woensdag 5 september 2012

De letterenlezing van Anna Enquist

Anna Enquist

In haar lezing zal Enquist ingaan op vragen als: Zijn er raakvlakken tussen de benadering van het levensverhaal in psychotherapie en literatuurwetenschap? Wat zegt de autobiografie van de schrijver, al dan niet contrasterend met de biografie, over diens werk?
Het thema van de letterenlezing van de universiteit van Groningen vond ik interessant, zeker als het leven en het oeuvre van Enquist in ogenschouw neemt. De aula van het Academiegebouw zat goed vol, maar er konden nog genoeg mensen bij.
Enquist werd op een zeldzaam saaie wijze ingeleid door de decaan die in zinnen sprak die steeds werden opgedeeld in woordjes van drie. Zodat je op. De meest vreemde. Momenten pauzes kreeg. De eerstejaars moesten. Hard werken dit. Jaar, zoveel werd. Wel duidelijk vandaag. Daarna las de decaan nog een droge, informatieve tekst voor over de schrijfster die ook al op internet stond en die op zichzelf weer een samenraapsel was van andere teksten op internet (onder andere deze). Je vroeg je als bezoeker meteen af of de decaan ooit wel een boek van Enquist had gelezen.

Daarna beklom de schrijfster zelf het spreekgestoelte. Zij sprak over haar eigen vak als psycho-analyticus en de ontwikkeling van de laatste jaren dat het verhaal van een cliënt als bron voor een oplossing van een probleem steeds meer verdween en dat in plaats daarvan een directe bestrijding van de symptomen kwam. Wist je het levensverhaal van een cliënt dan won je tijd terug, maar Enquist voelde toch een zekere schroom als behandelaar om naar dat levensverhaal te vragen.

In de literatuur was het net omgekeerd, zei ze, denkend aan de boeken van Voskuil, Vogels, Palmen en Van der Heijden. Het publiek was juist erg geïnteresseerd in dat verhaal van de schrijver, waarbij de schrijver als cliënt wordt gezien, zijn boek als symptoom en de lezer als degene die de medische indicatie stelt. Enquist gaf enkele voorbeelden uit de literatuur: Lord Jim van Joseph Conrad was veel beter te verteren als je de biografie van de schrijver kende en ook het oeuvre van Thomas Bernhard is beter te duiden als je diens levensverhaal kent.

En toen was het opeens afgelopen. Ongeveer op het moment dat de inleiding voorbij was.

Het was natuurlijk interessant geweest als Enquist vervolgens haar eigen verhaal en haar eigen oeuvre betrokken had in de lezing. Zij zou dan, op grond van het voorgaande, een totaal andere positie innemen dan Esther Jansma deed in Mag ik Orpheus zijn. Dat zou opmerkelijk zijn, omdat schrijvers bijna zonder uitzondering weglopen van autobiografische duidingen van hun werk. Ik weet niet of Enquist dat niet aandurfde in het openbaar, maar ik hoop wel dat ze haar opvatting nog eens uitwerkt op papier en dan haar eigen werk, de reacties van de lezers (en haar visie daar dan weer op) daarin meeneemt.

Geen opmerkingen: