zondag 9 september 2012

Vanuit de woestijn - een deeltijd-sabbatical (1)

De afgelopen week begonnen de colleges weer, de week daarvoor de introducties. Voor het eerst in meer dan twintig jaar was ik daar niet bij. Ik geef college in Leeuwarden, op de tweedegraads lerarenopleidingen Nederlands in de voltijd en de deeltijd. Daarnaast geef ik ook nog een dag college aan de eerstegraads lerarenopleiding Nederlands in Groningen. Die ene dag blijf ik behouden om niet weg te zinken in ledigheid. Op woensdagmiddag drie uur fiets ik naar het Zernikecomplex in de stad en om een uur of negen fiets ik terug. Weekend!

In die zee van vrije tijd doe ik nog wel wat, recensies schrijven, interviewen, Uitgeverij kleine Uil, Tzum, Lezen voor de Lijst, Schrijversvakschool Groningen. Die dingen deed ik vorig jaar ook al, maar naast de gewone baan. Dan blijft er weinig losse tijd over. Tijd om een volgend boek af te schrijven, tijd om een dichtbundel te maken. Als ik geen sabbatical had genomen dan was ik regelrecht een burn-out in gedenderd.

De belangrijkste constatering na een week sabbatical: als je meer tijd hebt, word je milder. Vormden de studenten een jaar geleden nog een amorfe groep die een onevenredige aanslag deden op jouw tijd, nu ontdek je bij de handvol studenten die je op woensdag lesgeeft dat het ook individuen zijn. Die sabbatical was hard nodig, want ik ging me overal aan ergeren. Ik zal de komende weken ook over de onkunde en het onvermogen van mezelf schrijven, maar het is leuker om de onkunde van anderen te beschrijven.

Een van de zaken waar wij ons als docenten tegen moeten weren is het volstrekte gebrek aan kennis van de literatuur. Daar kunnen de studenten niets aan doen en hun docenten ook niet zoveel. Havo-leerlingen die doorstromen naar een lerarenopleiding hebben, met een beetje geluk acht boeken gelezen voor het eindexamen. Over de literaire historie hoeven ze niet heel veel te weten. In tegenstelling tot vwo-leerlingen die drie boeken moeten lezen van voor 1880. Dit zijn de vage en magere eisen:

Subdomein E1: Literaire ontwikkeling
7. De kandidaat kan beargumenteerd verslag uitbrengen van zijn leeservaringen
met een aantal door hem geselecteerde literaire werken.
* Minimumaantal: havo 8; vwo 12 waarvan minimaal 3 voor 1880.
* De werken zijn oorspronkelijk geschreven in de Nederlandse taal.
Subdomein E2: Literaire begrippen 
8. De kandidaat kan literaire tekstsoorten herkennen en onderscheiden, en
literaire begrippen hanteren in de interpretatie van literaire teksten.
Subdomein E3: Literatuurgeschiedenis 
9. De kandidaat kan een overzicht geven van de hoofdlijnen van de
literatuurgeschiedenis, en de gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch
perspectief.

Zoals het er staat lijkt het nog heel wat. De praktijk is weerbarstiger. Een collega van mij leest bij de intake van nieuwe studenten altijd een rijtje namen op om te horen of de student ooit van de schrijver gehoord heeft. Niet eens of de student er iets van gelezen heeft, alleen maar gehoord. Simon Vestdijk, onbekend. Nescio, onbekend. Slauerhoff, onbekend. We kunnen later nog discussiëren over de vraag of dat erg is, maar we moeten eerst constateren dat die algemene kennis bijna geheel verdwenen is. De echt historische schrijvers zijn eveneens onbekend. Bredero, Vondel, nooit van gehoord. De enige historische figuur die opmerkelijk veel respons kreeg was P.C. Hooft. 'Dat is toch die winkelstraat waar Jort Kelder een programma over maakt?'


(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen: