maandag 9 mei 2016

Literaire kroniek: Wrang

Wrang


Op Schiphol zie je hoe Nederland zichzelf verkoopt aan het buitenland. Voornamelijk als een verzamelplaats van multinationals en daartussen ontwaar je af en toe wat posters met kaas, tulpen en molens. Wie in Lissabon aankomt, ziet hoe Portugal zich toont aan de wereld. Op weg naar de metro zijn de wanden beschilderd met tientallen karikaturen van bekende Portugese schrijvers, wetenschappers en kunstenaars.
Fernando Pessoa
In het blauwgeverfde metrostation Parque kom je langs citaten uit de wereldliteratuur weer boven de grond. Pessoa, Camões natuurlijk, maar ook Nietszche, Pindarus, Democritus en Plato. Beneden op de perrons wordt de geschiedenis van de ontdekkingsreizen van Portugal op een kunstzinnige manier verbeeld, waarbij ook de zwarte kant van de geschiedenis aan bod komt. In het hotel, waar ik met mijn moeder en zus zit, is dat anders. Daar hangt beneden in de ontvangstruimte nog gewoon een schilderij van de onderwerping van een zwarte leider die op zijn knieën gaat voor een Portugees. Benieuwd of daar ooit over geklaagd wordt door de gasten. Het mooie aan de discussies over ons eigen slavernijverleden, ons taalgebruik (negers, zwartjes), Zwarte Piet is dat de vanzelfsprekendheid van het alledaags racisme wordt ondermijnd.

In de jaren zeventig was de hele familie Peppelenbos op vakantie in Zell aan de Moezel. Half pension. Mijn ouders konden goed opschieten met de wat oudere eigenaar tot het moment waarop de oude baas vertelde dat hij ook wel eens in Nederland was geweest. Mijn ouders waren eerst nog oprecht geïnteresseerd totdat ze erachter kwamen dat de man in Nederland had rondgelopen tijdens de oorlogsjaren. Geen vakantie. Een mooi tijd, vond de pensionhouder met weemoed. De zelfgemaakte Moezelwijn smaakte iets wranger. Mijn moeder die bij de bevrijding als souvenir en afscheidssaluut van de Duitsers een granaatscherf in haar been kreeg, voelde iets minder weemoed bij die tijd.

De volgende ochtend werden we vroeg wakker van het geluid van een helikopter die landbouwgif over de wijnranken sproeide.

Wij laten de buitenlanders op Schiphol geen wetenschappers, kunstenaars of schrijvers zien. Dat zijn mensen die lastige vragen stellen. Kaas, tulpen, molens. Handel. Dat is nog altijd de VOC-mentaliteit, maar dan gevangen in clichés.

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 7 mei 2016.

Geen opmerkingen: