Minder
Schrijver en dichter Huub Beurskens maakte zich op Facebook boos om de lengte van de zomerrecensies in de Volkskrant: ‘een boek van 248 pagina's over de poëzie van Faverey wordt 'besproken' in 151 woorden en krijgt dan 3 van de 5 sterren. Een poëziebundel moet het stellen met 148 woorden.’ Dan doen wij het met gemiddeld 400 woorden per recensie nog niet zo slecht. In 1990 mocht recensent Gerrit Jan Zwier voor een recensie van Hoffman’s honger van Leon de Winter nog 1000 woorden gebruiken. In 1960 bespreekt Anne Wadman De ziener van Simon Vestdijk in deze krant in 2500 woorden. Het opmerkelijke is dat het internet, dat toch een vluchtig medium heet te zijn, die rol van de kritiek gaat overnemen. Daar zie je steeds meer longreads en uitgebreide recensies waarvoor op papier geen plek meer is.
Het CBS maakte bekend dat het boekenbezit van de gezamenlijke bibliotheken gedaald is tot het niveau van 1977: in 2013 bezaten de bibliotheken 24.837.000 boeken en in 1977 24.087.000. Begin jaren negentig zaten er nog 42 miljoen boeken in de totale collectie maar dankzij de bezuinigingen is het aantal bibliotheken verminderd. Nog even en het complete boekenbezit is binnen 25 jaar gehalveerd. In al die jaren zijn ook tienduizenden boeken gedigitaliseerd, kijk maar eens naar de rijke collectie op DBNL. Dat was een van de redenen waarom bij ons op de NHL Hogeschool containers vol boeken bij het oud papier zijn gesodemieterd, waaronder de hard gebonden verzamelde werken van Simon Vestdijk (al zijn die nog niet te downloaden). We hebben nog wel romans van Vestdijk, maar De ziener zit daar niet meer bij. Onze bibliotheek heet sinds jaren mediatheek.
Als er complete bibliotheken verdwijnen is er meer ruimte om meesterwerken te herontdekken, sinds Stoner een hobby van uitgeverijen. Winkeldochters worden weer hot, geheide ramsjboeken opeens bestsellers. Schrijver Jan van Mersbergen vindt die recycling maar niks, aldus zijn blog: ‘Herontdekken is marketing. Herontdekken is uitgeven zonder redactie, het opkloppen van een stoffig kussen. Steek tijd en energie in de schrijvers van nu en laat de lezers zelf in hun boekenkasten pareltjes opduiken.’ Moet je natuurlijk nog wel een boekenkast hebben.
Deze kroniek verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 8 augustus 2015.
Posts tonen met het label Jan van Mersbergen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan van Mersbergen. Alle posts tonen
vrijdag 14 augustus 2015
zondag 25 maart 2012
Jan van Mersbergen, Anton Brand en Rolien Scheffer in Zondagschrijvers
We begonnen vandaag met 'Casta diva' gezongen door Maria Callas (eigenlijk deze versie maar die kan ik niet embedden). De aria uit Norma van Bellini vormde opmaat voor een gesprek met Anton Brand die over de componist (en andere Italiaanse componisten) het boek Laatste reis schreef. De dood van de componist die op 33-jarige leeftijd stierf in 1835 in Parijs en zijn herbegrafenis meer dan 40 jaar later in Italië vormt de raamvertelling rond de ontwikkeling van de jonge Anton Brand tot de operakenner die hij nu is.
Rolien Scheffer gaf in de rubriek 'Opgevist' alvast een paar namen prijs van Dichters in de Prinsentuin, (maar op Erik Spinoy na ben ik vergeten wie dat waren) en prees de volgende boeken aan aan het publiek.
Roald Dahl - Matilda
Toon Tellegen - Het vertrek van de mier
A.S. Byatt - Possession
Na de pauze gaf Jan van Mersbergen ons noordelingen een korte cursus carnaval of vastelaovend naar aanleiding van zijn roman Naar de overkant van de nacht. We weten nu dat we, als we ons tenminste niet als nitwits of Brabanders te kijk willen zetten, nooit een polonaise moeten inzetten of een boerenkiel aandoen en dan denken dat dat carnaval is. En nooit gaan zitten of liggen tijdens vastelaovend, want dan ben je gezien. Van Mersbergen vertelde zo smakelijk over de carnavalsdagen dat ik organisator Rense Sinkgraven steeds beamende geluidjes hoorde maken in de zaal. Volgend jaar is Venlo in ieder geval één carnavalsvierder rijker gok ik.
Naar aanleiding van de roman is er ook een speciaal vastelaovendslied gemaakt ('Euverkant van de nach') door Frans Pollux, met een clip met oude carnavalsbeelden.
(foto's Giny Backers)
zaterdag 2 januari 2010
Jan van Mersbergen en mijn recensie over Levi Andreas
Jan van Mersbergen kan het niet laten. Eerst had hij al een hekel aan de Tzum-prijswinnaar en vandaag twittert hij rond wat hij in besloten kring al langer over mij beweert. Het heeft overigens niets te maken met mijn negatieve recensie over Zo begint het vorig jaar.
Vandaag plaatste ik een niet positieve recensie over Levi Andreas op mijn site. Schrijver David Pefko twitterde dat rond evenals een zeer positieve recensie bij 8weekly. Van Mersbergen twittert meteen terug:
Vandaag plaatste ik een niet positieve recensie over Levi Andreas op mijn site. Schrijver David Pefko twitterde dat rond evenals een zeer positieve recensie bij 8weekly. Van Mersbergen twittert meteen terug:
JvM: @DavidPefko Ah Peppelenbos! Altijd prettig, een recensent die precies weet hoe het wel moet.Schrijver Henk van Straten (van Smet) gaat zich er ook mee bemoeien.
HvS: @DavidPefko Het kan verkeren, David.En dan gaan de mannen los.
JvM: @henkvanstraten Heeft Peppelenbos wel eens over jouw boeken geschreven? Ben ik toch wel benieuwd naar.
HvS:@janmersbergen Nimmer. Ik ben waarschijnlijk TE macho voor de man.
JvM:@henkvanstraten Haha. Zijn voorkeur voor slappe homo-lectuur gekoppeld aan Smet... ik zie het al voor me.
JvM:@DavidPefko @Hanstw Peppelenbos kent geen argumenten. Eerder een literatuurmoraal van het ergste soort, met voorkeur voor homo-schrijvers.
HvS:@janmersbergen En ik heb natuurlijk veel tattoos. Misschien is hij bang dat ik hem kom opzoeken.
JvM:@henkvanstraten Voor mijn volgende roman laat ik ook wat ankers en zeemeerminnen zetten, op mijn onderarm. Ben ik van dat orakel af.
JvM:@DavidPefko Laf gedoe, en vooral overschat hij zijn invloed. Die reikt niet verder dan Roode School.
donderdag 12 november 2009
De afgunst van Jan van Mersbergen
Jan van Mersbergen is schrijver. Grote kans dat je nog nooit van hem gehoord hebt, maar daar kan verandering in komen. Jan van Mersbergen is genomineerd voor de BGN Nieuwe Literatuurprijs. Grote kans dat je nog nooit van de BGN Nieuwe Literatuurprijs hebt gehoord, maar de doelstelling van de prijs is als volgt: 'De BNG Nieuwe Literatuurprijs is een prijs voor auteurs jonger dan 40 jaar die nog niet zijn doorgebroken.' Van Mersbergen juicht sinds gisteren op Facebook en op zijn eigen site dat hij nog niet doorgebroken is. Fijn hoor.
Als iemand anders genomineerd is of een prijs wint, is Van Mersbergen minder blij. Zo liet hij zich bij herhaling bijzonder negatief uit over Godenslaap van Erwin Mortier nadat deze de Tzum-prijs had gewonnen voor de mooiste zin van 2008. Je kunt de zin niet mooi vinden, je kunt zelfs een andere opvatting over literatuur hebben, maar dat herhaaldelijke gevit is wel wat kleintjes.
Nu Erwin Mortier de AKO-literatuurprijs won was het voor Jan van Merbergen opnieuw tijd om zijn gram te halen. Op zijn blog schreef hij:
Van de nog niet doorgebroken auteur Van Mersbergen heb ik dit jaar één boek gelezen: Zo begint het. Dat boek is genomineerd. En het moet gezegd worden: Van Mersbergen is consequent; in zijn roman zul je geen enkele mooi geformuleerde zin aantreffen. En misschien zijn er lezers die heel veel voelen bij het lezen van de roman, ik had slechts één gevoel: verveling (lees mijn recensie maar na). Toch zal ik als Van Mersbergen de BGN Nieuwe Literatuurprijs wint de eerste zijn om hem te feliciteren. Dat lijkt me collegiaal. Ik vind het ook een vorm van wellevendheid om een ander zijn prijzen niet te misgunnen.
Als iemand anders genomineerd is of een prijs wint, is Van Mersbergen minder blij. Zo liet hij zich bij herhaling bijzonder negatief uit over Godenslaap van Erwin Mortier nadat deze de Tzum-prijs had gewonnen voor de mooiste zin van 2008. Je kunt de zin niet mooi vinden, je kunt zelfs een andere opvatting over literatuur hebben, maar dat herhaaldelijke gevit is wel wat kleintjes.
Nu Erwin Mortier de AKO-literatuurprijs won was het voor Jan van Merbergen opnieuw tijd om zijn gram te halen. Op zijn blog schreef hij:
Echter, lezers die zich niet zo snel laten imponeren en van een tekst eisen dat een gevoel daadwerkelijk overgebracht wordt, niet via gedachten maar daadwerkelijk op gevoelsniveau, blijven met zulk proza volledig met lege handen staan. Die lezers hebben gisteravond moeten vaststellen dat er complete jury's samen te stellen zijn van vakmensen die overdonderd worden door over elkaar tuimelende barokke metaforen, maar die niet het lef hebben te eisen dat een roman de lezer in de eerste plaats laat voelen wat er in die roman aan de hand is.Dat is dus het belangrijkste criterium voor Jan van Merbergen: er moet gevoel overgebracht worden. Natuurlijk kon Van Merbergen het niet nalaten om de Tzum-prijswinnende zin nogmaals te analyseren.
In plaats van de mooi verwoordde [sic, cp] gevoelens van deze vrouw te moeten lezen via de gedachten van de schrijver wil ik als lezer zelf voelen wat die vrouw voelt. Schrijvers die dat kunnen verdienen een prijs.Van Mersbergen wil voelen wat die vrouw voelt. Dan verdien je pas een prijs. Je zou je ook kunnen voorstellen dat er nog meer criteria zijn op grond waarvan je een boek waardeert. Zo'n criterium zou kunnen zijn: stijl, het vakmanschap van het formuleren.
Van de nog niet doorgebroken auteur Van Mersbergen heb ik dit jaar één boek gelezen: Zo begint het. Dat boek is genomineerd. En het moet gezegd worden: Van Mersbergen is consequent; in zijn roman zul je geen enkele mooi geformuleerde zin aantreffen. En misschien zijn er lezers die heel veel voelen bij het lezen van de roman, ik had slechts één gevoel: verveling (lees mijn recensie maar na). Toch zal ik als Van Mersbergen de BGN Nieuwe Literatuurprijs wint de eerste zijn om hem te feliciteren. Dat lijkt me collegiaal. Ik vind het ook een vorm van wellevendheid om een ander zijn prijzen niet te misgunnen.
dinsdag 16 juni 2009
Recensie Jan van Mersbergen - Zo begint het
Droefheid troef
Hond bijt baby dood. Zo’n kleine kop in de krant waar een heel verhaal achter schuilgaat is de aanleiding voor Zo begint het van Jan van Mersbergen. De titel geeft meteen weer waar het in deze roman om draait: de ontrafeling van een klein drama in Friesland. In Zo begint het reconstrueert Van Mersbergen het verhaal van een hondje, dat samen met de rest van het nest waaruit hij kwam, gedumpt is in een vuilcontainer. Hoe kan zo’n hondje uitgroeien tot een hond die een baby doodmaakt? Kan het akelige begin leiden tot een noodlottig einde?

Door de ogen van drie vrouwen lees je voor een groot deel het verhaal. Evana, een troosteloze, jonge vrouw die net bevallen is van een zoon, terwijl haar man in de gevangenis zit. Als zij van het doodbijten van de hond hoort, weet ze dat ze jaren geleden het hondje in het asiel heeft verzorgd. Edyta verpleegt een doodzieke man die destijds de hond uit het asiel heeft meegenomen en afgericht als waakhond. Ze woont op een groezelige flat met een handtastelijke en dronken huurbaas. Haar dochtertje woont in Polen. Zij probeert erachter te komen hoe de hond is getraind. Emma tenslotte is de moeder van de baby die doodgebeten is.
Drie vrouwen met een naam die begint met een E. Dat zorgt voor nogal wat verwarring tijdens het lezen. Misschien wil de schrijver zeggen dat de verhalen van de vrouwen inwisselbaar zijn: iedereen had dit kunnen overkomen. Drie vrouwen met een verhaal in mineur. Evana heeft telkens een krijsende baby op de achtergrond omdat ze weigert borstvoeding te geven. Liever staat ze een sigaret te roken terwijl ze naar het perfecte leven van de buren gluurt. Edyta moet zich staande houden in een vreemd land en Emma ziet dat het verdriet haar huwelijk onder druk zet. Het wordt allemaal minutieus verteld met veel herhalingen, maar daardoor komt er weinig contrast in het boek. Het grappigste moment is een merkwaardige ornithologische observatie: ‘toen de zwaluwen van het nest onder de dakgoot uitvlogen om voedsel voor hun jongen te zoeken en terugkwamen met pieren in hun bek’. Voor de rest is het droefheid troef.
Verrassend kun je de roman niet noemen. Het einde weet je al min of meer en de reconstructie van het leven van de hond en de rol van hun bazen daarin is weinig opzienbarend. Goed voor een lang verhaal of een novelle, maar een krantenberichtje uitwalsen tot een roman is wat veel van het goede.
Coen Peppelenbos
JAN VAN MERSBERGEN: Zo begint het. Cossee, Amsterdam, 266 blz. €18,90.
Verscheen eerder in de Leeuwarder Courant, 12 juni 2009
Hond bijt baby dood. Zo’n kleine kop in de krant waar een heel verhaal achter schuilgaat is de aanleiding voor Zo begint het van Jan van Mersbergen. De titel geeft meteen weer waar het in deze roman om draait: de ontrafeling van een klein drama in Friesland. In Zo begint het reconstrueert Van Mersbergen het verhaal van een hondje, dat samen met de rest van het nest waaruit hij kwam, gedumpt is in een vuilcontainer. Hoe kan zo’n hondje uitgroeien tot een hond die een baby doodmaakt? Kan het akelige begin leiden tot een noodlottig einde?

Door de ogen van drie vrouwen lees je voor een groot deel het verhaal. Evana, een troosteloze, jonge vrouw die net bevallen is van een zoon, terwijl haar man in de gevangenis zit. Als zij van het doodbijten van de hond hoort, weet ze dat ze jaren geleden het hondje in het asiel heeft verzorgd. Edyta verpleegt een doodzieke man die destijds de hond uit het asiel heeft meegenomen en afgericht als waakhond. Ze woont op een groezelige flat met een handtastelijke en dronken huurbaas. Haar dochtertje woont in Polen. Zij probeert erachter te komen hoe de hond is getraind. Emma tenslotte is de moeder van de baby die doodgebeten is.
Drie vrouwen met een naam die begint met een E. Dat zorgt voor nogal wat verwarring tijdens het lezen. Misschien wil de schrijver zeggen dat de verhalen van de vrouwen inwisselbaar zijn: iedereen had dit kunnen overkomen. Drie vrouwen met een verhaal in mineur. Evana heeft telkens een krijsende baby op de achtergrond omdat ze weigert borstvoeding te geven. Liever staat ze een sigaret te roken terwijl ze naar het perfecte leven van de buren gluurt. Edyta moet zich staande houden in een vreemd land en Emma ziet dat het verdriet haar huwelijk onder druk zet. Het wordt allemaal minutieus verteld met veel herhalingen, maar daardoor komt er weinig contrast in het boek. Het grappigste moment is een merkwaardige ornithologische observatie: ‘toen de zwaluwen van het nest onder de dakgoot uitvlogen om voedsel voor hun jongen te zoeken en terugkwamen met pieren in hun bek’. Voor de rest is het droefheid troef.
Verrassend kun je de roman niet noemen. Het einde weet je al min of meer en de reconstructie van het leven van de hond en de rol van hun bazen daarin is weinig opzienbarend. Goed voor een lang verhaal of een novelle, maar een krantenberichtje uitwalsen tot een roman is wat veel van het goede.
Coen Peppelenbos
JAN VAN MERSBERGEN: Zo begint het. Cossee, Amsterdam, 266 blz. €18,90.
Verscheen eerder in de Leeuwarder Courant, 12 juni 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)




