zondag 21 februari 2016

Kroniek Leeuwarder Courant: Huppelintbos

Huppelintbos

'Zou je het erg vinden,' vroeg Nick ter Wal, samensteller van De kunst is mijn slagveld, vorig jaar aan mij, 'als ik ook brieven van Nanne Tepper opneem waarin jij uitgescholden wordt?' Sinds januari weet ik wat mijn bijnaam is bij Tepper: Huppelintbos. Nou ben ik in goed gezelschap van 'Japie Zwelgerman' (Joost Zwagerman) en 'Ronald Gifhart'. Tepper is zo blij met zijn naamgrapjes dat hij ze honderd keer herhaalt.

Al vanaf zijn debuut heb ik een weerzin tegen het proza van Nanne Tepper (1962 - 2012) en dan met name het type schrijver: de drinkende, verslaafde, depressieve schrijver die zich klagend en miskend door het leven ploegt. Word dan aardappelboer, als je het schrijven zo zwaar vindt. Maar nee, de literatuur is een sacrale opdracht en de schrijver is degene die van het scheppen een ware zelfkastijding maakt. Of zoals Tepper het verwoordt: 'Ach, eigenlijk zou dit een ideaal leven moeten zijn: de methodiek van de analfabete scholast (al blijft genoemd adjectief mij kwellen), het heilige leven tussen boeken en inktpot, kluizenaarschap, regelmaat en orde - het verlangen naar vruchtbare verveling, maar soms trekt het avontuur van het stadsleven nog aan me, al moet ik niet zeuren na een puberteit die volledig was gewijd aan de liefde en vijftien daarop volgende jaren van drank, dope, muziek en nachtleven.' En je denkt precies dát, na de zoveelste brief waarin de rest van de literaire wereld niet snapt hoe goede literatuur in elkaar steekt, de zoveelste klacht over zijn uitgeverij, over de rommel die uitgegeven wordt en zijn eigen inertie: zeur niet zo!



Probleem is echter dat ik bevriend ben met Nick ter Wal, de brievenbezorger. Aardig, bescheiden, humorvol: allemaal eigenschappen die je bij Tepper met een kaarsje moet zoeken. De afgelopen maanden had ik in het café al veel gehoord over de totstandkoming van de brieven, de kleine vetes achter de schermen, het doorzettingsvermogen van de vriendin van Tepper en de reacties van enkele ontvangers van de brieven op de publicatie en dat was honderd keer leuker en interessanter dan die brieven. Heilige schrijvers zijn alleen genietbaar via hun apostels.

Deze kroniek verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 20 februari 2016.

3 opmerkingen:

Harry Perton zei

Hèhè, eindelijk eens een tegengeluid.

Wanneer Jan en Alleman vinden dat je een bepaald boek MOET lezen, word ik van de weeromstuit door weerzin bevangen. Ik moet niks.

André Degen zei

Ik vond 'De eeuwige jachtvelden' indertijd een prachtig boek (hoewel ik het moet herlezen om te kunnen vaststellen of ik dat nog vind), maar de passages die ik uit Teppers brievenverzameling tot mij heb genomen ademen een mateloze pretentie en een inderdaad nogal clichématige (en stomvervelende) verheerlijking van de schrijver als bohémien. Uit alles wat hij in zijn brieven schrijft blijkt dat er maar één deugt. En dat is Nanne Tepper.

Pim Derks zei

Ik vraag me af of Nanne Tepper als boer wel gelukkig zou zijn geweest: in die beroepsgroep schijnt het zelfmoordcijfer nogal hoog te liggen.