Baksteen
'Fuck de canon,' schreef Christiaan Weijts in NRC Handelsblad, nadat hij de literatuurlijst van een gymnasiumleerling onder ogen had gekregen. 'Ze sleept scholieren langs verstofte monumenten, vergeelde murmelaars van vroeger die in muffe kamertjes hun belegen aftrekfantasietjes neerpenden.' Waarom altijd weer die Max Havelaar ('die afgrijselijke monumentale baksteen') en niet 'Gimmick!, Tirza, Joe Speedboot. Geef ze Giph of De helaasheid der dingen.' Hoogleraar Thomas Vaessens was op een studiedag in Groningen niet erg onder de indruk van de tegenvoorbeelden van Weijts. Je kon aan de voorbeelden die Weijts gaf zien dat de romanschrijver ook alweer van een oudere generatie was. Daarnaast wordt de keuze die Weijts voorlegde in de argumentatietheorie 'het valse dilemma' genoemd. Je kunt én moderne boeken lezen die aansluiten de leerling én klassieke werken waardoor ze in contact komen met andere werkelijkheden dan hun eigen belevingswereld.
Volgens mij is het vrij simpel. Je hebt vier factoren: de leerling, de docent, het boek en de maatschappij. De maatschappij, via de politiek, eist wat scholen op hun examenprogramma zetten. Op de havo lezen ze 8 literaire werken, in het vwo 12 waarvan drie werken van voor 1880. Dat zijn de minimumeisen. Zelfs al wil Weijts iets anders, op het vwo bestaat nu eenmaal de verplichting om drie klassieke werken te lezen. Als we willen dat die minimumeisen veranderen dan moet dat via de politiek regelen. Daarmee komen we op het boek en de leerling. Zorg ervoor dat het boek aansluit bij leesniveau van de leerling. Je kunt de baksteen Max Havelaar klassikaal door de strot duwen, maar sommigen zijn daar nog niet aan toe, anderen wel. Toen ik op het vwo zat wilde ik Multatuli wel lezen, terwijl anderen in mijn klas ervan gruwden. Daarmee komen we op de docent. Die moet ervoor zorgen dat het juiste boek bij de juiste leerling komt. Het is mooi als een docent zo enthousiast is dat hij zijn leerlingen met plezier klassiekers laat lezen. En je bent in de aap gelogeerd als hij zelfs van Joe Speedboot een baksteen weet te maken. Maar wees gerust: een lezer zonder bevlogen docent vindt de literatuur uiteindelijk ook.
Deze kroniek verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 30 januari 2016.
Posts tonen met het label Thomas Vaessens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas Vaessens. Alle posts tonen
zondag 31 januari 2016
zondag 1 november 2009
Het Grote Gebeuren: engagement op de middag
De zaal zat half vol bij de discussie vanmiddag over het engagement in de literatuur. Aanleiding was het boek van Thomas Vaessens De revanche van de roman. Een debat tussen Bas Heijne, Stine Jensen en Thomas Vaessens onder leiding van Kees 't Hart die er zelf ook lustig op los discussieerde. Hij begon al meteen met de stelling dat er wel degelijk een kwaliteitsonderscheid te maken is in de literatuur. Het gesprek ging dus een tijdje over de vraag of je aan kunt geven of er een kwaliteitsoordeel mogelijk was. Daarna ging het over het engagement dat aanwezig zou moeten zijn in de literatuur. Kees 't Hart had het boek van Vaessens vooral prescriptief gelezen: zo zouden schrijvers moeten schrijven en tegen zo'n gebod stelde hij zich teweer.
Bas Heijne zette steeds de discussie op scherp door zijn snelle en scherpe analyses en licht villeine aanvallen waardoor Jensen en Vaessens ook geprikkeld werden tot kleine aanvallen terug. Jensen had vooral een punt toen zij opmerkte dat er aan tafel alleen vrouwen werden genoemd als voorbeelden van schrijvers van slechte literaire werken.
Bas Heijne was blij met het verdwijnen uit de kranten van de grote, machtige critici van twee decennia geleden die elke nieuwe roman van Willem Brakman een meesterwerk noemden. Daarnaast stelde hij dat er in het verleden ook al veel geëngageerde romans waren verschenen. Als goed voorbeeld noemde hij de roman De Stille Kracht van Louis Couperus die het einde van het koloniale tijdperk al aankondigde.
Jensen gaf een voorbeeld van een (mannelijke) auteur aan die boeken schrijft waarin werkelijk niets gebeurt en het alleen maar gaat over vorm: Arie Storm. Dat soort literatuur lijkt nu toch wel achterhaald te zijn. Ik vroeg me af of ze wist dat Storm ooit een fanclub had opgericht voor Kees 't Hart.
Heijne en Jensen leken elkaar gevonden te hebben in de opvatting dat een schrijver ook wat te melden moest hebben.
Kees 't Hart: 'Primo Levi kan wel schrijven.'
Bas Heijne: 'Maar hij heeft ook wel wat meegemaakt.'
Het meest onuitgesproken was Thomas Vaessens zelf. Aan de ene kant zei hij dat je je niet druk moest maken over de vraag of Heleen van Royen tot de literatuur behoorde, en dat hij zich zelfs kon voorstellen dat er iemand met serieus onderzoeksvoorstel zou kunnen komen over haar werk, maar aan de andere kant liet hij ook doorschemeren dat hij daar niet op zat te wachten. Als je echt stelling wilt nemen, dan zou je zo'n onderzoek moeten toejuichen.
Op het einde van de discussie leek Vaessens te pleiten voor leraren met meer literaire bagage, leraren die met passie een klas in vervoering konden brengen. Dat leek een pleidooi te zijn voor de terugkeer van poortwachters in de literatuur, het soort mensen dat, volgens zijn studie, zo'n beetje verdwenen is.
Bas Heijne zette steeds de discussie op scherp door zijn snelle en scherpe analyses en licht villeine aanvallen waardoor Jensen en Vaessens ook geprikkeld werden tot kleine aanvallen terug. Jensen had vooral een punt toen zij opmerkte dat er aan tafel alleen vrouwen werden genoemd als voorbeelden van schrijvers van slechte literaire werken.
Bas Heijne was blij met het verdwijnen uit de kranten van de grote, machtige critici van twee decennia geleden die elke nieuwe roman van Willem Brakman een meesterwerk noemden. Daarnaast stelde hij dat er in het verleden ook al veel geëngageerde romans waren verschenen. Als goed voorbeeld noemde hij de roman De Stille Kracht van Louis Couperus die het einde van het koloniale tijdperk al aankondigde.
Jensen gaf een voorbeeld van een (mannelijke) auteur aan die boeken schrijft waarin werkelijk niets gebeurt en het alleen maar gaat over vorm: Arie Storm. Dat soort literatuur lijkt nu toch wel achterhaald te zijn. Ik vroeg me af of ze wist dat Storm ooit een fanclub had opgericht voor Kees 't Hart.
Heijne en Jensen leken elkaar gevonden te hebben in de opvatting dat een schrijver ook wat te melden moest hebben.
Kees 't Hart: 'Primo Levi kan wel schrijven.'
Bas Heijne: 'Maar hij heeft ook wel wat meegemaakt.'
Het meest onuitgesproken was Thomas Vaessens zelf. Aan de ene kant zei hij dat je je niet druk moest maken over de vraag of Heleen van Royen tot de literatuur behoorde, en dat hij zich zelfs kon voorstellen dat er iemand met serieus onderzoeksvoorstel zou kunnen komen over haar werk, maar aan de andere kant liet hij ook doorschemeren dat hij daar niet op zat te wachten. Als je echt stelling wilt nemen, dan zou je zo'n onderzoek moeten toejuichen.
Op het einde van de discussie leek Vaessens te pleiten voor leraren met meer literaire bagage, leraren die met passie een klas in vervoering konden brengen. Dat leek een pleidooi te zijn voor de terugkeer van poortwachters in de literatuur, het soort mensen dat, volgens zijn studie, zo'n beetje verdwenen is.
Abonneren op:
Posts (Atom)
