vrijdag 28 maart 2008

Recensie LC: Jeroen Thijssen - Broeder

De Griezelbus voor volwassenen

In de negentiende eeuw wist men nog hoe je een echte ‘gothic roman’ moest schrijven. Je zet de hoofdpersonen in een ver, verlaten oord en laat het dan spoken. Jeroen Thijssen doet hetzelfde in Broeder, maar bij hem loopt het verhaal enigszins uit de rails.

Deze debuutroman begint nog gewoon met een doorsnee gezin dat in Haarlem woont. Vader, moeder en twee broers: Boudewijn en Bastiaan. Die eerste bladzijden zijn veelbelovend. De buurman heeft opeens een bok gekocht en je weet al vrij snel dat het met die bok niet goed af gaat lopen als Boudewijn er zijn zinnen op heeft gezet. Als het beestje zonder kop bij de spoorlijn gevonden wordt, kijk je niet raar op als de schedel later terug te vinden is in de slaapkamer van Boudewijn. Suspense in de polder.
Maar daarbij blijft het niet. Door de ogen van Bastiaan zie je dat Boudewijn steeds meer ontspoort, rare seances houdt zijn slaapkamer en zo af en toe iets offert. Die toenemende spanning is nog goed gedoseerd, maar op een gegeven ogenblik verdwijnt Boudewijn helemaal. Daar ontspoort het verhaal ook.
Inmiddels zijn we al wat jaren en huiselijke rampen (het huis is in vlammen opgegaan en moeder ook) verder. Bastiaan gaat zijn broer opsporen in het wat mythische stadje Ingen. Daar haalt Thijssen alle griezelelementen uit de kast. Een afgelegen huis buiten het stadje in de donkere bossen is het tijdelijk hotel van Bastiaan en de onheilspellende man Vieri die Bastiaan vergezelt. Een al te aardige weduwe zwaait er de scepter. Er is een geheim gangenstelsel van het huis naar Ingen. In de vrieskist van het huis ligt een dode man. De weduwe bewaart twee kinderlijkjes op sterk water. Kortom: we zijn opeens beland in de volwassen versie van De Griezelbus.
Ook in de stijl laat Thijssen zich gaan. Zo komt in zijn beeldspraak de halve dierentuin voorbij. Medepassagiers lijken op ‘wolven’, reizigers die uit de trein stappen zijn ‘rennend vee’, Vieri heeft een roofvogelgezicht, een vrouw geeft een hand 'als een vogelklauw'. Voeg daarbij een ongeloofwaardig slot waarbij alle familiebanden opeens totaal anders zijn dan ze eerst leken en je kunt de conclusie trekken dat deze roman weinig met literatuur te maken heeft. Dat is jammer, want het begin van Broeder toont aan dat de auteur meer kan dan hij nu laat zien.

Coen Peppelenbos

JEROEN THIJSSEN: Broeder. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 255 blz. €17,50
Eerder gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 21 maart 2008.

Geen opmerkingen: