woensdag 8 juni 2016

Literaire kroniek: Foutje

Fout

Iedere schrijver en journalist maakt fouten en kent het fenomeen van de lezer die je verbetert. Ik bedank de oplettende lezer altijd omstandig. Op een site kan ik de fout corrigeren, in de krant moet de fout wel heel bar zijn wil er een rectificatie komen.

Vorige week citeerde ik een deel van een gedicht van Driek van Wissen. Dezelfde dag kreeg ik een mail:



De dame had volledig gelijk en toch veroorzaakte haar bericht enige wrevel. Ik ken haar van lang geleden, ze mailt nooit, maar nu ze in de krant één lettergreep te veel ontdekt, stuurt ze mij een belerend bericht. Die onderhuidse wrevel deel ik met meer auteurs. Ik ken een schrijver die een paar jaar over een boek gedaan had en nadat het boek uitkwam van een vriendin een lijstje kreeg met de fouten die hij kon verbeteren in de tweede druk. Al had ook die vriendin gelijk, zo’n lijstje komt harder aan dan een kraakrecensie.

Bij lezingen en interviews zijn er altijd mensen in de zaal die na afloop blijven hangen om te zeggen welk woord je fout uitsprak en welke vraag je eigenlijk had moeten stellen. Zo zijn er ook altijd mensen die achteraf zeggen dat ze een heel fijne middag hebben gehad, maar dat ze er niets van hebben verstaan. Onlangs presenteerde ik een boek in Purmerend. Op de heenweg dronk ik een mango-passievrucht-smoothie van Albert Heijn. Toen ik het flesje weer dicht deed viel er wat vocht uit de dop op mijn broek. Pas de volgende dag kwam ik erachter dat de smoothie een wat verdachte, grote vlek had veroorzaakt ter hoogte van mijn kruis. Daar heb ik de hele avond mee in de spotlights gestaan. En niemand die daar dan iets van zegt.

Coen Peppelenbos

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 4 juni 2016.

vrijdag 3 juni 2016

Literaire kroniek: Driekdag

Driekdag

In Café De Wolthoorn & Co werd afgelopen zondag de Driekdag gehouden. Een bijeenkomst die jaarlijks rond de sterfdag van Driek van Wissen wordt georganiseerd. Een dag waarop dichters en Driekliefhebbers samenkomen. Uit heel het land, behalve Friesland, komen ze naar Groningen. Sinds Van Wissen het gedicht ‘Anti-Fries’ geschreven heeft is hij de Ebru Umar avant la lettre in Friesland:

Als Holland winters is getooid,
En wij van kou welhaast verrekken,
Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken,
Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid,
Ontspannen plots in losser trekken
Terwijl zich rond de stuurse bekken
Een soortement van glimlach plooit.

In Groningen wordt om dat gedicht altijd gegniffeld, in Friesland is alleen Cornelis van der Wal in woede ontstoken en zijn enige claim to fame is dat hij een ametrisch ‘Anti-Driek-lied’ heeft gemaakt waar de verongelijktheid van afspat

Zijn demente pen kan slechts beledigingen kwijlen.

Wat anderen voor humor aanzien is eigenlijk kwaadaardig en gestolen
Vul voor Friezen Turken in en Driekje wordt direct gearresteerd
Professionele hulp is voor dit foute warhoofd aanbevolen
Of hij dient vertrapt te worden door een groot Fries peerd.

Dat Friese paard is Van Wissen bespaard gebleven; hij vond de dood in Istanboel.



Ik zat met een vriend al een uur voor de Driekdag begon in het café om nog een plekje naast de microfoon te bemachtigen. We zagen Corien Bleeker, de vrouw van Driek van Wissen, in een opperbest humeur en we zagen Jean Pierre Rawie, diens literaire wederhelft, in zijn element. We zagen Kees Torn en Ivo de Wijs en een hele stoet aan dichters. Er mocht rijm, ritme en humor gehanteerd worden bij de gedichten en de mensen in het inmiddels bomvolle café hoefden niet moeilijk te kijken. Je mocht gewoon in het openbaar lachen bij de poëzievoordracht. ‘We hebben alle boeken van Driek,’ zei een vrouw tegenover me. Ze was met haar man uit Noord-Holland komen rijden om de middag te kunnen meemaken. Als Van Wissen in Noord-Holland moest optreden, kwam hij altijd even langs. Oude vrienden die op deze middag door de poëzie van anderen dichter bij Driek waren. Deze poëzie begreep ze tenminste, zei ze. Het was geen aanval, maar een constatering.

Coen Peppelenbos

De volledige gedichten zijn terug te lezen in Ik proef iets wat bedorven is, een verzameling hekeldichten.

(Deze column verscheen in iets kortere vorm in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 28 mei 2016.

zaterdag 28 mei 2016

Casey Neistat in het Vondelpark

Hij maakt er een commercial voor Amsterdam van: een extra dag met Casey Neistat die onder meer naar het Vondelpark gaat.

vrijdag 27 mei 2016

Casey Neistat in Amsterdam

We kennen hem als maker van dit filmpje en afgelopen winter figureerde hij nog zelf in dit virale filmpje, maar de afgelopen dagen was hij in Amsterdam: vlogger Casey Neistat.


dinsdag 24 mei 2016

Herman met bril



Wat mijn broer Herman, die vandaag jarig is, het meest zal haten van deze foto is zijn bril. Toch kijkt hij net als mijn zus heel vrolijk in de camera. Ik houd angstvallig mijn neefje Robin in de gaten.

Maar die bril. Mijn broer had hem al heel vroeg en echt modisch verantwoord waren die brillen niet. Ze waren vooral groot en zwaar. Onhandig ook bij het voetballen. Afzetten om te te voorkomen dat de bril kapot ging zou de scherpte van het zicht te niet doen. Ik had dan wel geen bril en kon keiharde afstandsschoten met de punt van de schoen produceren, mijn broer was meer van de precieze pass binnenkant voet.

Een bril kan niet alleen kapot, hij kan ook afgepakt worden, verstopt worden, een bron van spot worden.

Zodra het kon nam mijn broer lenzen. Lenzen zijn ook niet prettig, zeker niet in combinatie met een vlieg of zand in het oog, maar je hebt wel je eigen gezicht terug.

Ik kreeg pas later een bril, als voorwaarde bij mijn rijbewijs, zodat ik in de verte een nummerbord kon herkennen. Bij mij was het andersom: ik kreeg juist een gezicht door een bril, alsof er eindelijk structuur in aangebracht was.

Literaire kroniek: Sssst

Sssst

Vorige week bracht Tzum naar buiten dat Charlotte Dematons (bekend geworden door haar megaprentenboeken Sinterklaas en Nederland) zou opstappen bij uitgeverij Lemniscaat. Boekblad had net het nieuws gebracht dat jeugsboekenauteur Koos Meinderts vertrok bij Lemniscaat en wij wisten dat Dematons zou volgen. Eén bron is echter geen bron, totdat we van een andere betrouwbare bron hetzelfde bericht binnenkregen en we konden overgaan tot publicatie.

Gesprekken met auteurs gaan nooit over de keuze voor een bepaald perspectief maar altijd over de buitenechtelijke affaires van deze of gene collega. Je hoort ook nog eens welke auteur een hekel heeft aan zijn eigen uitgever of de waarheid over talkshowhosten die geen letter gelezen hebben of de aanstaande overstap naar een ander uitgevershuis. Ook grote schrijvers houden van de kleine feiten omdat ze een voorbode zijn van grote veranderingen. Ilja Leonard Pfeijffer schreef in Brieven uit Genua over zijn ontmoetingen met Gerrit Komrij: 'We voerden gesprekken tot diep in de nacht, over poëzie en literatuur, wat vooral inhield dat we de hele Nederlandse literatuur in alfabetische volgorde moesten doornemen, van Robert Anker tot Joost Zwagerman, waarbij vooral werd stilgestaan bij de smakelijke weetjes en de recente roddels.' Heerlijk, maar als ik aan tafel zit, zeggen auteurs bij voorbaat dat er niets in de krant mag komen. Elke journalist heeft een kerkhof vol ongebruikte kennis.

Bart Temme, de schrijver van het stuk over Dematons werd de hele dag belaagd door sms-berichtjes en telefoonoproepjes van de uitgeverij. Ik kon het zien, want ik nam op dat moment mondelinge tentamens met hem af. Om de paar minuten begon zijn mobieltje te trillen op tafel. Tijdens één mondeling legde het mobieltje wel een halve meter af over de tafel. We moesten het leugenachtige artikel van de site halen en wel direct. Maar ja, nieuws in de openbaarheid is als een scheet in een volle lift: erg moeilijk om ongedaan te krijgen. Wel plaatsten we het bericht dat de uitgeverij ontkende dat Charlotte Dematons wegging bij Lemniscaat. En deze week het bericht dat Dematons via een persbericht liet weten dat ze toch weggaat bij de uitgeverij.

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 21 mei 2016.

Literaire kroniek: Palmen

Palmen

Ik durf het bijna niet te bekennen, maar ik ben op bladzijde 75 gestopt in Jij zegt het van Connie Palmen. Dat ligt niet aan de schrijfster die ik bewonder, en ook niet aan het onderwerp van de roman die afgelopen maandag de Libris Literatuurprijs won, maar aan de stijl. In Jij zegt het is Ted Hughes aan het woord die vertelt over zijn verhouding met Sylvia Plath, de dichteres die in 1963 zelfmoord pleegde. Palmen verwerkt in de zinnen uitweidingen, die van bijzin naar bijzin lopen, van gedachte naar gebeurtenis en alhoewel ik een liefhebber ben van lange, goed geconstrueerde zinnen had ik tijdens het lezen last van die monsterzinnen. Ik citeer:

Ik dacht dat het de vermoeidheid van de urenlange tocht was, de beklimming van de steile heuvels, de overweldigende indruk van een waar geworden roman, maar nee, snikte ze, dat was het allemaal niet, het was de vergankelijkheid, de restanten van een leven, van Emily's leven, een halfwees, op haar dertigste dood, met één roman op haar palmares, een jaar voor haar dood gepubliceerd, onder pseudoniem - ook dat nog - en dat ze als schrijver nooit had geweten hoe beroemd ze zou worden, een wereldwijde, postume roem die een lezer op deze dag - helemaal vanuit Massachusetts - naar de Wuthering Heights had geleid om haar, Emily Brontë, te zoeken, en dat - ze schaamde zich ervoor - het monster van jaloezie haar opeens in de kuiten had gebeten.


Alsof er steeds op de rem getrapt wordt. Bij één zin is dat niet erg, maar bladzijde na bladzijde deze zinsconstructies consumeren is erg vermoeiend. Binnenkort begin ik opnieuw, want ik wil als lezer niet falen. Daarnaast las ik venijnige tweets die haar in de elitaire hoek zetten; 'elitair' is tegenwoordig voornamelijk een scheldwoord. Dat ressentiment moet je bestrijden. Voor het bovenstaande citaat heb je vijf tweets nodig. Palmen is het allemaal om het even. In een interview vroeg Kristien Hemmerechts: 'Lig je ervan wakker wat mensen van je vinden?' Palmen: 'Nee schat, ik lig ervan wakker dat ik te veel drink.'

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 14 mei 2016.

maandag 9 mei 2016

Literaire kroniek: Wrang

Wrang


Op Schiphol zie je hoe Nederland zichzelf verkoopt aan het buitenland. Voornamelijk als een verzamelplaats van multinationals en daartussen ontwaar je af en toe wat posters met kaas, tulpen en molens. Wie in Lissabon aankomt, ziet hoe Portugal zich toont aan de wereld. Op weg naar de metro zijn de wanden beschilderd met tientallen karikaturen van bekende Portugese schrijvers, wetenschappers en kunstenaars.
Fernando Pessoa
In het blauwgeverfde metrostation Parque kom je langs citaten uit de wereldliteratuur weer boven de grond. Pessoa, Camões natuurlijk, maar ook Nietszche, Pindarus, Democritus en Plato. Beneden op de perrons wordt de geschiedenis van de ontdekkingsreizen van Portugal op een kunstzinnige manier verbeeld, waarbij ook de zwarte kant van de geschiedenis aan bod komt. In het hotel, waar ik met mijn moeder en zus zit, is dat anders. Daar hangt beneden in de ontvangstruimte nog gewoon een schilderij van de onderwerping van een zwarte leider die op zijn knieën gaat voor een Portugees. Benieuwd of daar ooit over geklaagd wordt door de gasten. Het mooie aan de discussies over ons eigen slavernijverleden, ons taalgebruik (negers, zwartjes), Zwarte Piet is dat de vanzelfsprekendheid van het alledaags racisme wordt ondermijnd.

In de jaren zeventig was de hele familie Peppelenbos op vakantie in Zell aan de Moezel. Half pension. Mijn ouders konden goed opschieten met de wat oudere eigenaar tot het moment waarop de oude baas vertelde dat hij ook wel eens in Nederland was geweest. Mijn ouders waren eerst nog oprecht geïnteresseerd totdat ze erachter kwamen dat de man in Nederland had rondgelopen tijdens de oorlogsjaren. Geen vakantie. Een mooi tijd, vond de pensionhouder met weemoed. De zelfgemaakte Moezelwijn smaakte iets wranger. Mijn moeder die bij de bevrijding als souvenir en afscheidssaluut van de Duitsers een granaatscherf in haar been kreeg, voelde iets minder weemoed bij die tijd.

De volgende ochtend werden we vroeg wakker van het geluid van een helikopter die landbouwgif over de wijnranken sproeide.

Wij laten de buitenlanders op Schiphol geen wetenschappers, kunstenaars of schrijvers zien. Dat zijn mensen die lastige vragen stellen. Kaas, tulpen, molens. Handel. Dat is nog altijd de VOC-mentaliteit, maar dan gevangen in clichés.

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 7 mei 2016.

Literaire kroniek: Belangrijk

Belangrijk

Als de CPNB iets organiseert, dan gebeurt het in hoofdletters. Zo kunnen we sinds vorige week meedoen aan de Verkiezing van het Belangrijkste Boek. We zitten namelijk in het Jaar van het Boek. Nu kun je mij geen groter genoegen doen dan met het maken van lijstjes, maar in dit geval zijn de criteria wat diffuus. Wat verstaat de CPNB onder Belangrijk? 'Omdat het je wereldbeeld heeft veranderd, je het las op een belangrijk moment in je leven of omdat je het gewoon heel erg mooi vindt.' De CPNB kwam alvast met een tiplijst van honderd boeken, die door tien 'curatoren' in (natuurlijk) De Wereld Draait Door werd voorgesteld. Een memorabele uitzending vol Baylonische spraakverwarring. Adriaan van Dis zag maar één van van zijn favorieten terugkeren op het lijstje dat hij moest vertegenwoordigen, de Vlaming Tom Lanoye had alle Vlaamse boeken van zijn lijst gewist omdat de Vlaamse zusterorganisatie mot had gekregen met de CPNB, de curatoren wisten niet of niet vertaalde titels ook op de lijst mogen (wat wel het geval is), de curator jeugdboeken, Jan Paul Schutten, kende de kinderboekenschrijver J.B. Schuil niet en curator en Bekende Nederlander Frank Evenblij kwam met een Tomadorekje boeken aanzetten (Youp van 't Hek, Kieft, Amy Groskamp-ten Have) waarbij het woord 'Belangrijk' bij niemand zou opkomen.

De chaos werd nog groter. Ik stemde op Sprakeloos van Tom Lanoye en zag toen dat er drie versies van Sprakeloos op de lijst stonden. Voor de zekerheid heb ik drie keer gestemd. Het verdriet van België van Hugo Claus stond er niet op en die wilde ik toevoegen, maar dat mislukte. Nadat ik het gemeld had, kon het gelukkig wel. De verkiezing nodigt ook uit om foute boeken op de lijst te zetten. Mein Kampf is een verboden boek, maar je mag het boek wel op de lijst zetten. Er staan al even foute reacties onder van fake deelnemers: 'Life changing and truly inspiring piece of work.'


Inmiddels heb ik op 163 boeken gestemd - je mag zo vaak stemmen als je wilt - en ik ga net zo lang door tot ik een bibliotheek bij elkaar heb.

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 30 april 2016.

Literaire kroniek: Schijtlaarzen

Schijtlaarzen

'Schijtlaarzen,' noemde Charlotte Mutsaers de auteurs van De Bezige Bij die zich teweer stelden tegen de komst van Dyab Abou Jahjah, maar niet uiterste consequentie uit hun weerzin trokken: vertrekken. Leon de Winter, Jessica Durlacher en Marcel Möring , de schijtlaarzen in kwestie, kunnen zo bij een andere uitgeverij terecht. Ik denk dat Hollands Diep van Robbert Ammerlaan, oud-directeur van De Bezige Bij, ze met open armen ontvangt. Lang kan het niet meer duren als je leest wat Möring in NRC Handelsblad schreef aan het adres van Abou Jahjah: 'Het is mijn recht om het met jou en jouw onsamenhangende ideeën oneens te zijn en ergens anders heen te gaan als mij dat niet zint. Jij kunt gewoon je antisemitische vergelijkingen blijven maken.'


Het pamflet Pleidooi voor radicalisering dat deze zomer verschijnt zorgt al wekenlang voor een veenbrand bij het toch al zo geplaagde uitgevershuis. Ou-uitgever Wouter van Oorschot werd afgelopen zondag nog over de Abou Jahjah-rel geïnterviewd in Buitenhof. Waarom juist hij was uitgenodigd bleef volstrekt onduidelijk, omdat hij nog nooit iets van Abou Jahjah had gelezen. Toen de presentatrice hem vroeg waarom uitgeverij Van Oorschot ooit Reis naar het einde van de nacht had uitgegeven van de antisemiet Céline, schrok hij helemaal. Hij was niet gekomen om zich te verantwoorden voor het uitgeefbeleid van zijn vader en het gesprek werd snel weer in de veilige haven van nietszeggendheden geleid.

Van Oorschot gaf maar één boek uit van Céline, uitgeverij Meulenhoff het grootste gedeelte van zijn oeuvre. Concentratiekampoverlevende G.L. Durlacher (1928-1996), de vader van Jessica Durlacher, werd ook uitgegeven door Meulenhoff. Je zou graag willen weten wat wat hij over deze kwestie dacht. Uitgevers zijn vrij om uit te geven wat ze willen, schrijvers om te schrijven wat ze willen en lezers om te lezen wat ze willen. Daarom is het goed om het kleine oeuvre van G.L. Durlacher zo vlak voor de eerste meiweek aan te raden. Lees bijvoorbeeld Strepen aan de hemel, nog geen honderd bladzijden brengen je ideeën over goed en kwaad in de wereld aan het wankelen. Eén zo'n boek rechtvaardigt een complete uitgeverij.

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 23 april 2016.