zondag 6 november 2011

Remco Campert in de bibliotheek

Het moet wezensvreemd zijn om je leven teruggebracht te zien tot enkele soundbites. Toch is dat wat Remco Campert deze weken overkomt met de actie Nederland Leest. Jazz, de jaren vijftig, pleiners: begrippen die niet de essentie weergeven van de meegemaakte tijd, want je eigen historie is nooit een optelsom van grote begrippen.

Philip Freriks presenteerde het programma vakkundig en Ronald Giphart was de jongere schrijver die een gloedvol betoog afstak over Het leven is vurrukkulluk en daartussen zat Remco Campert, breekbaar, af en toe moeilijk formulerend, maar in tussenzinnen en terzijdes onmiskenbaar de grote schrijver. Hij zal het zelf nooit beamen, want de bescheiden hoofdpersoon uit zijn roman is nogal Campertiaans. Campert praat liever over andere schrijvers en mensen die hij bewondert. Was hij elders in het land nog in snikken uitgebarsten bij het voorlezen van een fragment uit Kees de jongen, gisteren had men uit voorzorg een ander fragment voor hem uitgekozen. Maar toen hij vol passie vertelde over de schrijver Theo Thijssen schoot hij toch weer even vol.
Freriks speelde ook nog een kwisje met het publiek (een soort petje op, petje af). Dat had ik tot mijn schrik bijna gewonnen. Niet omdat ik veel wist, maar omdat Roos Custers mij alle antwoorden influisterde (omdat ze zelf niet zo in het middelpunt wilde staan). Gelukkig won de mevrouw die zelf alle goede antwoorden wist.



Na afloop signeerde Campert zich een slag in de rondte. Hij bleef zitten tot de enorme rij helemaal bediend was.



1 opmerking:

Ellen zei

Dat was een puike bijeenkomst, zo te lezen.