Regenboogreeks

woensdag 1 september 2010

Ronald Giphart en de weg van het lachen

Van onze speciale verslaggever: Maarten Praamstra



Iets voor vier uur is de Offerhauszaal al aardig gevuld metmet ‘stafleden, studenten en aanwezigheden’. Vlak voor aanvang opent de deur zich nogmaals en stroomt een flink aantal eerstejaars de zaal in en zoekt een plekje tussen de andere aanwezigen, waaronder Harm de Jonge, Jurre van den Berg, Sanne Parlevliet, André Degen, Joep van Ruiten, Stefan van der Poel, Doeko Bosscher, de kersverse RUG Huisdichter Joost Oomen en Annie van den Oever. Bij de binnenkomst van Ronald Giphart vallen Bert Natter en Jean-Marc van Tol in zijn kielzog te ontwaren. Na een welkomstwoord van decaan Gerry Wakker, waarbij bovenstaande verspreking voorbijkomt, begint de Letterenlezing.
Nadat Giphart heeft verteld dat hij bij aanvang van zijn carrière al de grote wens had om de Letterenlezing in Groningen te mogen geven, en hoe hij een dergelijke grap meerdere malen gebruikte op verscheidene locaties, gaan we van start.
Giphart verwijst meteen naar Bert Natter. Nadat eerstgenoemde via de SSS was benaderd om deze lezing uit te spreken sprak hij Natter telefonisch. Daarbij passeerde de anekdote dat Natter eens een redacteur van het programma Knetterende letteren ontmoette die enthousiast was over Begeerte heeft ons aangeraakt, het succesvolle romandebuut van Natter. Er werd gesproken over een bezoek van Natter aan het programma, maar helaas moest de redacteur dit afblazen omdat er ‘te veel humor in het boek zat die het drama overschaduwde’.
Nadat enkele malen geprobeerd is de naam van de hoofdpersoon Lucas Hunthgburth uit te spreken vervolgt Giphart de lezing en leidt ons langs andere (moeilijk uitspreekbare) namen als Victor Sjklovski en het vervreemdingseffect en Igor Krichtafovich die een heuse formule ontwierp om humor te berekenen: EH = PE * C/Tp + BM.

Aan de hand van enkele Fokke en Sukke cartoons en citaten uit het werk van Tom Lanoye en Gerard Reve wordt dit verder uitgewerkt. Navraag onder bevriende schrijvers, redacteuren en een oud-leraar leverde Giphart genoeg namen om een Humor Canon van vijfenveertig namen samen te stellen. Onder de achtenveertig verschillende Nederlandstalige schrijvers bevinden zich maar vier vrouwen en één allochtoon. De oudste schrijver blijkt Constantijn Huygens te zijn en David Pefko de jongste. Daarnaast zijn er nog vier negentiende-eeuwers en enkele geheimtips zoals Rob van Essen. De top bestaat uit schrijvers als Remco Campert, Kees van Kooten, Gerard Reve, Dimitri Verhulst, P.F. Thomése en de onbetwiste nummer één is Herman Brusselmans.
Na afloop vertrekt het publiek massaal naar de door de faculteit aangeboden borrel. Giphart en consorten zullen die avond nog opduiken in het Groninger nachtleven.

Geen opmerkingen: