maandag 20 maart 2017

Annet is 50


'Hoera, we hebben een zusje' staat bij deze ietwat onscherpe foto in mijn fotoalbum. Of we echt in de hoerastemming zijn weet ik zo net nog niet. Ik kijk ietwat lodderig naar mijn pasgeboren zusje, terwijl Herman met grote ogen bedenkt hoe die truc met die dikke buik en dit kleine meisje in elkaar steekt. We hebben onze pyjama's aan, dus dit moet een aparte ochtendsurprise zijn.

Zelfs als je zusje 50 wordt, zoals vandaag, dan blijft ze toch altijd je kleine zusje. Dat zal straks bij de 60 en de 70 net zo zijn. Je voelt, wij voelen - als ik ook even namens mijn broer mag spreken - altijd nog wel iets beschermends als de ouderen. (De afgelopen tijd zat dat iets anders in elkaar en was ik degene die beschermd en verzorgd werd door de familie, maar de verhoudingen zijn nu weer hersteld.)

Lieve Annet, nu ook toegetreden tot de vijftigers, van harte!

donderdag 16 maart 2017

Mijn vader op stenenjacht


Dit is een beetje een malle foto. Ik gok dat mijn moeder die gemaakt heeft in Duitsland toen wij op vakantie waren in Duitsland. We zaten aan de Moezel in Zell, maar op een dag gingen we erop uit om stenen te zoeken in Idar-Oberstein, maar hier stokt mijn herinnering ook weer, want volgens mijn alternatieve herinnering bleven mijn zus en moeder achter in Zell en was ze niet erg blij met de bemodderde kleren van de mannen toen die terug kwamen van hun zoektocht naar amethisten en kristallen.

Ik herinner me ook dat mijn vader naar Zell terugreed en dat het enorm onweerde, maar of mijn moeder en Annet in die auto zaten is onduidelijk. Mijn broer weet dat soort dingen allemaal precies. Daarom is hij naar de exacte wetenschappen gegaan en ik naar de alpha wetenschappen met fictie als specialiteit. Als je bij mijn vader in de auto zat, dan was je veilig. Onweer, mist, regen, we kwamen altijd thuis.

Links boven in de foto kun je nog lezen 'gwerk' en mijn vader heeft kaartjes in zijn hand. Misschien gingen we ergens in (een mijn?) en moesten we daarom die gekke gele helmpjes dragen.

Misschien houd ik wel van reizen naar Duitsland omdat we in onze jeugd ook een paar keer naar Duitsland zijn gegaan. Mijn vader hield van Zigeunerschnitzel, ik van Wienerschnitzel. Zo werkt dat, erfelijk gezien.

Vandaag proost ik op mijn vader. Hij zou vandaag 83 zijn geworden.

maandag 13 maart 2017

Opa en oma Blom 40 jaar getrouwd


Ik kom uit een familie waarin hoogtijdagen gevierd werden. Verjaardagen, huwelijksjubilea; het leven zit soms tegen, maar je viert dat je elke horde gehaald hebt. Ik kwam er pas later achter dat er heel veel mensen zijn die belangrijke data geruisloos laten passeren. Sterker nog, bij meer dan de helft van mijn vrienden worden verjaardagen niet gevierd.

Op de bovenstaande foto uit 1979 zijn mijn opa en oma uit Wijhe (daarom opa Wijhe en oma Wijhe genoemd) 40 jaar getrouwd. Dat zijn momenten waarop er een zaaltje gehuurd werd, iedereen een stukje of een lied instudeerde en er een hele avond geschonken werd tot om middernacht de kadetjes met kaas werden uitgedeeld.

Op gewone verjaardagen, mijn opa was jarig op 13 maart, kwam iedereen thuis langs. Toen wij nog op de lagere school zaten, werden we vaak eerder opgehaald van school en in de auto naar Wijhe gereden. Daar was mijn moeder meestal al om te helpen. Mijn tante kwam helemaal uit Haarlem (dat lag toen nog aan de andere kant van de wereld). Wat herinner je je? De zussen van mijn opa: tante Wil, tante Mien en tante Anna (de liefste). Ik hoop niet dat ik iemand vergeet. Ze dronken nog advocaat of vruchtenbowl. Het liefst doorzichtige bowl, want als je er kersen indeed dan verkleurde de hele boel en had je kans dat er toch iemand zijn gebit brak op een pit.

Of er veel mannen aanwezig waren op zo'n verjaardag weet ik niet meer. Meestal werden er ziektes besproken. Afijn zo'n fase waarin iedereen terechtkomt als je je verjaardag maar blijft vieren.

maandag 27 februari 2017

De post-operatieve fase



De operatie op 17 februari is geslaagd. Daarna volgden drie dagen liggende hel.

Vorige week dinsdag mocht ik naar huis en sindsdien loop ik alweer buiten, doen anderen de boodschappen en wordt er voor me gekookt. Maar er bleef nog één zwaard van Damocles hangen: was de verwijderde tumor goed- of kwaadaardig. Ik zou de uitslag eerst eind vorige week krijgen, maar ik moest in plaats daarvan vanochtend naar het spreekuur van de neurochirurg. Dat zorgde voor enige spanning.

 Maar dat ei in mijn rug was goedaardig.

 Herstel van de wond: nog vijf weken. Advies: geen boodschappen doen, niet fietsen en niet paardrijden.

 Ik heb nog nooit paard gereden.

zaterdag 11 februari 2017

In de tussentijd: de voorbereidingsfase

Watching St. Sebastien
Komende vrijdag zetten ze een mes in mijn rug. Terwijl ik, als het goed is, ver weg ben, halen twee chirurgen de tumor weg. Als ik weer wakker word, zal ik eerst proberen of alles het weer doet. Een niesje van de neurochirurg en je loopt de rest van je leven mank.

Ik heb een tijd niet geschreven op dit blog omdat de uitslag van de ct-scan (er was niets te zien, behalve de tumor die ze gaan weghalen) goed was. Met de mensen die ik daarna binnen een uur aan de telefoon had, kon ik nauwelijks praten omdat je zo blij bent dat je constant moet huilen. Ik dacht dat ik alles onder controle had, maar je lichaam reageert met meer kracht dan je verstand.

Daarna twee mensen in de onmiddellijke nabijheid die waarschijnlijk ook een tumor hebben. Dan is er weinig reden tot juichen al heb je veel reden tot juichen. En altijd met een voorbehoud. Dat ding moet nog wel mijn rug uit en moet daarna nog onderzocht worden etcetera etcetera. De vooruitzichten zijn echter redelijk positief.

Inmiddels hebben mijn broer en mijn twee neefjes mijn bed een verdieping lager gezet omdat daar de douche en de wc is. Ik had de hele week al in mijn eigen tempo lopen redderen, maar zij fiksten de heleboel binnen een paar uur. Na een week kan ik zeggen dat het me goed bevalt. De verhuizing is ook een voorschot op de naderende ouderdom, besef ik, en die gedachte druk ik dan weer snel weg.

Afgelopen maandag had ik een afspraak bij de anesthesioloog. Dat gaat bij het Martiniziekenhuis als volgt. Je meldt je bij een balie, dan word je weggestuurd naar een andere plek waar je in een wachtruimte moet wachten voor de medicijncontrole, die krijg je en dan loop je terug naar de balie, waarna je naar een wachtkamer moet waar altijd iemand zit te hoesten (dat zijn ziekenhuisfiguranten, ik weet het zeker), waarna je een intake krijgt door een vrouw die je bloeddruk meet en een vragenlijst doorneemt, waarna zij vertrekt en enkele minuten later een echte anesthesioloog opduikt die opnieuw de vragenlijst doorneemt, waarna je weer naar de wachtruimte moet (er zit inmiddels een andere hoester) om daarna met weer een andere vrouw nog een vragenlijst door te nemen, waarna je weggestuurd wordt om bloed te prikken en dat is bij het Martiniziekenhuis als volgt geregeld: je zit in een wachtkamer en als je nummer aan de beurt is, mag je door een deur naar binnen om in een andere wachtkamer plaats te nemen. Alles bij elkaar ben je zo'n anderhalf uur bezig en je plooit je helemaal naar de mores van het ziekenhuis.

De laatste vrouw met wie ik sprak was erg aardig. Vroeg ook naar hoe het met je was, in plaats van het protocol af te werken. Zo moest ze volgens het formulier weten hoe mijn gemoedstoestand was.
'Nogal wisselend,' zei ik. 'Soms vrij somber en op andere momenten vrij gewoon.'
'Dat lijkt me goed,' zei ze, 'het zou toch raar zijn als dat niet zo was.'
Het is een zinnetjes van niks, maar je hebt er wel veel aan.

Het leven is voor de rest bijna tot stilstand gekomen. Ik zet een berichtje op Tzum, ik val in slaap, ik werk wat therapeutisch bij de uitgeverij, ik wandel wat en ik val weer in slaap. Soms denk ik dat er weinig aan de hand is en dan neem ik een pil minder en bijna altijd moet ik dat bezuren, want dan schiet onder de oppervlakte van de roes waarin je leeft de pijn weer in je rug. Echt concentreren, een uur lang, lukt niet of nauwelijks en als ik het wel doe, dan ben ik daarna doodmoe. Het is raar om te bedenken dat ik nu al een kwart jaar met zo'n tumor rondloop. Het wordt tijd voor dat mes.



zaterdag 21 januari 2017

Wandeling



De sneeuw was bijna helemaal weggesmolten, tijd om weer op stap te gaan.

Een foto die is geplaatst door Coen Peppelenbos (@coenpeppelenbos) op

Watertoren #groningen #gemeentegroningen #watertoren #watertower

Een foto die is geplaatst door Coen Peppelenbos (@coenpeppelenbos) op


Een foto die is geplaatst door Coen Peppelenbos (@coenpeppelenbos) op

Waiting cat #gemeentegroningen #groningen #cat #notouwtjeuitdebrievenbus

Een foto die is geplaatst door Coen Peppelenbos (@coenpeppelenbos) op

woensdag 18 januari 2017

In de tussentijd: de aanvaardingsfase (3)



Vrijdag brak mijn kies voor een deel af. Dat is nooit een fijne ervaring, maar als je al in de krakkemikkige situatie zit waarin ik me bevind dan is dat iets erger. Als je droomt dat je tanden uitvallen, dan duidt dat vaak op angst voor verval en dood. Als het in het echt gebeurt ook.

Vandaag ct-scan. Op een troosteloze gang werk je een liter water met contrastvloeistof weg. Roos was mee voor de gezelligheid en ter morele ondersteuning en zij kreeg niks. Elk kwartier een beker vloeistof. Af en toe worden patiënten naar binnen geroepen. Sommigen met bed en al, sommigen in een rolstoel. Ik kreeg last van het zitten en liep wat over de gang heen en weer. Ontiegelijk lelijke neo-impressionistische kitsch hing er op de gang. Als je nog niet ziek was, werd je het alsnog.

Mijn vader en moeder hadden al op jonge leeftijd een gebit. Dat was vroeger gewoner. Hoef je bijna nooit meer naar de tandarts. Behalve als het gebit breekt.

Als je eenmaal zelf wordt binnengeroepen, verkruimel je ook binnen de kortste keren tot patiënt. Er werd meteen al extra contrastvloeistof het bloed ingespoten. Alsof er een warme slang je huid binnenkruipt. Met de armen gestrekt langs m'n hoofd werd ik door de scan geschoven. De ct-scanner is een smallere variant van de mri-scanner, waar je meer in ligt; bij een ct-scan wordt je lichaam door een soort ring gehaald. En als je er ligt, besef je dat deze scan voor een groot deel de rest van je leven zal bepalen.

De tandarts vulde maandagochtend de kies. Ik was binnen twintig minuten weer opgelapt, al bleef de verdoving tot de avond nawerken.

Het is nu een week wachten op de uitslag.

donderdag 12 januari 2017

In de tussentijd: de aanvaardingsfase (2)



Ik geloof niet dat ik uit een familie kom van rasoptimisten. Dat past ook niet zo bij de Sallandse volksaard die rampspoed binnenhaalt als een langverwachte logé. Gisteren was iedereen heel positief over de uitkomst van het gesprek met de neurochirurg, maar ik hoorde vooral de mogelijke onheil. Er komt eerst nog wel een ct-scan (volgende week woensdag) waarbij je eerst een liter contrastvloeistof moet opdrinken, waarna ze je doorlichten.

Die ct-scan heeft in feite niet te maken met de operatie van dat ding in mijn rug. Als er iets uit de ct-scan komt, en we hopen van niet natuurlijk, dan krijg je een heel ander traject. Waar iedereen zich aan vasthoudt zijn de positieve mededelingen: het lijkt goedaardig, het lijkt niet snel te groeien, het is een rare plek voor een uitzaaiing etcetera, leg ik de nadruk op de disclaimers die er ook bij verteld zijn.

En ja zo'n operatie waarna blijkt dat er geen kwaadaardige tumor uit je rug is gehaald, maar gewoon een stuk weefsel dat daar niet behoort te zitten, ook zo'n operatie kan leiden tot uitvalverschijnselen in delen van de voet. Ik weet dat de chirurg dat vooraf moet zeggen en dat ik niet de marathon zal gaan winnen (tenzij in een gekke klapvoetcategorie op de Paralympics), maar ik teken ervoor als dat op voorhand alles is.

'De vier mijl kan ik dan wel vergeten,' zei ik.
'Ja,' zei de neurochirurg en later: 'Die is toch pas in oktober? Dan zijn we weer een paar maanden verder.'
(Dat klonk wel positief)

Ik stop even met dagelijkse stukjes. Misschien plaats ik af en toe een foto van een van de wandelingen. Dan weet je: hij wandelt nog. Er is niets aan de hand.

woensdag 11 januari 2017

In de tussentijd: de aanvaardingsfase


Mijn meest positieve theorie kwam niet uit vandaag. Er zit geen bloedprop, maar wel degelijk 'weefsel' ergens in mijn rug. Een tumor (alles wat er niet hoort te zitten, heet een tumor leerde ik vandaag, ook als het geen kanker betreft) van ongeveer 5 centimeter zat ergens in of aan een zenuwbaan. De neurochirurg, die uitgebreid de tijd voor ons (Roos en Jan waren mee) nam, liet het ding ook zien op de scan.

Het goede nieuws: het lijkt goedaardig te zijn (maar daar valt geen zekerheid over te geven) en het is operabel. Die operatie zal halverwege of eind februari plaats vinden. Een zware operatie, die ook enige blijvende schade kan aanbrengen aan de zenuwbaan, maar ook daarover kon hij bij voorbaat geen uitsluitsel over geven.

De kanker van tien jaar geleden, kan van invloed zijn op deze tumor, maar hij verwachtte het niet, omdat de plek wat raar was voor een uitzaaiing.

Roos en Jan waren na het gesprek wel voorzichtig positief. Ik moet me nog instellen op een periode als patiënt. En op een periode van blijvende onzekerheid. Volgende week ct-scan.

Ik mocht wel doen wat ik wilde. ('Ook pianospelen?' 'Ook pianospelen!' 'Mooi, want dat heb ik nooit gekund.')
School zal wel even afgelopen zijn, omdat we net op een moment tussen twee periodes zitten en de volgende periode met opname en herstel niet zo fijn is. Misschien een lezing zo hier en daar?

'Hoe kom je nou aan zo'n tumor?' vroeg Roos. 'Van te veel zitten?'
'Gewoon pech,' zei de neurochirurg.

Je kon op de mri-scan nog wel aan de verkleuringen van de wervelkolom zien dat ik zo'n tien jaar geleden bestralingen had ondergaan. Opzienbarend. Al zaten die verkleuringen natuurlijk ook al tien jaar in mijn geest.