hij hem

hij hem
Nu in de winkel
Posts tonen met het label Belcampo Stipendium. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Belcampo Stipendium. Alle posts tonen

zondag 31 maart 2013

Belcampo Stipendium: Recensie op Literair Nederland

Op Literair Nederland besprak Albert Hogeweij de bundel Muziek voor twee vrouwen.
Muziek voor twee vrouwen eert met 15 gedichten in combinatie met even zo vele, in chronologische volgorde gepresenteerde foto’s, bekende en minder bekende voorvallen uit het verleden van de provincie Groningen; van de achtste eeuw tot aan recente tijd. En Coen Peppelenbos, die met Sing Sing (2007) en Vallende mannen (2010) zijn naam vestigde als dichter van verstaanbare en onderhoudende poëzie van anekdotische aard, blijkt met de foto als vertrekpunt aardig uit de voeten te kunnen. Het resultaat ontstijgt het niveau van een praatje bij een plaatje, en in de beste gevallen zingt er zich iets los om zijn eigen weg te gaan.

Lees de hele bespreking hier.

vrijdag 25 januari 2013

Belcampo Stipendium: in de Moanne


Op het weblog van De Moanne staat een bespreking van Muziek voor twee vrouwen. Fijne bespreking door Ernst Bruinsma. Het initiatief van de provincie Groningen verdient navolging, vindt hij.

vrijdag 14 december 2012

Belcampo Stipendium: de uitreiking

Gisteren fantastische uitreiking gehad van het Belcampo Stipendium. Met een buitengewoon eervol juryrapport, met Doeke als de gedroomde host van de hele middag, met alle familie, vrienden en bekenden. Ik hoorde helaas pas achteraf dat ook de weduwe van Belcampo aanwezig was. Misschien staat ze ergens op de foto. Veel dank aan iedereen.














Het boek is te koop in iedere boekhandel in Groningen of te bestellen bij uitgeverij Philip Elchers.
foto's: © Peter ten Hoor

zaterdag 8 december 2012

Belcampo Stipendium: signeren


Afgelopen donderdag heb ik 100 keer mijn eigen naam geschreven in het boekje Muziek voor twee vrouwen op de burelen van uitgeverij Philip Elchers. Honderd exemplaren worden immers gesigneerd door de auteur. Het boekje ziet er erg mooi uit. Nog een weekje.

zaterdag 10 november 2012

Belcampo Stipendium: een voorproefje

Heb deze week het binnenwerk en het omslag van mijn Belcampo-bundel gezien: Muziek voor twee vrouwen. Na het zien van de bundel kwam ik tot rust.
De week daarvoor was ik nogal gestrest omdat ik graag één afbeelding in de bundel in kleur wilde, namelijk het portret dat Jan Altink maakte van collega-schilder Johan van Zweden. Nu maakt het mij niet uit of de rest van de foto's in zwart-wit afgedrukt worden, aangezien het bijna allemaal zwart-wit foto's zijn (of een sepia-kleur), maar dit schilderij hoort gewoon in kleur. Er gaat namelijk nogal wat verloren als je dat niet doet.


Helaas mocht het niet van de provincie en van uitgeverij Philip Elchers. Daar kon ik slecht van slapen (terwijl ik altijd goed slaap). Ik stond bijna op het punt om een rel te trappen, toen Ko Niestijl van de provincie met een tussenvoorstel kwam dat ook bij Philip Elchers in goede aarde viel: we maken die ene afbeelding in kleur en we doen het omslag in zwart-wit, net als de rest van het boekje. Flip Ekkers van de uitgeverij vond het zelfs een erg goede verandering.
Dinsdag zag ik de eerste opzet van het boekje en het is precies geworden wat ik wilde. Strakke vormgeving, de foto's zo groot mogelijk afgedrukt, een fijne letter. Kortom: dit wordt een bundel waar ik wel trots op kan zijn, met gedichten die ik zonder deze opdracht nooit geschreven zou hebben.

Als voorproefje het omslag van de bundel (kan nog iets aan verschoven worden, maar dit is het ongeveer). De rest bewaren we tot 13 december.


dinsdag 23 oktober 2012

Belcampo Stipendium: De Ranitzstraat, het Hoogstraatje, de Jan van Galenstraat

Vanmiddag opnieuw in archief geweest en weer enorm geholpen door Michael Hermse die uit laden en krochten nog prachtige foto's wist op te diepen (onder meer deze). De omgeving van het gebouw is vrij klinisch maar in diverse zalen vol verrijdbare archiefkasten met louter mappen en bakken historie verdwijnt het beton om je heen.


Voor een gedicht over Johan van Zweden had ik het adres van Jan Altink nodig. Dat kreeg ik via Doeke Sijens en Mariëtta Jansen, maar nu we toch op de juiste plaats waren kon ik het adres ook nog controleren. In aparte bakken zitten kaarten waarop werd bijgehouden wie op welk adres woonde. Jan Altink woonde er vanaf 3 mei 1937.



Ik mocht ook gelijk zien wie er vroeger op de Jan van Galenstraat 12A heeft gewoond. Op de achterkant van de kaart stond wie er inwoonde in het huis (dat konden ook dienstboden zijn).



Op de Beeldbank Groningen staat een enorme hoeveelheid foto's, maar een foto van The Duke konden we niet vinden. In een map met bouwvergunningen vonden we echter een piepklein fotootje van The Duke waarop twee nieuwe lampen van Skol waren ingetekend. Daar was een vergunning voor nodig. Het is fijn dat er toen foto's gemaakt zijn. Is die ambtenarij van de Welstandcommissie toch ergens goed voor.


Belcampo Stipendium: de onderwerpen

Het was even wat stil op dit blog, want ik was druk met de afronding van het Belcampo Stipendium. Een opsomming van de onderwerpen:

1 Bernlef
2 De slag bij Heiligerlee
3 De sodomietenvervolging in Faan
4 Aletta Jacobs
5 Catz-elixer
6 Louis Couperus
7 Clara Asscher-Pinkhoff
8 George Martens en Alida Pott
9 A. Marja
10 Johan van Zweden
11 Frits Zernike (een grondige herschrijving van mijn gedicht voor de trambundel)
12 Confectie-industrie CUP
13 Oterdum (licht herschreven versie van gedicht uit Sing Sing)
14 The Duke
15 De suikerfabriek

Ik heb in de tussentijd ontzettend veel geleerd over de historie van de provincie. Heb ook honderden foto's gezien op de beeldbank Groningen. Deze foto zal waarschijnlijk gebruikt worden voor het omslag. Ik had zelf niet zo goed door waar dit precies was, maar volgens mij is dit pal voor het station (in 1920) als je de Stationsweg afkijkt in de richting van de Emmasingel. De straat is opgebroken, maar je ziet achter de stenen rechts nog wel masten van boten die in het water liggen. Recht vooruit zie je gebouwen die allemaal gesloopt zijn. Nu, vanmiddag nog de laatste foto's uitzoeken op de Groninger Archieven met Michael Hermse die de hele geschiedenis van de provincie in zijn hoofd heeft zitten.

dinsdag 9 oktober 2012

Belcampo Stipendium: De Alida (primeur?)

Op zoek naar fotomateriaal bij de gedichten in de Belcampobundel zag ik vanmiddag veel foto's (dankzij Michael Hermse van de Groninger Archieven). Ik was op zoek naar een foto van Alida Pott en George Martens en ik vond wel een mooie foto uit de jaren zestig. Alida Pott was toen al een tijd overleden (1931), maar op de foto ligt het schip de Alida in het Schuitendiep en op de achtergrond zie je het huis van Martens en Pott op het Kattendiep.
Al zoekend kwamen we nog meer foto's tegen van het schip de Alida uit de jaren dertig. We dachten daarbij misschien ook enkele andere leden van de kunstenaarskring De Ploeg op te herkennen. Misschien hadden we wel een primeur.
Doeke Sijens had helaas de meeste foto's al eerder gezien in een boekje. Op één na. Dat is deze foto. Weet iemand of die al ergens anders is gepubliceerd?

Andere foto's van dezelfde boot: hier, hier, hier, hier, hier.

Tegenwoordig ligt de Alida op de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum (hier op Roze Zaterdag).

zaterdag 6 oktober 2012

Belcampo Stipendium: Catz-Elixer (2)

Voor de bundel van het Belcampo Stipendium schrijf ik gedichten over het 'verdwenen Groningen'. Een van de gedichten gaat over Catz-Elixer (zie hier). Het leek me een geweldig idee om tijdens de presentatie van de bundel in december die drank weer eens te proeven. Nou ja, ik leg alles uit in een brief aan de firma Bols die via via de receptuur in handen heeft gekregen.

Geachte heer/mevrouw,
 Dit wordt een wat lange, omslachtige vraag. Ik heb in het voorjaar het Belcampo-stipendium toegekend gekregen van de provincie Groningen. Als opdracht heb ik meegekregen een dichtbundel te schrijven met als thema 'de verdwenen provincie'. Een van de gedichten die in die bundel zal voorkomen heeft als onderwerp Catz-elixer, een drankje dat voor de oorlog gemaakt werd in de stad Groningen (om precies te zijn op ongeveer driehonderd meter van mijn huis).
 Ik heb via speurtochten op internet begrepen dat Bols (via Henkes) in het bezit is van de receptuur van Catz-elixer. Het ligt in de kluis en er wordt al jaren niets meer mee gedaan. Nu komt het wat ongebruikelijke verzoek: is het mogelijk dat we dat drankje voor één keer gaan namaken? Mijn bundel wordt op donderdag 13 december gepresenteerd in Groningen in het provinciehuis en het lijkt me fantastisch als ik daar een 'verdwenen' smaak kan laten proeven door de aanwezigen. Het is niet de bedoeling dat wij het verder gaan produceren of er iets anders mee gaan doen: alleen die middag zou het schenken van het befaamde Catz-elixer plaatsvinden.
 Kunnen we kortom die 'geheime' receptuur krijgen om het elixer na te maken of kunt u ons op een andere manier helpen om deze smaak opnieuw te laten leven?
 Met vriendelijke groet,
(advertentie uit de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 12 december 1940)
Ik wist wel dat ik niet veel hoop moest koesteren, maar gisteren kreeg ik deze toch wel erg teleurstellende mail terug:
Beste meneer Peppelenbos,
Zoals u zult begrijpen is het niet onze gewoonte recepturen van onze producten met derden te delen.
Ook al ligt een recept in onze kluis en wordt er jaren niets meer mee gedaan, wil dat nog niet zeggen dat wij het met derden willen delen.
Alle recepturen die in ons bezit zijn blijven geheim.

En het spijt ons zeer, hoe sympathiek het doel ook moge zijn, ons zeer druk bezette team van productieontwikkelaars heeft geen tijd om een flesje Catz Elixer voor u te bereiden.
Zij zijn een klein, zeer druk bezet team en de tijd die het zou kosten om de receptuur in kwestie op te zoeken, de ingredienten te verzamelen en de drank te bereiden kunnen zij eenvoudigweg niet vrijmaken.

Wel zou u uw licht kunnen opsteken bij het Jenevermuseum in Schiedam (tel.010 2469676) – wellicht hebben zij nog een miniatuurtje of zo voor u.

Met vriendelijke groet,
Kortom: de verdwenen smaak blijft verdwenen.

zondag 29 juli 2012

Belcampo Stipendium: Rudolf de Mepsche


Ideeën genoeg voor het Belcampo Stipendium. Vorige week kocht ik Rudolf de Mepse, het monsterproces va Faan geschreven door Ab Visser. Het is één va de eerste boeken die Nijgh & Van Ditmar na de oorlog uitgaf. Rudolf de Mepsche was grietman van het onderkwartier Oostlangewoldsteradeel, een soort rechtsprekende functie. In 1730 veroordeelde hij 21 of 22 mannen (Het verhaal van Groningen en Wikipedia spreken elkaar tegen) wegens sodomie. Of dat werkelijk het geval was of dat hij op deze wijze handig politieke tegenstanders kon kwijtraken is niet helemaal bekend. De mannen werden in het openbaar gewurgd in Zuidhorn 'en daarna verbrand; sommigen eerst nog in het gezicht geblakerd'. Er zaten ook kinderen bij.
Ik ga deze week eerst maar eens de roman van Ab Visser lezen. Later wil ik nog een keer het schuldige gebied terugvinden.

zondag 24 juni 2012

Belcampo Stipendium: De Slag bij Heiligerlee

Gisteren voor het eerst de provincie in geweest voor het Belcampo Stipendium. Ik had namelijk op Wikipedia gelezen dat er zo'rond de tweeduizend man gesneuveld waren bij de Slag bij Heiligerlee in 1568, maar dat het massagraf nooit is teruggevonden. Dat vond ik een intrigerend gegeven en ik had mijn hoop gevestigd op het museum in Heiligerlee.
Met Alfred ben ik ernaartoe gereden. Eerst het monument bezocht dat in de 19e eeuw is opgericht ter nagedachtenis aan Graaf Adolf (de broer van Willem van Oranje) die sneuvelde in de strijd.

Het museumpje over de slag is klein en sympathiek en volledig ingericht op scholieren. We waren de enige bezoekers, aan de overkant bij het even sympathieke Klokkengieterijmuseum was een kleine groep aanwezig. Beide musea worden gerund door vrijwilligers.
De Slag bij Heiligerlee wordt voorgesteld als een tijdreis. Eerst moesten we in een bioscoopzaaltje kijken naar een filmpje van enkele minuten waarin werd afgeteld naar de 16e eeuw. Beelden van 9/11, van de Berlijnse Muur, van de hersens van president Kennedy die uit zijn hoofd geschoten werden en zo naderde je langzaam de Slag bij Heiligerlee. Maar toen je daar met de teletijdmachine belandde kon je weer uit het bioscoopzaaltje om door de gangen van het museumpje te dwalen en in verschillende kamertjes de verschillende stadia van de strijd volgen (voor een groot deel gebracht als nieuwsuitzendingen). Enkele grappige anachronismen zorgden voor enig vermaak. Zo zagen we Willem van Oranje met een mobieltje bellen en een paar zaaltje later, toen hij geraakt werd door een kogel van Balthasar Gerards, hoorden we de Vader des Vaderlands 'O, shit' roepen.

Veel authentieke spulletjes waren er niet te vinden in het museum en dat is wel jammer. Je wilt toch dingen uit die tijd zien. Slechts enkele vitrinekasten vertelden het echte verhaal.
'Die vraag krijgen we wel vaker,' zei een vrijwilligster, toen ik vroeg naar het massagraf, maar helaas kon zij er niet meer over vertellen.

Omdat we tijd over hadden, reden we nog even door de Blauwe Stad. Bij de afgraving daarvan is ook een massagraf opgedoken. Het waaide hard. Het was leeg en op een stuk bouwland zagen we honderden zwaluwen en hun nesten in het zand. Ik probeerde ze van dichtbij te filmen, maar dat vonden ze niet leuk. Van veraf gefilmd zie je dat er echt honderden zwaluwen rondvliegen (voor de betere HD-variant moet je naar de site van Vimeo). Een machtig gezicht. Op de een of andere manier had het allemaal ook met de Slag van Heiligerlee te maken, maar ik denk dat ik pas bij het maken van het gedicht erachter kom wat de verbinding is.

Zwaluwen in de Blauwe Stad from Coen Peppelenbos on Vimeo.


zondag 17 juni 2012

Belcampo Stipendium: de suikerfabriek


het thema van mijn stipendium is 'de verdwenen provincie'. Eén van mijn gedichten gaat over smaak, maar één gaat er ook over geur. Een geur die voor Groningers bij de stad hoorde: de geur van de suikerfabriek. Ik woon op een paar honderd meter van de plek waar die fabriek stond en heb er nooit last van gehad. Sommige mensen vonden de stad enorm stinken als de suikerbieten weer met vrachtwagens vol werden aangeleverd, anderen vonden het een markante geur die de herfst aankondigde.

Wat ik nu wil weten en gebruiken voor een gedicht is het volgende:
Waar rook die suikerbietenlucht naar? Graag reacties hieronder.

dinsdag 22 mei 2012

Belcampo Stipendium: Catz-Elixer


Waar blijft de smaak als een merk ophoudt met bestaan? Wij Peppelenbossen hebben nog altijd goede herinneringen aan Livorno-slasaus. Zat die door de koude schotel (dat zeiden wij tegen een slaatje) dan was deze extra lekker. Dat weeë, zoete spul van Calvé vonden wij smerig.
Aangezien mijn zelfgekozen thema voor het Belcampo-stipendium 'de verdwenen provincie' is, ben ik ook op zoek naar de smaak van een typisch Gronings product: Catz-Elixer. Omdat het oude fabriekje aan de Eendrachtskade vlak bij mijn huis zit, denk ik wel eens aan dat verdwenen drankje. Ooit ben ik in dat gebouw geweest, toen de reclassering daar zat, maar een echt goede indruk van het geheel heb ik toen niet gekregen.

Harry Perton schreef in 2008 over de laatste bedrijfsleider van Catz-Elixer, maar zelfs hij wist niet de precieze samenstelling van het drankje. In zijn bericht staat ook dat het oude boekje met het recept uit de kluis is gehaald toen de fabriek overging in andere handen.
Het boekje is mogelijk van de grondlegger van Catz, die in 1789 de eerste likeurstokerij in de Pekela begon. Via Henkes moet het naar Bols gegaan zijn, welk Amsterdams bedrijf het nu waarschijnlijk ook in een kluis heeft liggen. Mocht er oorlog komen geen nood, want Bols houdt copieën van alle recepten in een kluis op Curacao.
Ergens bestaat er dus nog een recept van dat oude drankje. Misschien zijn er zelfs nog stokoude mensen die weten hoe het smaakte. Het zou mooi zijn als iemand een omschrijving kon geven, nog mooier als het drankje opnieuw gemaakt kon worden. Dat valt misschien een beetje buiten de opdracht van het stipendium, maar je kunt nooit weten.
Dat de receptuur nog steeds bestaat heeft Harry Perton op zijn nieuwe blog al aangetoond. Er zijn destilleerders die Catz-Elixer weer op de markt zouden willen brengen, maar de firma Bols houdt dat tegen. Waarom?

Op het volgende filmpje zie je Cunera van Selm wel ruiken aan een flesje. De vraag is echter of dit zo moest voor het shot of dat er echt iets in het flesje heeft gezeten. In dat geval willen wij weten: wat rook Cunera?

zondag 20 mei 2012

Belcampo Stipendium: Piet Boonstra wandeling

Vanmiddag met een wandeling meegeweest van de bibliotheek aan de hand van oude foto's van Piet Boonstra. Michael Hermse van de Groninger Archieven (die vooral bezig is met het digitaliseren van oud fotomateriaal), Piet Boonstra junior en Douwe van der Bijl leidden een groep van dertig man door de stad. Het was niet zozeer een gidstour waar bij elk punt iets gezegd werd. Op bepaalde plekken op de route sloegen we een van de grote fotoboeken open om de werkelijkheid te vergelijken met de verdwenen werkelijkheid. Soms kwamen de verhalen automatisch los bij de mensen die meeliepen.

Het mooie van zo'n tocht door de stad is dat je op plekken komt waar je heel vaak langs bent gekomen, maar nooit echt geweest, zoals het verschrikkelijke dak van de Mediamarkt of hele kleine steegjes. Ik wist bijvoorbeeld ook niet dat het enorme pand in de steeg naast de uitgeverij vroeger een meelfabriek was.

Of ik voor het Belcampo-stipendium iets heb aan de wandeling weet ik nog niet. Er kwam niet meteen een idee voor een gedicht en daar had ik stiekem wel op gehoopt. Michael Hermse van de Groninger Archieven heeft in elk geval veel meer fotomateriaal dat interessant kan zijn voor mijn boekje. Hieronder een impressie.

Boonstra junior






Jan Glas is galant

zondag 6 mei 2012

Belcampo Stipendium: Clara Asscher-Pinkhof


Danseres zonder benen from Coen Peppelenbos on Vimeo.

Ik zal regelmatig updaten waar ik mee bezig ben voor het Belcampo-stipendium (mijn thema is 'de verdwenen provincie'). Ik wil nog wel de stad uit de provincie in, maar vanmiddag ben ik naar de synagoge gegaan in Groningen voor een met liefde gemaakte tentoonstelling over Clara Asscher-Pinkhof. Zie voor een uitgebreider stuk op Tzum.
tentoonstellingsruimte
Er zijn allerlei zaken die je opvallen en die je misschien kunt 'gebruiken' voor een gedicht. Ik weet nog niet hoe, maar het zijn soms details die me verder kunnen helpen.

- Het adres waar Clara Asscher-Pinkhof in eerste instantie woonde in Groningen was Oude Kijk in 't Jatstraat 8 en dat is opmerkelijk, omdat een halve eeuw later C.O. Jellema in dat huis woonde. Ik ben benieuwd in hoeverre hij dat wist en of hij er misschien over geschreven heeft.

- Later verhuisde ze naar de Petrus Campersingel 294 (meende ik me te herinneren) en nog weer later of juist eerder - dat moet ik nog uitzoeken, woonde het paar aan de Korreweg op nummer 36. Op dat laatste adres heeft Roos Custers vroeger ook gewoond.

- Op de tentoonstelling staat een poppenhuis. De kinderen van Asscher-Pinkhof speelden daarmee in Groningen. Haar achterachterkleinkinderen spelen ermee in Israël. Nu staat het weer (voor even) in Groningen. Het is mooi en onverdraaglijk dat zo'n poppenhuis de oorlog ongeschonden doorkomt en dat twee van de kinderen die ermee gespeeld hebben, zijn omgekomen. Dat onverschillige van dingen is onuitstaanbaar. Toch is dit houten poppenhuis mooier dan welk luxe poppenhuis dat tegenwoordig te koop is. De schoonheid zit in de historie. Het gedicht ligt voor het oprapen hier.

donderdag 26 april 2012

Belcampo Stipendium: de opdracht

Of ik voor het overleg van het 'Belcampo-stiependiejum' kwam, vroeg het meisje achter de balie. Ze vertrouwde niet helemaal op mijn uitspraak van de prijs, want op haar papier stond het toch anders. Vandaag zat ik om de tafel met Rob Pronk, Gelly Talsma, Nyk de Vries en secretaris van de jury Ko Niestijl. Er was koffie, thee, cake en taart. Ik had net gisteren de brief binnen waarin mijn 'benoeming' vanaf 17 april bevestigd werd.
In de vergadering van vanmiddag zou het thema van de dichtbundel (want dat moet het worden) bekend worden. Ik dacht dat ik een opdracht zou krijgen, maar ik mocht eerst zeggen of ik zelf een idee had. Dat had ik inderdaad al bedacht de afgelopen dagen. Mijn thema zal zijn: de verdwenen provincie. Wat is verdwenen maar is er nog steeds. Ik wil een dag gaan kijken in Heiligerlee. Ik wil zien of de geest van Gomarus nog in de Martinikerk hangt. Ik wil de monniken in Aduard zien rondlopen. Ik wil weten wie de schilder Johan van Zweden achterliet in Dachau en wie er weer terugkwam.

zondag 22 april 2012

Het Belcampo Stipendium 2012

Sinds gisteren lijkt het wel of ik jarig ben in een continuüm, want de felicitaties blijven maar binnenstromen. Meest gestelde vraag: hoe ik het te horen kreeg.
Vrijdagochtend kreeg ik een mailtje van de uitgeverij of ik die of die moest bellen van de provincie. Dringend! Toen ik de eerste die belde, kreeg ik te horen dat ik genomineerd was voor het Belcampo-stipendium. Ik vroeg nog wie mijn medegenomineerden waren (omdat bij de Tine Clevering-Meijerprijs sprake was van in totaal drie genomineerden), maar dat was hier niet het geval, want het enige wat ik moest doen was ja op de nominatie zeggen.

Iedereen bedankt voor de felicitaties: hier, per mail, per telefoon op Facebook,  Twitter of in het echt.