maandag 30 december 2013

Top 10 mooiste boeken van 2013 (9) Igor Wijnker

Journalist en schrijver Igor Wijnker maakte een top 10, maar misschien omdat hij zoveel over sport heeft geschreven laat Wijnker de klassering achterwege. 'Gewoon mijn tien boeken van 2013.'

Als je geïnteresseerd bent in nieuwe boeken dan kun je deze lijst beter overslaan. Er staat welgeteld één boek uit 2013 in deze top 10. En dat is ook nog een boek dat ik voor mijn werk moest lezen. Mocht lezen.
Een goed boek heeft geduld, dat is volgend jaar ook nog wel goed. Of over vijftig jaar.
Een andere duidelijke tendens in mijn leesgedrag: ik lees tegenwoordig nog weinig sportboeken, terwijl die juist populairder zijn dan ooit. Sinds we geen tv meer hebben zie ik nog weinig sport. Ik heb me nu echter een alles-in-1-pakket laten aansmeren, dus ben nu al benieuwd naar mijn beste boeken van 2014.


* Michel van Egmond – GIJP
heb ik wel gelezen. Deze bestseller, die de voetbalboekengekte in gang zette, kwam ik bij mijn ouders tegen en wilde ik toch wel even inzien. Niet dat ik zo brandend nieuwsgierig was naar het leven van geinponem Van der Gijp, maar omdat ik weet hoe goed Michel van Egmond kan schrijven.
Ik houd erg van de fijne stijl van Van Egmond, die zeer goed is ingevoerd, maar nooit te koop loopt met zijn kennis. GIJP is geen lijvige biografie, maar –geheel in de geest van de hoofdpersoon- een luchtig, pretentieloos boek met korte hoofdstukken. Van Egmond volgt Van der Gijp een tijdlang op de voet en beschrijft bijna achteloos die rare voetbalwereld die tegenwoordig veel te veel aandacht krijgt. Een wereld waar de schrijver zelf al zo lang in werkt, maar waar hij toch als een verstokte romanticus én met prettige distantie naar kan kijken. En als ik een hoofdstuktitel als ‘Kots met een hekje eromheen’ zie dan lees ik natuurlijk nog even verder.


* Meindert Talma – Kelderkoorts
Is ook een meester in het bedenken van hoofdstuktitels, die je nopen tot verder lezen: ‘Een zanger met enige ambitie zou zo niet moeten willen leven’, ‘Laat het vrouwtje op haar beentjes komen’, ‘Het smerige wijf van Zwarte Willem’. En dat is nog maar een greep uit Deel 1 (het kleinste van in totaal 4 delen van Kelderkoorts. En de roman Kelderkoorts is op zijn beurt het eerste deel van een autobiografische roman/album-cyclus over Nederlands Onbekendste Popster. Dus er liggen nog heel wat prachtige hoofdstuktitels in het verschiet.
Met alleen het prijzen van zijn talent voor het bedenken van goede hoofdstuktitels doe ik singer-songwriter, muzikant, schrijver, dichter, filmmaker Talma toch enigszins tekort. Laat ik hier dan maar de woorden van Jan Pier Brands onderstrepen: ‘Ik vind hem een van de grootste kunstenaars van dit moment.’ En ik wil dat bekrachtigen met de mededeling dat de Kelderkoorts-cd ook in mijn top-10 van beste albums van 2013 staat – als ik die tenminste zou samenstellen.
En –ik doe er gewoon nog een schepje bovenop- Talma wordt alleen maar beter. Zowel in zijn muziek als proza. Hij heeft zijn stem gevonden (op papier). Die is nog steeds gortdroog, maar ook dwingender dan voorheen. Kelderkoorts is verslavend. Een hilarische coming of age roman over de eerste schuchtere schreden van Talma op de podia. Het boek geeft ook een mooi tijdsbeeld van de underground van de Groningse popscene 1988-1996. Kom maar door met deel 2.


* Chad Harbach - De kunst van het veldspel
Vuistdikke, meeslepende en briljant geschreven roman over de zeer getalenteerde honkballer Henry Skrimshander.
Gedurende een aantal weken was ik –gelijk een soap-tv-verslaafde- volledig in de ban van Henry, zijn homoseksuele huisgenoot Owen, Mike (teamgenoot en Henry’s beste vriend), verondersteld heteroseksueel hoofd van de universiteit Guert Affenlight (die ’n geheime affaire krijgt met Owen) en zijn teruggekeerde dochter Pella (wordt het liefje van Mike). Als je deze samenvatting leest lijkt het ook wel een soap. Maar het is zo meesterlijk geschreven dat ik het ene moment ademloos een passage las en meteen daarna zat te stuiteren op mijn stoel - van euforie en jaloezie: ‘Waarom is dit zo briljant? Hoe flikt die Harbach dat nou?!’
Ik was zo enthousiast dat ik er af en toe kond van deed op Twitter. Tot vertaler en voormalig romancier Gerbrand Bakker terugtwitterde dat het boek helaas zo sentimenteel eindigt. Ik kon het me op dat moment niet voorstellen. Maar moest hem later gelijk geven. Het boek is zeker honderd bladzijden te lang en heeft een heel geforceerd Hollywood-einde. Ik weet niet wat er in Harbach is gevaren, of wie zich er allemaal tegenaan heeft bemoeid (een filmproducent met een vette cheque?), maar het is doodzonde.


* Flannery O’Connor - Alle dingen die opwaarts gaan komen ergens samen
Op een avond in november werd ik ziek, kroop vroeg in bed en bekeek het stapeltje boeken dat lag te verstoffen op het nachtkastje. Ik pakte dit boek van de in 1964 jonggestorven schrijfster, begon te lezen en werd weer verliefd op haar stijl en toon. Zodra je Flannery O’Connor begint te lezen beland je in een film. Door de ongewone, maar trefzekere metaforen (Haar ogen waren zo hard als twee oude bergketenen wanneer je er uit de verte naar kijkt) en de beeldende zinnen (Zijn shirt was groen, maar zo verschoten dat de cowboy die aan de voorkant overheen galoppeerde alleen nog maar een schaduw was).
Deze bundel bevat verhalen die zich afspelen in het zuiden van de VS waar het racisme en God nooit ver weg zijn. Verhalen van een halve eeuw oud, maar nog even krachtig. Door de schijnbaar achteloze toon waarop bijvoorbeeld de sfeer in een wachtkamer wordt beschreven. Die toon verandert niet als het gruwelijk uit de hand loopt.
Wat ook opvalt: elke zin heeft waarde en er staat geen overbodig woord in.
Het is ook bijna tastbaar met hoeveel plezier O’Connor deze postuum verschenen verhalen –met de dood op haar hielen- heeft geschreven.


* Ernst Pawel - Het leven van Franz Kafka
Prachtige biografie uit 1984 over de jonggestorven mythische schrijver. Pawel maakt van Kafka echter een mens van vlees en bloed en brengt in sublieme stijl en met schitterende beelden het leven en de omgeving van Kafka tot leven. Je waant je in het Praag van toen. De biograaf heeft zeer grondig onderzoek verricht, ging zelfs ver terug tot in de 18e eeuw om het leven van zijn voorouders te beschrijven en daarmee te tonen waar Kafka vandaan komt. Ondanks zijn enorme kennis en superieure schrijfstijl is Pawel een prettige verteller die de wijsheid niet in pacht heeft. Dan kan ik in één adem ook wel Kroniek van een schuldig leven noemen, de 3-delige Gerard Reve-biografie van Nop Maas, waar ik net in ben begonnen. Minutieus, daardoor soms te ver inzoomend op niet al te belangrijke gebeurtenissen. Maar bovenal een schitterend document. Verplichte en verslavende kost voor iedere Reviaan. Frappante overeenkomst tussen Kafka en Reve is de grote angst waarmee zij beiden als kleine kinderen al leefden.
Dat ik dit jaar vrij veel biografieën over schrijvers lees is uiteraard toeval.


* Denis Johnson - Treindromen
Dit is een boek dat elke ambitieuze schrijver zou moeten lezen. En herlezen. Slechts 85 bladzijden telt deze kleine roman die het hele leven beschrijft van dagloner Robert Grainier. Het is soms zo droevig of zelfs ademstokkend dat ik het boek moest wegleggen. Om de tien bladzijden gaat er wel een dierbare dood en dat wordt in weinig en onsentimentele woorden beschreven, die daardoor nog veel rauwer op je dak vallen. Denis Johnson bereikt het hoogst haalbare: je doorvoelt het drama van Grainier.


* John Niven - Kill your Friends
Van een geheel andere orde is deze inktzwarte komedie over de muziekindustrie. Veel cynischer en amoreler dan Steven Stelfox kom je ze niet tegen, maar als je geïnteresseerd bent in de muziekindustrie en bestand bent tegen hele foute opmerkingen, dan is deze ik-verteller een stem waaraan je verslaafd raakt.
Die thrillerelementen en het ietwat geforceerde plot hadden er wat mij betreft niet in gehoeven en doen afbreuk aan het krachtige beeld dat Niven schetst van de leegte en overdaad van een beroepstak in de jaren negentig – kort voor de ineenstorting.
Wat dit boek namelijk zo sterk is dat de schrijver tien jaar werkzaam was in de muziekindustrie en een onthutsend realistisch beeld schetst van een verdorven wereld waar mensen worden gestuurd door scoringsdrang: naar sex, drugs, drank en een hit. En last but not least: John Niven kan schrijven. Hij strooit met schitterende vondsten en originele formuleringen, die je glimlachend leest.


* D. Hooijer - Sleur is een roofdier
Elk jaar een nieuwe Nederlandse schrijver ontdekken en omarmen, dat lijkt mij een mooi streven. Weet je wat: dat is mijn voornemen voor de rest van mijn leven.
In 2012 was dat Anton Valens, dit jaar D. Hooijer. Haar korte verhalen lezen is voortdurend haar prachtige zinnen willen citeren. Misschien is dat ook de beste manier om haar eigenzinnige stijl aan te prijzen. 'Zolang ik hem ken is hij hees. Hij spreekt met weinig lucht. Zijn stem zelf zou een bijgeluid kunnen zijn.' (Uit 'Sleur is een roofdier')
Waar andere schrijvers alinea’s voor nodig hebben kan Hooijer in één zin. 'Zieken en familie worden met de maand mondiger en dommer.' (Uit: 'tweemaal tut-af')
'Hij heeft de stem van oudste broers, de stem die hij tegen Jannes (jongere broer, IW) zal gebruiken al wordt hij negentig jaar.' (Uit: 'tweemaal tut-af')
Het proza van Hooijer is vervreemdend en toch vertrouwd. Herkenbaar en toch raar.
Het zijn verhalen die je ook snel weer bent vergeten, maar als je ze herleest is het alsof je de zinnen weer voor het eerst leest. Er is er nog niets van die sprankeling verloren. D. Hooijer: wat een ontdekking! Een maand later was ze dood.


* Gerrit Achterberg - Eén meer dan ik tel
Ik lees te weinig gedichten. Heb er momenteel de rust niet voor, wil er ook niet teveel moeite voor doen. Gedichten moeten mij -net als bij muziek- meteen aanspreken. Heel soms sla ik een dichtbundel open en word ik getroffen door de beelden die worden opgeroepen, de originaliteit van de taal of de gedachte. Bij de gedichten van Achterberg was het vooral de muzikaliteit die het in mij deed neuriën. Bij een aantal gedichten kwamen er spontaan melodieën bij me op. Of het daarmee goede gedichten zijn weet ik niet, maar ik werd er wel blij van.


* Kees van Kooten - Greatest Bits!
Ik wil hier ook nog een audioboek noemen, en wel van het grootste voordrachttalent onder onze schrijvers. Als eerbetoon en dank. Ik mocht namelijk weer ‘ns wat uit eigen werk voorlezen en een liedje spelen in het openbaar. En dat ging in het verleden niet altijd even goed, dus zocht ik naar een inspirerend voorbeeld.
Deze twee cd’s met 23 verhalen (geselecteerd uit Van Kootens hele oeuvre) brachten me in de juiste stemming. De verhalen an sich zijn al prachtig, maar als Van Kooten ze vertelt, of eigenlijk speelt dan komen ze voor je geestesoog tot leven. Ik kreeg enorm veel zin om mijn verhaal ook voor te lezen - en volgens mij heeft het geholpen. Ik heb me althans nog nooit zo goed gevoeld na afloop.


Geen opmerkingen: