dinsdag 17 december 2013

Top 10 mooiste boeken van 2013 (1) Anton Brand

Tijd voor de jaarlijkse top tienen en zoals gewoonlijk is Anton Brand de eerste in de rij. De komende tijd meer top tienen.

1 Cees Nooteboom - Avenue

Het was het jaar van Cees Nooteboom, met als hoogtepunt een facsimile-uitgave van de beschouwingen die hij tussen 1976 en 1990 voor het glossy magazine Avenue schreef, ter introductie van tientallen Nederlandse en internationale dichters. Het is verrukkelijk de pagina’s uit het magazine in hun oorspronkelijke opmaak terug te zien, en Nootebooms beschouwingen zijn altijd ter zake kundig, maar het is vooral een feest om weken, zo niet maanden, achtereen de kennismaking met prachtige poëzie te kunnen vernieuwen. Nooteboom begon in Avenue met werk van Hans Magnus Enzensberger, met wie hij in 1992 de tiende Van der Leeuw-lezing zou houden, en eindigde bijna vijftien jaar later met de cyclus ‘Courtisane’ van Paul Gellings, nu collega-auteur bij uitgeverij Passage. Daartussenin vrijwel niets dan grote namen – Pablo Neruda, Paul Celan, Sylvia Plath, Fernando Pessoa, Emily Dickinson, Czeslaw Milosz, Hugo Claus, Nooteboom zelf, te veel om op te noemen. De uitgave werd voorbeeldig bezorgd door Esther Op de Beek, die er een informatief voorwoord bij schreef. Een boek om te hebben en te koesteren.


2 Dan Brown - Inferno

Omdat Robert Langdon, de hoogleraar kunstgeschiedenis en symboliek aan Harvard die tevens een van de beste speurneuzen en boevenvangers ter wereld is, altijd achter iemand aan zit óf zelf voortvluchtig is, raak je van een roman van Dan Brown al snel een beetje buiten adem – maar daar staan dan een intrigerend plot, meeslepende gebeurtenissen, een rondgang door cultuursteden als Florence, Venetië en Istanboel en veel kunsthistorische faits divers tegenover. Browns kennis en belezenheid zijn enorm, en de manier waarop hij die wapenen inzet om zijn lezers te plezieren verdient respect. Inferno verwijst natuurlijk naar het oeuvre van de veertiende-eeuwse dichter Dante Alighieri. Langdon is in het bezit van een projectie van een kaart van de hel – een meesterwerk van de schilder Sandro Botticelli. Aan de hand daarvan komt hij, samen met de jonge arts Sienna Brooks, op het spoor van een vreselijk geheim: de chemicus en Dante-aanhanger Bertrand Zobrist wil de mensheid decimeren om de exponentiële groei ervan, met alle gevolgen vandien, een halt toe te roepen. ‘Zoek en vind’ is de opdracht aan Langdon en Brooks – nadat Zobrist zelfmoord heeft gepleegd en het dodelijke virus al is uitgezet. Resultaat is een adembenemende klopjacht, een ware page turner. Brown speelt een mysterieus maar overtuigend spel met de motieven van zijn personages, die elkaar – en de lezer – tot op de laatste bladzijde blijven verbazen.

Meer thrillers spelen zich in Italiaanse kunststeden af. Bij toeval kreeg ik Death at La Fenice in handen, van Donna Leon, een misdaadroman uit 1992. Guido Brunetti, ‘commissario’ van politie, gaat op zoek naar de moordenaar van Helmut Wellauer, de wereldberoemde dirigent, die tussen de tweede en derde akte van La Traviata in het Teatro La Fenice in Venetië is vergiftigd. Leons verhaal en stijl doen een beetje denken aan Agatha Christie: een superieur plot, plezierig laconiek geschreven. Dat de oude maestro niet zo’n fraai leven heeft geleid en dat er mede daarom veel potentiële moordenaars zijn, is volkomen overtuigend. Plezierige roman.


3 Robbert Welagen - Het verdwijnen van Robbert

Kennis gemaakt met een bijzonder oeuvre, dat veel meer aandacht verdient dan het krijgt – ook al wordt het door recensenten terecht hogelijk geprezen. De kleine roman Het verdwijnen van Robbert vertelt over het escapisme van Robbert Welagen, die na zijn debuut met de succesvolle novelle Lipari (2006) geen letter meer op papier heeft gezet en in stilte is verdwenen. Het is een intiem vertelde geschiedenis, die vooral erg mooi is opgeschreven, of het nu over de praktijk van het onzichtbaar worden gaat of over de herinnering aan een verloren liefde. Het alter ego van de hoofdpersoon is de Robbert Welagen die na zijn debuut en voor Het verdwijnen nóg drie razend knappe novelles en romans produceerde: Philippes middagen (2008), Verre vrienden (2009) en Porta Romana (2011). Met elkaar vijf titels die ik van harte aanbeveel omdat ze on-Nederlands goed zijn.


4 Anthony Majanlahti - The families who made Rome. A history and a guide

Eindelijk kreeg ik het ideale boek over Rome in handen: geschiedschrijving en gids ineen. De Canadese historicus Anthony Majanlahti begint zijn verhaal rond 1300 en bouwt het op aan de hand van de wederwaardigheden van de families die pausen leverden die bouwheren werden. Ligt de stad er in 1300 verwaarloosd bij, een verzameling ruïnes onder de modder, van hoofdstuk tot hoofdstuk en van eeuw tot eeuw laat Majanlathi haar groeien en almaar fraaier worden. Hoe kwamen de Colonna’s aan de macht, en later de Della Rovere’s, de Borgheses en de Barberini’s? Wie waren hun toonaangevende pausen – en niet te vergeten: hun gretige kardinalen? Wat bouwden ze, en waarom? Het wordt allemaal meeslepend verteld, met de nodige humor. En daarna neemt de schrijver zijn lezers aan de hand naar al die prachtige straten, pleinen, paleizen en bruggen, waar hij ons gedetailleerd wijst op wat we er óók kunnen zien, mits we goed kijken. The families who made Rome (2005) is een fascinerend en heerlijk boek om thuis te lezen, ter voorbereiding op een volgende reis naar de Eeuwige Stad. Maar het is ook fijn om bij je te hebben als je ronddwaalt en je ogen volop de kost wilt geven. Je mist niks. Wat een kennis, wat een rijkdom en wat heeft die historicus, nu werkzaam aan de British School in Rome, een verrukkelijke pen.


5 Cees Nooteboom en Simone Sassen - Saigoku. Pelgrimage naar de 33 tempels bij Kyoto

Het leek een cadeau aan zichzelf omdat hij tachtig werd, het vastleggen van een moment, maar samen met Simone Sassen had Cees Nooteboom al anderhalf decennium aan zijn pelgrimage gewerkt. Het resultaat is een bedwelmend boek over een wereld waarin wij westerlingen amper nog onze draai zouden kunnen vinden – reizend, lopend, klauterend naar de geheimzinnige gestalten van de godin Kannon, heilige van de barmhartigheid, in hun geheimzinnige tempels. Simone Sassen fotografeert prachtig, Cees Nooteboom schrijft – als altijd – adembenemend goed. 'Ik hoefde niets te vragen,' vertelt hij, 'vrijwel nooit spreekt er iemand Engels.' Hetgeen tot een onomstotelijke conclusie leidt: 'Je moet het van je ogen hebben.'

Zo is het ook in het zoveelste deel van Nootebooms verzamelde reisverhalen, Eilanden, rif en regenwoud. Alle Australische reizen, dit jaar verschenen. Het is een mooi vervolg op de roman die Nooteboom in 2004 over Australië publiceerde, Paradijs verloren. Centraal staat het lot van de Aboriginals – en ook voor de engelen die deelnamen aan het International Arts Festival in Perth in 2000 is veel plaats ingeruimd. Nooteboom voelt zich op zijn gemak in het ‘paradijs op de rand van de tijd’. Dat leidt tot heerlijk laconieke zinnen als: 'Ik besloot een eind te gaan wandelen en eens goed over alles na te denken.'


6 Paul Gellings - Augustusland

Paul Gellings, ook dichter en vertaler, gaat steeds beter schrijven. Nadat hij in 2011 de fraaie roman Verbrande schepen publiceerde, kwam hij dit jaar met een magistraal vervolg: Augustusland. Hoofdpersoon is een museumconservator wiens baan en maatschappelijke positie op de tocht komen te staan in een fase van zijn leven waarin hij ook wordt geconfronteerd met een slepende, wellicht levensbedreigende ziekte van zijn vrouw. Het is bijzonder hoe Gellings de dubbele gevoelens die dat met zich brengt aan de bladzijden heeft weten toe te vertrouwen: hoe egoïstisch mag een mens zijn als het gaat om zijn eigen belangen tegenover die van degenen met wie hij leeft? Die zomer waarin alles tegenloopt, een warme augustus, speelt zich evident in Zwolle af – Gellings heeft gebeurtenissen in de museumwereld aldaar op een intrigerende manier naar zijn hand gezet. Augustusland, beeldende titel, onderstreept nog eens een superieur schrijverschap.


7 Ronald Ohlsen - Het geheugen van Herman Blauw

Ronald Ohlsen schreef een ingenieuze en intrigerende roman over de onopgehelderde verdwijning van een scholiere, ‘het mooiste meisje van de klas’, en hoe dertig jaar later de misdaadverslaglegging op de Nederlandse televisie daarmee omgaat. Niets is wat het lijkt te zijn, op het geheugen van Herman Blauw na, of beter: diens gaandeweg rijpende herinneringen aan de mede-scholieren en hun onderlinge vriendschappen en relaties. Misdaadverslaggever Karel L. van Gelderen – driemaal raden – blijft in het verhaal bijna discreet op de achtergrond, maar intussen trekt hij wel aan heel veel touwtjes die Blauws leven op de kop zetten. De ontknoping is verrassend. Grote waardering voor het ogenschijnlijke gemak waarmee Ohlsen een hecht geconstrueerde, buitengewoon goed geschreven en speelse roman maakte. Het plezier in het vertellen spat er vanaf.


8 David Leavitt - The Two Hotels Francfort

Eindelijk weer eens een echte David Leavitt. Ik raakte uitgelezen in een roman als The Indian Clerk (2007) en een studieus essay als The Man Who Knew Too Much: Alan Turing and the Invention of the Computer (2006), en ook de Italiaanse verhalen die Leavitt met zijn partner Mark Mitchell schreef konden me niet steeds bekoren. Ik verlangde terug naar die goede oude tijd waarin schitterende romans ontstonden als Equal affections (1989), While England sleeps (1993), The Page Turner (1998) en Martin Bauman (2000) met hun vaak broeierige homoseksuele atmosfeer. En ineens is er dan weer zo’n boek: The Two Hotels Francfort, over twee echtparen die elkaar in de zomer van 1940 in Lissabon ontmoeten, wachtend op de SS Manhattan, het grote passagiersschip dat hen uit Europa naar de veilige haven van New York zal brengen. Het is een delicate geschiedenis, waarin Pete Winter, de verteller, en Edward Freleng een verhouding aanknopen die veelal in een bordeel moet worden geconsumeerd. Pete’s echtgenote Julia weet van niets, Iris Freleng fungeert als regisseur op de achtergrond. Leavitt schildert vier prachtige portretten van mensen die al een heel verleden met zich meeslepen. De ingrediënten daarvan – min of meer gestrande huwelijken, openlijk overspel, kinderen, onzekerheid over de zin van het leven en over de toekomst – komen in de Portugese hoofdstad tot een grillige en grimmige ontlading. Voor een ontmoeting die één week duurt is het wellicht iets te veel emotie, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door Leavitts superieure stijl. Weinig Engelstalige auteurs schrijven zo mooi als hij.


9 Eric Bos - Tafeldans

De nieuwe roman van Eric Bos is andermaal een juweeltje. Na De trouwe nimf (2009) over het Venetië van Vivaldi reist Bos af naar het negentiende-eeuwse Wenen van keizerin Elisabeth (Sissi) en Sigmund Freud. Zijn hoofdpersoon is een aankomend psycho-analist, doctor Feininger, die de voor de onmogelijke taak wordt gesteld de neerslachtige keizerin te behandelen. Net als in De trouwe nimf weet Bos op kundige wijze sfeer op te roepen – van een leven aan het hof, een moderne, dynamische stad en vooral van de geesteszieke patiënten die de inrichtingen van Wenen bevolken. Daar tussendoor weeft hij in beeldende dialogen een ontroerende liefdesgeschiedenis. Lezend over keizerin Sissi op Wikipedia, ontdekte ik hoe trouw Bos is aan zijn bronnen en de historische werkelijkheid. En tegelijkertijd weet hij fictie te produceren om je vingers bij af te likken. Uitermate geschikt om verfilmd te worden, in de trant van Ludwig van Luchino Visconti.


10 Teigetje en Woelrat - Ons Leven Met Reve

Ooit waren ze de beschermengelen van de Volksschrijver: Willem Bruno van Albada en Henk van Manen. Nadat hun driehoeksverhouding overging, niet in de laatste plaats door de wispelturigheid van Reve, product van onzekerheid, drankzucht en verkeerde vrienden, stapten ze samen succesvol in zaken. Na Reve’s dood, in april 2006, besloten ze alsnog hun herinneringen aan hun leven met z’n drieën op te schrijven – een hachelijk avontuur, in het perspectief van de vele publicaties die in de afgelopen jaren over Reve zijn verschenen. Maar ze slagen er op een onnavolgbare wijze in: Ons Leven Met Reve is een zorgvuldig en goed geschreven document humain, dat bovenal getuigt van de integriteit van zijn auteurs. Het boek laat zich lezen als een ontwikkelingsroman, die langs tal van ontroerende momenten en zonder effectbejag naar een onverbiddelijk einde voert. Nog fraai geïllustreerd ook, met tal van onbekende foto’s.


Geen opmerkingen: