hij hem

hij hem
Nu in de winkel

donderdag 31 juli 2008

Aly Freije wint Freudenthalprijs 2008

Bericht van tijdschrift Krödde:
Met vijf Groningstalige gedichten heeft Aly Freije (1944) de Freudenthalprijs 2008 gewonnen. De Freudenthal prijs is de oudste en belangrijkste prijs in het hele Nedersaksische taalgebied. De prijs wordt sinds 1957 jaarlijks uitgeschreven voor de beste nieuwe Nedersaksische literatuur. Freije, die in 2007 ook al de Provinciale schrijfwedstrijd won, debuteerde met haar gedichten in hetzelfde jaar in het Grunneger tiedschrift Krödde, een tijdschrift voor Groningstalige literatuur.
(foto Jan Glas)

Freije woont in de stad Groningen, maar heeft haar jeugd doorgebracht op het platteland in Oost-Groningen. Ze is docent literair schrijven en publicist. Zij schrijft over schrijfprocessen en schrijfdidactiek. Ze was jarenlang werkzaam bij Stichting Schrijven in Amsterdam, een landelijk informatiecentrum voor schrijvers. Zij heeft een eigen schrijfwerkplaats, Het Taalpalet, en geeft schrijfcursussen en workshops in het noorden, onder andere bij de Senioren Academie, waar zij het schrijfaanbod ontwikkelde. Ze begeleidt samen met Coen Peppelenbos De Leeskamer van Athena’s boekhandel- van de Velde in Groningen.

Na Henk Krosenbrink en Jan Glas is Aly Freije de derde Nederlander die deze prestigieuze prijs wint. De prijsuitreiking zal plaatsvinden op 27 september in Achim (Duitsland).

Vreselijke oogbalman


Vreselijke oogbalman
Originally uploaded by PeebeRF
Telefoonfoto van Peter.

Recensie LN: L.H. Wiener - Eindelijk volstrekt alleen

Eindelijk volstrekt alleen zou je het derde deel kunnen noemen van een romantrilogie waarin de voorgangers Nestor en De verering van Quirina T. waren. Maar eigenlijk is het complete oeuvre van L.H. Wiener één groot literair werk dat voortdurend naar zichzelf verwijst, terwijl alle delen ook afzonderlijk te lezen zijn. Deze roman gaat dus verder waar de voorganger gestopt is en de titel (die meer dan één duiding toelaat) heeft onder meer te maken met de verdwijning van Van Gigh uit de romanwereld van Wiener. Schrijver en alter ego zitten elkaar al langer in de weg en Van Gigh ruimt het veld. In de literair geconstrueerde wereld van deze schrijver is dat niets minder dan een aardverschuiving.

Als je Wiener leest, weet je dat je een goed geschreven werk in handen hebt, vol hartstocht, passie en woede: over het onderwijs, over de letterkunde en over de liefde. In Eindelijk volstrekt alleen richt die woede zich onder meer op Jeroen Vullings die als hoofd van de Republiek der Letteren stelselmatig het werk van Wiener links liet liggen. Ook A.F.Th. van der Heijden komt er niet ongeschonden vanaf. Wiener maakt zelfs erg foute grappen over de omvang van de schrijver (waar je desondanks toch weer om moet lachen). Maar dat hoort bij deze schrijver die niet alleen zijn misstappen laat staan, hij laat zelfs niet na om die uit te vergroten.
Het enige bezwaar tegen deze roman is dat er wat storende herhalingen voorkomen omdat de schrijver enkele stukken uit krant of tijdschrift heeft gerecycled. Maar daar lees je met gemak overheen. Waar vind je tegenwoordig nog een boek waar je op de ene pagina met een krop in de keel zit en waar je een paar pagina’s verder hardop moet lachen om weer zo’n woede-aanval als Wiener het weer over zijn werk heeft?
‘Het is autobiografies als de kolére, maar tegelijkertijd honderd procent fictie, wat zeg je daarvan? Fictionele autobiografie mag ook. Ik vind het best, als het maar geen roman heet. Iedere geile teef die tegenwoordig een boek met veel overspel in elkaar flanst heeft een roman geschreven. Seks verkoopt, altijd. Een mooie kont op het omslag, of zo’n rooie ronde pijpmond en de kassa rinkelt. Dat gaat nooit over. Mijn nieuwe boek heet Eindelijk volstrekt alleen, een dodelijke titel natuurlijk, commercieel gesproken. De meisjes van 6 gym alfa is veel beter. Of wat dacht je van Diana’s lillende lippen, of Babettes bolle billen. Ik zou rijk kunnen zijn, als ik een kut had en niet kon schrijven.’

Coen Peppelenbos

L.H. Wiener – Eindelijk volstrekt alleen. Contact, Amsterdam, 268 blz. €22,50
Eerder verschenen op Literair Nederland, 25 juli 2008 (deze versie is iets uitgebreider)

woensdag 30 juli 2008

Uitgeverij kleine Uil zeiltocht

Het was hoog tijd voor een uitje met het Statenjacht van Uitgeverij kleine Uil op het Paterswoldse Meer. Schipper Peter ten Hoor en boordmatroos Jan Glas zeilden over het hele meer, alhoewel ik, als werkeloos passagier, een lichte voorkeur voor gewoon dobberen had.
De tijd gaat snel op het meer. Je ziet jongens met bootjes voorbij varen waarachter weer een band met een eenzame jongen erin erachteraan. Er komt een sportieve jongen in de kano verwoed langs peddelen terwijl hij een bal voortslaat. Er komt eens een waterskiër, je ziet opeens op de wallekant Stefan van der Poel en Peter Middendorp zonnen, je eet verrassend goed bij de Italiaan aan de Groningenkant, je dobbert in de duisternis terug. En zo doe je dat op een zomerse dag bij de uitgeverij.









dinsdag 29 juli 2008

Het geheime sportleven van Jan Glas

Dat de ruim in de prijzen gevallen Jan Glas niet alleen een kundig en verdienstelijk dichter is, valt niet te ontkennen. Toch kennen slechts weinigen zijn sportcarrière. Al op 4 oktober 1937 won hij de tweede prijs bij het kaatsen voor 'werkloozen en steuntrekkers'.

Het had niet veel gescheeld of de sportloopbaan was in de kiem gesmoord door dit ietwat domme ongelukje op 6 september 1946.

De schrik zat er goed in en Jan Glas stortte zich op het wielrennen. Een tak van sport waarin hij de meeste prijzen behaalde.

Na een positieve dopingtest besloot Jan Glas zijn fiets aan de wilgen te hangen en keek om zich heen naar een nieuwe sport. Het werd voetbal en alhoewel hij daarin niet meer de grote hoogten behaalde van voordien was hij veelal nuttig voor zijn team en pakte hij zijn goaltjes mee.

(bron: http://www.archiefleeuwardercourant.nl/: klik op de plaatjes van de berichten voor vergrotingen.)

Tuinkabouter en wij


Herman en ik
Originally uploaded by coen peppelenbos
Onder het toeziend oog van een tuinkabouter (een garden gnome heet zoiets in het Engels en dat lijkt me een stuk erger) zwaaien mijn broer (rechts) en ik naar de camera. Mijn broer heeft een pop bij zich en ik heb een auto tussen mijn voeten. Aan de mollige beentjes te zien kan ik nog niet lopen. De dan al licht glooiende wenkbrauwen geven al wel een diep gevoelsleven weer. Zo heb ik daar besloten om met mijn linkerarm te zwaaien en niet met mijn rechter, zoals mijn broer, wetende dat op die manier ook de tuinkabouter in beeld zou blijven.

De foto is gemaakt in de tuin van de Hoge Hof, mijn geboortehuis, een boerderij tussen Raalte en Wijhe.

Winnaar van de Literaire Trotski Prijsvraag

Heb gisteren eindelijk eens een prijsvraag gewonnen. Eigenlijk heb ik twee keer iets gewonnen. Eerst door aan de Literaire Trotski Prijsvraag mee te doen en te volharden in het geven van foute antwoorden. Maar om daarmee nou een prijs te winnen. Gelukkig stelde Karel ten Haaf (uitgever van het verzameld werk van Trotski) gisteren een hele makkelijke vraag die ik meteen wist en bingo!
Ik win 'Trotski’s brochure Hun moraal en de onze. Uitgave: Revolutionair Communistische Partij, 1946 (eerste zelfstandige uitgave in het Nederlands).' Of de vorige 'Trotski – Over de burgeroorlog. Twee toespraken (16 pp. + audio-cd).'
Na lezing (en mogelijk beluistering) zal ik die geven aan de mediatheek van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en zo mijn particuliere bezit ten dienste stellen van het algemeen belang.
Kameraad Coen

maandag 28 juli 2008

Dichtersvoetenspel 10: uitslag


Een snelle winnaar vandaag. De voeten behoorden inderdaad toe aan Nachoem Wijnberg. Maarten gefeliciteerd!

Een vers dat als een nachtkaars uitgaat

Op zo'n dag kan het niet anders dan dat iemand het beroemde gedicht van Eliza Laurillard (1830-1908)citeert. Een paar jaar geleden kregen we bij de sectie Nederlands de vraag van wie dat gedicht ook al weer was van die mensen in een postkoets die het heel warm hadden. De moeder van de vrager had het gedicht vroeger altijd opgezegd tijdens bruiloften en partijen. Corrie Joosten dook in haar archief en kwam na een paar dagen met het verlossende antwoord: de schrijver was Eliza Laurillard en het gedicht heette 'Een vers dat als een nachtkaars uitgaat'. Ik heb alleen de twee volgende regels onthouden 't Was een dag van groote hette, / En de lucht was drukkend zwaar.
Ik dacht dat het gedicht wel makkelijk terug te vinden zou zijn op officiële websites (zoals het DBNL), maar ik vind het alleen maar bij particulieren. Op het DBNL wel een levensbericht. Daarin wordt door P.H. Ritter vooral ingegaan op zijn werk als predikant, maar Ritter heeft de beroemde redenaar ook zelf zien optreden.
Trad hij op, dan was de zaal te klein. Daar hebben wij den zeventigjarige twee uren lang hooren spreken en reciteeren, zonder een letter vóór zich, zijn auditorium ontroerend beurtelings en vermakend, het boeiend van het eerste tot het laatste woord. Na de voordrachten bleven de bestuursleden met hunne dames met den spreker nog eenigen tijd samen. Klokke twaalf ging men naar huis. Het waren gezellige avonden. En altijd was van die avonden, of hij de spreker van den avond was of niet, de president Laurillard het middelpunt.

En het is vooral het lichte werk in vers en voordracht dat Laurillard zo beroemd maakte. Ritter citeert het schema van zijn voordracht over de schoen.
I. Hoe de spreker aan zijn onderwerp kwam. (‘Ik keek mijn raam uit en zag op de straat een ouden schoen liggen’.)
II. De fabricatie. (De weide, de looierij, de fabriek, het magazijn.)
III. De historie. (De voortijd met bloote voeten. - De zolen der Oosterlingen. - De Grieken. - De Romeinen met hun solea, calceus, pero, caliga, soccus, cothurnus, Sicyonischen schoen. - De Germanen.)
IV. Soorten van schoenen, (De lage schoen, de hooge schoen, de halve laars, de heele laars, de waterlaars, de verwantschap met den klomp, de slof.)
V. Oude zeden en gewoonten.
VI. De schoen in de taal (‘De kinderschoenen uittrekken’, enz.) en in de namen van straten.
VII. De schoenmaker als grappenmaker.

Ik weet niet of je er nu nog volle zalen mee trekt, maar in die tijd was hij onnoemelijk populair: 'dan kon hij meer dan eens niet voortgaan door de toejuichingen.'

Terug naar de 'hette'. In de bloemlezingen en letterkundige overzichtswerken die ik bezit, komt hij niet voor. In mijn editie van Knuvelder wordt Laurillard alleen in een noot genoemd ('Niet onverdienstelijk werk in het humoristische genre schreven ook'). Gerrit Komrij neemt in zijn bloemlezing één gedicht op van de dichtende predikant: 'Een spreker die maar niet uit de war kwam'.
Het gedicht kopieer ik dus weer van een ander weblog op het gevaar af dat er fouten in staan.

EEN VERS DAT ALS EEN NACHTKAARS UITGAAT

In een dilligence zaten
Negen menschen bij elkaar;
't Was een dag van groote hette,
En de lucht was drukkend zwaar.

Alles wat die menschen zeiden,
Kwam zoowat op 't zelfde neer:
Niemand hunner sprak tenminste
Anders dan van 't heete weer.

Naast een jongen, dwazen dandy
Zat een onderofficier;
Nevens hem een rijzig zeeman,
Over dien een rentenier.

Naast den rentenier een nufje,
Als een uitgeknipte prent;
En naast haar een burgerjufvrouw
Met een Amsterdamsch accent.

't Was een ruwe paardenkooper,
Die weer achter deze zat,
En gewoon was zóó te spreken,
Of hij hooge ruzie had.

Aan zijn zijde een reizend hand'laar,
In zijn spreken razend vlug,
En daarnaast een rimp'lig bestje,
Bevend en gekromd van rug. -

" 't Is fameus!" zoo spreekt de dandy,
En daarbij wordt uiterst net
Met twee vingers en twee duimen
't Kneveltjen in krul gezet:

" 't Is fameus vandaag, meneeren!
Etouffant is de atmosfeer!
Men gaat waarlijk languisseeren
Naar wat vocht, - mijn woord van eer!"

"Ja!" zoo antwoordt hem de zeeman,
En zijn dasknoop zit al laag,
Maar hij trekt dien nog wat lager,
Tot zoowat de streek der maag:

"Erger nog as in Oostinje
Brandt de zon hier op je huid;
't Merg druipt weg uit al je knokkels;
't Pek loopt al de naden uit."

"Ja, 't is warm," zoo zegt de man nu
Die stil van zijn renten leeft,
En wiens hals een hooge heining,
Wit en helder om zich heeft:

" 't Is zeer warm," vervolgt hij, - keurig,
Of 't zóó naar de drukpers moet:
"Anders is de zon zoo lieflijk,
Maar thans kwelt derzelver gloed."

"Stel je voorr," zoo zegt de krijger
Trekkend aan zijn kinnebaard, -
Hand'ling, waar een ernstig fronsen
Van het voorhoofd zich mee paart:

"Stel je voorr, 'k heb met zoo'n hette
Eens vijf u...rren gemarrcheerrd;
't Was wat! Maar - in mijn carrière
Dient bepaald geobediëerrd."

"Nou maar,"spreekt de paardenkooper
Op zijn ouden ruzietoon, -
En zijn pet, heel schuin gestooten,
Dekt zijn hoofd niet, maar zijn koon, -

"Nou maar, wat wou jullie praten!
'k Leg hier de verklaring af,
Dat ik eens een dag beleefd heb,
Dat een peerd geen schaduw gaf.

'k Was op weg: 'k wou wat schuilen
Achter 't peerd, maar ja! toen scheen -
't Is zoo waar als ik 't je zeg, hoor! -
't Zonnelicht er dwars doorheen."

" 'k Weet nog wel," zegt nu het bestje,
En het bruine bovenvlak
Van haar hand loopt langs haar neus heen, -
"Dat de musschen van het dak

Zoo maar morsdood kwamen vallen,
Doe ik nog een meiske was;
En het vee kreeg 's zeumers koeken,
Want er stond geen sprietje gras."

"Ja, enfin!" zoo spreekt de hand'laar
In een snellen woordenvloed:
"Zie je? een glaasje grog van bessen
Straks in 't Posthuis, dat doet goed.

Ik ben altijd reizend , zie je?
Nu, enfin, dan kent men dat.
Grog of Beiersch, - prachtig! heerlijk!
Van dat Beiersch, frisch van 't vat!"

"Och!" zucht nu de burgerjufvrouw
"Liefe minsch! 'k bin sou verhit!
't mot wel sijn, sou 'k haast geloufen
Da'k sou an de sonsij sit.

Op uws plaassie is 't nog beiter,
Maar hier sweit een minsch sich doud;
'k mot u seggen: van mijn handen
Loupt een plassie in me schout."

Van de hette spraken allen, -
Maar die eene stijve nuf?
Wel, die zei daarbij maar telkens
Met haar zakdoek waaiend: "pf!"

In meer dan éénen zin, maar ook door dit besluit,
Gaat dit verheven dicht gelijk een nachtkaars uit.

Uit: Ernstig en los(1874)

Dichtersvoetenspel 10

Daar is ie dan weer: een aflevering van het dichtersvoetenspel. De vraag is simpel: van wie zijn deze gesandaalde versvoeten? De eigenaren van de voeten alsmede minnaars of minnaressen zijn uitgesloten van deelname aan deze volstrekt overbodige edoch zeer interessante wedstrijd zonder prijzen. Deze keer gekiekt op Dichters in de Prinsentuin 2008.

Recensie LN: Roger Martin du Gard - De verdrinking

Dat gaat mis

Over een paar maanden verschijnt bij uitgeverij Meulenhoff Luitenant-kolonel de Maumort van Roger Martin du Gard, een pil van meer dan duizend bladzijden. Om de lezers alvast lekker te maken heeft de uitgeverij een stukje uit dat boek als zelfstandige uitgave op de markt gebracht: De verdrinking. Dat kan heel goed, want in het hoofdwerk zitten kleinere werken opgeborgen, zoals ook de novelle ‘Saïdjah en Adinda’ uit de Max Havelaar is te plukken.

Toch had ik moeite om De verdrinking uit te lezen en dat komt omdat je voorvoelt wat er gaat gebeuren. Een verhaal met deze titel kan niet goed aflopen. De homoseksuele sergeant De Balcourt wordt gelegerd in een kleine Frans plaatsje en valt direct voor de mooie, met meel bestoven, bakkersjongen. Als hij het zo weet aan te leggen dat hij in de bakkerij zijn logement heeft, is het gehunker niet meer van de lucht en ligt niets een mooie initiatie meer in de weg. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. En eigenlijk wil ik niet lezen wanneer het mis gaat.
De truc van de uitgeverij werkt: ben wel benieuwd geworden naar het grote werk.

Coen Peppelenbos

Roger Martin du Gard, De verdrinking. Vertaald door Anneke Alderlieste. Meulenhoff, Amsterdam, 126 blz. €12,90
Verscheen eerder op Literair Nederland, 19 juli 2008

zondag 27 juli 2008

Verzen van vroeger

Wil je de stem van Gerard Reve nog eens horen (met De blijde boodschap) of Vasalis (De idioot in het bad) of J.C. Bloem, Hugo Claus, C.O. Jellema of Willem Elsschot (en en en)? Ga naar dit kleine schatkamertje van de literatuur en beluister hun stemmen.
Er worden ook veel gedichten voorgedragen door acteurs. Dat is vanzelfsprekend veel minder mooi.

Recensie LC: Robert Penn Warren - All the King's Men

Opkomst en ondergang van een gouverneur

Bluf en branie, bedriegen en bedreigen: zo win je de verkiezingen in Amerika. Dat idee houd je tenminste over na het lezen van All the King’s Men in een nieuwe vertaling voor een reeks klassiekers van uitgeverij Cossee. Schrijver Robert Penn Warren kreeg er de Pullitzer Prize voor in 1947, een jaar na verschijnen. Het is zeker gerechtvaardigd dat deze roman opnieuw op de Nederlandse markt komt, want juist in een verkiezingsjaar in de Verenigde Staten heeft het thema niets aan actualiteit ingeboet.

De centrale figuur is Willie Stark, een man die rechten studeert, arme en onschuldige mensen helpt als advocaat en het uiteindelijk schopt tot gouverneur van de staat Louisiana. Naarmate hij langer in het zadel zit, moet hij meer schipperen en marchanderen. Hij is bereid, zoals bijna alle politici lijkt Warren te zeggen, vuile handen te maken om de macht te behouden. Daarbij wordt hij geholpen door een troepje getrouwen dat bestaat uit hielenlikkers en mensen die de waarheid durven te zeggen. Tot de laatste categorie behoort de verteller Jack Burden, de jonge journalist die het schopt tot rechterhand van de gouverneur, of ‘de Baas’ zoals Jack schrijft.
In het nawoord lees je dat de roman gebaseerd is op de werkelijkheid. Een vrij tirannieke gouverneur van Louisiana stond model voor Willie Stark. Gelukkig is die figuur onbekend voor de moderne lezer. Daardoor komt de verteller sterker naar voren. Het grote verhaal mag dan over zijn ‘Baas’ gaan, in de tussentijd leer je veel over het leven van Jack. Hij groeit op zonder vader en pas erg laat in de roman zie je in dat hij in andere oudere mannen surrogaatvaders zoekt. Dat wordt vooral pijnlijk als hij in opdracht van Willie Stark iemand onder druk moet zetten. Iemand van wie hij later verneemt dat dat zijn vader is. Dan wordt het verhaal pas echt beklemmend. En dat gebeurt vaker als Stark het persoonlijke leven binnendringt van Jack. Zo neemt hij onder meer zijn voormalige, en door Jack nog steeds aanbeden, jeugdliefde als minnares.

Je moet er wel wat voor over hebben om deze bijna vijfhonderd bladzijden uit te lezen. Warren houdt van herhaling en zinnen die met gemak kunnen bestaan uit een paar honderd woorden, maar als je je eenmaal laat meevoeren op de ietwat ouderwetse vertelstroom, heb je een heerlijke leeservaring.

COEN PEPPELENBOS

ROBERT PENN WARREN: All the King’s Men. Vertaald door Gerda Baardman, Lidwien Biekmann en Kitty Pouwels. Cossee Amsterdam, 480 blz. €29,90
Eerder verschenen in de Leeuwarder Courant, 25 juli 2008

zaterdag 26 juli 2008

Dichters in de Prinsentuin 2008: de foto's (2)

De laatste lading, nu van de avond. Ik was te laat voor de opening met Bart FM Droog, maar zag wel Wim Brands, Annemieke Gerrist, Karel Eykman, Benno Barnard, Hans Verhagen, Rogi Wieg en de organisatie die laat in de nacht de schemerlampen in een autootje wurmde.


Foto van Annemieke Gerrist verwijderd op verzoek van auteur zelf.





Martin Ros: de hoogtepunten van 26 juli


'Ik heb het altijd over boeken waar het ergens om gaat,' zegt Martin Ros en spreekt daarna over kabouters op de Veluwe (en zelfs een echte po-ee-ma). De hoogtepunten van de twintigste aflevering van zijn boekenrubriek op radio Selexyz.

Tijdschrift Maarten
- De Maarten hè. Geliefd door 52.000 mensen in Nederland en de rest die haten hem. Ze zijn gek. Selexyzpresentator: wie is de Maarten? Maar in ieder geval, Maarten dat is natuurlijk de beroemde Maarten van de eh... Uut de Uut uit Utrecht. Selexyzpresentator: Maarten van Rossem. Maarten van Rossem!
- Hij heeft zo'n gezellige stijl, hè. Namelijk een hele rommelige, en toch heel deskundige stijl.
- Selexyzpresentator: Het doet mee eigenlijk aan een trend van meer van dat soort naambladen. Je hebt Sonja van Sonja Bakker bijvoorbeeld. Ja, nou ja, dan noem je een van de onbenulligste van Nederland. Selexyzpresentator: van een heel ander kaliber natuurlijk, denk ik. Da's een vamp, ja, da's een eetvamp. Nee, die heeft niets te vertellen. Maarten heeft iets te vertellen. Dat is het verschil. Vin je niet? Ik heb het altijd over boeken waar het ergens om gaat.


Martijn J. Adelmund - Mysteries op de Veluwe
- Er zijn dus weggetjes in Putten die lopen gewoon dood. Houd op. Kom je in de bossen. Daar kom je ook niet meer uit, daar moet je de nacht in doorbrengen. Nee, echt waar.
- Ook over kabouters in Nunspeet! Die zijn door Mellie Uyldert, weet je wel, die heel veel vreemde dingen zag in haar leven, maar soms... Heeft ze gezien! En door andere mensen ook. Kabouters! Die grote karweitjes opknappen. Die zie je gewoon lopen. Die knappen dat karwei... heeft zij gezien!
- En daarnaast staat er een prachtig stuk over het Uddelermeer. Ik weet niet of je daar wel eens komt, er is ook een uitspanning. Je kijkt vanuit die uitspanning bij het Uddelermeer kijk je uit over het Uddelermeer. Dat is er nog steeds, hè. Een groot meer. [...] Daar heeft een heks gezeten! Die bracht dus vroeger minnaars van haar, verleidde ze om naar het Uddelermeer te komen en vonden daar de dood in haar armen. Dat is niet helemaal verzonnen.
- De po-ee-ma op de Ginkelse hei, hè, staat een heel stuk over hem. Een po-ee-ma! Die hebben ze daar zien lopen. Selexyzpresentator: Poema. Een beest vier keer zo groot als een kat. Ja, een poema, hoe noem je het ook, maar in ieder geval: die liep daar rond.


Pieter Feller - Een kleine geschiedenis van de Nederlandse misdaad
- Er staat hier bijvoorbeeld het verhaal dat ik helemaal niet zo goed kende over een beroepsoplichter die dus schilderijen maakte. Die maakte schilderijen van de grote schilder, hoe heet die kerel? Die beroemd is over de hele wereld? En die kreeg ze voor en zei: ik weet niet of het van mij is of dat het niet van mij is. Selexyzpresentator: Appel. Appel! Karel Appel.
- Hier doen ze toch veel aan kiebernetika, geloof ik, waar wij dit opnemen, en dan moet ik zeggen dat er een heel hoofdstuk aan kiebernetische misdaden hè, dat neemt enorm toe. De kiebernetika. Je kun allerlei misdaden via je eh je machine die je hebt, internet, noem maar op. Je kan opdracht geven tot moorden, je kan alles doen, kinderporno, noem maar op. Selexyzpresentator: Cybercrime, zeg maar, in het Engels. Je kan alles doen. Selexyzpresentator: Dat bedoelt u toch? Ja, dat bedoel ik. Het is toch verschrikkelijk. Ja, ik weet niet hoe je het allemaal uitspreekt, want ik heb die dingen niet.
- Een fascinerend boek voor iedereen die binnenkort naar de stranden gaat en daar al die smerige, vieze boeken van allerlei vrouwen, die er ook verschijnen, weet je wel?, er verschijnt veel rotzooi, die laat je liggen en dan neem je dit boekje mee.


Arthur Schnitzler - Verhalen
- Duitse topboeken. Weet je dat die er zijn?
- Het beroemdste is, vind ik, zijn boek over Casanova. Er is een Nederlandse auteur, die heeft hem ook nageaapt, weet je wel. Die laat Casanova bij een zieke prostituee komen of zoiets.

Wim Brands op Dichters in de Prinsentuin


Wim Brands leest het gedicht 'Ansichtkaart' uit de bundel Ruimtevaart.

Willem Thies haalt verhaal

Willem Thies heeft me gisteravond geleerd wat een motief is. Drie jaar geleden schreef ik deze negatieve recensie over zijn prijswinnende debuutbundel Toendra. Tijdens de voordracht van Annemieke Gerrist op de slotavond van Dichters in de Prinsentuin vond hij het nodig om daar op terug te komen.
De dichter kwam achter me aan, biertje in zijn hand, zo te ruiken niet zijn eerste. 'Zeg, jij denkt zeker dat je zachtaardig bent?'
Dit wordt geen amoureus gesprek, dacht ik nog.
Thies wilde even die recensie over zijn debuutbundel evalueren. Ik vond het drie jaar geleden een slechte bundel vol puberaal gekoketteer met de dood. Uit geen enkel gedicht bleek dat er werkelijk iets op het spel stond. Om dat te bewijzen had ik een kleine opsomming gegeven van alle gedichten waarin de dood voorkwam. Dat vond Thies, bleek nu, geen goede evenwichtige recensie, maar 'redacteurswerk'.
'Weet je hoe dat heet als een woord steeds terugkomt?'
Ik keek hem verwachtingsvol aan.
'Dat is een motief. Of een thema.'
Hij lachte me toe, want dat moet ik toegeven, hij bleef de hele tijd lachen. Een soort grijnzen eigenlijk. En met deze uiteenzetting over het begrip 'motief' had hij me toch echt wel klem gezet, dacht hij.
Terwijl Annemieke Gerrist bleef voordragen dacht ik na over wat ik tegen de dichter, zelf ook recensent, moest zeggen. Het was duidelijk iemand die een gesprek zag als een monoloog van hem, waarbij de ander luistert.
'Ik vond het nogal ongeloofwaardig,' probeerde ik zijn leerzame uiteenzetting te doorbreken. Ik had niet echt het idee dat die opmerking hem zou overtuigen.
'In die tijd was ik nogal bezig met de dood,' zei hij weer. En dat er meer dichters waren die dan één woord herhaalden in hun werk.
Zo ging dat een tijdje door. Thies vertelde me ook nog dat ik zeker wel hield van ironie. Nou, hij niet. Ironie was alleen maar een maniertje om niet precies te zeggen wat je wilde. Alweer wat geleerd.
En toen zei hij opeens: 'Ik neem aan dat je niet een tweede vijand wil hebben?'
Nog steeds zo lachend. Het biertje schuin in de hand. Waarop hij ging uitleggen wie mijn eerste vijand was.
Toen had hij alles gezegd. Of toch niet.
'In mijn tweede bundel komt het woord dood veel minder voor.' zei hij weglopend.
'Heb je er toch iets van opgestoken,' zei ik. Misschien ironisch.

Dichters in de Prinsentuin 2008: de foto's (1)

De foto's van vrijdagmiddag in de Prinsentuin: Bas Rompa en Merijn Schipper, Derwent Christmas, Derwent Christmas in de loofgangen, Jan Glas en Ellen Deckwitz, Hannie Rouweler en Buddy Hermans, Hans Kloos, Jan Glas in de loofgangen, pin up Karel ten Haaf, moeder en kind, Nachoem Wijnberg, slaper, slaper met Jan Baeke, toeschouwer op blote voeten en Wouter Godijn.













vrijdag 25 juli 2008

Erik Harteveld op Dichters in de Prinsentuin 2008

Als toeschouwer.

Bas Rompa op Dichters in de Prinsentuin 2008


Bas Rompa leest het gedicht 'Tuinbank'.

Literair Nederland komt weer tot leven

De website Literair Nederland is zo langzamerhand weer in de lucht aan het komen. Verschillende mensen hebben achter de schermen keihard gewerkt om de site een nieuw uiterlijk te geven. Ik weet nog niet precies hoe alle knoppen werken, maar heb al wel iets gepost. Bij mij werkt de site ook erg traag, is dat bij iedereen zo?
In de komende weken meer.

Ted van Lieshout door Jan Glas


didp 6
Originally uploaded by kokjebalder
Was niet in Groningen vandaag, maar ik had gevraagd of Jan Glas in ieder geval een foto wilde maken van Ted van Lieshout. Deze is toch erg mooi geworden?
Voor meer foto's van Dichters in de Prinsentuin klik op de photostream van Kokjebalder hiernaast.