woensdag 18 januari 2017

In de tussentijd: de aanvaardingsfase (3)



Vrijdag brak mijn kies voor een deel af. Dat is nooit een fijne ervaring, maar als je al in de krakkemikkige situatie zit waarin ik me bevind dan is dat iets erger. Als je droomt dat je tanden uitvallen, dan duidt dat vaak op angst voor verval en dood. Als het in het echt gebeurt ook.

Vandaag ct-scan. Op een troosteloze gang werk je een liter water met contrastvloeistof weg. Roos was mee voor de gezelligheid en ter morele ondersteuning en zij kreeg niks. Elk kwartier een beker vloeistof. Af en toe worden patiënten naar binnen geroepen. Sommigen met bed en al, sommigen in een rolstoel. Ik kreeg last van het zitten en liep wat over de gang heen en weer. Ontiegelijk lelijke neo-impressionistische kitsch hing er op de gang. Als je nog niet ziek was, werd je het alsnog.

Mijn vader en moeder hadden al op jonge leeftijd een gebit. Dat was vroeger gewoner. Hoef je bijna nooit meer naar de tandarts. Behalve als het gebit breekt.

Als je eenmaal zelf wordt binnengeroepen, verkruimel je ook binnen de kortste keren tot patiënt. Er werd meteen al extra contrastvloeistof het bloed ingespoten. Alsof er een warme slang je huid binnenkruipt. Met de armen gestrekt langs m'n hoofd werd ik door de scan geschoven. De ct-scanner is een smallere variant van de mri-scanner, waar je meer in ligt; bij een ct-scan wordt je lichaam door een soort ring gehaald. En als je er ligt, besef je dat deze scan voor een groot deel de rest van je leven zal bepalen.

De tandarts vulde maandagochtend de kies. Ik was binnen twintig minuten weer opgelapt, al bleef de verdoving tot de avond nawerken.

Het is nu een week wachten op de uitslag.

1 opmerking:

Esther Marije zei

Coen, wat doe je me aan? Iedere keer als ik over je ellende lees, zit ik schaterend en schuddebuikend achter de computer. Hoe ik dat psychologisch moet duiden, weet ik nog niet. Leedvermaak is volgens mij namelijk echt iets heel anders. Keeping my fingers crossed, Coen.