Buiten ligt de aarde aan scherven
een zandbak vol verleden
tijd. Er is geen gisteren
geweest, geen nieuw testament.
Binnen mopt een morsige zuster
ziektekiemen over het zeil.
Zover zijn we. Zuster Eisses is het gedicht nog niet binnengekomen. Toen ik gisteren in bed ging liggen dacht ik opeens eraan dat testament natuurlijk ook nog een andere, meer voor de hand liggende betekenis heeft. Mooi laten staan. Het woord 'geweest' vind ik opeens erg lelijk.
Nu moet zuster Eisses, de goede, kordate zuster erin geschreven worden. Lezers mogen absoluut niet denken dat juist zij de morsige zuster is. Ik wil echter niet het woordje 'maar' gebruiken, want dat geeft zo nadrukkelijk een tegenstelling aan.
Mmmh. 'Intussen' is weer een tijdsaanduiding. Ik weet nog niet of ik er blij mee ben. Dat 'gebied afbakenen' is wel goed. Past ook bij de archeologische werkzaamheden vier verdiepingen lager. Ik moet nog kiezen tussen huid/lichaam/lijf. Mijn voorkeur gaat uit naar 'lijf' vanwege de klank.
Buiten ligt de aarde aan scherven
een zandbak vol verleden
tijd. Er is geen gisteren
geen nieuw testament.
Binnen mopt een morsige zuster
ziektekiemen over het zeil.
Intussen bakent zuster Eisses
een gebied af op mijn lijf
sluiten de gordijnen de zaal
buiten lig ik naakt te kijk
voor 2600 jaar beschaving
niemand merkt me op
behalve zuster Eisses.
Hoppa. Even doorgeschreven. Alles kan nog geschrapt worden. Ik dacht opeens terug aan het moment dat je 'geprepareerd' wordt voor de operatie. De gordijnen werden gesloten rond het bed, alleen de kant naar het raam bleef open. Beneden zag je dus allemaal archeologen rondlopen. Je hebt even een moment van schaamte, maar gaat dan toch maar liggen in je ziekenhuishemd. Gisteren wilde ik nog een gedicht schrijven waarin ik aangekleed op een bed zat en een dag later lig ik alweer naakt te kijk. Past wel bij dit gedicht: bloot leggen, naakt liggen. De laatste twee regels zijn me nog te slap. Er moet nog een eind komen. Even laten liggen. Zou zuster Eisses het wel prettig vinden als haar naam genoemd werd? Moet ik er niet zuster E. van maken?
(wordt vervolgd)
woensdag 25 juli 2007
De wording van een gedicht 2

Zat vanmiddag verder na te denken over het gedicht (tijdens het boodschappen doen; als ik vruchtenkwark koop, komen de beste ideeën). Het zal wel weer uitdraaien op vergankelijkheid. Mijn oude stagedocent op het Nienoordcollege in Leek Jan Geerlings had voor dit soort gevallen altijd de uitspraak paraat: 'Het zal het kindje Jezus wel weer zijn.' Dat had een leerling ooit geroepen toen hij weer naar een symbolische lading van een zin had gevraagd.
Vergankelijkheid, tja, gelukkig is daar nog nooit een gedicht over geschreven. Misschien moet ik het begrip ook nuanceren. Het gaat om het beeld binnen: ik zittend op een ziekenhuisbed en de tijd gaat uiterst langzaam. En buiten die archeologen die maar een paar maanden hebben om 2600 jaar terug te gaan. Tijd, tja, gelukkig is daar ook nog nooit een gedicht over geschreven.
‘een morsige zuster dweilt het zeil’ is intussen 'een morsige zuster zwabbert ziektekiemen op het zeil' geworden, maar dat allitereert wel heel erg nadrukkelijk, dus misschien: 'een morsige zuster mopt ziektekiemen over het zeil.'
Ik kijk naar buiten en ik zie
de aarde aan scherven liggen
Ik kijk recht in het verleden
een zandbak vol herinnering
Binnen mopt een morsige zuster
ziektekiemen over het zeil
- er is geen gisteren er is geen morgen -
Die zandbak stond er zomaar. Misschien kan ik de aarde die aan scherven ligt nu wat afzwakken. Het woord 'herinnering' moet ik weer kwijt. Het gaat juist niet om een herinnering: dat je kunt denken aan het verleden. Het moet gaan om het nu, om feitelijke constateringen: er was een gisteren en buiten zie ik het verleden van 2600 jaar geleden. Meer niet. Geen gevoelens, geen weemoed, maar juist het ontbreken van dat alles.
Moet opeens wel heer erg sterk denken aan het gedicht 'De historische werkelijkheid' van Esther Jansma. Heb ik dit jaar nog gebruikt als tentamengedicht, maar de meeste studenten braken hun tanden erop stuk. In dat gedicht zet Jansma twee historische werkelijkheden tegenover elkaar: de museale werkelijkheid met de vazen in vitrines en de 'echte' of geromantiseerde werkelijkheid van het harde leven van de mensen die die historische voorwerpen gebruikt hebben.
In mijn gedicht moet de archeologische vondst buiten de toestand waarin ik me bevind binnen realtiveren of onderstrepen, daar ben ik nog niet uit.
Wat ik uit een interview met Esther Jansma ook geleerd heb is dat je de eerste en de laatste zin van een gedicht meestal kunt weggooien. Laat ik dat maar meteen doen:
Buiten ligt de aarde aan scherven
een zandbak vol verleden
tijd. Er is geen gisteren
geweest, geen nieuw testament.
Binnen mopt een morsige zuster
ziektekiemen over het zeil
Er stond eerst 'Er is geen gisteren / geweest, geen Christus.' Dat moeten we niet hebben dacht ik, want voordat je het weet schrijf je een religieus of anti-religieus gedicht en ik wil alleen een tijdsaanduiding hebben. 'geen nieuw testament' bevalt me wel. Ik schreef het meteen daarna op en het klopt in mijn verhaal. Dat is geen voorwaarde, integendeel zelfs, maar de woorden zijn voor mij wel authentiek. Moet ik kort uitleggen. De dag voordat ik hoorde dat ik kanker had, gaf ik college in Leeuwarden. Op de een of andere manier zag ik het zwerk al drijven. Juist op die dag stonden bij alle in- en uitgangen van onze school mannetjes die exemplaren van het nieuwe testament aan onze studenten gaven (zie foto). Niet het oude, alleen het nieuwe. En alhoewel ik bij mijn rookpauzes een paar keer langs die mannen ben gelopen, vroeg geen enkel mannetje of ik een nieuw testament wilde.
Die persoonlijke geschiedenis hoeft niemand te weten, maar voor mij klopt 'geen nieuw testament' opeens heel erg.
Eens zien of het morgen ook nog zo is.
dinsdag 24 juli 2007
De wording van een gedicht 1

Op de schrijfsite van Trouw publiceren veel bloggers kant en klare gedichten. Soms een paar per dag. Dat zou mij niet lukken: een per maand is zo’n beetje het maximum. Ik zal nu proberen in drie dagen een gedicht te maken en alles melden wat ik denk, opschrijf, verwerp en herschrijf. Hopelijk kan ik het gedicht vrijdag voorlezen op Dichters in de Prinsentuin.
Ik heb meestal een vaag idee in mijn hoofd, vage beelden, losse woorden en halve zinnen. Het vage idee is dat ik nog een gedicht wil schrijven over mijn ziekte. Het beeld dat steeds weer opduikt is een ‘still’ van mij zittend op een ziekenhuisbed, aangekleed nog, kijkend naar buiten. Buiten zijn archeologen tergend langzaam bezig met het wegschrapen van zand. Ik heb vandaag op internet gevonden dat op de plek waarop ik uitkeek de oudste teruggevonden bebouwing van Groningen is gevonden, 600 jaar voor Christus. Teveel symboliek ligt op de loer.
Wat niet in het gedicht mag voorkomen is het woord kanker. Ook ‘grote’ woorden moeten zoveel mogelijk geweerd worden. Geen ‘eeuwigheid’, ‘angst’, ‘dood’ als het kan.
Ik moet proberen om zuster Eisses het gedicht in te smokkelen en moet dan voorkomen dat het gedicht teveel Reve wordt.
De losse woorden/zinnen zijn:
‘Ik kijk recht in het verleden’
‘de aarde ligt aan scherven’
‘er is geen gisteren er is geen morgen’
‘een morsige zuster dweilt het zeil’
Alles kan nog verworpen worden. Ik moet oppassen voor teveel sentimentaliteit.
(wordt vervolgd)
Bij de Arbeiderspers

Hoorde gisteren van Lex Jansen dat mijn roman bij de Arbeiderspers wordt uitgegeven. De roman had ik vorig jaar en dit jaar grotendeels herschreven en halverwege mei, tien dagen voordat 'de gevreesde ziekte' de kop opstak, heb ik het boek gemaild.
Lex ging er van uit dat hij al had toegezegd dat de Arbeiderspers het zou uitgeven, maar gisteravond bleek dat dat niet zo was. En ik durf natuurlijk ook niet eerder te vragen 'of het nou nog wat wordt'.
Ik had ooit gezegd dat ik mijn boek voor mijn veertigste verjaardag af wilde hebben (ik had al eens eerder geroepen dat ik een roman voor mijn dertigste verjaardag wilde afhebben) en hoewel ik nu tot de oudere debutanten ga behoren, gaat vandaag toch de feestvlag uit.
Volgend voorjaar gaat het gebeuren. Een paar maanden nadat oud-Tzumredacteur Derwent Christmas is gedebuteerd bij Nieuw Amsterdam.
maandag 23 juli 2007
Dichters in de Prinsentuin 2: nieuws
Lévi Weemoedt heeft afgezegd voor Dichters in de Prinsentuin. De sympathieke dichter uit Assen stond voor vrijdag gepland op het afsluitende avondprogramma. Organisator Roos Custers maakte dit nieuws vanochtend bekend op Radio Noord. 'Voor een passende vervanging wordt gezorgd,' beloofde Custers.
Het programma van Dichters in de Prinsentuin is hier te vinden. Via deze website kan men zich ook opgeven voor de duistere poëziewandeling 'Dichters in the dark'.
Het programma van Dichters in de Prinsentuin is hier te vinden. Via deze website kan men zich ook opgeven voor de duistere poëziewandeling 'Dichters in the dark'.
Jan Glas op video
Vorige week kreeg hij nog een veer op zijn hoed, omdat de recensent van De Moanne De 100 mooiste Groningese gedichten de mooiste bundel vond van de drie bundels.
Ook op YouTube is Glas te vinden met onderstaand gedicht 'Overstap Nij-Schaans' uit zijn recente bundel Het getal hondje.
clip van Wilma Fritsma
Ook op YouTube is Glas te vinden met onderstaand gedicht 'Overstap Nij-Schaans' uit zijn recente bundel Het getal hondje.
clip van Wilma Fritsma
zondag 22 juli 2007
Komkommer: Bobby, stapelgedichten, Gay Krant
1 Bobby leeft op harde brokken, maar tijdens mijn bewind mag hij aan het zachte vlees. Het zal Karel en Sybe nog heel wat moeite kosten om hun kat weer op zijn Spartaanse dieet te krijgen.
Dit lekkere vlees (80 eurocent per blikje en daar doe ik een paar dagen mee)(kom daar maar eens om) is natuurlijk het lokmiddel om Bobby 's ochtends weer naar binnen te lokken na een hele nacht stappen. Maar wat smakt zo'n kat zeg! Nooit tafelmanieren geleerd: eerst alle blubbersap wegzwabberen tussen de vleesblokjes en dan alle blokjes half opeten en verspreiden over de keukenvloer en vervolgens schrokken dat het een aard heeft.
Voor de heer S. van de bibliotheek hier te stede en voor mevrouw de weeklezer nog wat extra kattenfoto's:



2 De stapelgedichten hebben de gedrukte media bereikt de afgelopen week. Als eerste was de Leeuwarder Courant erbij, al snel gevolgd door de Volkskrant. In de Leeuwarder Courant schijnt nog een vervolg te komen omdat erg veel lezers hun eigen stapelgedicht hebben ingestuurd.
3 Kreeg van Ted van Lieshout vrijdag al scans van een bespreking/interview in de Gay Krant over Sing Sing. Titel: 'Tussen damesliteratuur en harde porno.' Gisteren op het station zelf een exemplaar gekocht. Dat gaat toch nog altijd met enige schaamte gepaard. Alsof je toch nog een kleine coming-out beleeft aan de kassa. Erg positief stuk dat ik hier onleesbaar reproduceer omdat iedereen natuurlijk wel het blad moet kopen.

Dit lekkere vlees (80 eurocent per blikje en daar doe ik een paar dagen mee)(kom daar maar eens om) is natuurlijk het lokmiddel om Bobby 's ochtends weer naar binnen te lokken na een hele nacht stappen. Maar wat smakt zo'n kat zeg! Nooit tafelmanieren geleerd: eerst alle blubbersap wegzwabberen tussen de vleesblokjes en dan alle blokjes half opeten en verspreiden over de keukenvloer en vervolgens schrokken dat het een aard heeft.
Voor de heer S. van de bibliotheek hier te stede en voor mevrouw de weeklezer nog wat extra kattenfoto's:



2 De stapelgedichten hebben de gedrukte media bereikt de afgelopen week. Als eerste was de Leeuwarder Courant erbij, al snel gevolgd door de Volkskrant. In de Leeuwarder Courant schijnt nog een vervolg te komen omdat erg veel lezers hun eigen stapelgedicht hebben ingestuurd.
3 Kreeg van Ted van Lieshout vrijdag al scans van een bespreking/interview in de Gay Krant over Sing Sing. Titel: 'Tussen damesliteratuur en harde porno.' Gisteren op het station zelf een exemplaar gekocht. Dat gaat toch nog altijd met enige schaamte gepaard. Alsof je toch nog een kleine coming-out beleeft aan de kassa. Erg positief stuk dat ik hier onleesbaar reproduceer omdat iedereen natuurlijk wel het blad moet kopen.

zaterdag 21 juli 2007
Cornelis van der Wal weer boos
In de nieuwste Tzum staat een lang stuk over Dichters in de Prinsentuin. Daarin staat de volgende passage over de belangstelling in de pers bij de derde editie van het festival:
'In de Leeuwarder Courant mocht beroepsquerulant en dichter Cornelis van der Wal zijn anti-Driek-lied aankondigen dat hij van plan was voor te lezen, omdat de dichter Driek van Wissen volgens hem bekend was ‘om syn anty-Fryske fersen’. Belangrijker dan deze regionale rancune was de belangstelling in de landelijke pers. De gratis bladen Metro en Spits kondigden het festival aan en hetzelfde gebeurde in de Volkskrant met een opvallende vierkolomsfoto.'

Kreeg gisteren een boos mailtje van Cornelis van der Wal (die zijn en mijn mail direct op zijn log gooit, doe ik dus ook maar):
Vanavond stuurde ik hem mijn beleefde excuses:
Krijg ik dit berichtje van Cornelis terug:
Op zijn eigen weblog heeft Van der Wal een reactie gekregen van iemand die in de Dikke Van Dale heeft gekeken en het volgende citeert:
'In de Leeuwarder Courant mocht beroepsquerulant en dichter Cornelis van der Wal zijn anti-Driek-lied aankondigen dat hij van plan was voor te lezen, omdat de dichter Driek van Wissen volgens hem bekend was ‘om syn anty-Fryske fersen’. Belangrijker dan deze regionale rancune was de belangstelling in de landelijke pers. De gratis bladen Metro en Spits kondigden het festival aan en hetzelfde gebeurde in de Volkskrant met een opvallende vierkolomsfoto.'

Kreeg gisteren een boos mailtje van Cornelis van der Wal (die zijn en mijn mail direct op zijn log gooit, doe ik dus ook maar):
Geachte redactie,
hedenmiddag bladerde ik in het nieuwe nummer van uw tijdschrift Tzum. In de boekwinkel, want zoiets koop je natuurlijk niet. In een lang artikel van uw hoofdredacteur, de heer C. Peppelenbos, wordt over mijn persoon geschreven dat deze een beroepsquerulant zoude zijn. Kunt u mij wellicht nadere informatie verstrekken betreffende de reden(en) waarom de redactie van Tzum gemeend heeft mij een dergelijke belediging te moeten toevoegen.
Met hoogachting:
Cornelis van der Wal
Vanavond stuurde ik hem mijn beleefde excuses:
Geachte heer Van der Wal,
Dank voor uw reactie. Het woord beroepsquerulant dient niet als belediging opgevat te worden, maar als een eufemisme. Excuses voor het ontstane ongemak.
Met vriendelijke groet,
Coen Peppelenbos
Hoofdredacteur Tzum
Krijg ik dit berichtje van Cornelis terug:
Meneer Peppelenbos,
houdt uw praatjes voortaan maar voor u. U kunt in de toekomst rekenen op mijn eeuwige minachting.
Op zijn eigen weblog heeft Van der Wal een reactie gekregen van iemand die in de Dikke Van Dale heeft gekeken en het volgende citeert:
que·ru·lant (de ~ (m.), ~en)
1 iem. die zich voortdurend beklaagt over onrecht dat hem zou zijn aangedaan
vrijdag 20 juli 2007
Dichters op YouTube
Maken dichters wel genoeg gebruik van de nieuwe media. Een tijd geleden schreef ik voor Literair Nederland een redactioneel waarin ik stelde dat schrijvers en dichters zich nog te weinig lieten zien op bijvoorbeeld YouTube.
Hier is mijn nieuwe voorlopige inventarisatie (dichters die een gedicht voorlezen). Jan Willem Anker, Tsead Bruinja, Remco Campert, Derwent Christmas, Daniël Dee, Tom van Deel, Jules Deelder, Adriaan van Dis, Bart FM Droog, Arjen Duinker, Sieger MG, Louis van Gaal, Jan Glas, Ruben van Gogh, Karel ten Haaf, Ingmar Heytze, Tjitse Hofman, Hester Knibbe, Gerrit Komrij, Anton Korteweg, Max Lerou, Peter M. van der Linden, Lucebert, Thomas Möhlmann, Ramsey Nasr, Ronald Ohlsen, Rob Schouten, Rense Sinkgraven, Erik Solvanger, Simon Vestdijk (alleen stem), Cornelis van der Wal
wordt vervolgd
Hier is mijn nieuwe voorlopige inventarisatie (dichters die een gedicht voorlezen). Jan Willem Anker, Tsead Bruinja, Remco Campert, Derwent Christmas, Daniël Dee, Tom van Deel, Jules Deelder, Adriaan van Dis, Bart FM Droog, Arjen Duinker, Sieger MG, Louis van Gaal, Jan Glas, Ruben van Gogh, Karel ten Haaf, Ingmar Heytze, Tjitse Hofman, Hester Knibbe, Gerrit Komrij, Anton Korteweg, Max Lerou, Peter M. van der Linden, Lucebert, Thomas Möhlmann, Ramsey Nasr, Ronald Ohlsen, Rob Schouten, Rense Sinkgraven, Erik Solvanger, Simon Vestdijk (alleen stem), Cornelis van der Wal
wordt vervolgd
donderdag 19 juli 2007
Dichters in de Prinsentuin 1: de bundel

De jubileumbundel is uit. Vandaag kwam de jaarlijkse bundel van de drukker. Iedere optredende dichter is vertegenwoordigd met één gedicht. En deze speciale editie heeft een speciale zilveren sticker. Leuk idee. Maar ja, wie plakt die stickers op al die bundels?
Roos Custers, organisator van het festival, deed het vanmiddag zelf. Moreel ondersteund door ondergetekende. Vijfhonderd exemplaren. Dat gaat eigenlijk vrij snel. Volgens jaar moeten we maar eens denken aan een wikkel eromheen of een kartonnen doosje.
Verkrijgbaar in iedere erkende boekhandel of via Uitgeverij kleine Uil voor €12,50
Abonneren op:
Posts (Atom)