kies voor een deel af. Dat is nooit een fijne ervaring, maar als je al in de krakkemikkige situatie zit waarin ik me bevind dan is dat iets erger. Als je droomt dat je tanden uitvallen, dan duidt dat vaak op angst voor verval en dood. Als het in het echt gebeurt ook.

Vandaag ct-scan. Op een troosteloze gang werk je een liter water met contrastvloeistof weg. Roos was mee voor de gezelligheid en ter morele ondersteuning en zij kreeg niks. Elk kwartier een beker vloeistof. Af en toe worden patiënten naar binnen geroepen. Sommigen met bed en al, sommigen in een rolstoel. Ik kreeg last van het zitten en liep wat over de gang heen en weer. Ontiegelijk lelijke neo-impressionistische kitsch hing er op de gang. Als je nog niet ziek was, werd je het alsnog.

Mijn vader en moeder hadden al op jonge leeftijd een gebit. Dat was vroeger gewoner. Hoef je bijna nooit meer naar de tandarts. Behalve als het gebit breekt.

Als je eenmaal zelf wordt binnengeroepen, verkruimel je ook binnen de kortste keren tot patiënt. Er werd meteen al extra contrastvloeistof het bloed ingespoten. Alsof er een warme slang je huid binnenkruipt. Met de armen gestrekt langs m'n hoofd werd ik door de scan geschoven. De ct-scanner is een smallere variant van de mri-scanner, waar je meer in ligt; bij een ct-scan wordt je lichaam door een soort ring gehaald. En als je er ligt, besef je dat deze scan voor een groot deel de rest van je leven zal bepalen.

De tandarts vulde maandagochtend de kies. Ik was binnen twintig minuten weer opgelapt, al bleef de verdoving tot de avond nawerken.

Het is nu een week wachten op de uitslag.

donderdag 12 januari 2017

In de tussentijd: de aanvaardingsfase (2)



Ik geloof niet dat ik uit een familie kom van rasoptimisten. Dat past ook niet zo bij de Sallandse volksaard die rampspoed binnenhaalt als een langverwachte logé. Gisteren was iedereen heel positief over de uitkomst van het gesprek met de neurochirurg, maar ik hoorde vooral de mogelijke onheil. Er komt eerst nog wel een ct-scan (volgende week woensdag) waarbij je eerst een liter contrastvloeistof moet opdrinken, waarna ze je doorlichten.

Die ct-scan heeft in feite niet te maken met de operatie van dat ding in mijn rug. Als er iets uit de ct-scan komt, en we hopen van niet natuurlijk, dan krijg je een heel ander traject. Waar iedereen zich aan vasthoudt zijn de positieve mededelingen: het lijkt goedaardig, het lijkt niet snel te groeien, het is een rare plek voor een uitzaaiing etcetera, leg ik de nadruk op de disclaimers die er ook bij verteld zijn.

En ja zo'n operatie waarna blijkt dat er geen kwaadaardige tumor uit je rug is gehaald, maar gewoon een stuk weefsel dat daar niet behoort te zitten, ook zo'n operatie kan leiden tot uitvalverschijnselen in delen van de voet. Ik weet dat de chirurg dat vooraf moet zeggen en dat ik niet de marathon zal gaan winnen (tenzij in een gekke klapvoetcategorie op de Paralympics), maar ik teken ervoor als dat op voorhand alles is.

'De vier mijl kan ik dan wel vergeten,' zei ik.
'Ja,' zei de neurochirurg en later: 'Die is toch pas in oktober? Dan zijn we weer een paar maanden verder.'
(Dat klonk wel positief)

Ik stop even met dagelijkse stukjes. Misschien plaats ik af en toe een foto van een van de wandelingen. Dan weet je: hij wandelt nog. Er is niets aan de hand.

woensdag 11 januari 2017

In de tussentijd: de aanvaardingsfase


Mijn meest positieve theorie kwam niet uit vandaag. Er zit geen bloedprop, maar wel degelijk 'weefsel' ergens in mijn rug. Een tumor (alles wat er niet hoort te zitten, heet een tumor leerde ik vandaag, ook als het geen kanker betreft) van ongeveer 5 centimeter zat ergens in of aan een zenuwbaan. De neurochirurg, die uitgebreid de tijd voor ons (Roos en Jan waren mee) nam, liet het ding ook zien op de scan.

Het goede nieuws: het lijkt goedaardig te zijn (maar daar valt geen zekerheid over te geven) en het is operabel. Die operatie zal halverwege of eind februari plaats vinden. Een zware operatie, die ook enige blijvende schade kan aanbrengen aan de zenuwbaan, maar ook daarover kon hij bij voorbaat geen uitsluitsel over geven.

De kanker van tien jaar geleden, kan van invloed zijn op deze tumor, maar hij verwachtte het niet, omdat de plek wat raar was voor een uitzaaiing.

Roos en Jan waren na het gesprek wel voorzichtig positief. Ik moet me nog instellen op een periode als patiënt. En op een periode van blijvende onzekerheid. Volgende week ct-scan.

Ik mocht wel doen wat ik wilde. ('Ook pianospelen?' 'Ook pianospelen!' 'Mooi, want dat heb ik nooit gekund.')
School zal wel even afgelopen zijn, omdat we net op een moment tussen twee periodes zitten en de volgende periode met opname en herstel niet zo fijn is. Misschien een lezing zo hier en daar?

'Hoe kom je nou aan zo'n tumor?' vroeg Roos. 'Van te veel zitten?'
'Gewoon pech,' zei de neurochirurg.

Je kon op de mri-scan nog wel aan de verkleuringen van de wervelkolom zien dat ik zo'n tien jaar geleden bestralingen had ondergaan. Opzienbarend. Al zaten die verkleuringen natuurlijk ook al tien jaar in mijn geest.

dinsdag 10 januari 2017

In de tussentijd: de ontkenningsfase 5

Dit is zo'n tussendag waarop niets gebeurt, al had ik gehoopt dat er een uitnodiging voor de ct-scan in de bus zou liggen of eentje voor het gesprek met de neurochirurg morgen. Het is maar goed dat ik zelf gebeld heb naar het ziekenhuis anders wist ik niet eens dat ik morgen een afspraak had.

Dit is ook de eerste werkdag die ik mis. Bart en Cilla nemen de honneurs waar. In plaats daarvan met Peter de stad ingelopen om te lunchen. Ik liep niet beter dan gisteren. Toen we een paar honderd meter op pad waren vroeg ik me af of ik die ochtend überhaupt wel pijnstillers had ingenomen. Ik kon het me niet herinneren. Pas toen ik om twee uur terugkwam een kortwerkende oxycodon genomen. Daarna anderhalf uur geslapen. Op dit moment begint het tweede college van de dag waarbij ik afwezig ben.

'Symbolen worden tot cymbalen in de ure des doods,' dichtte Gerrit Achterberg. In heftige tijden wordt juist alles symbolisch of je krijgt in ieder geval de neiging om alles symbolisch op te vatten, want waarom moet uitgerekend nu het lampje in de wc kapot gaan? Op een stoel gaan staan en een nieuw lampje indraaien is op dit moment een klein avontuur, maar het is volbracht.

Post die wel binnenkwam, de voorlopige aanslag:


Qua ontkenning zit ik nog goed (al komen er zo af en toe ook van die gespreksflarden je hoofd binnen, die je juist probeert weg te drukken; 'Ze maakten hem open en meteen weer dicht. Was foute boel!') vooral omdat ik me fysiek steeds beter begin te voelen. Goed geslapen, goed gegeten, goed gepoept. Ik zit al weer helemaal in het ritme van een baby.

maandag 9 januari 2017

In de tussentijd: de ontkenningsfase (4)



Als je ziek bent, is je lichaam een ding dat los van je lijkt te bestaan. Iets wat niet doet wat je zelf had bedacht. De aardigheid van een beetje geregeld leven is dat je geest en lichaam ongeveer hetzelfde denken over het leven. Ik had nooit erg hoge verwachtingen van mijn lijf, wat dat betreft heb ik het al vroeg op een akkoordje gegooid tussen die twee en me erbij neergelegd dat ik geen ballerina zou worden. Maar ja, kanker is wel weer heel extreem de andere kant op.

Ik klamp me overigens nog steeds vast aan het woord 'waarschijnlijk' en probeer in de tijd tot er een definitief vonnis komt de tekenen van mijn lichaam te duiden. Zo heb ik veel baat bij wandelen. Gisteren lang gewandeld in mijn eentje, daarna nog een keer naar de stad gelopen met Diane, waarna we met Roos, Dolf en Jan eerst zijn gaan drinken in Café Mulder (ik geen alcohol, omdat dat geen leuke combi schijnt te zijn met oxycodon) en daarna eten bij het Eetcafé van de Markt. Ben je met je kop ook eens ergens anders. Wat ik opmerk is dat wandelen steeds beter gaat en dat voor een deel de verdoofdheid uit mijn voet verdwijnt (zat eerst in vier van de vijf tenen, nu nog in twee).
's Nacht wel opeens enorme last van been en scheuten in de rug, maar na twee langwerkende oxycodons en nog twee pijnstillers uiteindelijk wel in slaap gevallen. Zes uur. Eerstvolgende pijnstiller pas om 12 uur 's middags. Welke conclusie moet je daar nu uit trekken?

Vanmiddag vier kilometer naar het ziekenhuis gelopen. Lopen ging weer beter. heb voor het ziekenhuis maar het beeld 'Bloedsomloop' van Siep van den Berg gefotografeerd omdat ik bloed ging prikken. Volstrekt lege wachtkamer en dat is fijn, want in het Martiniziekenhuis zit je eerst in een wachtkamer te wachten voordat je naar binnen mag en als je eenmaal binnen bent is er nog weer een wachtkamer. Prikken ging in één keer goed en ik was meteen weer klaar. Ik had gerekend op even wachten na de wandeling, dus dat heb ik nu maar gedaan in hal.
Ik ben niet de enige zieke, zag ik, maar wie ziek is wordt ongekend egocentrisch, als een vrouw (m/v) tijdens de drie doldwaze dagen van de Bijenkorf. Ik wil het best en het snelst geholpen worden.

Ik moet ook nog een ct-scan ondergaan deze week, maar tot nu toe wist niemand hoe af wat.
Bij neurologie: 'Daar staat hier niets van.'
Bij bloedprikken: 'Dat weet ik ook niet.'
Ook nog geen telefoontje gehad van ziekenhuis of een briefje, dus dat zal wel gebeuren na de afspraak met de neurochirurg.

Bij elk klein pijntje elders in je lichaam: een uitzaaiing.

Na wandeling terug, 4 kilometer, weer totaal in de ontkenningsfase. Heerlijk om buiten te lopen. Op een gegeven ogenblik dacht ik zelfs: waarom ga ik niet normaal lopen in plaats van met zo'n strompeltje zoals ik nu al weken doen en het leek zelfs een paar honderd meter te lukken. Het is een bloedprop die slechts heel langzaam verdwijnt. Ik weet het bijna zeker.

Om 17.00 uur de volgende kortwerkende oxycodon. Heb ik toch vijf uur gedaan met die andere zonder expres pijn te gaan lijden omdat ik zogenaamd iets bewijzen moet.

Welke conclusie moet je daar nu uit trekken?

zondag 8 januari 2017

In de tussentijd: in de ontkenningsfase (3)

Was onlangs begonnen in Er gebeurde dit, er gebeurde dat, waarin Kristien Hemmerechts weergeeft hoe ze de maanden doorkwam waarin borstkanker bij haar werd geconstateerd. Je leest zo'n boek altijd op een paar niveaus. Als recensent was ik vooral verbaasd dat dit dagboek (Hemmerechts heeft wel meer dagboeken gepubliceerd) werd gevolgd door een stoet autobiografische verhalen die voor een deel al eerder gepubliceerd zijn. Daar zitten schitterende verhalen tussen - Hemmerechts wordt in eigen en ons land nogal onderschat -, maar dat neemt niet weg dat ik genoeg had aan die eerste honderd bladzijden, die me als ex-patiënt (toen nog wel) veel herkenning gaven. Dat is de tweede laag waarop ik het boek las. Vooral met instemming omdat ik al die wisselingen in haar gemoed helemaal kon navoelen en tegelijkertijd ook wist dat je nooit woorden genoeg hebt om álles precies te beschrijven en het dus nooit écht kunt navoelen.

Ik aarzel een beetje om het volgende op te schrijven, omdat ik nog steeds met de mogelijkheid rekening houd dat de komende week blijkt dat alles slechts een boze droom was en dan lijkt alles wat volgt heel koket. Maar, het gevoel dat ik afgelopen donderdag had, nadat ze contrastvloeistof hadden ingespoten en ik de bui al zag hangen, in het ziekenhuis nog even heb gezeten op een bankje, de neuroloog zag langslopen die me wel zag maar niet herkende en op weg naar mijn fiets liep (net zoals ik bijna 10 jaar geleden in het toen nog oude Martiniziekenhuis terug naar mijn fiets liep nadat ik de mededeling had gekregen dat ik kanker had en de volgende dag onder het mes moest), het eerste gevoel toen en nu was: wat heb ik toch eigenlijk een rotleven gehad. Een volstrekt mislukt leven.
Ik weet wel dat de dreiging van de kanker met alle implicaties dat gevoel oproept, maar toch was dat het basisgevoel: teleurstelling.
Ik weet ook dat het onzin is, want ik werd en word omringd door lieve familieleden en vrienden, ik kon doen wat ik wilde en ik heb ook bijna alles gedaan wat ik wilde. (Maar: de grote liefde ontbrak, mijn boeken hebben niet het succes dat ik ervan verwachtte en daarnaast had ik op allerlei gebied wat schaamtelozer moeten zijn).

De vorige keer was ik binnen een dag van mijn kanker af. Onder het mes en daarna nog een klein aantal bestralingen voor de zekerheid. Binnen een dag was de levensdrift terug, vond ik alles mooi en verdomd ontroerend en kon ik me niet voorstellen dat ik er ooit anders over had gedacht. Ook dat wist ik gelukkig nu ik met hetzelfde gevoel wegfietste bij het ziekenhuis.

Gisteren was voor een deel een prettige dag. Weinig pijnstillers gebruikt. Het begin van deze dag is anders, misschien omdat ik gisteren niet buiten gelopen heb vanwege dat geijzel, want ik begon meteen met een twee pijnstillers. Geestelijk probeer ik zo sereen mogelijk door de dag te komen. Soms blijf ik hangen in het idee dat alles gebaseerd is op een foute lezing van de scan, op andere momenten voel je van alles in je lichaam en ben je bezig om je huis al uit te ruimen.

Kreeg gisteren een bos bloemen van studenten van de eerstegraadsopleiding. Ontzettend lief. Ik denk er ook meteen bij: stel dat het toch geen kanker is: zou ik die bloemen dan moeten terugsturen?




zaterdag 7 januari 2017

In de tussentijd: de ontkenningsfase (2)



Woensdag afspraak met de neurochirurg. Dat is de eerste concrete stap. Elke dag later is natuurlijk een tegenvaller, maar deze tijdspanne is nog goed te overzien. Wanneer de ct-scan en het bloedonderzoek eraan komen weet ik niet. Dat is meer lopende band-werk. Toen mijn moeder en Herman gisteren op bezoek waren, heb ik zelf maar gebeld met neurologie en gevraagd wat ook alweer was gezegd in het korte gesprekje met de neuroloog (dat is weer een ander dan de neurochirurg) op donderdag: zouden zij mij bellen of ik hen. Je durft niet zo goed de deur uit te gaan, bang dat je een telefoontje mist en dat er dan een kettingreactie aan foute communicatie gaat ontstaan.

Ik zit nog steeds in de ontkenningsfase. Dat komt ook omdat ik me beter voel dan de afgelopen weken. Stiekem hoop ik erop dat die tumor eigenlijk een enorme bloeduitstorting is. Ik gebruik nu ook minder medicijnen. De laatste om half één vannacht (tweemaal langwerkende oxycodon). Het is nu al elf uur geweest en ik heb nog niet echt last. Ik heb ook het idee, misschien allemaal zelfbedrog omdat je die tumor nu eenmaal niet wil hebben, dat ik iets beter loop en iets meer voel in mijn been. Maar ik kan nog steeds niet links op mijn tenen staan (wel met het rechterbeen erbij, maar niet afzonderlijk).

Je moet oppassen dat je niet gaat gedragen als een zieke. Ik klamp me nog steeds vast aan het woord 'waarschijnlijk', dat houdt toch de kleine mogelijkheid open dat het iets anders is. Dat is iets wat ik me ook herinner van de eerste keer kanker, dat elk woord betekenisvoller wordt. Niet alleen van dokters ook van iedereen die je een hart onder de riem steekt, in het echt, via mail en op Facebook.

Ik ga nu wat eten inslaan voor dit weekend. Van mijn moeder mag ik eigenlijk niet buiten komen met dit weer. Code oranje. Maar oranje is niet rood en groen, dus ik waag het er toch maar op.

vrijdag 6 januari 2017

In de tussentijd: de ontkenningsfase

Heb vannacht dankzij de zware pillen acht uur geslapen. De vorige keer dat ik de aanzegging kreeg dat ik kanker had en de volgende dag meteen geopereerd zou worden, sliep ik 's nachts ook. Nu, in mei is het tien jaar later, hangt er ook in een operatie in de lucht, maar moet ik eerst de machinerie van het ziekenhuis door: ct-scan, bloedonderzoek en weet ik wat voordat ze iets gaan doen.

De mededeling dat je waarschijnlijk een tumor in de rug hebt, is geen fijne mededeling om telefonisch te krijgen, maar ik had hem min of meer verwacht nadat ik die middag in de MRI-scan lag en je na twee foto's opeens de stem van de verpleegkundige hoorde die zei dat ze wat contrastvloeistof zou injecteren. Niet dat ik direct aan iets verontrustends moest denken, maar gezien mijn geschiedenis met kanker was dat nodig. Dan denk je dus direct aan iets verontrustends en dat bleek het ook te zijn een paar uur later. En dat moet je weer aan anderen vertellen en dat is het ergste.

In de loop van de avond kwam ik in de ontkenningsfase terecht. Daar had ik de vorige keer geen tijd voor. Maar ik dacht: als ze eerst denken aan een piriformis syndroom, daarna aan een hernia en daarna aan een tumor, dan kan het de derde keer toch ook verkeerd zijn?  'Er zit iets in je onderrug en dat moet weg,' zei de neuroloog (dacht ik, want wat er werkelijk gezegd is gaat ook een beetje langs je heen), 'en dat is naar alle waarschijnlijkheid een tumor.' Ik weet wel dat je moet oppassen met ontkennen, maar ik heb pas het idee dat ik die specifieke pijn laag in de onderrug gekregen heb op het moment toen ik me op school uitstrekte en dwars door een stoeltje heen klapte en keihard naar achteren schoot en in een reflex weer naar voren ging. Vanaf dat moment voelde ik die plek en ging het opeens bergafwaarts met de pijn en de gevoelloosheid in mijn been.

 

Ik weet ook wel dat er duizenden mensen dagelijks te horen krijgen dat ze kanker krijgen, terwijl ze blaken van de gezondheid. Dat was bij mij de vorige keer ook zo. Sterker nog: in oktober heb ik de 4 mijl nog gelopen en zoiets heb ik nog nooit in mijn hele leven gedaan. Ontkenning zit er een beetje ingebakken: ze hebben het niet goed gezien, ze gebruiken niet voor niets het woord 'waarschijnlijk' etcetera.

Ik heb de laatste dagen de oefeningen van mijn fysiotherapeut naast me neergelegd en ben veel gaan lopen buiten. Ik had het idee, misleid misschien door de sterke werking van de pijnstillers, dat dat hielp. Ik dacht zelfs gisteren toen ik naar het ziekenhuis fietste: straks komt eruit dat ik niets heb en dat ik me een beetje aanstel. Mannen schijnen daar goed in te zijn.

Mocht het vanaf volgende week wel aantoonbaar kanker zijn, dan zijn er verschillende opties. Het kan nog een uitzaaiing zijn van tien jaar geleden. Dat schijnt op zich een goed teken te zijn. Of het is een op zichzelf staande tumor die ook weer uitgezaaid kan zijn. Dat is het zwarte scenario.

Voorlopig hoop ik nog op een vergissing in mijn voordeel.

woensdag 4 juli 2012

In de tussentijd (voorlopig) slot

- Op 24 mei was ik vijf jaar kankervrij (en 12 kilo dikker en 5 jaar rookvrij). De officiële bevestiging moest vandaag komen door de uroloog. Vorige week was er bloed afgenomen en een longfoto gemaakt, zojuist kreeg ik de uitslag: alles goed.

 - Soms kom je er op een vreemde manier achter dat je teelbalkanker hebt. Dat overkwam zwemmer Joost Reijns bij wie tijdens een dopingtest afwijkende bloedwaarden werden gemeten. Dat kon betekenen dat hij aan de doping zat of dat hij kanker had. Die strenge controle heeft waarschijnlijk zijn leven gered, want zo werd de kanker bij hem ontdekt, in een vrij laat stadium al, want zaadbalkanker is een van de meest agressieve vormen van kanker.

- Heel soms denk je nog wel terug aan hoe het begin, wat er gebeurde en hoe je het moest vertellen. Dat kun je slechts aan in flarden. Gefragmenteerde nachtmerriebeelden en dan te bedenken dat je slechts kanker-light hebt gehad.

- De uroloog kijkt op de site Oncoline (klinkt als een verfsoort) voor het juiste protocol. Dit is mijn protocol:
Radiotherapie inclusief stadium IIa, IIb indien na radiotherapie (tot 5 jaar) Lichamelijk onderzoek en tumormarkers: - jaar 1-2 iedere 3 maanden - jaar 3-5 iedere 6 maanden CT-scan Thorax/Abdomen 1 jaar, 2 jaar en 5 jaar X-thorax: 3, 6, 9, 15, 18, 21, 30, 36 maanden
Na vijf jaar stoppen de afspraken, maar, verzekert de uroloog me, als ik iets niet mocht vertrouwen dan kan ik altijd een afspraak maken. Een echo was zo gemaakt. Bij het Martiniziekenhuis gelukkig wel. Toen ik vijf jaar geleden bij de huisarts voor een onderzoek werd doorverwezen naar het ziekenhuis kon ik kiezen tussen de twee ziekenhuizen in de stad. Bij het Martiniziekenhuis kon ik de volgende dag terecht en een dag later lag ik op de operatietafel. Bij het UMCG moest ik een paar weken wachten, dan was de prognose een stuk slechter geweest. Nogmaals Oncoline.
De incidentie van het testiscarcinoom is 4-6 per 100.000 mannen per jaar, met een geringe jaarlijkse toename. De mortaliteit bedraagt 0.3 per 100.000 mannen per jaar. Dit betekent dat in Nederland jaarlijks bij 400 mannen de diagnose wordt gesteld en dat ongeveer 25 mannen per jaar aan deze tumor overlijden. Seminomen en non-seminomen zijn nagenoeg gelijk verdeeld. De hoogste incidentie wordt bij het non-seminoom gezien in de 2de-3de decade en bij het seminoom in de 4de decade. Kiemceltumoren van de testis zijn in het algemeen snel groeiende, agressieve tumoren, die primair uitzaaien naar de ipsilaterale lymfeklieren bij de nierhilus en verder hematogeen naar de longen. Toch behoren zij tot de maligne tumoren met de beste prognose. Dit is vooral te danken aan de introductie in de laatste 20 jaar van nieuwe chemotherapie schema's en verbeterde chirurgische technieken.
- Dit is de laatste aflevering van In de tussentijd. Voorlopig zet ik er maar bij, want een garantiebewijs wordt niet meegeleverd. En bovendien moet je de goden niet verzoeken.

- Kun je zeggen dat kanker je leven verandert? Ik heb, voor mezelf, het idee dat de uitersten van je emoties geradicaliseerd worden. Ik heb het idee dat ik veel harder ben geworden, weerbaarder en onverschilliger (vooral tegenover domme mensen en hun uitspraken) en tegelijkertijd veel zachter en kwetsbaarder (tegenover de mensen die mij na staan - in eerste plaats familie en vrienden, maar op een afstand ook al die aardige mensen op straat, op facebook, in het voorbijgaan, in de klas die soms zonder het te weten het aangenaam maken om een beetje door te leven). En voor de rest blijf je precies dezelfde persoon als daarvoor.

woensdag 29 juni 2011

In de tussentijd 39

'Toon ballen!' is de slogan van de Stichting Zaadbalkanker. Een goedgemutste jongen kijkt je vrolijk aan. De nieuwe stichting is zo wervend dat je blij bent dat je tot de doelgroep behoort. Zaadbalkanker is helemaal hot, BNN gaat er volgend jaar een tv-programma over maken ('Je zal het maar hebben').


*

De dokter vraagt of ik een prothese wil. De laatste maanden had hij opeens drie patiënten die dat wilden. Maar dan moet er weer in je lijf gesneden worden (anesthesiefout, wondkoorts, resistente bacterie). Probeer dat te voorkomen als het niet moet.

*

Leuke weetjes op de site van de stichting:
'In 2008 kregen in Nederland 683 mannen zaadbalkanker. Een verdubbeling sinds 1989. Om te vergelijken: bij borstkanker was in dezelfde periode sprake van een toename van 69%. Bron: Kennisnetwerk integrale kankercentra.'

*

Bloed schoon, longfoto schoon. Geen rare plekken bij het voelen. Volgende afspraak over een jaar. Dan is het vijf jaar geleden. Na vijf jaar hoef je niet meer gecontroleerd te worden.
'Zelfonderzoek kan je leven redden. Zaadbalkanker is over het algemeen een snel groeiende soort kanker Bij vroegdetectie is het overlevingscijfer bij zaadbalkanker 99%. Van alle mannen die zaadbalkanker krijgen, is gemiddeld na 5 jaar nog 95% in leven. Bron: Zaadbalkanker. Feiten en ervaringen (2006).'

woensdag 30 juni 2010

In de tussentijd 38


Hospital art
Originally uploaded by coen peppelenbos


- Ik woon op tien minuten van het Martiniziekenhuis, maar als je op tijd wilt komen moet je niet tien minuten van tevoren vertrekken, want voordat je in het ziekenhuis op de plaats van bestemming bent, ben je vijf minuten verder.
'Geeft niet,' zegt de vrouw achter de balie, 'dokter W. is ook wel eens te laat.'
Het duurt nog 35 minuten voordat ik aan de beurt ben.

- Sinds je eens een keer 'de gevreesde ziekte' hebt gehad stort je gul bij een bedelbrief van het KWF. Elke keer als ik €50,- stort, krijg ik een atomatische bedankbrief. Daar erger ik me kapot aan. Voor mensen die minder te besteden hebben is een kleiner bedrag misschien een veel groter gebaar en die krijgen geen bedankje. De laatste keer stortte ik €49,-. Geen bedankbrief, iedereen blij.

- Een week voor de jaarlijkse controle moet je een foto laten maken en bloed prikken. Routinewerk. De vampirella jenst de naald er zo hard in dat ik na een week nog steeds een bloeduitstorting op de arm heb.
Onderaan de roltrap staat echte ziekenhuiskunst. Voetjes die uit een koffer komen. Frivool en luguber tegelijk. Een van de voetjes draagt een pleister op de wreef.

- Voor het eerst een symbolische angstdroom met een knappe dokter, een grote spin met hele grote poten in de vorm van een web aan de muur van de wachtruimte. Als de dokter het web, dus de poten pakt, vliegt het overgebleven spinnenlichaam keihard in mijn nek. Tijd om wakker te worden.

- Dokter W. zoekt op de computer naar de protocollen die horen bij mijn geval. De protocollen zijn onlangs aangepast. Preventief bestralen hoort er niet meer bij, want dat was in 70% van de gevallen volstrekt overbodig.
'Dus ik had eigenlijk niet bestraald hoeven worden?'
'Jij had een medische indicatie met een tumor die groter was dan vier centimeter en kankercellen buiten het kapsel,' zegt de dokter.
Dan is dat in ieder geval niet voor niets geweest, denk ik, terwijl ik nu pas voor het eerst hoor over die kankercellen buiten het kapsel.
Er bestaat overigens geen protocol voor mijn geval. Aangezien het bloed goed was en de foto (x-thorax) ook mag ik over een jaar terugkomen.

woensdag 24 juni 2009

In de tussentijd 37

- Een maand na de vorige 'In de tussentijd' op controle in het ziekenhuis. 'De magische grens van twee jaar,' zegt dokter Wiarda. Nu is het officieel: ik zit in een andere statistische categorie. Alsof het een verdienste is.

- Bij de balie maak ik een afspraak voor over een jaar; donderdag 24 juni 2010 wordt er weer een longfoto gemaakt. Bij de balie naast me moet een man verschrikkelijk hoesten.
'Nou, nog één winter,' zegt de baliemevrouw.

- Toch nog een keer bloedprikken. Van de grote wachtkamer ga je naar de kleine wachtkamer. Een vrouw rollatort zich erheen. Als ze zit moet ze hartverscheurend hoesten, de hele keelholte hoor je klapperen.
'Het is buiten zeker warm weer,' zegt ze.
'Het is lekker warm,' zeg ik.
'Ik merk het meteen aan mijn astma.' Astma met een Groningse tongval is wat erger dan gewone Nederlandse astma: astttmááááá. 'De hele nacht lig ik aan de inhaler.' Ze vindt het wel fijn om astma te hebben. Eindelijk een gespreksonderwerp.
Het jonge meisje tegenover me gooit het over een andere boeg: 'Wat vreemd dat al die schilderijen zo rood van kleur zijn.' En ja, nu ze dat zo zegt, de twee schilderijen in de wachtkamer zijn allebei nogal rodig.
'Zeker thematisch,' zeg ik.
Als ik even later mijn bloed laat prikken, zit de rollatormevrouw schuin aan de overkant. 'Ik heb astma,' hoor ik haar zeggen. 'De hele nacht aan de inhaler gelegen. Ik dacht vanmorgen: ik doe wel een trui aan, maar nu is het warm. Dat merk je meteen met astma.'

Als het goed is (altijd een slag om de arm houden) over een jaar meer.

zondag 24 mei 2009

In de tussentijd 36

- Vandaag op de dag af twee jaar kankervrij. Makkelijk te onthouden: de verjaardag van mijn broer.

- ‘Het begint zo langzamerhand een kwestie van een wonder te worden. Was ik maar een wielrenner met teelbalkanker, dan kon ik goeie sier maken met de genezing ervan, maar ik ben geen wielrenner.

En met mijn ballen zit het goed.’ Martin Bril op 9 maart 2009 in De Volkskrant. Een dikke maand later is hij dood. Ik was geen groot bewonderaar van zijn columns, maar de columns in de laatste maanden van zijn leven vond ik wel goed. Niet alleen de columns die over kanker gingen, maar juist de columns die een totaal ander onderwerp hadden. En daardoor juist niet.
Die column van 9 maart is vrij hard. Een verwijzing naar Lance Armstrong, maar met een opmerking die onder de gordel is. Wat een machismo ook opeens.
Dat ‘goeie sier maken met de genezing’ betrek ik meteen op mezelf. Alsof je je een beetje moet schamen dat je genezen bent. Terwijl er in werkelijkheid geen enkele triomf is.

- Kanker is een ziekte die in gezelschappen opsommend gebruikt wordt. Die heeft dat, die ligt in het ziekenhuis met dit en die is opgegeven. Laatst kwam er ook zo’n opsommend gesprekje langs tussen collega’s. Opeens vroeg iemand: ‘Maar met jou gaat het toch goed, Coen?’
Ja, met mij gaat het goed. Ik had slechts kanker-light. Achteraf had ik wat meer moeten lijden, maar ik moest en zou binnen een paar dagen na de operatie weer werken. Geen dag ziek gemeld. Ook dat is machismo.

- Martin Bril, daarvoor Adriaan Jaeggi, daarvoor Karel Glastra van Loon. Ik kocht bij de Slegte zijn postuum uitgebrachte columns Ongeneeslijk optimistisch. Mooi klein boekje. Naast de reguliere wetenschap scharrelt hij ook wat rond in de alternatieve hoek en daar krijgt hij boze reacties op van lezers en mensen van de Vereniging tegen kwakzalverij.
Er is de laatste tijd weer veel aandacht voor Sylvia Millecam en de diagnostiek van Jomanda. Millecam wordt afgeschilderd als een domme gans en Jomanda als een boze heks. Ik weet nooit wat ik zou doen als ik de mededeling zou krijgen dat ik opgegeven was. Voorlopig heb ik een onbegrensd vertrouwen in de wetenschap en leg ik me neer bij de grenzen van die wetenschap. Makkelijk praten als je de ene dag kanker hebt en de volgende dag er weer vanaf bent. Heb slechts een glimp opgevangen van de verlatenheid die je overvalt als je de diagnose krijgt.

- Twee jaar kankervrij betekent ook twee jaar rookvrij. Nog steeds tien kilo te zwaar. Pijp, tabak en sigaretten heb ik in de prullenbak gegooid. Een doos filters voor in de pijp heb ik bewaard. Big Ben. Om weg te geven aan iemand die pijp rookt. Ik ken niemand die pijp rookt. Heb af en toe nog wel heimwee naar het genot van het roken. In mijn dromen rook ik soms nog.

- Bij de conferentie over Lezen voor de lijst waarbij we een groslijst met boeken samenstellen passeert de hele Nederlandse literatuur. Op de eindlijst staan ook Bril, Jaeggi en Glastra van Loon.

- Twee jaar kankervrij betekent dat ik een andere statistische categorie ben terechtgekomen. Als hypochonder zegt me dat niet zoveel (‘zul je net zien dat’). Ik heb zelf het idee dat de wereld totaal anders is dan twee jaar geleden en toch doe ik nog precies dezelfde dingen. Nou ja, bijna dan.

- Niet vergeten dat het een feestdag is vandaag.

woensdag 21 januari 2009

In de tussentijd 35

- De wachtkamer is overvol. Opeens klinkt het geluid van een boor op een verdieping boven ons. Het Martiniziekenhuis is nog steeds niet helemaal af. 'D'r is hier ook een tandarts,' zegt een man. En als even later het boren doorgaat: 'Moet zeker zijn wintersport nog betalen.' Wachtkamerhumor.
- Ik neem altijd een boek mee naar de wachtkamer. Je kunt je verdiepen in het liefdesleven van Rachel Hazes (die doet het nu met een gangster zag ik op de voorkant van een blad staan), maar je kunt ook een boek lezen. Zo las ik de eerste 28 bladzijden van het nieuwste boek van Beigebeder. Het was druk.

- Bij de specialist zit een co-assistente. Ik denk dat het dezelfde is van de vorige keer, maar dat is niet zo. Zou dat nou leuk zijn voor een studerend meisje: co-schappen lopen bij een uroloog? Zou een mondhygiëniste nog wel zoenen?
De specialist wijst mijn tatoeage aan, een stip midden op mijn buik. 'Bij prostaatkanker krijgen ze er drie,' zegt hij tegen de co-asssistente. 'Ik heb er ook drie,' zeg ik een beetje verongelijkt. Het is net alsof je daardoor wat belangrijker wordt!
- Volgens de specialist ziet alles er goed uit. We gaan de laatste vier maanden in van de eerste twee jaar. Als de kanker binnen die periode niet terugkomt, ben je statistisch gezien veiliger. Die statistieken zeggen niets als je weer een enge bobbel of knobbel voelt, zoals vorige maand. Maar toch: nog vier maanden en drie dagen.
- Weer een longfoto maken ('metastasen?' staat er op het papiertje, ook niet echt geruststellend) en bloed afnemen. Bij de foto hoef ik maar even in de wachtkamer te ziiten. Te kort om een boek te pakken. Bij het laboratorium moet ik even wachten, voordat ik naar binnen mag en daarna moet ik langer wachten in de wachtkamer binnen. Veel oude mensen vandaag die langsschuifelen. Een oude man heeft zijn vrij dikke dochter van in de vijftig meegenomen. Terwijl zijn bloed geprikt wordt, verontschuldigt zij zich tegenover de andere wachtenden. 'Op die leeftijd is 't niet veel meer.' Ik moet me altijd inhouden om dan niets te zeggen. Wat geeft haar het recht om te zeggen dat het leven van een ander wel of niet iets voorstelt. 'Dat is ons voorland,' zegt ze er nog sombertjes bij met een ondertoon die zegt: als het zo moet, dan hoeft het voor mij niet meer. Ik zeg zoals gewoonlijk niets meer.
- Een man, grauwe kop, echte tattoo's op de armen, en een vrouw, ook grauw, met sliertig haar dat alle hoop heeft opgegeven, gaan zuchtend en mopperend in de wachtkamer erbij zitten. Moeten ze al weer wachten. Ze zijn al tweeëneenhalf uur in het ziekenhuis. En maar wachten. 'Is er geen asbak,' zegt de man in het Gronings, zo plat dat het nauwelijks verstaanbaar is. 'Hier een hele grote,' zegt zij en ze wijst op de prullenbak. Wachtkamerhumor.

vrijdag 19 december 2008

In de tussentijd 34 (tussentijds)

- Dit loopt goed af.
- Vorige week dinsdag tijdens een college poëzie-analyse voel ik opeens een zere plek in mijn hals. Niet als je hier drukt dan doet het daar zeer, maar als je daar drukt doet het daar zeer. Lichte paniek, want in dat gebied moet je geen opgezwollen klieren hebben. Ik zie het een dagje aan. Ik zie het twee daagjes aan. Ik zie het drie daagjes aan en het hele weekend, maar besluit toch maandagochtend maar te bellen met de huisarts. Kan 's middags meteen komen.

- Zie de afgelopen weken op de televisie twee mannen die kanker hebben gehad. Martin Bril, kalig, die aan het herstellen is en langzaam aan het terugkomen. Na de vorige keer, acht jaar geleden, was hij iets stoerder; nu zie je ook de paniek in zijn ogen. Ik zie ook Mart Smeets bij Pauw en Witteman. Als Pauw een vraag stelt die in de richting van kanker gaat (waarom Lance Armstrong hem dat gele armbandje heeft gegeven) weigert Smeets daar over te praten. Ik weet niet of dat komt uit een zekere gene (dat doe je gewoon niet) of omdat hij het niet kan. Tot nu toe heb ik hem alleen een paar keer vluchtig horen praten over zijn ziekbed.
- Mijn huisarts weet het ook niet. Hij drukt en voelt allerlei klieren. Omdat ik nogal giechelig reageer als hij in mijn rechterlies zit te drukken besluit hij om van de hals en de rechterlies een echo te laten maken. Even later zit ik op een briefje te wachten van de assistente. Echo is een fout woord. Dat heeft te maken met anderhalf jaar geleden. In het Martiniziekenhuis is pas over een week plek.
Thuis komt er iets meer paniek. Je belt rond en zaait angst die ook op jezelf terugslaat. Ik doe assertief en bel de assistente weer op met de vraag of ze niet alsnog voor een vroegere echo kan zorgen. Even later belt ze terug: Het Martiniziekenhuis is het snelst, het UMCG heeft pas plek halverwege januari. Als ik wil kan ik zelf streekziekenhuizen gaan bellen. Corrie gebiedt me dat ik dinsdag met mijn specialist contact opneem zodat die voor een snellere behandeling kan zorgen.
- Dinsdagochtend. Moet nog assertiever zijn en bel de assistente van mijn uroloog op. Ik had me ingesteld op iemand die me zou afblaffen, maar ik word heel begripvol te woord gestaan. Ze gaat er alles aan doen om mijn specialist op de hoogte te brengen. Terwijl ik mijn ochtenkranten en brood haal heeft ze al teruggebeld. Ik kan 's middags langskomen, zodat hij de plek zelf kan inspecteren. Ik zeg meteen mijn college van die middag af.
- Op weg naar het ziekenhuis fiets ik langs de rotonde en dan klinkt onder het viaduct een enorme schurende herrie. Een vrachtwagen die achterop een vrachtwagen werd vervoerd is met de cabinekap tegen het viaduct geknald. De kap is op een klein autootje erachter gekomen. Ik zie nog net dat het ding midden op de rotonde terechtkomt. Het autootje gaat meteen naar rechts op een veilige plek staan. Uit het niets komt een gele auto met geel zwaailicht. Een man stapt uit en ruimt de kap van de weg. In de verte stopt de vrachtwagen ook. Ik heb een afspraak.
- Mijn specialist vraagt waar de plek zit. Hij kijkt even voelt en zegt dat er geen reden tot paniek is. Als er een uitzaaiing had gezeten, dan zou die op een andere plek moeten zitten, zegt hij. Ik voel de rust haast letterlijk terugstromen in mijn lijf.
- Op de terugweg staat het autootje nog steeds langs de kant van de weg. De voorruit is versplinterd, maar zit er nog wel steeds in. Even verderop zie ik de chauffeur van de vrachtwagen in het gras staan. Hij staart naar een plek voor zijn voeten.

- Maarten van der Weijden is te gast in De Wereld Draait Door (ik wil A.L. Snijders en Tommy Wieringa zien, maar die zijn al geweest, ik moet wachten op de late herhaling). Hij zegt steeds de goede dingen over kanker. Je wordt niet beter van meer hoop en vertrouwen zegt hij. Als je doodgaat heb je ontzettend veel pech gehad. Zo teleurstellend simpel is het.
- Het is vrijdagochtend. Ik voel nu alleen nog maar wat als ik heel hard druk. De zwelling is weg. Ik bel de huisarts en daarna het ziekenhuis om de echo af te zeggen.

woensdag 10 september 2008

In de tussentijd 33

- 'Ik kijk nooit,' zeg ik tegen de vrouw van het bloedprikken.
'Ik kijk ook nooit als ik prik,' zegt de vrouw.
- Kreeg van Peter dit bericht doorgestuurd:
Vrijgezelle mannen voelen zich na de behandeling van zaadbalkanker slechter dan ex-patiënten met een vaste partner. Ze hebben meer last van depressieve gevoelens en een minder gevoel van eigenwaarde.

Ik heb niet meegedaan aan het onderzoek. Wat je wel merkt, na een jaar - als alle seizoenen eroverheen zijn gegaan, is dat je leven weer in een gewone sleur terechtkomt. Je bent een jaar lang heel scherp: al je zintuigen en gevoelens lijken strak gespannen te staan en na dat jaar treedt een verflauwing in. Je krijgt heimwee naar dat jaar waarin je instinctiever leefde. Maar alles is weer normaal geworden.
- 'Als ik zelf geprikt wordt, kijk ik ook niet,' zegt de vrouw van het bloedprikken, 'tenminste, niet als de naald erin gaat. Als de buisjes zich vullen weer wel.'
- Na mijn vorige bezoek aan de uroloog weet ik dat dat gekke chromen uitsteekseltje aan de muur zijn kapstok is en ik hang meteen mijn jas eraan. Mijn dokter kijkt tevreden.
'Kan iedereen het nu vinden?' vraag ik, maar ik raak hier duidelijk aan een trauma, want niet iedereen blijkt zo'n scherp geheugen te hebben als ik. Laatst zijn ze van het ziekenhuis nog wezen vragen of alles in orde was op de nieuwe werkplek.
'Als jullie ervoor kunnen zorgen dat ik niet drie keer per dag hoef uit te leggen waar de kapstok zit, dan wordt het een stuk aangenamer.' zei mijn dokter.
'Oh, waar zit die dan?' vroegen ze.
- Larry David vecht tegen kanker, omdat al die kankerpatiënten met hun kale hoofden de aandacht afleiden van de 'echte' kaalhoofdigen. Ik weet niet of ik dit echt grappig vind.

- In de wachtkamer van radiologie waar ik een 'thorax' moet laten maken, zit een vrouw enorm te kleppen met de mensen tegen over haar. De hele wachtkamer kan meegenieten van de verhalen over haar moeder die nu ergens binnen zit voor haar foto's. En over de incapabele dokters die er allemaal bestaan. Deze vrouw weet hoe het eraan toegaat in de wereld. Dan komt er een vrouw binnen die ons goedemorgen wenst en met een diepe zucht gaat zitten. De hardpratende vrouw trekt achter haar rug om een raar gezicht dat zoiets moet betekenen als: stel je niet aan en daarbij betrekt ze de anderen in de wachtkamer. Van schaamte weet ik niet waar ik kijken moet.
- Alles is ok: de uitslag van het bloedonderzoek en de longfoto laten zeker een week op zich wachten. Als ik vrijdag niet gehoord heb, dan kan ik met een gerust hart naar mijn volgende afspraak in januari 2009.
'De kanst op recidive is klein (5%), maar als die plaats vindt dan gebeurt dat in 80%van de gevallen binnen de eerste twee jaar. Daarna kom je in de volgende statistische categorie,' zegt de dokter en ik weet niet of dat me helemaal geruststelt. Misschien omdat ik altijd heel slecht in wiskunde was.

vrijdag 23 mei 2008

In de tussentijd 32

- Op 23 mei vorig jaar werd bij mij kanker geconstateerd en op 24 mei werd die kanker al weggehaald. Vier je zoiets?
- Op donderdag 5 kilomter hardgelopen in 27 minuten en 10 seconden (record). Daarna nog gewandeld en gejogd tot 6,55 kilometer in 40 minuten. Was 623 calorieën kwijt. Ben in mijn leven nog nooit zo gezond en fit geweest.
- Er komen na een jaar wel flarden langs van een jaar geleden. Vannacht onrustig geslapen. Wat terugkomt zijn de wat losse beelden. Het moment dat ik van de ene locatie van het ziekenhuis direct wordt doorgestuurd naar de andere locatie en de onderzoeker het woord kanker niet genoemd heeft, maar dat je wel weet dat het fout zit omdat hij ernstig afscheid neemt en 'Heel veel sterkte' zegt. Direct daarna verdwaal ik in het ziekenhuis op weg naar de uitgang.
Een uur later zijn de foute woorden wel gezegd en fiets ik alleen naar huis. Niemand weet nog iets, behalve ik zelf.
Nog weer later als je je ouders moet bellen met zo'n bericht en je het gevoel hebt tekort te schieten als zoon. Dat is niet zo (ik hoor mijn moeder al protesteren), maar je wilt alles doen om verdriet bij je ouders te voorkomen. Als dat mislukt, faal je een beetje.
Dat soort dingen laat ik even voorbij flitsen. Niet te lang. Ik kan er nog niet goed tegen.

- De verjaardag van mijn broer viel vorig jaar wel in het water door mijn plotselinge ziekenhuisopname. In plaats van taart en slingers reed Herman naar Groningen evenals mijn zus en mijn ouders. Ik ben daar wel goed in: verstoren van verjaardagen. Op de foto is hij 44. Vandaag is hij 45 en ga ik naar Ede. Laten we dat maar vieren.

woensdag 16 april 2008

In de tussentijd 31

- Ik zie er goed uit. Dat zeggen anderen althans. 'Dik?' vraag ik dan altijd, op mijn hoede voor allerlei eufemismen. Heb nu binnen een maand al twee mensen gehad, die vervolgens vroegen: 'Of gebruik je prednison?'
- Vandaag weer controle gehad in het ziekenhuis. Blijft een spannend moment, zeker omdat we langzamerhand toegaan naar het jaarfeest. Was net op tijd in de volle wachtkamer en was vrij snel aan de beurt.
Ik legde mijn tas en jas op een stoel voor het bureau van de dokter en ging op de andere stoel zitten.
'Ik heb sinds kort ook een haakje voor de jas,' zei de dokter en hij wees naar een verchroomd uitsteeksel aan de muur.
Ik verexcuseerde me en hing mijn jas snel netjes op.
'Ik heb er erg om moeten zeuren, maar niemand ziet het,' zei hij.
- Ben voor de tweede keer in een half jaar uit een broek gescheurd. Bij het losmaken van mijn schoenveters, gelukkig in mijn eigen huis. Dat geluid van het scheuren heeft iets onherroepelijk vermoeiends.
Vorig jaar woog ik 85 kilo, nu 95 kilo. Toch voel ik me fitter. Mijn kleren, die zijn vermoeid.
- Het hoogtepunt van het ziekenhuisbezoek is altijd de controle. De dokter bevoelt de lymfeklieren en onderzoekt je bal door deze te betasten. Hij vroeg of ik zelf ook regelmatig controleerde of alles nog oké was, want hij was ervan overtuigd dat je het meteen merkt als dat niet zo was. Klopt, dat was vorig jaar ook zo.
Toch is het apart dat meisjes en vrouwen wel voorlichting krijgen over borstkanker en dat zij ook uitgebreide informatie krijgen over zelfonderzoek.
Vond op YouTube wel het volgende filmpje waarbij een de jongens van een rugbyteam zo'n onderzoek moeten doen bij zichzelf (met expliciete naaktbeelden, voor YouTube meestal direct een reden om een filmpje te verbieden, maar in het geval van kankeronderzoek mag het waarschijnlijk blijven staan).

- Om de zwaarlijvigheid tegen te gaan gebruik ik zoetjes in de koffie. Hoe vaak ik daar niet over heb gehoord dat je er kanker van krijgt. En inderdaad: op internet vind je allerlei alarmerende verhalen. Op de site van de KWF, die ik toch betrouwbaar acht, staat het volgende:
Veiligheid
Van sacharine, cyclamaat en aspartaam wordt wel eens ten onrechte beweerd dat ze kankerverwekkend zijn. Echter, deze zoetstoffen zijn uitgebreid onderzocht voordat ze zijn toegestaan en veilig bevonden, mits gebruikt in niet te grote hoeveelheden.
Voor elke zoetstof is een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) vastgesteld. Dit is de portie die iemand gemiddeld elke dag, zijn hele leven lang, veilig kan gebruiken.

Zoetstof ADI
Cyclamaat 7 mg / kilo lichaamsgewicht / dag
Sacharine 5 mg / kilo lichaamsgewicht / dag
Aspartaam 40 mg / kilo lichaamsgewicht / dag

Voor zoetjes die 40 mg cyclamaat en 4 mg sacharine per tabletje bevatten, geldt bijvoorbeeld een maximum van 11 zoetjes per dag voor volwassenen (wanneer daarnaast geen andere producten met cyclamaat of sacharine worden genomen).

Aspartaam is geheel veilig. Alleen personen die lijden aan de stofwisselingsziekte phenylketonurie (PKU) wordt afgeraden om producten met aspartaam te gebruiken. Aspartaam wordt namelijk in het lichaam omgezet in fenylanaline; dit is een stof die deze patiënten niet teveel binnen mogen krijgen.

Ik gebruik die Natrena-zoetjes, volgens mij bijna nooit meer dan elf. Maar afvallen, ho maar. Loop sinds kort wel weer 5 kilometer binnen de 30 minuten op de loopband.
- Oh ja, onderzoek was goed. Longfoto van de vorige keer was ook goed, die slaan we nu even een paar maanden over. Nog wel bloedonderzoek voor de zekerheid. In september terugkomen. Of je opeens vijf maanden vakantie krijgt.
- Kleine aanvulling: ik zie net de commentaren onder de bovenstaande video. Eentje springt ertussenuit:
Oh my goodness, this porno trash would never air in the United States of Christ's America. Hell is a hot place folks and if you want to touch yourself and claim you are checking for cancer, well God knows better! He's going to roast you in Hell for all eternity. Praise Jesus folks, praise his sweet and holy name! And open mind is Satan's playground and masterbators should be stoned by the city elders in the town square because they have a weak faith in God, praise Jesus and Bush!