maandag 22 december 2014

Top 10 mooiste boeken van 2014 (1) Anton Brand

Anton Brand is schrijver, voorzitter van SLAG en hoort ook een beetje bij Tzum waarop we dit jaar een essay over Klaus Mann en veel recensies uit het archief van Anton Brand mochten plaatsen.

1 Roger Martin du Gard - De Thibaults. Deel I


Les Thibaults, de familie Thibault, is een roman-fleuve waaraan Roger Martin du Gard (1881-1958) in 1920 begon te schrijven en die in acht delen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw verscheen. In 1937 ontving Martin du Gard de Nobelprijs voor Literatuur. De eerste zes delen van de roman zijn dit jaar eindelijk in het Nederlands uitgekomen, in een voortreffelijke vertaling van Anneke Alderlieste; beide laatste delen worden volgend jaar in het Nederlands uitgebracht onder de titel Zomer 1914. Dik als Deel I is, bijna 850 pagina’s, het is zo’n boek dat je niet weglegt. Martin du Gard vertelt de levensverhalen van twee broers, Antoine en Jacques Thibault, de eerste een begaafd arts, de tweede een gemankeerd schrijver. Ten huize van hun dominante vader, Oscar Thibault, een hoegenaamd weldoener, groeien ze op in een katholiek burgermansmilieu in Parijs, kort na het fin-de-siècle. De Thibaults is sociale geschiedenis, beschreven in een rijke realistische traditie. Gezagsverhoudingen, liefdesperikelen, vriendschappen, de opmaat naar de Grote Oorlog. Opmerkelijk is de lichtvoetige toon die Martin du Gard voor alle verwikkelingen en drama kiest, met prachtige beelden en adembenemende dialogen. Niet ten onrechte werd de auteur vergeleken met voorgangers en tijdgenoten als Tolstoj, Proust en Thomas Mann. Een herontdekt meesterwerk – waaraan nog veel te herontdekken valt.

2 Stefan Hertmans - Oorlog en terpentijn


Geïnspireerd door de literaire werkwijze van W.G. Sebald (1944-2001), de veel te jong overleden Duits-Britse schrijver van Austerlitz en andere aangrijpende memoires over de Tweede Wereldoorlog, schreef de Vlaamse auteur Stefan Hertmans een meesterlijk boek over die eerdere oorlog, de Grote Oorlog, die honderd jaar geleden begon en tot op de dag van vandaag krassen op de Vlaamse ziel en in het Vlaamse land veroorzaakt. In 1981 kwam Hertmans in het bezit van de cahiers waarin zijn grootvader (1891-1981) zijn herinneringen aan zijn jeugd had vastgelegd, en ook de verschrikkingen die hij had doorstaan als frontsoldaat en een enkel verblijf in Engeland om van de verwondingen te herstellen. Hertmans gebruikt dat materiaal om een indringend portret te schilderen van een man die veel illusies en verwachtingen werden ontnomen en wiens latere leven werd gekenmerkt door het zoeken van een uitweg voor zijn verdriet. Dat portret is tegelijk een tijdsbeeld – van de armoede aan het eind van de negentiende eeuw tot de vier jaar lange waanzin, dag en nacht, in de loopgraven langs de IJzer. Zijn grote liefde stierf te jong, hij sloot een verstandshuwelijk met haar zus – en hij schilderde de oorlog van zich af, overdrachtelijk in die cahiers, letterlijk op het doek, met terpentijn. Urbain Martien, Hertmans’ grootvader, was een redelijk geslaagd kopiist, maar hij schiep ook enkele orginele stukken, daaronder zelfportretten. Hertmans laat ze zien, in woorden en op zwart-witfotootjes (net als Sebald) – en voert daarmee zijn indrukwekkende roman tot een climax. Meesterlijk, ja. En prachtig geschreven!
Dat er in 2014 veel boeken over de Grote Oorlog zouden verschenen, lag voor de hand. Niemand die Stefan Hertmans kan verbeteren. Maar in de marge van Oorlog en terpentijn mag ook een documentaire door Jacob Moerman niet onvermeld blijven: De Grote Oorlog in herinnering is een serene, geslaagde, welbeschreven zoektocht naar die krassen op de ziel en in het land. Wie in de komende drie jaar ter herinnering naar de Vlaamse Westhoek reist, mag Hertmans niet ongelezen laten en moet Moerman bij zich steken.

3 Ilja Leonard Pfeijffer - La Superba / De filosofie van de heuvel. Op de fiets naar Rome


Zinderend, hallucinerend, duizelingwekkend. Toen Ilja Leonard Pfeijffer, classicus en dichter, in 2008 het Vaderland verliet en zich in Genua vestigde, begon hij aan een roman over zijn nieuwe woonplaats, die al snel een raamvertelling werd waarin het mooiste meisje van de stad, Giulia, serveerster in de Bar met de Spiegels, moet strijden om de aandacht van de lezer met een pandemonium van gearriveerde en verlopen heren, een zwaarlijvige Duitse vertaalster, hoeren en oplichters, migranten uit Senegal en Marokko en Italiaanse travestieten. De stad, La Superba, de hoogmoedige, is de rode draad – evenzeer een verbindend element als een literair excuus om het over van alles en nog wat te hebben, zoals daar zijn: de verbeelding en de fantasie, de wankele relatie tussen werkelijkheid en waarheid, en ‘het schrijven van een grandioze meerstemmige roman’. La Superba is geestig én gedurfd, positief-kritisch en bij vlagen ontroerend. Een leesavontuur. Het is een dansend en deinend boek, niet minder dan een meesterwerk, dat terecht met de Libris Literatuur Prijs 2014 werd onderscheiden.
Aangemoedigd door het prijswinnende La Superba belandde ik in Pfeijffers verslag van een impulsief ondernomen fietstocht naar Rome, gepubliceerd in 2009. De foto’s bij de sublieme tekst zijn van de Russische fotografe Gelya Bogatishcheva, Pfeijffers toenmalige vriendin, en ze zijn – meest in zwart-wit – buitengewoon sfeervol. Anders dan Rosita Steenbeek, die in 2011 van Amsterdam naar Delphi fietste, hadden Ilja en Gelya zich totaal niet op de tocht voorbereid, ze zijn gewoon op weg gegaan, ‘prosto tak’, en zouden wel zien wat daarvan zou komen. Gelya op een gele mountainbike, waarvan het belangrijkste kenmerk is dat-ie geel is, en Ilja op een tweedehands racefiets van het merk Batavus. De filosofie van de heuvel, die Pfeijffer onderweg overdenkt, levert geen baanbrekende ideeën of inzichten op – althans geen dingen die ik niet zelf kan bedenken –, maar met elkaar leidt het toch tot sympathieke overpeinzingen. Niet de bestemming maar de reis is het doel. Beklimming en afdaling horen bij elkaar. ‘En de beste manier om daarover na te denken is om er niet over na te denken, maar erop te vertrouwen.’ Ilja en Gelya hebben wat afgezien tussen Leiden en Rome, het was een even ondoordacht als moedig waagstuk. Maar ze hebben er ook vaak een glas op geheven – en er een thuiskomst in het labyrint van Genua, La Superba, én een leuk en levendig boek aan overgehouden.

4 Neil MacGregor - Germany. Memories of a Nation


Een tentoonstelling in het British Museum en een reeks radiopraatjes door de directeur van dat museum voor de BBC: eigenlijk is Germany. Memories of a Nation gewoon een rijk geïllustreerde catalogus. Maar wat voor catalogus! Geschiedschrijving die in dertig essays bijna zeshonderd pagina’s boeit, en meer dan eens ronduit ontroerend is. Aan de hand van objecten – dat kan een bierpul zijn, of een munt, of een gravure, of een beeld van Käthe Kollwitz – duikt directeur MacGregor in aspecten van de hoogst complexe Duitse historie, vanaf het Heilige Roomse Rijk met al zijn kleine vorstendommen tot de huidige dag, nu Oost en West elkaar op de Potsdamer Platz ontmoeten. Germany bevat een aantal fascinerende tijdsbeelden en vooral ook portretten van staatslieden en kunstenaars – van het Tränenpalast Friedrichstrasse tot en met Goethe, Bismarck, Käthe Kollwitz en Ernst Barlach. Zelden werd zo aanstekelijk en aanschouwelijk geschreven over de herinneringen van een natie en één volk. Een formidabel boek!
En dat is ook dat andere boek dat naar aanleiding van 25 Jahre Mauerfall verscheen: een zeer vermeerderde heruitgave van de Berlijnse notities die Cees Nooteboom, ooggetuige, in 1990 publiceerde, nu uitgebracht onder de eenvoudige titel Berlijn. Op het prachtige omslag, weer die Potsdamer Platz, wordt Nooteboom door The New York Review of Books geprezen als ‘de dichter van tijd en geheugen’. En zo is het precies. Op 8 en 9 november, toen de stad feest vierde en tal van emoties zich ontlaadden, las en herlas ik de essays van de meester. Nooteboom is een adembenemend observator en schrijver, Berlijn een schitterend boek.

5 Jeroen Koch, Jeroen van Zanten en Dik van der Meulen - Koningsbiografieën


Een majeure prestatie, dat zijn de biografieën die Jeroen Koch van Willem I, Jeroen van Zanten van Willem II en Dik van der Meulen van Willem III maakten. Voortreffelijk gedocumenteerd, razend spannend, knap geschreven – met elkaar vormen de boeken een voorbeeldige geschiedenis van de negentiende eeuw. Makkelijk waren de heren niet, hetgeen pregnant tot uitdrukking komt in hun betrekkingen met hun echtgenotes, maîtresses, kinderen, collega-vorsten, bewindslieden en hoge militairen. Wonderlijk hoe aan het eind van de achttiende en in het begin van de negentiende eeuw – in de Napoleontische tijd – grondbezit bijeengesprokkeld moest worden om het Huis van Oranje aan een vorstendom te helpen. Of hoe Willem II verwoede pogingen deed om in de weerspanninge Zuidelijke Nederlanden, het latere België, nòg een Oranjehuis van de grond te krijgen – en een decennium later onder druk van een uit de hand gelopen homoseksueel avontuurtje moest instemmen met Thorbeckes grondwetsherziening. En hoe de ondogmatische Sophia van Wurtemberg, eega van Willem III, van meet af aan niet alleen een bloedhekel had aan haar man, maar aan haar schoonfamilie erbij. Omdat Dik van der Meulen in het begin van zijn biografie van koning Willem III een aantal wetenswaardigheden over Willem I, de grootvader, en Willem II, de vader, moest herhalen én omdat Jeroen van Zanten de meest geromantiseerde en literaire biografie schreef, verkies ik – als er al gekozen moet worden – de biografie van koning Willem I door Jeroen Koch. Maar dat gezegd zijnde, past enkel bewondering voor elk van de boeken en hun auteurs. Wat een mooi project!

6 Sipko Melissen - Oud-Loosdrecht


De vierde roman van Sipko Melissen, een van mijn favoriete Nederlandse auteurs sinds zijn debuut met Jonge mannen aan zee (1997), lijkt in hoge mate autobiografisch – maar zeker weten doe je zoiets nooit. Hoofdpersoon Wijnand Brandt, die net als Melissen een schrijver uit roeping is, ziet zich gedwongen naar een nieuwe uitgever op zoek te gaan nu de redacteur van zijn vorige uitgever (Ypsilon, lees: Querido) hem heeft laten vallen en hij zelfs niet is uitgenodigd voor de nieuwjaarsreceptie. Terugkerend van een lezing over Seneca door zijn jeugdvriend professor doctor Abe Stam ziet Brandt bij toeval zijn collega-auteurs en de medewerkers van de uitgeverij binnengaan in sociëteit Arti et Amicitiae, waar de receptie wordt gehouden, en hij beseft dat hij buitengesloten is. Dat is het begin van een dwaaltocht door Amsterdam, die Brandt langs jeugdherinneringen en liefdesgeschiedenissen voert. Abe was zijn jeugdliefde, zijn jarenlange verhouding met Eric heeft hij verspeeld door een stiekeme relatie met de student Saïd aan te gaan, en al dolend loopt hij drie Sicilianen tegen het lijf, van wie er twee voor een onverwacht avontuurtje in aanmerking lijken te komen. Brandts omzwervingen eindigen diep in de nacht in een woeste apotheose nadat hij een van de Sicilianen heeft meegenomen naar een ‘spaghettata di mezzanotte’ bij Abe Stam thuis. Gelardeerd met beschouwingen over de klassieke filosofie en over literatuur en lezers, is Oud-Loosdrecht een roman van een grote intimiteit geworden die ik ademloos heb gelezen.

7 Ian McEwan - The Children Act


En weer schreef Ian McEwan een schitterende en waardevolle roman. The Children Act lijkt over religieuze beginselen en hun consequenties te gaan, maar het echte thema is natuurlijk het innerlijk behang van een vrouw die buiten haar schuld in de problemen is geraakt en door haar man verlaten dreigt te worden. Als geen ander is McEwan in staat het persoonlijke en het professionele van zijn hoofdpersonen met elkaar te verbinden – je vóelt hoe Fiona Maye, rechter in kinderzaken, privé pijn lijdt terwijl ze in de rechtszaal probeert een complexe casus tot een goed einde te brengen. Haar bezoek aan de doodzieke Adam, de 17-jarige knul die geen bloedtransfusie wil ondergaan omdat hij Jehovah's Getuige is en daarmee het onderwerp van de rechtszaak geworden is, krijgt dankzij vioolmuziek en de poëzie van William Butler Yeats een bijzondere wending – en door de daaropvolgende kus is Fiona uiteindelijk geen Reddende Engel meer, maar een Engel des Doods. Het is formidabel hoe McEwan in woorden speelt met de bouwstenen van zo’n verandering van perspectief. Ik houd het meest van Atonement en On Chesil Beach, maar was ook van The Children Act weer erg onder de indruk. Een regelrechte aanrader!

8 Michael Cunningham - The Snow Queen


De nieuwste roman van Michael Cunningham, opvolger van het briljante By Nightfall uit 2010, vertelt over het leven van twee broers, Tyler en Barrett Meek, en een handjevol mensen om hen heen. De broers delen een traumatische jeugdervaring: hun moeder kwam om het leven toen ze op de golfbaan door een blikseminslag werd getroffen, een dood als een slechte grap. Van hun vader en diens nieuwe levenspartner zijn ze vervreemd, en dan hebben ze zelf ook zo nog wat sores: Tyler, verslaafd aan cocaine, slaagt er maar niet in een toepasselijk lied te componeren voor zijn toekomstige vrouw Beth, die binnenkort aan kanker zal sterven, en Barrett, homoseksueel, heeft net in een vijfregelig sms-je te horen gekregen dat hem na een paar maanden de liefde is opgezegd. Vroeger ging zoiets in elk geval nog met geschreeuw, tranen en slaande deuren gepaard, tegenwoordig volstaat: Het ga je goed, xxx's. Mirakel is dat Barrett kort na dit bericht getuige is van een opmerkelijk natuurverschijnsel boven Central Park: hij ziet een plots, groenkleurig hemels licht, dat speciaal voor hem bestemd lijkt. Dat kan van alles te betekenen hebben, maar Cunningham ziet uiteindelijk van een duiding af. Tegen de achtergrond van twee presidentsverkiezingen (die van 2004, de herverkiezing van Bush Jr., en van 2008, het verlies van John McCain en de bespottelijke Sarah Palin tegen Barack Obama – vooral de namen van McCain en Palin dateren de roman al te zeer) laat hij het leven van zijn personages van uur tot uur en jaar tot jaar voortkabbelen: kleine beetjes hoop en verwachting, die nimmer tot daadkracht of een plan leiden. Rijk aan psychologie, arm aan handeling. Ik moest denken aan Winkler Prins en W.F. Hermans: niets wordt er, niets, uit talloos veel miljoenen.

9 Barber van de Pol - Zingen is geluk


Het wordt te weinig onderkend, maar al sinds jaar en dag is schrijfster en vertaalster Barber van de Pol een van de beste stilisten in de Nederlandse literatuur. Dat leverde niet alleen een schitterende vertaling op van Don Quichot (2001), het meesterwerk van Miguel de Cervantes, maar ook mooie romans als Er was wat met Meneer Maker & Mevrouw Maker (1998), Kriblijn (2001) en Leonards lijstjes (2007) en boeiende essays in Alles in de wind (1997) en Lieve Erasmus (2002). Met Zingen is geluk (2013) realiseerde Barber van de Pol een wel heel bijzonder project: in twaalf hoofdstukken analyseert ze waarom mensen van zingen zo vrolijk worden en wat de klanken én de teksten van evergreens en het overbekende Nederlandse repertoire met hen doen. Het resultaat is een ‘uitbundig’ boek, zoals op het omslag staat vermeld, en dat betekent dan vooral: plezierig, amusant, opgewekt. En passant, en dat maakt Zingen is geluk zo’n knappe prestatie, vertelt Van der Pol haar levensverhaal. Muziek en zang roepen herinneringen aan haar ouderlijk huis op, aan haar jeugd, schooltijd, verkeringen, relaties, kinderen. Een boek dat zelf zingt – inderdaad.

10 Britta Böhler - De beslissing


De beslissing (2013) van Britta Böhler – juriste, bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam, oud-lid van de Eerste Kamer, geboren in Freiburg, Duitsland – is een intrigerende en geslaagde roman. Of andere lezers dat met me eens zijn, weet ik niet, want ze worden wel zeer gedetailleerd beschreven, de drie dagen in januari en februari 1936 waarin Thomas Mann besloot zijn Open Brief tegen het naziregime tòch in de Neue Zürcher Zeitung te plaatsen. Je moet die geschiedenis kennen, wil je van al Manns overpeinzingen en vaak neurotische gedragingen kunnen genieten. Böhler beheerst het verhaal tot in zijn verste uithoeken – de historische context evenzeer als de psyche van de Tovenaar –, en creëert juist daardoor een ontroerend portret. Stilistisch mag het dan niet in élke zin een meesterwerk zijn, als weergave van een zware en markante worsteling, onder grote druk, is het een overtuigend boek. En daarnaast is het ook een mooie opmaat naar de vier Jozef-romans, die dit jaar voor het eerst in Nederlandse vertaling verschenen.


Geen opmerkingen: