hij hem

hij hem
Nu in de winkel
Posts tonen met het label J.M. Coetzee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label J.M. Coetzee. Alle posts tonen

dinsdag 14 augustus 2012

Recensie Paul Auster en J.M. Coetzee - Een manier van vriendschap


Gelijkgestemde geesten

Als schrijvers kenden ze elkaars werk al, maar pas na een ontmoeting op een literair festival in Australië werd het contact tussen J.M. Coetzee en Paul Auster verdiept door een voorstel van de eerste om met elkaar te corresponderen. 'Het lijkt me één manier om een vriendschap gestalte te geven wanneer je door afstand gescheiden bent.' De neerslag van drie jaar brieven, faxen en mails is gebundeld in Een manier van vriendschap.


Het is, ongeacht waarover ze schrijven, interessant wat deze twee literaire giganten te melden hebben. Toch begint de briefwisseling wat afstandelijk en aftastend. De brieven mogen niet over ditjes en datjes gaan, maar moeten juist de grote thema's behandelen. Coetzee begint met een essayistische uiteenzetting over het begrip 'vriendschap'. Hij heeft zelf de bibliotheek bezocht om boeken en citaten te vinden over vriendschap. Daarna zetten de auteurs hun tanden in de vraag waarom je urenlang naar een nutteloze bezigheid als een sportwedstrijd kunt kijken en de kwestie of de financiële crisis een fictieve crisis is.

Na het moeizame begin, wordt  gaandeweg het boek, als de schrijvers elkaar ook vaker hebben ontmoet, de toon losser. Vooral Coetzee ondooit wat en past zich meer aan bij de lossere manier van schrijven van zijn correspondent. Coetzee schrijft eerst vooral in abstracte zin over allerlei zaken, terwijl Auster herinneringen en persoonlijke voorvallen verweeft in het boek.

Op het eind van dit boek is er daadwerkelijk een vriendschap gegroeid en dan kunnen ook de kleinste zaken van belang zijn voor een brief. Zo kunnen de mannen het hebben over het gebruik van mobieltjes in de moderne literatuur. Coetzee is bang dat hun fictie misschien verouderd zal raken. 'Denk verder aan wat de mobiele telefoon is gaan betekenen voor de praktijk van het overspel (de aanpassingen die overspeligen zich moeten getroosten) en aan de praktijk van het bedrog in het algemeen.' Auster, geen e-mail, geen mobiele telefoon: 'Het vereist misschien nieuwe vormen van slinksheid, maar dat is een uitdaging die de meeste schrijvers juist zouden verwelkomen.'

De briefwisseling kon er misschien voor zorgen dat de schrijvers 'vonken op elkaar laten overslaan'. Dat gebeurt zeker bij Auster die zich in het dagelijkse leven steeds meer afvraagt wat zijn in Australië levende vriend ergens van zou vinden. Het gebeurt ook bij de lezer die betrokken raakt bij deze topliteratoren en hun ideeën. Het is zeer te hopen dat dit deel 1 is van een lange reeks.

Coen Peppelenbos

Paul Auster en J.M. Coetzee - Een manier van vriendschap. Vertaald door Ton Heuvelmans en Peter Bergsma. Cossee en De Arbeiderspers, Amsterdam, Utrecht. 224 blz. €21,90.

Eerder verschenen in de Leeuwarder Courant, 10 augustus 2012.

maandag 3 mei 2010

Coetzee stempeltje


Coetzee stamp
Originally uploaded by coen peppelenbos

Kreeg van uitgeverij Cossee een boek toegestuurd. Er zat ook een poster bij voor het Coetzee-festival volgende week, zie tzum.info). Op de envelop zaten verder twee aparte stempeltjes met het hoofd van J.M. Coetzee. Leuk idee. Het doet ook terugverlangen naar de tijd dat je zelf nog fijn mocht stempelen.

dinsdag 20 oktober 2009

Recensie J.M. Coetzee - Zomertijd en Günter Grass - De box

Fictieve levens

Is een modern schrijver tegenwoordig nog wel in staat om een autobiografie te schrijven? Of moet je, als auteur in een postmodern tijdperk, je zorgen maken over waarheid en fantasie, de onkenbare werkelijkheid en meer van die dingen. In ieder geval hebben de Nobelprijswinnaars J.M. Coetzee en Günter Grass beiden voor een fictionele autobiografie gekozen.

Bij Coetzee ligt dat een beetje voor de hand omdat hij ook al in Jongensjaren en Portret van een jongeman met een zekere distantie naar zichzelf keek. In het derde deel in de reeks, Zomertijd, schetst Coetzee een beeld van zichzelf aan de hand van een biograaf die na zijn dood enkele vrouwen interviewt, waaronder minnaressen, een familielid en een vrouw die hij graag tot minnares had willen maken en één man, een bevriende collega aan de universiteit.
Het is een slimme zet van Coetzee om zijn leven zo te beschrijven. Het raamwerk geeft hem weer de mogelijkheid tot distantie en tegelijkertijd kan hij met dat gegeven spelen, want de hele wereld kent Coetzee als een gereserveerde man, op zijn hoede om uitspraken te doen, bang zijn gevoelens te tonen. En juist door dat zelf te beschrijven toon je juist ook het tegendeel aan. Zoals de eerste geïnterviewde, Julia, zegt over een nacht die ze met John doorbracht nadat ze haar man met slaande deuren verlaten had. ‘John zag of raadde wat er in me omging en opende voor één keer zijn hart, het hart dat hij gewoonlijk pantserde.’ Maar dat duurt niet lang. ‘Hij zag me – zag me zoals ik op dat moment was – werd bang, gordde haastig het pantser weer om zijn hart, ditmaal met kettingen en een dubbel hangslot, en sloop de duisternis in.’ Harteloze man zou je zo denken, tot je beseft dat hij dit zelf geschreven heeft. Coetzee speelt rechter in zijn boek over zijn eigen leven, de aanklagers lijken de mensen te zijn die hem gekend hebben. Het oordeel over hem is erg hard en juist daardoor krijg je wel mededogen met die rigide schrijver die zo moeilijk in contacten is. Ik vermoed dat het doel van Coetzee niet was om zichzelf in een gunstig daglicht te stellen, integendeel zelfs, maar het continu hameren op zijn mindere eigenschappen zoals die aangedragen worden door de mensen die de biograaf interviewt plaatsen de schrijver in de rol van de ‘underdog’. En de underdog wekt toch altijd sympathie.

Günter Grass doet het in De box iets anders. Hij laat in verschillende sessies zijn kinderen (die allemaal een andere naam krijgen) praten over het verleden. Centrale figuur is de oude fotografe Marie die tijdens haar leven met haar Agfabox vele momenten van de familieleden heeft vastgelegd. En in de donkere kamer kon zij ook het verleden en de toekomst en de wensdromen van de kinderen in de foto’s toveren. De kinderen komen uit de verschillende verhoudingen die Grass tijdens zijn leven heeft onderhouden en het is vooral dat onstuimige familiale leven, dat zich afspeelde in de buurt van de beroemde vader die de hele tijd met zijn werk bezig was, dat we leren kennen. Al die gesprekken zijn natuurlijk fictie en dat wordt af en toe ook expliciet gemaakt: ‘Misschien zijn ook wij, zoals we hier zitten en praten, alleen maar verzonnen – toch?’
De gesprekken leveren een amusante, maar geen grootse Grass op. Vaak is onduidelijk wie precies aan het woord is. Ergerlijk is de vertaling, omdat je je constant bewust bent dat je een vertaling aan het lezen bent, met vreemde zinsconstructies en hinderlijke germanismen. Wat te denken van ‘omdat ik me zo puberteitsmatig gedroeg’, ‘en zich vaak extreem harmoniebehoeftig gedragen schijnt te hebben’ en ‘de zweetdrijvende details’. De fout ‘iets dat’ komt een paar keer terug (maar die fout komt tegenwoordig veelvuldig voor in romans). Bij de zin ‘(…) maar alleen maar omdat Lena en Paulchen moesten huilen en ik toch al heel gauw ga soppen…’ is het woord soppen niet zo goed gekozen, omdat de eerste betekenis van dat woord nu totaal anders is. Nog één rare zin dan: ‘Buiten miezert het en bekrachtigt een zomer die iedereen als tamelijk tot totaal verregend beklaagt.’ Wat?
In vergelijking met Coetzee is Grass, via de verhalen van zijn kinderen, uiterst mild over zichzelf. Je hebt het idee dat zijn kinderen in werkelijkheid een harder oordeel zullen hebben over hun vader, terwijl je bij Coetzee verwacht dat zijn minnaressen en vrienden een heel wat positiever oordeel over hem zullen hebben. Dat krijg je er nou van als je van je leven fictie maakt.

Coen Peppelenbos

J.M. Coetzee: Zomertijd. Vertaald door Peter Bergsma. Cossee, Amsterdam, 300 blz. €22,90.
Günter Grass: De box. Vertaald door Jan Gielkens, Meulenhoff, Amsterdam, 200 blz. €21,50.
verschijnt ook op Literair Nederland.

zaterdag 8 maart 2008

Recensie LC: J.M. Coetzee - Als een vrouw ouder wordt

Bij God op bezoek

Dat er een nieuw boek van Coetzee uitkomt is altijd toe te juichen. Voor de Boekenweek verschijnt Als een vrouw ouder wordt. De uitgeverij bericht op de achterflap: ‘Speciaal voor Nederland en Vlaanderen gaf J.M. Coetzee toestemming voor deze eenmalige, exclusieve uitgave.’ Bij nadere beschouwing is dit boek niet zo exclusief: de eerste dertig bladzijden verschenen eerder in The New York Review of Books en de overige vijftig bladzijden is het laatste deel uit de vijf jaar geleden verschenen roman Elisabeth Costello.

Thematisch sluiten de verhalen bij elkaar aan. In het eerste deel gaat de Australische schrijfster Elisabeth Costello op bezoek bij haar dochter in Nice. Haar zoon uit Amerika komt, op doorreis, ook even langs. Elisabeth verwacht dat haar kinderen met een voorstel voor hun oude moeder komen. En inderdaad: zowel haar dochter als zoon vragen haar uit Australië te vertrekken en bij hen in huis te komen. Resoluut wijst ze de voorstellen af.
Ze beseft dat ze dingen zegt die ze vroeger nooit zou zeggen. ‘Waar-gaat-het-heen-met-de-wereld-dingen.’ Ze weet dat haar stemming nogal neerslachtig is alsof haar leven ‘van begin tot eind een misvatting’ is. Ze weet dat snel dood zal gaan, want als het gesprek even op God komt zegt Elisabeth: ‘Zeg dat ik een dezer dagen langskom.’ En toch wil ze zelfstandig blijven.
In het tweede deel komt Elisabeth Costello bij een soort hemelpoort. Om aan de andere kant te komen moet ze eerst voor een rechtbank haar geloofsverklaring verdedigen. Voor de schrijfster is het een heidens karwei om daar een zinvolle invulling aan te geven, om zonder retoriek, literaire spelletjes of cynisme aan te kunnen geven waarin ze gelooft.
Elisabeth Costello is het alter ego van Coetzee, die sinds enkele jaren in Australië woont. Je voelt dat de vragen die Costello zich stelt, de kwesties zijn waarmee Coetzee worstelt. Net als in zijn vorig jaar uitgekomen Dagboek van een slecht jaar gaat het om de grote vragen in het leven: welke zin heeft het gehad en op grond waarvan denk je aan de andere kant van de poort te kunnen komen? Dit is de bittere ernst waarin de Nobelprijswinnaar steeds meer verstrikt raakt. Hoe mooi en goed geschreven zijn werk ook is: je zou hem graag de naïviteit wensen om eens een keer een komisch boek te schrijven.

Coen Peppelenbos

J.M. COETZEE: Als een vrouw ouder wordt. Vertaald door Peter Bergsma. Cossee, Amsterdam, 91 blz. €14,90
Verscheen eerder op 7 februari in de Leeuwarder Courant.