dinsdag 31 december 2013

Top 10 mooiste boeken van 2013 (12) Bart Temme

Bart Temme schrijft, is boekverkoper bij Van der Velde en docent literatuur. Hij is één van de eindredacteuren van Tzum met een goede neus voor nieuws.


1 Joris van Casteren - Het been in de IJssel
Ik ben dol op lijstjes. De afgelopen weken las ik alle lijstjes van de literaire pers in de dag- en weekbladen. Als ik het goed heb, noemde geen enkele recensent Het been in de IJssel als literair hoogtepunt van het afgelopen jaar. Hebben ze het boek van Joris van Casteren nog niet gelezen of vonden ze het niet goed genoeg? In beide gevallen: schaam u. Van Casteren schreef namelijk een weergaloos boek: non-fictie op zijn best. Hij weet een nieuwsfeit namelijk uit te bouwen tot een ware mythe. Je wílt als lezer weten wie de eigenaar is van het been. Daarnaast is dit boek ook een literair hoogtepunt. Enerzijds door de literaire structuur (het slothoofdstuk is een groots hoogtepunt) en de literaire verwijzingen (een verhaal van Faulkner bijvoorbeeld), anderzijds door zijn stijl. Het been in de IJssel is echt goed geschreven.


2 Tom Lanoye - Gelukkige slaven
Als ik op feestjes kom, wordt mij altijd gevraagd wie ik de beste schrijver vind. Ik noem dan altijd een rijtje namen waarbij in ieder geval Tom Lanoye zit. Gek genoeg bleef Gelukkige slaven wekenlang op mijn nachtkastje liggen. Ik durfde er niet aan te beginnen. De ene hoofdpersoon uit de roman, Tony Hanssen, kennen we natuurlijk uit de roman Alles moet weg - niet de beste roman van Lanoye. Maar toen ik eenmaal begon aan Gelukkige slaven was ik na een paar pagina's al overtuigd. Lanoye speelt een fantastisch spel met het dubbelgangersmotief. De structuur is goed, het plot is fantastisch en de stijl spat werkelijk van de pagina's. Zoals we dat van Lanoye gewend zijn.


3 Stefan Hertmans - Oorlog en terpentijn
Een paar jaar geleden las ik Naar Merelbeke. Een erg mooie, autobiografische roman van Stefan Hertmans, waarin hij over de jeugd van een Vlaamse jongen schrijft. Vreemd genoeg las ik daarna nooit meer iets van Hertmans. Tot dit jaar. Toen 'Oorlog en terpentijn' uitkwam, las ik het meteen. Ik was onder de indruk. Opnieuw biedt Hertmans de lezer een autobiografisch verhaal. Ditmaal speelt zijn grootvader de hoofdrol. Een man die graag schilder wil worden, maar hij moet als soldaat in de Eerste Wereldoorlog dienen. De structuur van de roman is meteen ook de grootste kracht van de roman. Aan de hand van foto's en dagboekaantekeningen vertelt Hertmans het levensverhaal van zijn grootvader (deze werkwijze doet denken aan het werk van Sebald). Stilistisch gezien is dit boek ook zeer sterk.


4 Walter van den Berg - Van dode mannen win je niet
Iemand besluit een roman te schrijven over zijn gewelddadige stiefvader. In alle opzichten kan dit verkeerd uitpakken. Maar in de roman 'Van dode mannen win je niet' van Walter van den Berg gebeurt dat niet. Dat komt door het bijzondere perspectief waarvoor hij gekozen heeft. Het verhaal wordt namelijk verteld vanuit de stiefvader. Hij spreekt zijn stiefzoon aan. In een mooie, kale spreektaal. Hierdoor zet Van den Berg de boel op scherp. Af en toe voel je sympathie voor de stiefvader, terwijl je dat niet wilt. In goede romans zet de schrijver de lezer klem. Van den Berg slaagt daarin.


5 Robbert Welagen - Het verdwijnen van Robbert
Robbert Welagen is een schrijver in de marge. Je ziet hem niet in talkshows, hij krijgt geen paginagroot interview in een krant en zijn boeken worden door sommige redacties genegeerd. En dat terwijl hij per roman beter wordt. Het verdwijnen van Robbert is dus een nieuw hoogtepunt in zijn oeuvre. Welagen heeft vaak aan 150 pagina's genoeg om een verhaal te vertellen. Daar ligt meteen ook zijn kracht. Zijn stijl is suggestief. Deze nieuwe roman is vooral zo goed, omdat hij het heeft aangedurfd om zichzelf als onderwerp te nemen. Hij spaart zichzelf daarbij niet. Hij speelt openlijk een spel met feit en fictie.


6 Willem Otterspeer - De mislukkingskunstenaar
'De mislukkingskunstenaar' is niet de perfecte biografie. Willem Otterspeer weet in zijn biografie over W.F. Hermans niet alle feiten even grondig te onderbouwen, de 'schoolse' analyses over de romans en verhalen hadden wat mij betreft korter gekund en andere gebeurtenissen (zoals de vriendschap met Reve) hadden juist uitvoeriger gemogen. Maar toch heb ik erg genoten van deze biografie. De schrijfstijl van Otterspeer is prettig, hij weet het explosieve karakter van Hermans in dit eerste deel meteen krachtig neer te zetten en nog belangrijker: ik verlangde weer naar het werk van Hermans. Ik ben zeer benieuwd naar het tweede deel van deze biografie.


7 Thomas Heerma van Voss - Stern
Dit is nog niet de beste roman van deze schrijver. Zo nu en dan leunt het verhaal net iets te veel aan tegen Grunbergs Tirza. De hoofdpersoon zou een broer kunnen zijn van Jörgen Hofmeester. In zijn derde roman moet Heerma van Voss dat van zich af weten te schudden. En dat kan hij. Er zitten in 'Stern' namelijk genoeg scènes die zijn unieke talent bekrachtigen. Daarnaast staan er fantastische zinnen in deze roman die stuk voor stuk moeten meedingen naar de Tzum-prijs!


8 Bas Heijne - Angst en schoonheid. Louis Couperus, mystiek der zichtbare dingen
Bas Heijne schreef het ultieme boek in het Louis Couperus-jaar. Hij heeft het aangedurfd om al die geijkte mythes rondom de schrijver opnieuw onder de loep te nemen. Heijne schrijft bevlogen over het werk van Couperus, maar de ware kracht van dit essay is mijns inziens Bas Heijne zelf. Hij betrekt namelijk zijn eigen leeservaring ook in dit essay. Wat voor invloed heeft Couperus gehad op zijn leven? Dat geeft dit boek een extra dimensie.


9 David Leavitt - De twee Hotel Francforts
Een erg mooie roman van David Leavitt die in de Nederlandse pers te weinig aandacht heeft gekregen. De twee echtparen die in de roman bevriend raken in tijden van oorlog, weet Leavitt in een paar bladzijden al heel erg sterk neer te zetten. De onderlinge relaties tussen de echtparen zijn fijnzinnig uitgewerkt. Maar de kracht van het verhaal zit hem in de geheime relatie die tussen de twee mannen ontstaat. Vanaf dat moment zindert het verhaal, het wordt - goddank - nergens banaal.


10 A.F.Th. van der Heijden - De helleveeg
'De Tandeloze Tijd'-cyclus vind ik één van de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur. Ik was dan ook blij verrast toen De Bezige Bij het vijfde deel aankondigde van de cyclus - bij A.F.Th. van der Heijden weet je het immers nooit. Er valt wel wat af te dingen op deze roman: je zou kunnen zeggen dat tante Tiny iets te veel een typetje is geworden. Maar voor de liefhebber van 'De Tandeloze Tijd'-cyclus valt er veel te genieten. De volkse sfeer die Van der Heijden met de nodige humor wederom weet over te brengen. Als lezer krijg je ook weer meer te weten over Albert Egberts, de hoofdpersoon uit de cyclus. Dit geeft de cyclus weer meer diepgang. Overigens kun je deze roman ook heel goed afzonderlijk lezen van de eerdere delen.

Geen opmerkingen: