maandag 2 februari 2015

Kroniek Leeuwarder Courant: Metamorfose

Metamorfose

Vier pasgeboren kinderen bracht ze om het leven. Sietske H. uit Nij Beets verborg de kinderlijkjes in koffers bij haar ouders op zolder. Dichteres Hester Knibbe vertelde me dat haar eerste reactie bij het nieuws over deze rechtszaak mededogen met de moeder was. In Archaïsch de dieren, de bundel die afgelopen woensdag de VSB Poëzieprijs won, wijdt ze twee gedichten aan haar: 'wat je in je // droeg wil je niet kwijt. Vandaar dus / die koffers, een soort van op reis terug naar / een ander baarmoederdonker.' Zo verandert Knibbe een harteloze moordenares toch weer in een zorgzame moeder.

In De ijsmakers van Ernest van der Kwast komt een directeur voor van World Poetry en achterin de roman staat vermeld dat Bas Kwakman, directeur van Poetry International, de informatie heeft geleverd voor hotelkamers over de hele wereld, de dronken Russische dichters en de meest afgelegen poëziefestivals. 'Ja,' bekent Kwakman als ik hem interview, 'ik maak altijd een tekening van elke hotelkamer waar ik kom en inventariseer wat er staat.' De Bezige Bij was zo enthousiast dat ze daar weer een boek van gaan maken. Zo leidt poëzie naar een roman en de roman weer tot een boek van de poëziedirecteur.

Bas Kwakman geïnterviewd tijdens Poëziemarathon (foto: Giny Backers)

'Ivana Fuckalot' is een pornoster. Ik had nooit van haar gehoord, maar ze komt voor in de sonnettenkrans Giro giro tondo die Ilja Leonard Pfeijffer heeft geschreven als Poëzieweekgeschenk. De laatste regel van elk sonnet vormt de beginregel van het volgende sonnet en het afsluitende vijftiende sonnet is weer opgebouwd uit al die eerste regels. Een ingenieus concept. ‘Tot iemand zich bij mij meldt, kan ik volhouden dat ik de eerste sonnettenkransdichter van Nederland ben,’ zei Pfeijffer in de Volkskrant. Dat duurde niet lang, want er bleken heel wat dichters sonnettenkransen te hebben gemaakt, van Maria van Daalen tot F.L. Bastet. Sander Bink noemde op het weblog Rond 1900 de sonnettenkrans van Jeanne Reyneke van Stuwe (de latere vrouw van Willem Kloos). 'Ik voel mijn leden in verukking beven… // Wat of die groote heerlijkheid beduidt? / Ik voel uw kussen op mijn lippen zweven, / En in mijn oooren beeft uw stemgeluid.' Een soort Ivana Fuckalot avant la lettre.

Verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 31 januari.

Geen opmerkingen: