maandag 25 mei 2015

Kroniek Leeuwarder Courant: Foutje

Foutje

Als recensent maak je wel eens een foutje. Ooit heb ik consequent de naam van een schrijver verkeerd getikt en ook de eindredacteur heeft het niet opgemerkt zodat die recensie voor eeuwig onder een verkeerde naam in het archief staat. Daarnaast heb ik het debuut van Tommy Wieringa zo afgekraakt dat elke keer als ik de recensie weer onder mijn neus gewreven krijg het schaamrood me naar de wangen schiet. Je ziet meer het ego van de recensent dan een faire bespreking van het boek.

Dat Frans Kellendonk beschuldigd werd van antisemitisme in Mystiek lichaam, zoals Aad Nuis in 1986 in de Volkskrant schreef, kan nog steeds als een grote recensieblunder gezien worden. Ook deze krant kan niet vrijuit gaan, want Gerrit Jan Zwier schreef destijds: 'Zodra de verteller zich echter van dit antisemitisme bedient, ontspoort het verhaal op grove wijze.' Op een andere plek schrijft hij: 'Deze schrijver heeft er namelijk geen geheim van gemaakt dat hij zelf de herenliefde bedrijft!' Zwier, die bij mijn weten de vrouwenliefde bedrijft, is bij mijn weten nooit door Kellendonk ter verantwoording geroepen. Nuis wel, die kreeg meteen een beleefde, maar vileine brief na zijn recensie. 'Je hebt genoeg gelezen om te weten dat onderwerp en strekking van een boek niet altijd samenvallen - dat een boek over antisemitisme niet noodzakelijkerwijs antisemitisch is. Ondergang, bijvoorbeeld, is geen antisemitisch boek.'



Vorige week schreef Daniëlle Serdijn een recensie over de nieuwe roman van Jamal Ouariachi. Serdijn is wel vaker op een fout te betrappen. Zo liet zij bijvoorbeeld de prachtroman Juni van Gerbrand Bakker op Texel spelen. Ouariachi reageerde boos omdat de opvattingen van de hoofdpersoon in het inleidende stukje bij de recensie in de mond van Ouariachi lijken te worden gelegd. Aangezien het onderwerp pedofilie is, is dat nogal tricky. Een beleefde brief toen is nu een woedende tweet geworden: 'Oudste beroep ter wereld: hoer. Oudste leesfout ter wereld: ideeën van personages verwarren met die van hun auteur.' Toen ik er een stukje over schreef voor Tzum: 'Eigenlijk ben jij bij die flikker, Coen Peppelenbos, altijd nieuws.' Het werk van Kellendonk kan ik van harte aanbevelen.

Deze kroniek verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 23 mei 2015.

zondag 24 mei 2015

Herman heeft hem klemvast



Uit de serie onvergetelijke voetbalmomenten van de familie Peppelenbos. Mijn broer op doel. Dat is vreemd, want meestal stond ik op doel, omdat ik dan het minste kwaad kon. Herman is ook de enige die echt gevoetbald heeft. Bij SV Raalte, want die waren niet katholiek (dat soort voetbalde bij Rohda Raalte).



Nog een actiefoto. Wat me weer opvalt zijn de antennes op het dak, het tongetje uit de mond en die rode fiets die neergekwakt is bij het veld. Daar zullen we het op de verjaardagsvisite, mijn broer is jarig, wel over hebben, van wie die fiets is.



Je ziet nu een beeld waaruit blijkt dat ik beter de keeper kon zijn dan andersom.


Terwijl mijn broer op zoek is naar iemand die kan voetballen, loop ik zo te zien paaseieren te zoeken en mijn zusje doet iets onduidelijks met een kleinemeisjesbal. Echt een hecht team. 'Het veldje' zoals wij dit veldje toepasselijk noemden, is onherkenbaar veranderd. Naast de komst van het circus , was het maaien van het gras een terugkerend hoogtepunt. Met ongelooflijke inventiviteit maakten we dan grote bulten gras waar je vervolgens indook. Dat was het zo'n beetje: je maakte een bult en sprong erin. We deden nog niet aan hooikoorts in die dagen.

zondag 17 mei 2015

Kroniek Leeuwarder Courant: Lefste

Lefste

Welk boek wordt opgepakt door een criticus en welk boek niet? Daar bestaan vast wetenschappelijk onderbouwde antwoorden op, maar waarschijnlijk is de waarheid wat rommeliger. Ik word geleid door nieuwsgierigheid en door wat zich aandient. Een vast patroon zit er niet echt in. Toen mijn eerste roman uitkwam, Victorie - een titel die ik alvast had uitgekozen met het oog op een enorm verkoopsucces, was ik verbaasd over het uitblijven van respons in de landelijke kranten. Het boek werd wel genoemd in korte stukjes van ongeveer vijftig woorden, maar ik bleef hopen op een echte bespreking. 'Als je roman in een aankondiging staat, dan is je boek voor de rest dood,' zei men bij De Arbeiderspers en ik zag een bestseller aan de horizon verdwijnen. Een aankondiging betekent: geen bespreking.

Grote auteurs, van echte bestsellers, worden natuurlijk wel besproken. In de Volkskrant las ik vorige week een recensie van Arjan Peters over Geronimo van Leon de Winter. Het was een curieuze recensie, al was ik het met de argumenten die Peters gebruikte volledig eens: ‘Het is allemaal overtrokken en opgeschroefd. Te veel, te erg, te sentimenteel, het is te gek voor woorden.’ ‘Op andere momenten is De Winters verhaal dermate tranentrekkend mierzoet dat het moeite kost hierdoor ontroerd te raken (…)’ Zo gaat het nog een tijdje verder tot in de conclusie alle negatieve argumenten leiden tot iets positiefs: 'Geen fantasie kan de krankzinnigheid van de werkelijkheid benaderen, maar met dit universum van onwaarachtige complotten, ongehoorde acties en ontelbare schokeffecten komt hij een heel eind.' En De Winter krijgt vier sterren mee en een veer in zijn reet omdat hij 'de lefste schrijver van Nederland' is.


Ik herlas de recensie een paar keer, maar snapte de redenering nog steeds niet. En toen dacht ik ook aan al die schrijvers die dit voorjaar een roman hadden uitgebracht en elk weekend tevergeefs de boekenbijlagen opensloegen om mismoedig te constateren dat die weer niet besproken werd. Zelfs niet in een aankondiging. De auteurs die dan doorgaan, zijn de lefste schrijvers van Nederland.

Deze kroniek verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 16 mei 2015.


zaterdag 16 mei 2015

Een volstrekt noodzakelijk wandelpad in de Rembrandt van Rijnstraat


Zo ziet de Rembrandt van Rijnstraat er nog uit op Google Streetview. In het midden van de straat loopt een brede groene strook. Wat zou er mis zijn met zo'n strook? Je weet het pas als je het ziet. Een kronkelend wandelpad.








zondag 10 mei 2015

Kroniek Leeuwarder Courant: Mediatraining

Mediatraining

Regelmatig interview ik een schrijver in het openbaar. Het compliment dat ik van auteurs na afloop het vaakst hoor, is enigszins dubieus: 'Wat fijn dat het gesprek over het boek ging.' Daarmee val ik meteen in de categorie stoffige, bejaarde interviewer. Een modern interview gaat vooral over het persoonlijke leven van de schrijver: zijn leed en zijn passies. Ik herinner me nog goed het van afschuw vertrokken gezicht van Matthijs van Nieuwkerk toen een tafelheer een inhoudelijke vraag stelde: 'Ga je het nou over het boek hebben?!' Zolang minimaal vijftig bezoekers geïnteresseerd blijven in de inhoud van een boek mag ik mijn stoffige gang gaan.

Op 4 mei schreef schrijfster Hanna Bervoets in de Volkskrant over de mediatraining die ze had gevolgd om haar boek te promoten. Voor de trainer, een oud-redacteur van Pauw & Witteman, moest ze haar boek 'pitchen'. Hij raadde haar aan in het vervolg niet meer over het plot te praten want 'dat boeit niemand. Vertel me nu eens hoe je op het idee kwam.' Ik zit ook als publiek vaak bij interviewers met schrijvers en ik erger me altijd aan dat geneuzel over het eigen leven. Wanneer beginnen ze nu echt te praten? Uit meer dan de helft van de gesprekken die ik zie, blijkt dat de interviewer het boek niet eens gelezen heeft.

Hollands next topmodel Hanna Bervoets

Op 4 mei las ik het boek Goethe in Dachau van Nico Rost. Hij houdt zich in leven door alles te lezen wat er in het concentratiekamp voorradig is: boeken uit de kampbibliotheek, boeken die onder het matras van een dode tevoorschijn komen. 'Vitamine L (literatuur) en T (toekomst) lijken me de beste bijvoeding...' Terwijl er meer dan honderd doden per dag vallen door ziekte en uitputting blijft hij met mensen in het kamp praten over de ideeën die hij vond in boeken en of die van enig nut zijn voor de maatschappij die ze moeten opbouwen na de oorlog. Hier was een man aan het woord die echt wat meemaakte in zijn leven en het toch alleen maar over de inhoud wilde hebben. Het contrast tussen Bervoets en Rost was mij te groot die dag.

Foto: Roos Custers

Deze kroniek verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 10 mei 2015.

maandag 4 mei 2015

Kroniek Leeuwarder Courant: Bildung

Bildung

Vroeger, toen de nectarine nog niet bestond, was alles beter. Woensdag gaf ik les aan toekomstige leraren in het eerstegraads gebied (de bovenbouw in het voortgezet onderwijs) en ik had van tevoren gevraagd hoeveel aandacht er nog besteed werd aan Vondel (u weet wel, van dat park) in de methodes die er op school gebruikt werden. Dat varieerde nogal: in de ene literatuurmethode waren vier pagina's gereserveerd voor leven en werken van de maker van Gysbreght van Aemstel. 'Het hemelsche gerecht heeft zich ten lange lesten / Erbarremt over my, en mijn benaeuwde vesten.' In de andere methode kon er slechts een alinea van af en in de derde kwam Vondel helemaal niet voor. Ik keek ter vergelijking ook nog in de methode Het spel en de knikkers waaruit ik begin jaren tachtig les kreeg: twaalf bladzijden werden besteed aan Vondel. Per decennium verdwijnen er dus drie pagina's Vondelkennis.

Ik geloof niet dat het literatuuronderwijs beter wordt wanneer er meer aandacht uitgaat naar oude knakkers uit de Gouden Eeuw, maar ik vind wel dat er een zekere kennis van onze geschiedenis moet zijn. Probeer echter maar die hoeveelheid kennis te definiëren. Donderdag ging ik naar een vergadering in Utrecht voor opleiders van docenten Nederlands in de tweedegraad (die geven les in de onderbouw). Ik was een beetje bang dat het besluit zou vallen dat de historische letterkunde afgeschaft moest worden omdat docenten in de eerste klassen daar niets mee doen. Dat zou betekenen dat een tweedegraads docent minder van de literatuurgeschiedenis af zou weten dan een leerling in 5 en 6 VWO.



Manon Uphoff reageerde (naast vele anderen) op Facebook op de zorg die ik had: 'Die hele gedachte dat literatuur en kunst vooral entertainment en herkenbaar en onmiddelijk moeten zijn vind ik zo vreemd. Trek het eens door naar beeldende kunst en dan wordt helemaal zichtbaar hoe belachelijk. Geen Rembrandt of Goya meer. Historie. Stoffig. Oud. Dood.' Een paar uur later treinde ik opgelucht terug: de historische letterkunde vanaf de middeleeuwen blijft op het programma staan. Hogescholen die het vak hadden afgeschaft moeten het weer invoeren. Vondel is voorlopig gered.

Deze kroniek verscheen eerder in de Leeuwarder Courant, op 2 mei 2015.

maandag 27 april 2015

Kroniek Leeuwarder Courant: Hakkert

Hakkert

In mijn tienerjaren bracht ik in Raalte het Overijssels Dagblad rond. In ons dorp was het Sallands Dagblad echter de grootste regionale krant en daarnaast was er nog een kleinere speler op het journalistieke veld: de Zwolsche Courant. Drie regionale kranten! Meer dan dertig jaar later, na allerlei fusies en overnames is een amalgaankrant overgebleven, De Stentor, die dapper het hoofd boven water houdt. Nog verder naar het oosten bepaalt de Twentsche Courant / Tubantia het regionale nieuws. Net als bij onze noordelijke kranten wordt steeds opnieuw gekeken of het mes niet ergens in kan.

Het blijft aanhoudend zwaar weer voor regionale kranten: deze week werd bekend dat Theo Hakkert (zijn stukken werden vroeger ook in deze krant geplaatst) zijn literaire pagina's kwijtraakt bij de Twentsche Courant / Tubantia. Het literaire aanbod wordt in het vervolg gebracht van door de Persgroep, vanuit Rotterdam. Criticus Joep van Ruiten schreef: "Theo Hakkert bereikt met zijn stukken een groter publiek dan Trouw, Het Parool en De Volkskrant bij elkaar opgeteld. Of de Persgroep dit gat vanuit Rotterdam kan vullen is maar de vraag. De kans dat de ‘opvolgers’ van Hakkert over dezelfde expertise en mogelijkheden beschikken durf ik te betwijfelen tot het tegendeel is bewezen."



Die expertise en het enthousiasme van Hakkert heb ik niet niet alleen gelezen in zijn recensies en interviews, maar ook gezien in het openbaar. Aan het begin van het jaar viel Hakkert in bij Vers voor de Pers toen een Volkskrant-criticus het op het laatste moment liet afweten. Hij zat tussen Arjen Fortuin van NRC Handelsblad en Jeroen Vullings van Vrij Nederland en praatte voor de vuist weg praten over schrijvers die door de andere panelleden werden aangeraden en boeken die nog moesten uitkomen in vertaling (het origineel had hij al had gelezen). Hij was niet blasé en had, dat is misschien wat me het meest voor hem innam, een oprechte nieuwsgierigheid naar nieuwe romans. Die man ontnemen ze dus zijn pagina's. Dat is dom en doodzonde, want literatuurbeschouwing moet niet louter een randstedelijke aangelegenheid worden. Het is daarnaast een teken aan de wand. Heden ik, morgen gij.

Deze kroniek verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 25 april 2015.

Top 10 literatuur - week 17


Anthony Doerr maar toegevoegd. Dacht dat het literette was, maar afgelopen week ontving de schrijver de Pullitzer Prize voor het boek.

De CPNB publiceert elke week een top 60 van best verkochte boeken. Alle titels staan door elkaar (non-fictie, fictie, Nederlands, vertaald, crimi, literatuur). Daarom de literaire top 10 van best verkopende literaire titels (die ik tot de literatuur reken). Tussen haakjes de stand vorige week, tussen haakjes na de titel de stand op de Bestsellerlijst van de CPNB en het aantal weken in die lijst.

Week 17
1 (2) Griet op de Beeck - Kom hier dat ik u kus (9) Prometheus 29e week
2 (1) Maarten 't Hart - Magdalena (12) De Arbeiderspers 9e week
3 (3) Jens Christian Grøndahl - Portret van een man (13) Meulenhoff 3e week
4 (5) Adriaan van Dis - Ik kom terug (16) Atlas Contact 25e week
5 (4) Myrthe van der Meer - Paaz (17) The House of Books 25e week
6 (6) Simone van der Vlugt - De lege stad (22) Ambo Anthos 4e week
7 (-) Anthony Doerr - Als je het licht niet kunt zien (25) The House of Books 9e week
8 (7) Tim Krabbé - De veertiende etappe (26) Prometheus 4e week
9 (8) Myrthe van der Meer - Up (27) The House of Books 8e week
10 (9) Griet op de Beeck - Vele hemels boven de zevende (30) Prometheus 14e week

dinsdag 21 april 2015

De 'louche' pandjesbazen van Groningen

Lejo Siepe onderzocht wie er achter die panden zitten die zomaar verschijnen in de stad: lelijke uitbouwen, appartementjes die zomaar boven op huizen verschijnen, tuinen midden in woonwijken die opeens helemaal volgebouwd mogen worden. De dienst RO/EZ kijkt ernaar en durft niks te doen. Een beetje louche types zegt Siepe die de komende weken verder gaat wroeten in die louche wereld van huisjesmelkers.