zaterdag 15 december 2012

Recensie Saul van Stapele - Witte panters

Wat de fok

Het idee voor de roman Witte panters van popjournalist Saul van Stapele is nog wel aardig. Twee blanke jongen dromen van een toekomst in de gangstarap, alleen hebben ze hun afkomst uit de gegoede burgerij en, belangrijker, hun huidskleur niet echt mee. J.J. (Jan-Jaap) en John doen niettemin hun best om er helemaal bij te horen. Rondhangen op pleintjes, handelen in en roken van wiet en het bewandelen van het criminele pad.


Het had een mooie ironische roman kunnen opleveren, maar Witte panters bestaat uit een enorme hoop clichés, is slecht geschreven en is volstrekt ongeloofwaardig. Bedenk hoe een louche platenbaas eruitziet en Van Stapele beschrijft hem. De linkse politicus, de 'gang' op het pleintje, de morsige journalist, de gladde advocaat, de jaren zeventig-ouders: de hele roman is opgetrokken uit bordkartonnen personages. Ze worden beschreven in komisch bedoelde zinnen die continu in de overdrive staan:
Hij werkte daar vroeger met mijn moeder op vrijwilligersavonden voor Marokkaanse en Turkse huisvrouwen, homo's, Koerden en andere mensen die met een slap linnen tasje om hun schouder gewoon nog naar buiten durfden.
De twee would be-rappers, de witte panters, praten voortdurend alsof ze weg zijn gelopen uit een clip. Een bloemlezing van één bladzijde: 'Die zijn blij dat we pussy zijn.' 'Ha ha, ja toch, boks!' 'Fokking loser.' 'Check dit.' 'What the fuck...' 'Wat de fok, man, John.' 'Hij was fokking mooi. Maar damn...' En zo het hele slaapverwekkende, taalarme boek door.

Het grootste probleem is echter dat de jongens (die dubbeldrank drinken en sultana's eten) wel een grote bek hebben met hun 'fokking bitch' , maar dat hun daden volstrekt ongeloofwaardig zijn. Aan de ene kant zijn het pubers met puberdromen, aan de andere kant handelen ze in wiet en doen ze mee met straatcriminaliteit. Maar je gelooft gewoon niet dat die jongens daartoe in staat zijn en dat heeft vooral te maken met het onvermogen van de schrijver om ons dat te laten geloven. Overal zie je wel aanzetten tot enige karakterontwikkeling, maar ook de hoofdpersonen blijven karikaturen. Waar J.J. in het begin in de steek gelaten wordt door John, gebeurt dat op het einde andersom. Voor de een komen de dromen op een andere manier uit dan hij gedacht had, voor de ander niet. De een is 'fokking bizar' beroemd, de ander is natuurlijk 'fokking kwaad'. Je staat erbij en je kijkt ernaar en het laat je allemaal fokking koud.

Coen Peppelenbos

Saul van Stapele - Witte panters. Lebowski, Amsterdam. 224 blz. €19,90.
Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant van 14 december 2012.

Geen opmerkingen: