hij hem

hij hem
Nu in de winkel
Posts tonen met het label Jan Siebelink. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Siebelink. Alle posts tonen

donderdag 13 november 2008

Recensie LN: Jan Siebelink - Suezkade

Een huiveringwekkend beeld van het onderwijs

De vaderfiguur in Knielen op een bed violen gaat in zijn jonge jaren het vak van kweker leren in Den Haag. Daar woont hij een tijd op kamers aan de Laan van Meerdevoort. Diezelfde Laan, volks en statig, vormt het decor voor de nieuwe roman van Jan Siebelink, Suezkade. Aan die kade woont de hoofdpersoon Marc Cordesius en op de lange Laan van Meerdervoort gaat hij werken als docent Frans aan het Descartes-gymnasium.

Er zitten nogal wat verhaallijnen in deze roman. De moeder van de hoofdpersoon is op jonge leeftijd voor zijn ogen ontvoerd. Nooit heeft hij haar teruggezien. Zijn vader speelt geen rol in het boek, wel zijn oma, maar die is net overleden. Vandaar dat Marc het grote, lege huis aan de Suezkade ontvlucht om aan een school te gaan werken. Op die school is hij in het begin een graag geziene figuur vanwege zijn belezenheid. De rector stelt alles in het werk om met hem bevriend te raken, maar moet tot zijn spijt zien dat Marc direct vriendschappelijkere gevoelens heeft voor een nogal recalcitrante collega.

Het lesgeven gaat Marc bijzonder gemakkelijk af. Hij verzwaart de stof en de leerlingen vinden dat juist erg leuk. Een bijzondere positie krijgt Najoua, een meisje met een allochtone achtergrond (met dat gegeven wordt verder niets gedaan) dat zich erg aanhankelijk gedraagt ten opzichte van Marc, alhoewel er van seks geen sprake is. Het meisje lijdt naarmate de jaren voorbijgaan in steeds ergere mate aan anorexia; zo erg zelfs dat zij opgenomen moet worden. De liefde van Marc voor haar blijft tot het einde en alle andere vrouwen die hij tegenkomt in het boek wijst hij af. Of de situaties die bijna tot seks leiden worden erg gênant. Het is niet moeilijk om verlatingsangst of bindingsangst als reden voor aan te voeren en die is direct te herleiden op zijn verdwenen moeder. Als op het eind Marc ‘Mamma-Najoua’ op het bord heeft geschreven dan is dat wel wat al te expliciet. We hadden al genoeg aanwijzingen in die richting, bijvoorbeeld een blind zwerfkatje dat aankomt lopen en die door Marc uitvoerig geknuffeld wordt; hoe duidelijk schrijf je een verwijzing naar Oedipus op?

Interessanter en leuker om te lezen is het beeld dat Siebelink schetst van het huidige onderwijs. Het onderlinge machtsvertoon van docenten, de nietszeggende vergaderingen, de nietszeggende toespraken van de rector, de schrikbarende achteruitgang in leerstof, de hemeltergende mondelingen (‘Marc bekeek intussen de boekenlijst, die opende met L’avare van Molière, alleen het eerste bedrijf. Van de twintigste eeuw waren twee boeken gelezen: Le silence de la mer van Vercors en Le petit prince van Antoine de Saint-Exupéry. Dit was zes gymnasium.’), de akelige rapportenvergaderingen, de jaloezie en de haat. Marc zondert zich steeds meer af van de rest van het lerarenkorps en krijgt zelfs een noodgebouw tot zijn beschikking waar hij zijn eigen onderwijsparadijs kan bouwen. Eigen leerstof, boeken in het lokaal en tegen de officiële richtlijnen in behandelt hij zelfs de subjonctif. Het lijkt vermakelijk, het klinkt grotesk allemaal, maar Siebelink schetst een realistisch beeld van de teloorgang van het huidige onderwijs. Bijna alle scènes die op school spelen, herken ik, inclusief deze:
‘Waarom staan die dozen hier?’
‘Ze zijn afgeschreven door de bibliotheek. De dozen worden voor de collega’s in de hal neergezet. Wie er wat van zijn gading in vindt, mag dat meenemen. Wat overblijft komt in de oudpapiercontainer.’

Misschien zitten er wat losse eindjes in dit verhaal en misschien zie je de noodlottige afloop van verre aankomen (een verhaal als dit kan moeilijk een gelukkig einde kennen) en misschien is Suezkade minder vanuit een innerlijke noodzaak geschreven dan Knielen op een bed violen; als men over tweehonderd jaar deze roman opduikelt onder het stof in een der laatste bibliotheken dan zal men een huiveringwekkend precies beeld krijgen van het onderwijs aan het begin van de eenentwintigste eeuw.

Coen Peppelenbos

Jan Siebelink: Suezkade. De Bezige Bij, Amsterdam, 382 blz. €19,90.
Verscheen eerder op Literair Nederland.

vrijdag 3 oktober 2008

Jan Siebelink signeert

Vandaag opent Athena's boekhandel Van der Velde officieel in Groningen. Straks is er een feestje voor genodigden, maar vanmiddag was Jan Siebelink er voor iedereen. Zul je net zien dat ik mijn camera niet bij me had. Gelukkig kan Peter telefoneren met zijn telefoon.
Er vormde zich al een rij toen Siebelink een kopje koffie dronk, en tussen de wachtende ontdekten we Henk Landkroon (vader van). De koffie was nog niet op of Gelly Talsma posteerde Jan Siebelink in de etalage waar hij één voor één zijn fans ontving.

vrijdag 21 oktober 2005

Frankfurt, wir sind da

Woensdag naar Frankfurt vertrokken en vandaag weer teruggekomen. Met een Koreaanse auto gereisd omdat dat land dit jaar het gastland was op de Buchmesse. Donderdag dus de hele dag de tijd om over het beursterrein te lopen. Veel Koreaans gedoe op het binnenplein waar opeens als priester verklede types rondliepen, als priester verklede types Koreaans eten verstrekten en Koreaanse priesters in opleiding die geblinddoekt en met blote voeten een appeltje van een zwaard konden schoppen.
Gelukkig stond er ook een grote stand van de Brockhaus encyclopedie waar je gratis taart en koffie kon krijgen.


Maar het ging natuurlijk om de boeken. Belangrijkste plek was hal 6.0 waar de Nederlandse uitgevers zaten op hun vertrouwde plekken, alhoewel Oscar van Gelderen nu wat verderop zat bij FMG en Japser Henderson in een ander hokje bij Nieuw Amsterdam (die zullen volgend jaar wel een wat grotere stand krijgen).


Uitgever Peter ten Hoor staat hier voor de stand van de Bezige Bij en vraagt zich af wat die hele toko nou moet kosten, terwijl Jan Siebelink er ietwat verloren bijzat. Dat zie je trouwens wel vaker: het wemelt er van mensen die druk druk druk zijn of druk druk druk doen in hun pakjes en soms struint daar een verdwaalde gast tussendoor: die verdwaalde gast is dan meestal een schrijver.
Dat gold niet voor Bart Moeyaert die in een opvallend vrolijk pak aanwezig was bij de Querido-stand. Ik zag helaas geen kans om hem aan te spreken.

Naar boven gegaan voor de doorlopende tv-show van het ZDF Das blaue Sofa waar enorm veel bezoekers en fans kwamen voor Nick Hornby die werd geïnterviewd over A long way down. Hornby werd begeleid door een bitse perschef die iedereen na afloop wegduwde toen Hornby langer dan vijf minuten signeerde. Ik kreeg de indruk dat Hornby nog wel tien minuten wilde doorgaan, maar deze dame was zo resoluut dat je hem zag denken dat hij maar geen ruzie met haar moest maken.

Het was inmiddels tijd voor een ander hoogtepunt op de blauwe sofa. Wladimir Kaminer en zijn vrouw kwamen vertellen over hun nieuwe boeken. Olga Kaminer heeft een boek geschreven over haar leven met katten (Alle meine Katzen), maar las piepend en knarsend in het Duits voor. Gelukkig relativeerde haar man regelmatig het gesprek met een grap.

Terug naar 6.0 voor een kop koffie met Lex Jansen van De Arbeiderspers die vertelde dat hij drukker was dan andere jaren. Vooral met de verkoop van Anna Enquist zag ik op zijn overvolle schema.
Daarna de immer aimabele Vic van de Reijt onze folder gegeven omdat hij vorig jaar zo ruimhartig was om ons een boek van Jim Heynen te laten vertalen (dat als het goed is volgende week van de persen rolt). Hij was net terug van een bezoek aan Mary Bisbee-Beek (Director of Publicity, Foreign Rights Manager zegt haar visitekaartje) die jarenlang de buurvrouw was van Jim Heynen en nog steeds regelmatig contact met hem heeft. Haar hebben we dus ook maar meteen opgezocht in de grote Amerikaanse hal 8.0 waar ze de kleine The University of Michigan Press vertegenwoordigt.

Na een dag ben doodop en je vraagt je af hoe mensen thuiskomen die een week Buchmesse achter de rug hebben. En wat snak je naar een goed boek.