hij hem

hij hem
Nu in de winkel

zondag 10 februari 2008

Recensie LC: Nelleke Noordervliet - Snijpunt

Een casus belli van formaat

Snijpunt van Nelleke Noordervliet begint nog veelbelovend: een lerares, Nora, wordt met een mes gestoken door de islamitische jongen Ali. Eindelijk een roman over het multiculturele drama denk je, maar in de rest van de roman speelt dit steekincident nauwelijks meer een rol. Het was een truc van de schrijfster om de hoofdpersoon in verwarring te brengen. En zij is niet de enige die verward is, ook haar zeventienjarige dochter Franca heeft het moeilijk op weg naar haar volwassenheid en haar ex-man Guido is de mogelijke verblijfplaats van een verborgen cultschrijver in Italië op het spoor en laat niets meer van zich horen.

Als haar vader te lang wegblijft, gaat Franca hem zoeken, waarna even later ook Nora komt om op haar beurt haar dochter te zoeken. En weg is de actualiteit van het boek. Wat er voor in de plaats komt is aan de ene kant een psychologische roman waarin het gaat om de onderlinge verhoudingen en aan de andere kant een soort Ontdekking van de hemel.
Intussen wordt de lezer om de oren geslagen met verwijzingen naar klassieke werken en met totaal onrealistische dialogen. Natuurlijk mag de geleerde vader van Nora zinnen zeggen als: ‘Ali dringt jou zijn vijandschap op, niet vanuit een evenwichtig waardensysteem, maar vanuit een proto-totalitair denken, dat om zichzelf te legitimeren anderen ontmenselijkt en vervolgens hun uitroeiing nastreeft.’ Hij mag ook mopjes vertellen als: ‘al is de casus-Ali een casus belli van formaat, hij is nog best te behappen.’ Maar bijna iedereen praat zo ingewikkeld. Daarnaast heeft Noordervliet op elke bladzijde wel een paar vormen van beeldspraak staan. Veel te veel en vaak nogal clichématig: ‘Ze vreesde overspoeld te worden door een golf van krachtige passie, die niet te keren was.’ Het laatste deel van die zin is nogal overbodig. Dat komt vaker voor. Streep bijvoorbeeld de redundante zinnen in deze passage maar weg: ‘Misschien had hij toch koorts. Hij zag dingen die er niet waren. De werkelijkheid werd binnenstebuiten gekeerd. Wat zich in zijn verbeelding afspeelde meende hij echt te zien. Wat zijn ogen werkelijk zagen was als een luchtspiegeling.’
De roman gaat ten onder aan de gebrekkige stijl, want de bovenstaande voorbeelden zijn met tientallen andere voorbeelden aan te vullen. Een betere redacteur had hier heilzaam werk kunnen verrichten. Het is vooral jammer omdat uit haar vorige grote roman, Pelican Bay, bleek dat Noordervliet wel in staat is een goede, maatschappelijke roman te schrijven. Snijpunt daarentegen is mislukt.

Coen Peppelenbos

NELLEKE NOORDERVLIET: Snijpunt. Augustus, Amsterdam, 377 blz. €20,00.
Verscheen eerder in de Leeuwarder Courant, 8 februari 2008.

zaterdag 9 februari 2008

Boekenbal


Voor wie het programma wil zien, klik hier.

Bas Haring, Frans Willem Korsten en Guus Middag: drie sprekers

Bas Haring verleidt zijn publiek. Ik heb het vandaag gezien op de Dag van Taal, Kunsten & Cultuur in Groningen. Op die dag komen talendocenten en ckv-docenten naar Groningen om deel te nemen aan workshops en te luisteren naar lezingen. Zo'n dag is ook een halve reünie met oude vrienden en oud-studenten. Prof. dr. Haring - zeg maar Bas - hield de plenaire lezing. Los uit de pols, met enthousiasme en flair. Schmierend ook. Met erg weinig inhoud, want zijn verhaal van veertig minuten kwam neer op dit idee: door een verhaal te vertellen kun je iets ingewikkelds makkelijk maken. En toch ben je die veertig minuten geboeid. Komt het omdat het een mooie man is, jeugdig, olijk, vertederend ook, waardoor je alles van hem pikt? Als hij zich eens verspreekt en 'geschept' zegt in plaats van 'geschapen' begint zo'n zaal vol leraren meteen te roezemoezen, allemaal klaar om de lieve krullebol te verbeteren. Daar komt natuurlijk meteen een grap van hem op terug, zodat de zaal koest is, kan lachen en vervolgens uit zijn hand eet.

Bij de subplenaire lezing (je kon kiezen uit drie lezingen) koos ik voor Frans Willem Korsten, een literatuurwetenschapper, bekend van zijn boek Lessen in literatuur. Van zijn lezing 'Problemen die ons aan het hart gaan: politiek en esthetiek in het onderwijs' kan ik me niets herinneren. Die Korsten lijkt me een buitengewoon beminnelijke en beschaafde man en hij probeerde met ironie en eruditie het publiek aan zich te binden, maar zijn grappen vielen als dode vogeltjes van het spreekgestoelte. Meer iemand om in kleine kring met een glas wijn te praten over literatuur, niet iemand die een zaal bespeelt. Of misschien waren we nog steeds verliefd op Bas Haring.

Na de lunch twee workshops gevolgd. Ik had me aangemeld voor de workshop van Guus Middag, maar die zat al vol. Gelukkig mocht ik van de 'zaalwacht' toch naar binnen, waardoor ik meteen een klein beetje gelukkiger werd, want Middag is een van die onbevooroordeelde poëzierecensenten in Nederland die ik erg graag lees omdat hij vanuit enthousiasme en nieuwsgierigheid schrijft. In het echt is hij net zoals in de krant: niet iemand van hele stellige uitspraken, maar iemand die aarzelt, wikt en weegt en daarover verslag doet. Hij toonde nu de poëtische kracht aan van de teksten van een carnavalshit, van Daniël Lohues en de Zwolse groep Opgezwolle. Natuurlijk is er dan een lerares die dan meteen zegt dat dit een opstapje is voor echt literaire teksten met diepgang (leraren, je zou ze soms). En dit is weer een spreker waar ik bijna de hele tijd met een glimlach naar kijk. Het was geen lezing, het was geen workshop, hier stond ook niet iemand die op een briljante wijze zijn kunstje deed, zoals Haring, maar iemand die zijn persoonlijkheid in de strijd gooit, laat zien waarom hij ook inhoudelijk gedichten en liedjes mooi vindt en vertelt waarom iets hem ontroert. Jammer dat je niet elke week naar een college van hem kunt gaan. Hopelijk vragen ze hem een keer als gastcriticus aan de Groninger Universiteit.

donderdag 7 februari 2008

Daniël Dee, Bart Moeyaert, Bernard Wesseling


Kun je aanwijzen wat een goed gedicht is? Misschien. Vorige week heb ik samen met andere juryleden het beste gedicht in een wedstrijd aangewezen. Met een andere jury waren er ongetwijfeld andere gedichten uitgekomen, maar ik denk dat over het algemeen de kwalitatief goede gedichten vanzelf boven komen drijven.
Een leuke werkvorm vvoor mijn studenten, dacht ik ook, jurylid spelen. Ik pakte drie recente bundels en haalde er drie gedichten uit. 'Hondenleven' van Daniël Dee uit Koffiedik zingen, 'Vrouw en kind' van Bart Moeyaert uit Gedichten voor gelukkige mensen en 'Op een testbeeld' van Bernard Wesseling uit Focus. De vraag aan de studenten was simpel: wat is het beste gedicht en waarom? Van tevoren kenden ze de namen van de dichters niet.
Wat me opviel was dat mijn studenten nog wel moeite hadden om te spreken over de gedichten, om de juiste argumenten te vinden die weergaven wat ze bedoelden. Daar ligt dus werk voor mij als docent.
Uiteindelijk kozen mijn studenten (niet unaniem) voor Daniël Dee. Zijn gedicht over het verwisselen van breinen (tussen hond en mens) sprak hen het meeste aan. Het originele gegeven en de proza-achtige stijl van het gedicht vonden ze een pré.
Tweede werd Bart Moeyaert (vonden de meesten in eerste instantie mooi, na het onderlinge overleg werd dat wat zwakker). Zijn gedicht 'Vrouw en kind' is geschreven naar aanleiding van een racistische moord in Antwerpen. De mooie beelden in het gedicht werden geroemd, maar de al te poëtische stijl werd negatief beoordeeld. Opmerkelijk was dat een aantal studenten in Antwerpen was op het moment (van de dubbele moord), maar in het gedicht niet de gebeurtenis herkende. Nadat ik de aanleiding van het gedicht onthuld had, werden sommige passages in het gedicht duidelijker.
Het gedicht van Wesseling kwam duidelijk op de laatste plaats. Te onduidelijk. Wat hebben die zinnen met elkaar te maken? Speelt het zich af in de Dixons? Ook ik moest achteraf bekennen dat ik het gedicht niet helemaal kon duiden. Blijkbaar is het irritant als je iets niet helemaal snapt.
Daniël Dee, gefeliciteerd!

woensdag 6 februari 2008

Recensie LN: Jan Paul Schutten - Kinderen van Amsterdam

In de Middeleeuwen is God heel belangrijk

De aandacht voor de geschiedenis is de laatste jaren toegenomen, denk alleen maar aan de successen van Geert Mak en in zijn kielzog tal van andere schrijvers. Zij hebben het stoffige imago van het vak laten verdwijnen en een blijkbaar grote honger naar kennis van het publiek weten te stillen. Voor jongeren was er nog niet iets vergelijkbaars. We kennen de jeugdromans van Thea Beckman en haar opvolgster Simone van der Vlugt, maar aan de non-fictiekant van de jeugdliteratuur gebeurde niet heel veel spannends. Daar is met Kinderen van Amsterdam van Jan Paul Schutten verandering in gekomen.

Ik ken Schutten eigenlijk alleen maar van een uitermate interessant blog waar ik elke dag wel op kijk. De schrijver houdt van feitjes en onder diverse pseudoniemen kan hij op zijn blog vertellen over voedsel, wetenschap, popmuziek en noem maar een onderwerp op: Schutten weet er een blog over te maken.

Zo´n smakelijk ratjetoe kun je ook terugvinden in Kinderen van Amsterdam waarin in grote lijnen de geschiedenis van Amsterdam beschreven wordt. Elk hoofdstuk begint met een paar pagina´s strip van Paul Teng die steeds een kind in een bepaalde periode centraal stelt. Vanuit dat kind kan Schutten dan aanhaken met soepel geschreven paragrafen over een onderwerp uit de tijd waarin dat kind leeft. Met af en toe een licht ironische ondertoon.

'In de Middeleeuwen is God heel belangrijk. Maar het lijkt wel of hij in Amsterdam nog een tikkeltje belangrijker is dan in de rest van het land. Dat komt doordat er wonderen gebeuren in de stad. Echte wonderen.'

En zo gaan we van de vroege middeleeuwen naar de gouden eeuw (waarin Titus, de zoon van Rembrandt een rol speelt) en zo de eeuwen door om te eindigen bij de Tweede Wereldoorlog. Daar had nog wel een hoofdstuk bij gemogen over de jaren zestig van de vorige eeuw, want het oorlogshoofdstuk is wel een zwaar slothoofdstuk.

In het boek heeft Jan Paul Schutten ook een 'verborgen verleider' verstopt: een boodschap die je ongemerkt meekrijgt als je doorleest en dat is de toename van de verschillende bevolkingsgroepen die door de eeuwen heen naar Amsterdam trokken: protestanten, hugenoten, joden en ga zo maar door. Amsterdam is per definitie een stad die groot geworden is dankzij de invloed van verschillende culturen en het is te hopen dat kinderen leren dat dat dus normaal is.

Volgens mij is Kinderen van Amsterdam een ideale manier om iets over de geschiedenis van je stad te leren en het is te hopen dat het idee wordt uitgebreid naar andere steden en dat scholen dit soort boeken op hun programma zetten. En ook voor volwassenen is het een leerzaam boek. Zo weet ik nu bijvoorbeeld hoe 'radbraken' precies in zijn werk gaat. Schutten laat dat wel voorafgaan door een waarschuwing: je mag het stukje overslaan en alvast naar een volgend hoofdstuk overstappen.

Dat brengt me meteen bij de leeftijdsgroep waarvoor dit boek bestemd is. Vanaf 9 jaar lijkt mij wat te jong. Ik zou eerder 11 of 12 jaar zeggen. Goed voor de eerste klas van het voortgezet onderwijs waar je meteen kunt leren dat geschiedenis absoluut geen saai vak hoeft te zijn.

Coen Peppelenbos

JAN PAUL SCHUTTEN: Kinderen van Amsterdam. (met strips van Paul Teng). Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 175 blz. €14,95.
Verscheen eerder op Literair Nederland, 4 februari 2008

dinsdag 5 februari 2008

Recensie LC: Stendhal - Lucien Leuwen

Verdachtmakingen en vuige roddels

Lucien Leuwen is pas een halve eeuw na de dood van Stendhal, bekend vanwege Het rood en het zwart, voor het eerst in druk verschenen. Dat ligt waarschijnlijk aan satirische inslag van de roman. Als pas benoemd consul was het niet verstandig voor de Franse schrijver om zoveel kritiek te uiten op de mensen die boven hem stonden. Het koningshuis, de politiek, de adel en de gegoede burgerij van na 1830 worden flink op de hak genomen.

Frankrijk heeft de Revolutie achter de rug, de opkomst en neergang van Napoleon meegemaakt, een terugkeer gezien van het huis Bourbon en ook weer het afzetten daarvan. En dat alles in een paar decennia. In 1830 wordt koning Louis-Philippe op de troon gezet. Onder diens bewind krijgen de rijke burgers veel macht. Een daarvan is bankdirecteur Leuwen. Hij stuurt zijn zoon Lucien het leger in om hem voor te bereiden op het echte leven.
Bij het binnentrekken van Nancy valt Lucien van zijn paard, juist voor het raam van de mooiste vrouw. Het is liefde op het eerste gezicht, maar voor een burger, zelfs al is hij rijk, is het moeilijk om door te dringen tot de kringen waar de mevrouw de Chasteller deel van uitmaakt. Stendhal beschrijft spottend de talloze bijeenkomsten, waar de oude adel van de provincieplaats vol huiver staat te kijken naar die jongeman uit Parijs die langzamerhand de door veel jongemannen aanbeden vrouw weet te betoveren. Dat duurt zo’n driehonderd bladzijden en de romance wordt uiteindelijk door een list onmogelijk gemaakt.
In de volgende driehonderd bladzijden is Lucien terug in Parijs waar hij dankzij zijn vader een baan krijgt op het departement en onderdeel wordt van het gekonkel om de macht. Verdachtmakingen, vuige roddels, willekeur, omkoperij en valse beschuldigingen: alles komt voor en in het middelpunt staat steeds de rechtschapen en aan liefdesverdriet lijdende Lucien.
Na het zoveelste soireetje weten we wel hoe het verder gaat. De roman is erg langdradig, zelfs voor een schrijver die daar niet van houdt en andere schrijvers veelvuldig berispt. Zelfs wanneer hij haast maakt, duurt het lang: ‘Dit werd met veel meer omhaal gezegd en bijgevolg minder direct en met meer vrouwelijke omzichtigheid, maar ook met meer uitingen van welwillendheid en belangstelling dan wij in verband met de beschikbare ruimte hier kunnen opschrijven.’ Satire, maar na de twintigste keer wel vermoeiend.
Van mevrouw de Chasteller horen we niets meer. Daarin is het boek onaf. Net als het manuscript waarin blanco pagina’s zaten. Lucien Leuwen is vooral een roman voor mensen met zitvlees en veel belangstelling voor de Franse geschiedenis.

Coen Peppelenbos

STENDHAL: Lucien Leuwen. Vertaald door Leo van Maris. Atlas, Amsterdam, 607 blz. €34,90
Verscheen eerder in de Leeuwarder Courant, 1 februari 2008

zondag 3 februari 2008

Achterflapfoto: the fotoshoot

Jerry Vinke heeft vanmiddag foto´s gemaakt van mij met bril 1 en zonder bril. Portretten van dichtbij en ten voeten uit. Het was koud, maar dat mag op de foto ook weer niet al te duidelijk blijken. Mijn boek komt in de zomer uit, dus das af en trui uit.
De eerste locatie bleek niet zo geschikt te zijn. Jerry had me tussen hoge kantoorgebouwen van het Waterbedrijf gedacht, maar die plek bleek bedorven door reclamedingen die in de weg stonden. Daarom maar doorgefietst naar het industrieterrein. Jerry houdt van afgetrapte omgevingen: lege fabriekshallen, schroothopen en kale industrieterreinen. Soms ziet hij een plek en dan loopt hij wat rond, kijkt, wikt en weegt en zegt dan: ´Daar moet je zitten!´
Vlak naast zijn plek lag een oude verroeste roeiboot die mij als achtergrond wel leuk leek. Hij keek door de lens, schoot een plaatje voor de vorm, maar vond het toen toch niks. Te toeristisch. Meer iets voor leken zoals ik.
Uiteindelijk zat ik op een paaltje aan de kant (dat heeft vast een naam, waar schepen hun scheepstouw omheen werpen: een meerpaal?) stoer te kijken, want dat moest van mijn redacteur.
Na de sessie heb ik Jerry op dezelfde plek gezet en een toeristische foto gemaakt.

Heb gisteren mijn halve boekenbezit omgedraaid om mooie achterflapfoto´s te vinden. Die zijn er nauwelijks. Vond naast de mooie foto´s van gisteren ook nog een prachtige plaat van Tommy Wieringa, die achter op Ik was nooit in Isfahaan staat (zie de link).
Voor de rest zijn het vaak saaie zwart-witplaatjes. Waarom is dat eigenlijk? Alles in kleur behalve de foto. En waarom staan er achterop poëziebundels vaak helemaal geen portretten? Hoort dat niet? Zijn dichters lelijker dan prozaschrijvers? Of is het gewoon goedkoper?

zaterdag 2 februari 2008

Achterflapfoto: to bril or not to bril

Morgen maakt Jerry Vinke een portret van me voor de achterkant van de roman Victorie die in juni bij de Arbeiderspers gaat verschijnen. Je let er eigenlijk nooit zo op, achterflapfoto's, en de meesten zijn inderdaad ook niet meer dan veredelde pasfotootjes. Soms springt een foto ertussenuit. Jan Wolkers had altijd bijzondere foto's achterop zijn romans, met dode hazen in zijn handen bijvoorbeeld. Willem Jan Otten heeft een intrigerende achterop Specht en zoon met zijn voeten in het zeewater. En ook de foto van Peter Middendorp achterop Noordeloos, tegen een desolaat Gronings (?) landschap gefotografeerd behoort tot mijn favorieten. Op al die foto's staat de auteur met zijn hele lichaam op de foto. Niet alleen het koppie dus en daar is in mijn geval ook veel voor te zeggen.
De laatste tijd draag ik ook nog een bril (dat haalt het hele gezicht omhoog). Na tien jaar mijn bril alleen bij tv-kijken en autorijden (wat ik alweer tien jaar niet doe) op te hebben, werd ik steeds moeier overdag. Vaak zo moe dat ik overdag een dutje van een uur deed. 'Misschien moet je de bril de hele dag ophebben,' zei de aardige man van de Pearle. En verdomd, sindsdien geen middagdutjes meer.
De oude bril was echter behoorlijk vorige eeuw. En onlangs heb ik alle brillen van de Pearle opgehad en heeft Doeke er twee uitgekozen onder het goedkeurend oog van die Pearlemeneer.
De vraag is nu: moet de bril op voor het portret achterop. En zo ja, welke. Hieronder vier koppen op een rijtje:
a zonder
b oude bril
c nieuwe bril 1
d nieuwe bril 2

May i have your votes, please?



vrijdag 1 februari 2008

Jan Glas 50 jaar

Weinig foto's deze keer, omdat ik het programma rond de verjaardag van Jan Glas mocht presenteren. Een afwisselend programma met de volkszanger Kale Bas, optredens van André Degen en Rense Sinkgraven, veel kennissen van de fotosite Flickr die vertalingen hadden gemaakt van het gedicht dat Jan Glas voor het speciale boekje Een klein gebaar maakte. Zo'n zeventig mensen luisterden in het altijd gezellige Café Mulder naar de voordrachten en kregen toen van de jarige Glas roze koeken voorgeschoteld. Leuke middag!


Poëziemarathon 3

Laura Demelza Bosma heeft de dichtwedstrijd 'Russische sprookjes' gewonnen en daarom was het wel jammer dat zij als enige van de tien besten niet aanwezig was, vanmiddag in het Groninger Museum waar de plaatsuitreiking plaatsvond.
Omdat de juryleden een oordeel hadden gegeven zonder de dichters te kennen, waren er vanmiddag nogal wat verrassingen. Zo bleek Erik Harteveld (net één dag stadsdichter af) meegedaan te hebben,

en Andries Torensma,

en Ellen Deckwitz,

en André Degen (tweede).

Dit meisje (de naam ben ik kwijt maar dat zal jurysecretaris Rense Sinkgraven vast wel binnenkort bkend maken op het log van de schrijversschool) won bij de kinderen.

Haar gedicht 'Zwarte zang' ging over een koningin en kende de mooie regels:

Zij werd wakker
met uilenvleugels in haar bed.
Nu kun je haar horen zingen
in het bos naast haar paleis.
Droevige liedjes is wat ze zingt,
want vrolijke kent ze niet.


Voor de pauze trad Suze Sanders op (ze verving Albertina Soepboer die ziek was, beterschap!).

En na haar kwam Rutger Kopland. Dat was voor de vele jonge aanwezigen wel een beetje teveel volwassenheid, maar mij kon het optreden niet lang genoeg duren.

Hij oogt wat breekbaarder, maar zijn poëzie is nog net zo sterk als voorheen. Moeten we niet eens een mooie Kopland-avond houden? Met dichters en zangers die het werk van Kopland voorlezen of uitvoeren? Ik hoorde laatst Henny Vrienten 'Onder de appelboom' zingen en dat was ontroerend. De Epibreren-boys erbij. Wat oude en jonge collega's. Volgens mij wordt dat een prachtavond.
Hierbij een filmpje dat ik maakte van zijn voordracht van het eerste gedicht dat hij maakte na zijn ongeluk en revalidatie. Meestal vraag ik de dichter of hij het goed vindt dat ik de filmpjes op internet zet. Deze keer niet. Ik hoop niet dat Kopland het erg vindt.