dinsdag 10 juni 2008

Recensie LC Jaap Scholten: De wet van Spengler

Het paradijs is voorbij

‘Zo he’j ze nich volle meer,’ zegt iemand in Twente over de net aan kanker overleden Julius. Frederik, zijn jongere broer hoort het aan. Hij is de schrijver van die familie en is het alter ego van Jaap Scholten die De wet van Spengler aan zijn overleden oudste broer heeft opgedragen. Een ode aan een man zoals er niet veel meer zijn.

Een veelschrijver kun je Scholten niet noemen. Zijn vorige roman, Morgenster, verscheen in 2000 en zijn prachtige romandebuut Tachtig vijf jaar daarvoor. En nu is daar dan De wet van Spengler waarover de verwachtingen hoog gespannen waren omdat het boek zou aansluiten bij Tachtig. Het decor is voor een deel hetzelfde. De excentrieke familie van rijke textielbaronnen verschijnt weer ten tonele. In het eerste deel zijn de vader en moeder van Frederik net verhuisd naar België. Als de vader zelfmoord pleegt, worden de broers teruggestuurd naar Twente, waar de grootouders een tijdje voor hen gaan zorgen. Hier merk je de afstand die Scholten tot de materie heeft. De begrafenis van vader wordt in twee bladzijden afgedaan; belangrijker is de luxueuze wereld die voor de broers open gaat in Twente. Alsof ze het paradijs binnentreden: de vrijheid van een enorm huis, de eerste tekenlessen van Frederik, een landgoed om ongestoord te spelen. Als Frederik een keer met golf een ruit breekt, komt grootvader alleen naar buiten om te zeggen dat het een 'nice shot' was.
Dan komt er een tijdsprong van meer dan dertig jaar en gaat het voornamelijk over Julius en de ziekte die hem sloopt. De afstand in tijd bestaat niet meer. Uit interviews blijkt dat Scholten deze roman in een klein jaar heeft geschreven, direct na de dood van zijn broer. Scholten verbleef in Hongarije (waar hij tegenwoordig woont), zijn hoofdpersoon Frederik is verhuisd naar Roemenië. De broers wonen allemaal ver van elkaar, maar de ziekte van Julius dwingt hen om terug te gaan naar Twente waar Julius op de grond van zijn voorouders is gaan wonen.
Je komt mooie Scholtenzinnen tegen: 'Alle mannelijke sterfgevallen die ik in de familie had meegemaakt waren gewelddadig, dat wil zeggen ongelukken of suïcides. Doodgaan was iets wat je deed, niet wat je overkwam. In onze familie belandde er geen gaaf lichaam in de kist.' Maar naarmate het boek vordert, verandert ook de taal. De aankomst van de lijkkist van Julius levert een rijtje clichés op: 'Mijn benen werden slap. Mijn maag kromp samen. Alsof er een mes in me gestoken werd. Ik balde mijn vuisten, maar het was niet tegen te houden.' Niet mooi. Hier verliest de mens Scholten het van de schrijver Scholten. Misschien is dat wel goed: deze dood is nog te rauw om er literatuur van te maken.
De mannelijke leden van de familie geven op het eind van de roman met hun jachtgeweer nog een gezamenlijk eresaluut. De broers zijn bij elkaar, voor het laatst. Het paradijs is voorbij. De wet van Spengler is een ontroerend en aangrijpend boek. Hopelijk hoeven we niet opnieuw acht jaar te wachten en is er niet weer een akelige aanleiding nodig om Scholten tot schrijven te brengen.

COEN PEPPELENBOS

JAAP SCHOLTEN: De wet van Spengler. Contact, Amsterdam, 271 blz. €19,95

9 opmerkingen:

Bart zei

Goede roman inderdaad; vooral het eerste gedeelte. Maar soms wel op het randje van het Kluun-effect.

gerb zei

Bijna iedereen zegt altijd dat Morgenster een beetje tegenviel. Dat vond ik helemaal niet. Ik ben juist een beetje bang om deze roman te gaan lezen.
Toch maar doen?
Immers: van de twee schrijvers met wie ik me om de een of andere reden zeer verbonden voel, Scholten en Tepper, is alleen deze nog over...

Anoniem zei

Hybride is misschien het woord. Het eerste deel was mooi vanwege de manier van schrijven en de toch wat wonderlijke wereld die boeit; het tweede deel grijpt aan door de gebeurtenis 'an sich', maar dat leidt niet noodzakelijk tot fijne literatuur. Ik miste ambivalentie, ambiguiteit, spanning... Het was, zoals Bomans het ooit uitdrukte 'nog nat van tranen' en moet nog even een tijdje wapperen in een bolle bries voor er voldoende afstand is.
Lili

coen zei

@ Gerb: zeker doen. Ben het ook niet met Bart eens. Alhoewel ik de stijl (soms) wat minder vindt op het eind, blijft het boek integer. (En dat is wat ik bij Kluun mis)
@ Lili: ik weet niet of je als schrijver altijd afstand tot je onderwerp moet hebben. Misschien is een zekere rauwheid ook wel eens goed. Juist bij semi-autobiografische romans.

Bart zei

@Coen: je geeft in je recensie een paar goede voorbeelden van stilistische missers. Dat is erg jammer. Met 'Kluun-effect' bedoel ik de beschreven emoties van Frederik. Die waren me soms veel té expliciet en té nadrukkelijk beschreven.

Ik had het veel mooier gevonden, als hij alleen het verhaal over zijn jeugd had geschreven. Dan was het - wat mij betreft - een nog mooiere ode geweest aan de dood van zijn broer.

coen zei

Volgens mij vind ik het niet erg als iemand een jaar na de dood van zijn broer expliciet is en nadrukkelijk. Dat mag binnen die context. Ik zou het denk ik eerder erg vinden als iemand al heel afstandelijk kon schrijven binnen een jaar.

Bart (schreef deze reactie al eerder, maar er ging waarschijnlijk iets mis!) zei

@Coen: dat is inderdaad niet raar, maar je moet je als schrijver afvragen of je dát wilt opschrijven. Het komt de stijl namelijk niet ten goede. Ook hierin schuilt een 'Kluun-effect'. Alle emoties worden op tafel gelegd en met de lezer gedeeld.

Begrijp mij niet verkeerd: ik vind het erg knap, dat hij het heeft opgeschreven. Alleen vind ik het niet altijd geslaagd. Het verhaal over de voorbije jeugd, over zijn broers (in het bijzonder de oudste) is krachtig genoeg, om zijn gevoel weer te geven. De roman had dan ook veel beter een korte roman (of novelle) kunnen zijn.

Anoniem zei

Prachtig drama, de sfeerbeschrijving zo mooi dat je de mensen vergeeft dat ze wereldvreemd rijk zijn.

Anoniem zei

Wat bedoelen mensen met het Kluun-effect?