zaterdag 11 februari 2017

In de tussentijd: de voorbereidingsfase

Watching St. Sebastien
Komende vrijdag zetten ze een mes in mijn rug. Terwijl ik, als het goed is, ver weg ben, halen twee chirurgen de tumor weg. Als ik weer wakker word, zal ik eerst proberen of alles het weer doet. Een niesje van de neurochirurg en je loopt de rest van je leven mank.

Ik heb een tijd niet geschreven op dit blog omdat de uitslag van de ct-scan (er was niets te zien, behalve de tumor die ze gaan weghalen) goed was. Met de mensen die ik daarna binnen een uur aan de telefoon had, kon ik nauwelijks praten omdat je zo blij bent dat je constant moet huilen. Ik dacht dat ik alles onder controle had, maar je lichaam reageert met meer kracht dan je verstand.

Daarna twee mensen in de onmiddellijke nabijheid die waarschijnlijk ook een tumor hebben. Dan is er weinig reden tot juichen al heb je veel reden tot juichen. En altijd met een voorbehoud. Dat ding moet nog wel mijn rug uit en moet daarna nog onderzocht worden etcetera etcetera. De vooruitzichten zijn echter redelijk positief.

Inmiddels hebben mijn broer en mijn twee neefjes mijn bed een verdieping lager gezet omdat daar de douche en de wc is. Ik had de hele week al in mijn eigen tempo lopen redderen, maar zij fiksten de heleboel binnen een paar uur. Na een week kan ik zeggen dat het me goed bevalt. De verhuizing is ook een voorschot op de naderende ouderdom, besef ik, en die gedachte druk ik dan weer snel weg.

Afgelopen maandag had ik een afspraak bij de anesthesioloog. Dat gaat bij het Martiniziekenhuis als volgt. Je meldt je bij een balie, dan word je weggestuurd naar een andere plek waar je in een wachtruimte moet wachten voor de medicijncontrole, die krijg je en dan loop je terug naar de balie, waarna je naar een wachtkamer moet waar altijd iemand zit te hoesten (dat zijn ziekenhuisfiguranten, ik weet het zeker), waarna je een intake krijgt door een vrouw die je bloeddruk meet en een vragenlijst doorneemt, waarna zij vertrekt en enkele minuten later een echte anesthesioloog opduikt die opnieuw de vragenlijst doorneemt, waarna je weer naar de wachtruimte moet (er zit inmiddels een andere hoester) om daarna met weer een andere vrouw nog een vragenlijst door te nemen, waarna je weggestuurd wordt om bloed te prikken en dat is bij het Martiniziekenhuis als volgt geregeld: je zit in een wachtkamer en als je nummer aan de beurt is, mag je door een deur naar binnen om in een andere wachtkamer plaats te nemen. Alles bij elkaar ben je zo'n anderhalf uur bezig en je plooit je helemaal naar de mores van het ziekenhuis.

De laatste vrouw met wie ik sprak was erg aardig. Vroeg ook naar hoe het met je was, in plaats van het protocol af te werken. Zo moest ze volgens het formulier weten hoe mijn gemoedstoestand was.
'Nogal wisselend,' zei ik. 'Soms vrij somber en op andere momenten vrij gewoon.'
'Dat lijkt me goed,' zei ze, 'het zou toch raar zijn als dat niet zo was.'
Het is een zinnetjes van niks, maar je hebt er wel veel aan.

Het leven is voor de rest bijna tot stilstand gekomen. Ik zet een berichtje op Tzum, ik val in slaap, ik werk wat therapeutisch bij de uitgeverij, ik wandel wat en ik val weer in slaap. Soms denk ik dat er weinig aan de hand is en dan neem ik een pil minder en bijna altijd moet ik dat bezuren, want dan schiet onder de oppervlakte van de roes waarin je leeft de pijn weer in je rug. Echt concentreren, een uur lang, lukt niet of nauwelijks en als ik het wel doe, dan ben ik daarna doodmoe. Het is raar om te bedenken dat ik nu al een kwart jaar met zo'n tumor rondloop. Het wordt tijd voor dat mes.



4 opmerkingen:

Menno Spiro zei

indringend verslag doen en prachtig schrijven lukt gelukkig heel goed. veel sterkte, het komt goed

HvP zei

Ja Coen, alle sterkte. In deze korte verslagen schrijf je ijzersterk over wat je overkomt, er gebeurt, wat er in je omgaat, met een prachtige balans tussen jouw innerlijk en de buitenwereld. Niet sentimenteel, maar zeker ook niet ontdaan van gevoel.

Harry Perton zei

Ik wens meneer de chirurg alvast de broodnodige nuchterheid en een staalvaste hand toe. Sterkte , Coen, en een volkomen gezonde wederopstanding.

Remco Ekkers zei

Dit is zo waar: 'Met de mensen die ik daarna binnen een uur aan de telefoon had, kon ik nauwelijks praten omdat je zo blij bent dat je constant moet huilen. Ik dacht dat ik alles onder controle had, maar je lichaam reageert met meer kracht dan je verstand.'

We denken aan je!