Een parkeerplaats om te herdenken
Rupert, Robin en Ralph, dat zijn de zonen in huize Thomson. De eerste is schrijver en de dood van zijn vader is de aanleiding om een autobiografisch boek te schrijven over zijn ouders en de onderlinge verhoudingen binnen het gezin. Dit feest heeft lang genoeg geduurd toont, voor de zoveelste keer, aan dat je iemand nooit helemaal leert kennen, ook al woon je ermee onder één dak.
De vader alleen in het ziekenhuis. De ernst van de situatie was door de zonen verkeerd ingeschat en Rupert, die in Berlijn woont kan alleen maar terug om de begrafenis van zijn vader te regelen. Dat doet hij samen met Robin en Ralph en zijn vrouw Vivian. Met de laatste twee heeft Rupert zo weinig contact dat hij zelfs geweigerd heeft om getuige te zijn bij diens huwelijk. De vier bivakkeren in het ouderlijke huis en sfeer is om te snijden, zeker als Ralph zomaar een schilderij van Braque verpatst en de tweede vrouw van zijn vader, een voormalig au pair, haar intrede doet.
De dood van de vader geeft Thomson ook de ruimte om over de dood van zijn moeder te schrijven die, toen hij acht was, dood neerviel tijdens een tenniswedstrijd. Dat is het echte trauma uit zijn jeugd: mensen kunnen zonder waarschuwing verdwijnen uit je leven. In de jaren na de dood van zijn vader zoekt Thomson oude vrienden en verre familieleden op om meer te weten te komen over zijn ouders en de exacte omstandigheden van hun dood. Dat kan gaan om irrelevante, maar voor hem wezenlijke details. Zo dacht hij altijd dat zijn moeder tijdens het serveren in elkaar was gezakt. Vrienden die erbij waren, ontkennen dat. Ook het tennispark ligt ergens anders dan hij had gedacht. De verharde tennisbaan is zelfs verdwenen. Op de plek waar zijn moeder ooit overleed, ligt nu een parkeerplaats. De beschrijving van die desolate plek behoort tot de ontroerendste bladzijden van het boek. De foto’s die hij maakt laten niets zien. ‘Alsof het onderwerp van de eigenlijke foto was verwijderd, waardoor er alleen nog achtergrond restte.’
Ondanks het zware thema eindigt de roman positief. Naast familieleden die hij kwijtraakt, krijgt hij na een jarenlange wederzijdse stilte weer contact met Ralph. Die werkt inmiddels in Sjanghai en na een brief van Rupert besluiten de broers elkaar weer te ontmoeten. In de gesprekken die volgen moeten vele misverstanden over het verleden uit de weg geruimd worden voordat er weer een vorm van broederlijke genegenheid kan ontstaan. Dit feest heeft lang genoeg geduurd is bij vlagen een hard portret van een familie en tegelijk een boeiend zelfportret van een schrijver die erachter komt dat hij niet meer kan vertrouwen op zijn geheugen.
Coen Peppelenbos
Rupert Thomson: Dit feest heeft lang genoeg geduurd. Meulenhoff, Amsterdam, 272 blz. €19,95
Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant, 21 november 2010
Posts tonen met het label Rupert Thomson. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rupert Thomson. Alle posts tonen
zondag 21 november 2010
maandag 4 augustus 2008
Recensie LC Rupert Thomson - Dood van een moordenares
Een nacht in het mortuarium
Het is niet het leukste klusje dat je kunt bedenken: een nacht waken in het mortuarium bij het lijk van een moordenares. Politieagent Billy Tyler krijgt de opdracht en doet zijn plicht, hoewel zijn vrouw hem uit alle macht probeert te overreden niet zo dicht bij zo’n slechte vrouw te gaan zitten. De Brit Rupert Thomson stelt in Dood van een moordenares aan de orde wat goed en kwaad is.

Vooraf zou je nooit kunnen denken dat een roman over een nacht in het mortuarium heel erg spannend zou kunnen zijn. Iemand die wacht tot zijn tijd erop zit in een vrij koude ruimte waar verder weinig leven is. Af en toe komt er een collega langs of iemand van de verpleging en dan worden er cynische grappen gemaakt, maar voor de rest zit Billy vooral opgesloten met zichzelf.
Wat is het kwaad eigenlijk? Dat is in ieder geval niet het monster dat de media hebben gecreëerd van de vrouw die verschillende kinderen heeft vermoord. Ze komt als geestesverschijning nog wel een paar keer opduiken bij Billy, maar haar kant van het verhaal horen we slechts zijdelings. Thomson kiest niet voor de voor de hand liggende weg om de dader te vermenselijken: hij kiest voor het tegenovergestelde. Door in het hoofd te kruipen van Billy Tyler kom je te weten hoe dun de scheidslijn is tussen een crimineel of een agent.
De nacht is bij uitstek geschikt voor Billy om over zijn eigen jeugd na te denken en het kattenkwaad dat ooit uit de hand liep. Of hij denkt aan zijn vrouw en hun enige kind: een mongoloïde dochter die haar ouders soms tot waanzin drijft. Of aan zijn schoonvader die hij met gemak had kunnen en willen vermoorden. En toch wordt de ene mens wel een moordenaar en de ander niet. Gelukkig geeft de schrijver geen eenduidig antwoord op de vraag hoe dat komt. Dat zou afbreuk doen aan de complexiteit van het menselijk handelen. Hoe complex dat is, blijkt wel aan het eind waarin sterk de suggestie wordt gewekt dat ook Billy Tyler een dode op zijn geweten heeft. Toch blijf je nog steeds sympathie voelen voor deze gewone agent. Daar sta je dan te kijken als lezer met je morele oordelen. Want die agent had ook jij kunnen zijn.
COEN PEPPELENBOS
RUPERT THOMSON: Dood van een moordenares. Meulenhoff, Amsterdam, 271 blz. €19,90.
Eerder verschenen in de Leeuwarder Courant, 1 augustus 2008.
Het is niet het leukste klusje dat je kunt bedenken: een nacht waken in het mortuarium bij het lijk van een moordenares. Politieagent Billy Tyler krijgt de opdracht en doet zijn plicht, hoewel zijn vrouw hem uit alle macht probeert te overreden niet zo dicht bij zo’n slechte vrouw te gaan zitten. De Brit Rupert Thomson stelt in Dood van een moordenares aan de orde wat goed en kwaad is.

Vooraf zou je nooit kunnen denken dat een roman over een nacht in het mortuarium heel erg spannend zou kunnen zijn. Iemand die wacht tot zijn tijd erop zit in een vrij koude ruimte waar verder weinig leven is. Af en toe komt er een collega langs of iemand van de verpleging en dan worden er cynische grappen gemaakt, maar voor de rest zit Billy vooral opgesloten met zichzelf.
Wat is het kwaad eigenlijk? Dat is in ieder geval niet het monster dat de media hebben gecreëerd van de vrouw die verschillende kinderen heeft vermoord. Ze komt als geestesverschijning nog wel een paar keer opduiken bij Billy, maar haar kant van het verhaal horen we slechts zijdelings. Thomson kiest niet voor de voor de hand liggende weg om de dader te vermenselijken: hij kiest voor het tegenovergestelde. Door in het hoofd te kruipen van Billy Tyler kom je te weten hoe dun de scheidslijn is tussen een crimineel of een agent.
De nacht is bij uitstek geschikt voor Billy om over zijn eigen jeugd na te denken en het kattenkwaad dat ooit uit de hand liep. Of hij denkt aan zijn vrouw en hun enige kind: een mongoloïde dochter die haar ouders soms tot waanzin drijft. Of aan zijn schoonvader die hij met gemak had kunnen en willen vermoorden. En toch wordt de ene mens wel een moordenaar en de ander niet. Gelukkig geeft de schrijver geen eenduidig antwoord op de vraag hoe dat komt. Dat zou afbreuk doen aan de complexiteit van het menselijk handelen. Hoe complex dat is, blijkt wel aan het eind waarin sterk de suggestie wordt gewekt dat ook Billy Tyler een dode op zijn geweten heeft. Toch blijf je nog steeds sympathie voelen voor deze gewone agent. Daar sta je dan te kijken als lezer met je morele oordelen. Want die agent had ook jij kunnen zijn.
COEN PEPPELENBOS
RUPERT THOMSON: Dood van een moordenares. Meulenhoff, Amsterdam, 271 blz. €19,90.
Eerder verschenen in de Leeuwarder Courant, 1 augustus 2008.
Abonneren op:
Posts (Atom)
