zondag 2 februari 2014

Dode dichters komen tot leven bij Kantoorpoëzie


Het absolute hoogtepunt van de avond Kantoorpoëzie gisteren was de bedscène van Gerard Reve (Jan Glas) met Teigetje en Woelrat. Glas had niet alleen een hele act gebouwd rond zijn optreden, maar had ook de humor, het timbre en de timing overgenomen van de oude meester. Heb sinds tijden niet zo gelachen. Vooral toen Reve met een Mariabeeldje onder de dekens verdween. Opmerkelijk genoeg bleef de onderliggende tragiek van de gedichten volstrekt intact.


Hoe het Marleen Nagtegaal, Japke Brouwer, Jan-Willem Dijk (sinds kort) en Joost Oomen altijd weer lukt om zoveel jonge mensen naar een poëzie-avond te krijgen is een raadsel. Ook nu, we zaten ver weg aan een rafelrand van de stad, het publiek moest op de grond zitten of staan, kwamen ze weer allemaal en ze luisterden allemaal aandachtig naar de reïncarnaties van Lucebert, Louis Couperus, Paul van Ostaijen, Daniil Charms, Annie M.G. Schmidt, Fritzi Harmsen van Beek, Sylvia Plath, Anne Frank, Cornelis Bastiaan Vaandrager en Gerard Reve. Over elk optreden valt wel iets goeds te zeggen, maar het viel me vooral op dat sommige voordrachten (Joost Oomen als Lucebert, Jan-Willem Dijk als Paul van Ostaijen) heel erg goed waren. Fijn ook om echte klassiekers terug te horen ('Goedemorgen, hemelse mevrouw Ping', 'er is een grote norse neger' en zelfs 'Het beertje Pippeloentje').

Het was, kortom, weer een fantastische avond, veel levendiger dan welke officieel georganiseerde poëzie-avond dan ook, met fijn jong, geïnteresseerd publiek. Bij Kantoorpoëzie gebeurt het.
Fritzi aka Pauline Sparreboom
Karel ten Haaf leest Vaandrager
Jan-Willem Dijk is Paul van Ostaijen
Teigetje valt bijna uit bed
Annie M.G. Schmidt aka Japke Brouwer
Sylvia Plath (aka Roos Custers) gered uit de oven

Geen opmerkingen: