woensdag 16 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (6) door Peter Roseboom

‘Ik heb papa wél geholpen!’

Vorig jaar verscheen bij Uitgeverij kleine Uil de roman De valkunstenaar. Het is de tweede roman van Coen Peppelenbos, die naast het schrijven van romans bekend staat als promotor van literatuur zowel landelijk via de website Tzum, als regionaal met name in Groningen en omstreken. In de pers kreeg het boek weinig aandacht en dat is niet terecht.

Aan het begin van het verhaal worden diverse vragen opgeroepen waaruit evenzovele verhaallijnen ontstaan, die door toedoen van de wijze van schrijven nieuwsgierig maken naar het verloop ervan. Bas Jan, 16 jaar, leeft samen met zijn dementerende vader en vijf jaar jongere zusje Sasja. Hij heeft de middelbare school met succes doorlopen en wil nu aangenomen worden op de kunstacademie in Den Haag. Regelmatig zegt vader tegen Bas Jan: ‘Je moet me helpen.’ Hij maakt een plan voor een fietsvakantie vanuit het oosten van het land naar Den Haag. Hij maakt gebruik van de goedheid van een oom, de broer van zijn vader, die in Den Haag het huis bewoont waarin ze samen zijn opgegroeid. Ze mogen komen logeren. Dit zou goed zijn voor het prikkelen van het geheugen van zijn vader en voor hemzelf komt het goed uit, want dan kan hij toelatingsexamen doen voor de kunstacademie.

Lukt het om met een tandem met aanhanger Den Haag te bereiken? Wordt Bas Jan aangenomen op de kunstacademie? Zal de wens van vader uitkomen? Hoe zit het met moeder en waarom verminkt Sasja haar barbies?

In een kleine dertig korte hoofdstukjes worden de meeste vragen beantwoord. Gelukkig blijft er ook nog wat te raden over. In de beschreven avonturen wordt veelal verwezen naar actualiteiten van de afgelopen jaren. De verwijzingen lijken vaak kwinkslagen waardoor een glimlach op het gezicht van de lezer ontstaat.

Zo vroeg ik me af of de man die Bas Jan ontmoette op het strand ooit gedrumd had in een bekend praatprogramma op televisie. Het item hoogbegaafdheid komt aan de orde, maar kan zo maar vervangen worden door een ander hersengerelateerde hype als adhd of dyslexie.

De valkunstenaar verdient de aandacht van een groot lezerspubliek. Een verhaal waarin de hoofdpersoon niet bij de pakken neer gaat zitten, maar die bij tegenslag steeds nieuwe oplossingen bedenkt. Zijn vader denkt daar wellicht anders over.

Peter Roseboom

dinsdag 15 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (4 en 5) door Jeroen Bus en Marijn Roos

Twee lezersrecensies. Een positieve en een negatieve.

De valkunstenaar laat je meeleven met hoogbegaafde Bas Jan (want getest en met dubbele naam), die op begripvolle en aandoenlijke wijze zorgt voor zijn dementerende vader in een rolstoel, jongere zusje Sasja en hond Leo. In zijn streven om vader, voor geheugentraining, zich meer te laten herinneren van zijn jongere jaren besluit hij een gezamenlijke fietstocht te maken naar vaders ouderlijk huis. Deze fietstocht naar het verleden is tevens een reis naar een nieuwe toekomst.
De aangename verteltrant in de ik-vorm, afwisseling van aandoenlijke passages, humoristische en spitsvondige gebeurtenissen maken De valkunstenaar tot een boek dat jouw aandacht vraagt, een gevoel geeft van ‘verder willen lezen’ en je laat nadenken. Ik heb het boek met veel genoegen gelezen. Een aanrader.

Jeroen Bus

Maar waarom lukte het niet eerder om mij het verhaal in te zuigen? Ik denk omdat Bas Jan vooral vertelt over gebeurtenissen uit zijn verleden; je beleeft ze dus niet. Ze zijn niet meer spannend.

Ook is het voor mij niet duidelijk waarom hij nu zo graag zijn vader in een rolstoelkar achter zijn fiets door Nederland wil laten reizen. Überhaupt begrijp ik niet waarom hij zoveel over zijn vader vertelt, terwijl het hem volgens mij voornamelijk over zijn kunst gaat.

Marijn Roos
Lees de hele recensie van Marijn Roos op Goodreads.

vrijdag 11 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (3) door Jan Kok

Aangenaam verrast. Dat was mijn eerste reactie toen ik in De valkunstenaar van de tot nu toe voor mij onbekende Coen Peppelenbos begon te lezen en dat gevoel hield stand tot en met de laatste bladzijde. In een prettige en bepaald niet van humor gespeende schrijfstijl neemt de auteur je mee in het leven van twee pubers, hun vader en diens broer, oom Vincent.

Hoofdpersoon Bas Jan is een ‘hoogbegaafde’ jongen die samen met zijn jongere zusje Sasja de zorg heeft voor hun in toenemende mate dementerende vader, de eens zo beroemde goochelaar ‘De Grote Fratelli’. Met een weergaloze zoutact bereikte die in het verleden het hoogtepunt in zijn carrière, maar is nu aan een rolstoel gekluisterd. De moeder, zijn toenmalige dertig jaar jongere assistente, is niet meer in beeld.



In een poging om zijn vader aansluiting te laten behouden met de realiteit ondernemen ze gedrieën een fietstocht van hun Overijsselse woonplaats Oud-Heeten naar Den Haag. Daar woont oom Vincent namelijk nog in het ouderlijk huis. Het contact tussen de beide broers werd tientallen jaren daarvoor verbroken door een voor die tijd bijzonder ongelukkige familiegebeurtenis. De hoop is nu dat door een bezoek aan hem herinneringen weer tot leven komen.

Tegelijkertijd zint Bas Jan op een stunt teneinde aangenomen te worden op de Academie voor Beeldende Kunsten in de Hofstad. Hiertoe probeert hij zijn ooit bij toeval ontdekte talent om spectaculair te vallen te perfectioneren. Of dit hem lukt laat ik hier onvermeld, evenals de vraag of zijn vader succes heeft met zijn allerlaatste truc in dit leven.

Hoewel grote en actuele thema’s als biseksualiteit en voltooid leven niet geschuwd worden, blijft het verhaal lichtvoetig en wordt het nergens zwaar of moraliserend.

Coen Peppelenbos wil opvallen. Omdat hij zelf vindt dat zijn boek het waard is om gelezen te worden door een groter publiek. Hiertoe gaf hij zelfs 25 exemplaren weg ‘in ruil voor een recensie, goed of slecht’, omdat het tot op heden niet de verdiende aandacht heeft gekregen van de gevestigde recensenten. Ook in mijn optiek ten onrechte. Ik sluit me daarom graag aan bij Arthur Japins kwalificatie van dit nog vrijwel onbekende pareltje: 'Tragikomisch, invoelbaar en meeslepend. Lezen dus!'

Jan Kok

zaterdag 5 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (2) door Hans Das

De valkunstenaar, over de kunst van vliegen en de kunst van schrijven

‘Ik wil gelezen worden,’ schreef Coen Peppelenbos toen zijn roman De valkunstenaar in de pers niet of nauwelijks werd opgemerkt, laat staan dat erover geschreven werd. Peppelenbos besloot de knuppel in het hoenderhok te gooien door vijftien exemplaren van het boek weg te geven in ruil voor een beoordeling. Wie zo’n actie initieert, moet voldoende vertrouwen hebben in de kwaliteit van de roman. Om in de stijl van het boek te blijven: opvallen kan in die zin immers ook een manier van vallen worden.

Als een van de vijftien gelukkigen, heb ik De valkunstenaar tijdens mijn vakantie met veel plezier gelezen. Die vakantie voerde overigens, net als die van Bas Jan, Sasja en hun vader, van Overijssel naar de Noordzeekust. In de situatie van het boek wordt deze reis ingegeven door Bas Jans auditie voor de Academie voor Beeldende kunsten in Den Haag en het streven naar herstel van de dementerende vader. De bijna zeventienjarige Bas Jan zorgt voor een tandem met aanhanger, zodat zijn licht seniel aandoende vader in zijn rolstoel vervoerd kan worden naar de stad van zijn jeugd. In de kar, waarop zijn vader afwezig glimlachend zijn pijp rookt, zit ook hond Leo. De fiets wordt voortgetrokken door Bas Jan en zijn zusje Sasja, die dankzij een paar blokken bij de pedalen kan. Zo trekt een klein Tovenaar van Oz-achtig gezelschap in de richting van Den Haag.

In 28 korte hoofdstukken zet Peppelenbos een mooi gestructureerd verhaal neer waarin de bijna zeventienjarige Bas Jan het niet gemakkelijk heeft. Zijn egoïstische moeder heeft het gezin al zo’n tien jaar eerder verlaten. En nu zijn oude vader dementeert en in een rolstoel zit, is hij de nieuwe pater familias die moet zorgen voor zijn vader (een gevallen goochelaar), zijn puberende zusje met haar fascinatie voor barbies met veel te grote ogen en hond Leo, die zo zijn angsten kent. En dan moet Bas Jan het zien te rooien om zowel succesvol te auditeren als om een queeste naar het verleden van zijn vader te volbrengen. Deze zoektocht gaat niet vanzelf. Zijn oom die nog in het ouderlijk huis van Bas Jans vader woont, staat aanvankelijk niet te springen om Bas Jan te helpen en ook zijn vader heeft het leven wel gezien. Het liefst zou hij zichzelf de vergetelheid in willen goochelen. Zie dan nog maar eens een verpletterende indruk achter te laten bij de auditie met een val die acrobatiek tot kunst verheft.

Omdat zijn vader wel door heeft dat hij hulp nodig heeft bij zijn ultieme verdwijntruc, wendt hij zich tot zijn zoon, waarmee de lezer wordt getrakteerd op een moreel en ethisch dilemma. Hoewel de thematiek in deze bildungsroman best zwaar is, blijft het boek door de stijl lichtvoetig. Peppelenbos heeft zijn roman doorspekt met mooie metaforen en interessante en soms grappige observaties van Bas Jan, die dikwijls opvallen door de onderwerploze zinnetjes. Vrijwel nergens zit de stijl het verhaal in de weg, hoewel ik nog nooit een scholier vrijwillig het woord ‘incourant’ heb horen bezigen, hoe hoogbegaafd hij ook was.

Diverse passages in het boek zijn om van te smullen, zoals de ontmoeting met een biseksueel stel en het moment waarop Bas Jan uit eigen beweging maandverband voor zijn zusje koopt. Afgezien van de soepele stijl zorgen dit soort heerlijk onhandige passages voor de nodige lucht. De valkunstenaar is daarmee een intrigerende roman geworden die het waard is om gelezen te worden.

Hans Das

maandag 31 juli 2017

Analyse van De valkunstenaar op Scholieren.com

Als je De valkunstenaar nog moet lezen dan raad ik je aan om door te scrollen naar het eind van het stuk van Cees van der Pol op Scholieren.com. Daar staat:

"De valkunstenaar" is een tot nu toe onbekend gebleven roman, maar dat is volkomen ten onrechte. Niet alleen het bizarre verhaal, maar ook de gekozen structuur en de prachtige stijl waarin Peppelenbos het verhaal presenteert, zijn een genot om te lezen. De lichtvoetige humor bezorgt je meermalen een glimlach op het gezicht. Wie zo'n leven in slechts 174 pagina's weet over te brengen, kan schrijven. Het is dan ook ten onrechte dat de grote dagbladen het boek tot nu toe niet hebben gerecenseerd. Het is nog niet te laat....Ze zullen hun fout nog moeten herstellen."
Daar word ik toch erg blij van.

vrijdag 28 juli 2017

Recensie De valkunstenaar (1)

Mijn oproep van afgelopen dinsdag heeft veel reacties losgemaakt. Ik heb 25 (in plaats van 15) mensen een exemplaar van De valkunstenaar laten sturen in ruil voor een recensie. Het fijnste vind ik dat het boek gelezen wordt. Dat het niet ongezien verdwijnt.

Op Facebook bleek uit de reacties dat er al wel twee lezersrecensies zijn verschenen, van 'De Blije Boekenwurm':
Ik vind De Valkunstenaar een erg mooi boek. Een jonge man is op weg om volwassen te worden. Onderweg struikelt hij af en toe. De naam Bas Jan verwijst naar De Valkunstenaar Bas Jan Ader. Ik vind het een aanrader.

Ook Ingeborg Nienhuis schreef al een recensie op haar blog.
Wie bang was dat er nooit meer een Joe Speedboot-eske avonturenroman aan de canon zou worden toegevoegd kan gerust zijn: die is er bij dezen. De Valkunstenaar beschrijft een queeste waarin het contrast wordt gezocht tussen geregisseerd en abusievelijk vallen; de bijsmaak van Gauloises en de textuur van een piercing; van vasthouden aan familieverantwoordelijkheden en het loslaten ten behoeve van een nieuwe start.

Ben benieuwd naar de andere reacties.

dinsdag 25 juli 2017

Gratis boek De valkunstenaar in ruil voor een recensie

Ik wil gelezen worden

Afgelopen november werd De valkunstenaar (Uitgeverij kleine Uil) gepresenteerd, mijn tweede roman. Volgens mij is het een goed boek en Joep van Ruiten (Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant), Guus Bauer (op Literatuurplein en Tzum) vonden dat ook. Nu zou je kunnen aanvoeren dat ik deze twee recensenten ken en dat klopt helemaal. Daarom was ik ook blij met de bespreking van Biblion.

In de landelijke kranten en tijdschriften verscheen geen enkele recensie. De Volkskrant niks, NRC Handelsblad niks, Vrij Nederland niks, De Groene Amsterdammer niks, Hebban niks et cetera (om over radio en tv maar te zwijgen). Alleen Trouw had een signalement.

Ik herken dit van mijn vorige roman Victorie (De Arbeiderspers, nu herdrukt bij Uitgeverij kleine Uil), die scoorde twee signalementen, in Trouw en de Volkskrant.

Gelukkig zijn er enkele honderden lezers die De valkunstenaar wel mooi vinden en ik krijg gelukkig fijne reacties, maar ik denk dat het boek voor een groter publiek bestemd is. Ik wil niet alleen publicaties op mijn naam hebben staan en weer een ruggetje toevoegen aan mijn boekenkast, ik wil ook gelezen worden.

Daarom het volgende. Ik geef 15 maal De valkunstenaar weg, maar ik wil er wel wat voor terug: een recensie (goed of slecht) van minimaal 100 woorden die ik op deze site plaats. Stuur een mailtje naar mij (c.peppelenbos [at] home.nl) en ik kies uit de mailtjes 15 lezers die het boek toegestuurd krijgen. Ik controleer alleen je profielen op de sociale media om te zien of je een echte lezer bent en niet alleen uit bent op een gratis boek.

Deze actie loopt tot en met donderdag. De reacties waren overstelpend. Ik heb nu al meer dan genoeg mensen.

zaterdag 17 juni 2017

De valkunstenaar en de lovebus op Zomerzinnen

Het festival Zomerzinnen is vandaag al begonnen, maar het gaat morgen door en dan treed ik samen met Tjibbe Veldkamp op. De lovebus meets De valkunstenaar. Een wederzijds interview met zang en dans. Zie voor meer info, hier.

woensdag 24 mei 2017

Herman wordt 54


Mijn broer is vandaag jarig. Toeterdetoet. Hier staat/zit kroost Peppelenbos in de achterkamer van de Bergmolenstraat 69 in Raalte. Annet was al blij met een stuk karton, Herman (rechts) en ik spelen met autootjes die in een emmer zaten, zo te zien. Herman was meer van de auto's, ik was meer van de deconstructie van alles.

Ik herinner me opeens ook die enorme opbergkist annex bankje en die ladenkast. Die zijn op een goed moment verdwenen. Waarschijnlijk had mijn moeder op een gegeven ogenblik genoeg van dat rondslingerende speelgoed in de huiskamer en is alles naar onze eigen slaapkamers verhuisd.

Er is zo'n moment waarop besloten wordt dat er genoeg kindergedoe geweest is in de huiskamers en waarop de ouders hun territorium heroveren. Hier zijn wij nog de baas.