hij hem

hij hem
Nu in de winkel

vrijdag 29 juni 2007

In de tussentijd 14

Stralende dag 3
- Wilde vandaag SuperGrover fotograferen aan het plafond van de bestralingsruimte, maar er waren twee nieuwe vrouwen die me binnenlieten. Toen vond ik het wel weer wat dom om het te vragen.
Vandaag werden de kruizen (kruisen? ik vergeet altijd welk meervoud het moet zijn) opnieuw op mijn lichaam getekend. Over de nog vaag zichtbare vorige kruisen (kruizen) heen. Echt mooi is het niet meer te noemen.
- Heb uitstel gekregen om de Tzum af te maken. Een speciale Dichters in de Prinsentuin-aflevering. Deadline vorige week, maar ja, alles schuift op en deze deadline ook maar. Maak me sowieso niet zo druk om deadlines.
- Je denkt wel steeds: hier moet toch een goed gedicht in zitten. Een serie moet er wel uit te slepen zijn. Toch komt er nog niet veel op papier. Heb je een keer termen als vergankelijkheid en eeuwigheid bij de hand, kun je ze weer niet gebruiken.
- Voor half negen klaar vandaag en hop op de fiets terug naar huis. Ontbijten met drie kranten (Volkskrant, Trouw, Dagblad van het Noorden), dan anderhalf uur naar bed. Dan een paar uurtjes naar de uitgeverij waar ik bijna niets constructiefs doe.
Mijn hand is nog wel gefotogrageerd door Jan Glas. Moest een blik snert van Unox leeg laten lopen in een aftands pannetje. Heb net een hele vieze foto gezien van de groene brachel die in het pannetje lubbert. Met mijn hand! Er schijnen mensen te zijn die delen van hun lichaam inzetten bij reclamefotografie. Vooral handen en voeten scoren hoog. Tijd voor een carrièreswitch misschien?

Daarna weer erg vermoeid naar huis. Drie uur geslapen. Tijd om te eten, een beetje te hangen op de bank. Straks weer naar bed in de zekerheid dat ik morgen er niet vroeg uit hoef, niet naar het ziekenhuis. Niet naar de bunker in de kelder. Geen straling. Rust.

donderdag 28 juni 2007

In de tussentijd 13

Stralende dag 2- 'Het is eigenlijk nauwelijks de moeite,' zegt de vrouw bij radiotherapie als we voor de tweede dag op rij de bestraling voor de afgesproken tijd hebben afgerond. Heb vandaag wel gevraagd welk gebied ze speciaal aan het bestralen waren. Een stukje (het gebied waar de lymfeklieren naar de nieren lopen) dat iets groter is dan een aansteker.
- Als je de kelder uitloopt moet je op de knop 'deur openen' drukken. Gisteren was het nog heel zwaar duwen (één bestraling en alle kracht was weg).
- Heb bij Gerbrand Bakker een reactie geplaatst op zijn dingetje over tennis. Ik dacht te weten dat Friezen denken dat kaatsen de voorloper is van tennis, maar dat schijnt toch niet zo te zijn. Ben ik wel blij om.
- Gisteren en vandaag wel moeier dan normaal. Ga als een walrus liggen waar het me uitkomt en slaap zomaar een verloren uurtje weg. Weet niet zeker of het van de bestraling komt of van het onmenselijk vroege tijdstip waarop ik moet opstaan (tien voor zeven).
- Heb gisteren geschreven dat het UMCG zo clean was. Vandaag merkte ik dat er toch een persoonlijke noot was aangebracht in bestralingsruimte G. Toen ik naar het plafond keek, zag ik Supergrover!

woensdag 27 juni 2007

In de tussentijd 12

Stralende dag 1
- Het is net zoiets als onder de zonnebank, maar dan anders. Vandaag de eerste bestraling gekregen. Had het nieuwste brievenboek van Reve meegenomen voor het geval ik lang moest wachten, maar ik kon meteen doorlopen (en ik was nog wel twintig minuten te vroeg).
Opnieuw vrouwen die me hielpen. Is de afdeling radiotherapie het glazen plafond voor vrouwen in de medische wereld? Gelukkig waren het deze keer weer aardige vrouwen. Heel belangrijk als je ziek bent: aardige mensen.
Ze legden me vast aan mijn tattoocoördinaten, sjorden nog wat om me precies klaar te leggen en vertrokken toen uit de ruimte.
‘Als je een hoestbui krijgt, moet je even je hand opsteken.’
Worden opeens je darmen bestraald; dat kan natuurlijk niet.
- Het UMCG is een groot, efficiënt en clean gebouw. Heel anders dan het Martiniziekenhuis hiervoor. Dat gebouw staat op de nominatie gesloopt te worden. Toen ik er vijf weken geleden (op de kop af) uitkwam, wist ik niet wat langer zou bestaan: het Martiniziekenhuis (locatie Ketwich Verschuur) of de onlangs gedebuteerde dichter Coen Peppelenbos. Inmiddels heb ik er wel vertrouwen in dat ik de sloop van dat ziekenhuis mee zal maken. (Deo Volente, zou Reve erachter zetten.)
Het Martiniziekenhuis is absoluut niet efficiënt en clean. Het is zo verouderd dat je de ziektekiemen in polonaise door de gang ziet dansen. Daarnaast is het ook een heel menselijk ziekenhuis. Verplegers en artsen hebben er hun eigen hoekjes gecreëerd: planten neergezet, boekjes op schapjes gelegd (Botje en Botje) en oude legpuzzels een tweede leven gegeven.
In het UMCG moet je eerst naar Radiotherapie achterin het ziekenhuis en dan nog een kelder in via een akelig betonnen trapje. Je hebt echt het gevoel dat je in een bunker terechtkomt. Beneden vind je dan weer een wachtkamer geverfd in geruststellend geel, met verontrust zwijgende medepatiënten.
- Je ligt onder een soort reuzenmicroscoop. Dat ding draait ook nog 180 graden om je heen en maakt dan zo’n twintig seconden een zoemend geluid. Twee keer BZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ. Dat was het. Niet gehoest. Tot morgen.
- Diane toonde me vorige week de site die ze met enkele mensen van LineUp (de zaak van Peter) had gemaakt voor radiotherapie. Er zit ook een fotoreportage op van de ct-scan tot en met de bestraling.
Er staan ook interviews op met de mensen die er werken. Die gaan voornamelijk over hun werk. Ik wil juist weten of die mensen een hobby hebben. Houdt mijn radiotherapeut van katten of honden? Leest hij wel eens een boek (Komt een vrouw bij de dokter)? Rookt hij?
- Op de fiets weer naar huis. Er is iets gebeurd, maar wat?

maandag 25 juni 2007

Schrijven bij Trouw

Vandaag was ik de blog van de dag bij Trouw. Op de site van het dagblad is het vanaf vandaag mogelijk om literair te bloggen. Heb dus nu een dubbellog. En wie nog een vraag aan Renate Dorrestein over het schrijven van romans wil stellen, kan deze week ook terecht op de site.

zondag 24 juni 2007

Zomerzinnen in Wezup

Van tevoren verwacht je er niet al teveel van: een literatuurfestival in Wezup. Hoewel het fesitval Zomerzinnen heet, viel de regen met bakken uit de hemel.

Zouden er wel mensen komen in deze nattigheid? Op de avond dat Nederland in de finale stond?



En ook de lokale bevolking leek niet meteen erg gastvrij.

We (Jan Glas, Peter ten Hoor en ik) waren al om vier uur aanwezig om de kraam op te zetten, maar de loop kwam er pas in om zeven uur. En toen bleek dat het hele dorp was omgebouwd tot podium. Op diverse plekken in het dorp kon men op de deel luisteren naar een schrijver. Van Kader Abdolah tot Frank Westerman, van Gerbrand Bakker tot Mensje van Keulen, van Rense Sinkgraven tot Suze Sanders, van Driek van Wissen tot Erik Harteveld. En Jan Siebelink was er ook nog. En het kostte allemaal niets nada niks.
Dit was een low-brow festival bij uitstek. Geen intellectueel gedoe, geen poeha. Gewoon voorlezen op de deel en honderden aandachtige luisteraars.
Jan en ik waren geen officieel onderdeel van het programma maar traden op verzoek op voor de kraambezoekers van de uitgeverij.

En ik mocht ook nog een dichtbundel signeren voor een wereldberoemde schrijver. Kortom: het was weer louter genade dat ons ten deel viel.

(Laatste twee foto's van Jan Glas)

Stapelgedicht 3

Voorlopig de laatste. Het is nogal verslavend.


De verkeerde minnaar

De maagden
tijdelijk nieuw
opwaaiende zomerjurken
versluierde heuvels
het grote verlangen.
Hoe ver mag je gaan?
Liefde is voor vrouwen.

'Ben je ervaren?'
'Dat weet ik zelf niet.'

Eerst had ik een leuke vriendin
een mooie jonge vriendin:
poes poes poes.
Wanneer zie ik je weer?

Stapelgedicht 2

Nummer 2: voor de spelregels en meer voorbeelden zie deze website.


Friese jongens

Jonge mannen aan zee
macho's en mietjes.
Het zijn lange dagen
stralende dagen
ruige nachten
begeerte
drift
lust
louter lust
de ontlading
sprenkelingen.
De verwoesting van Leeuwarden.

zaterdag 23 juni 2007

Stapelgedicht

Las vandaag bij de Contrabas een berichtje over het fenomeen stapelgedicht. Max Dohle heeft de Nederlandse variant op dit weblog geïnstitutionaliseerd. Van dit soort berichten word ik altijd een beetje onrustig. Ga in mijn kasten zoeken en plukken tot ik ook een aanvaardbaar gedicht gevonden heb. Ben er inmiddels al met vier bezig.


Wenken voor de jongste dag

Vannacht is de wereld gek geworden,
de wereld is linkshandig.
De wijde wereld
kan niet vernietigd worden.

De morgen loeit weer aan
na de klap.
Niet te geloven:
het volle daglicht.

Alles komt goed en
alles komt goed en
alle dingen komen goed.
Immer met moed,
ons mankeert niets.

donderdag 21 juni 2007

Slappe lach

Vond dit filmpje ook op YouTube. Negen minuten uit een Franse show waarin iedereen uiteindelijk de slappe lach krijgt om een vrouw met een nogal particuliere lach uit het publiek. Presentator is op het einde helemaal uitgeput van het lachen. Maar wat zeggen ze toch allemaal?

UFO 2

Blijkbaar zijn er mensen (getuige de reacties op mijn YouTube-site) die denken dat mijn filmpje over een ballon in de vorm van een UFO echt een filmpje van een UFO was. Ik heb de twee andere filmpjes er nu ook maar bij gezet, zodat iedereen duidelijk kan zien dat er een mandje onder zit en dat er vuur is en dus hete lucht en dus een ballon. Alhoewel ik ook niet raar zou opkijken als binnenkort mijn filmpje opduikt om het bewijs van UFO's te staven. Hier alledrie de filmpjes in de goede volgorde.



Maar ja: er zijn ook mensen die dachten dat ik een positieve recensie had geschreven over Afgunst van Saskia Noort.

woensdag 20 juni 2007

De grote Els van Geene-Kwis

Vanwege de spectaculaire verkoop van Sing Sing aan de bibliotheken heb ik als dank een speciale kwis met als onderwerp recensent Els van Geene gemaakt. Want ere wie ere toekomt; zij heeft er wel voor gezorgd dat er toch zes exemplaren de deur uitgaan en dat kun je niet van elke recensie zeggen.
Ik heb steeds de twee laatste zinnen of de laatste zin uit haar recensies genomen. Bij welke bundels horen ze?

A - Deze verzamelbundel, nu eens sprookjesachtig dan weer futuristisch, maar altijd licht, melodieus en optimistisch, is heel wel in staat ook jonge lezers naar de poezie te trekken.

B - Het is boeiend te zien hoe de jonge dichter het oude orpheusmotief 'modern' leven inblaast, zoals zijn heftig, retorisch talent ook het beste tot zijn recht komt in zijn bewerking van twee psalmen. Aanbevolen aan scholieren, studenten en oudere poëzieliefhebbers met een 'open mind'.

C - De dichter bekent zelf dat hij 'de saaiheid privatiseert'. Een tijdsbeeld wellicht, maar dan toch in gedichten die ik (nog) niet millenniumbestendig acht.

D - Wat sterk overkomt, is de sfeer van dreiging en angst. Een verrassende bundel.

E - 'Doe als de slakken!' zo luidt zijn 'impliciet advies', 'die lijden niet aan 't snelheidssyndroom en vinden alle tijd om iedereen van harte te groeten'. Goed voor alle lezers die liever niet verontrust willen worden door poëzie.

F - En daarom kan de bundel toch aanbevolen worden, vooral aan wat oudere lezers. Herkenning en eenvoudig taalgebruik werken drempelverlagend.

G - Van een dichter mag de lezer echter verwachten dat hij althans zijn eigen schepping niet afvalt en dat zijn gevoel voor betrekkelijkheid nimmer ontaardt in meligheid. Het cryptische en onsamenhangende karakter van deze bundel zal menig lezer vermoedelijk het genieten moeilijk, zo niet onmogelijk maken.

H - NN NN blijft een grijsaard met kinderogen. Voor ervaren poëzielezers valt er veel te genieten.

I - Ze verschilt echter van deze door haar voortdurend aanwezige 'spottende lachje', waardoor de zwaarte van haar onderwerp de lezer lichter valt. Voor gevorderde lezers, die van diepgang houden en die niet terug schrikken voor de levensvisie van de dichteres.

J - 'NN' is uitgegeven ter ere van de zeventigste verjaardag van de auteur. Voor enigszins ervaren poëzielezers.

K - Deze poëzie is niet altijd gemakkelijk te lezen: exotische beelden die over elkaar buitelen en het ontbreken van taalgrenzen als komma's en punten. Aan (ook jonge) poëzielezers daarom het advies deze gedichten primair te 'beleven' en zich niet te pijnigen met de wil alles tot op de letter te 'begrijpen'.

L - Aardige beelden, waarbij clichés soms origineel worden gewijzigd, en overzichtelijke zinnen bewerkstelligen dat deze (vierde) bundel 'aangenaam lezen' betekent. Aanbevolen aan wat rijpere, enigszins ervaren poëzielezers.

M - Deze poëzie is licht als bij Gorter en vlamt als bij Marsman. De zangerigheid en verstaanbaarheid ervan zijn ook heel aantrekkelijk voor jongeren.

N - Modern taalgebruik èn traditioneel rijm vergemakkelijken de leesbaarheid van deze poëzie. Wel zal "de geheven vinger" eerder oudere dan jongere lezers aanspreken.

1 Jana Beranová – Tussen de rivieren
2 Ruben van Gogh – Aan het eind van het begin
3 Albert Hagenaars - Tropendrift
4 Tjitse Hofman – TV 2000
5 Geert van Istendael – Berichten, bezweringen
6 Frank Koenegracht - Zwaluwstaartjes
7 Jan Lauwereyns – Nagelaten sonnetten
8 Lucebert – Van de afgrond en de luchtmens
9 Lidy van Marissing – Ontcijferend de gezichten
10 Ramsey Nasr – 27 gedichten & Geen lied
11 Alexis de Roode – Geef mij een wonder
12 Simon Vinkenoog – Vreugdevuur
13 Leo Vroman – De roomborst van Klaas Vaak
14 Victor Vroomkoning – IJsbeerbestaan

Recensies Sing Sing (2)

De redelijk bezopen recensie van Biblion heeft geleid tot maar liefst zes aankopen door bibliotheken in het hele land. Toch drie meer dan ik gedacht had. De uitgeverij ontvangt altijd de recensie met de aankopen. In tegenstelling tot bol.com staat hier wel de naam van de recensent: Els van Geene! Onthoud die naam.

Op de uitgeverij lag ook het nieuwste nummer van de Poëziekrant met een prachtige recensie van Sing Sing door Annelies den Haan: 'Peppelenbos is een dichter met lef, die een eigen weg in het literaire veld durft in te slaan.' Dus.

dinsdag 19 juni 2007

In de tussentijd 11

- Vandaag mijn eerste drie tatoeages gekregen. Het was mijn tweede ct-scan, maar deze keer hoefde ik niet anderhalve liter anijssmakend vocht naar binnen te werken.
Ik werd door een vrolijke mevrouw naar binnen geroepen die eerst pasfoto's van mij ging maken (dan wisten ze hoe ik eruit zag). Daarna moest ik schoenen en broek uitdoen en naar de scanner. Daar proberen ze zo goed als mogelijk is de coördinaten vast te stellen van het gebied dat bestraald moet worden.

Die aardige mevrouw dus tekenen met zo'n niet afwasbare stift en plakkertjes plakken. Daarna verdween ze en mocht ik weer fijn door dat apparaat heen en weer (op het plaatje de ct-scanner uit het Martiniziekenhuis, ik ben het niet), waarna de coördinaten weer wat werden bijgesteld, tot ze uiteindelijk vaststonden. Ik heb nu dus voor drie weken een groot rood kruis op mijn buik en op mijn beide flanken. En op de drie kruispunten is een piepklein puntje getatoeëerd. Te klein om het een tribal te noemen.

- Daarna weer fluks naar Leeuwarden om mondelingen af te nemen en tentamens voor te bereiden. Niets aan de hand jongens, niets aan de hand. Maar wel met drie keer een groot rood kruis. Alleen Corrie heeft ze gezien.
- Van de andere logs veel nieuws: Edward van de Vendel is samen met zes anderen een nieuw logboek begonnen: radio canna. Aan de rechterzijde heb ik het log van Jan Paul Schutten toegevoegd. Hij schrijft altijd over niet voor de hand liggende zaken, is origineel en grappig. Ook de website toegevoegd van Jerry Vinke (die dat skatefilmpje gemaakt heeft): een site waarop hij laat zien dat hij ook een goede fotograaf is. Bedelf hem onder opdrachten. Dichter/fotograaf Jan Glas heeft op zijn site de Bloomsdayperikelen van stadsdichter Rense Sinkgraven weergegeven. Het viel me op dat Glas als Nijntje-liefhebber niet geschokt was door dit bericht bij Asing Walthaus. Zo we zijn weer bij.
- Bij de Patiëntenservice kreeg ik vandaag mijn bestralingsrooster van de komende week. Ik begin op woensdag 27 juni en eindig op vrijdag de dertiende juli. Vrijdag de dertiende: wat was daar ook al weer mee?
- Als ik weer terugloop naar de hal zie ik bij de balie een man die zo akelig door kanker is aangetast in zijn gezicht dat ik niet durf te kijken. Heb voortdurend het idee dat ik enorm geluk heb gehad. (Soms ook niet hoor, maar vaak wel.)

maandag 18 juni 2007

In de tussentijd 10

- Vandaag de eerste afspraak met mijn radioloog in het UMCG. Je bent altijd wat nerveus op eerste afspraakjes, dus ik was er wat vroeger dan moest. Nieuw ziekenhuisplaatje laten maken bij de balie ('doe maar bij opname, want bij radiologie hebben ze niet zo'n ding') en dan het hele ziekenhuis door, tot je in de endeldarmen van het gebouw komt, en daarachter is radiologie. Veel leuke kunst gezien onderweg. Ook heel veel zieken. Het sterft van de zieken in het het UMCG. Of het werkklimaat is daar niet zo best of er is wat anders aan de hand.
- En dan kom je in zo'n hypermoderne wachtkamer. Ik was, geloof ik, de enige die er in zijn eentje zat. Naar radiotherapie kom je in gezelschap, lijkt het. Niet dat er veel gepraat wordt. Er wordt heel erg veel gezwegen onderling. Men zwijgt en kijkt.
Lekker lezen is er niet bij, want het ziekenhuis zwijgt niet. Overal gaan telefoons, draven verplegers, roepen doktoren namen. En daartussen wij, oorverdovende zwijgers.
- Een jonge co-assistente vroeg me eerst de hemd van het lijf. 'Of ik moeite had met het plassen?' Nee. 'Met vrijen dan?' Ik zei dat ik niet zoveel gevreeën had de laatste tijd. Hoe het met mijn vaste partner ging? Vaste partner? Bleek dat Karel op mijn papieren nu doorgaat als mijn vaste partner. Hadden ze zo ingevuld bij het Martiniziekenhuis. Als ze het maar niet tegen Sybe zeggen, die ook in het Martini werkt. Toch wel leuk: opeens weer een partner hebben.
- Dan eindelijk het gesprek met mijn behandelend arts. Ben geloof ik niet zo'n boeiend geval. Niets te zien op de ct-scan. Ik kreeg maar 13 bestralingen toebedeeld. Waarschijnlijk ben ik voor hem slechts van het type 'klein griepje'. Leuk, maar voor het echte bestralingswerk hebben we wel wat meer kanker nodig.
- Daarna nog een gesprek met iemand van Patiëntenservice. Die zegt dat ik beter de zij-ingang kan nemen. Bij de hoofdingang worden nogal veel fietsen gejat. En zadels. En aangezien ik net een nieuw zadel en een nieuwe standaard op mijn fiets heb laten monteren, maak ik me direct meer zorgen om mijn fiets dan om mijn lijf.
- Loop het ziekenhuis uit en zie voor de ingang iemand bewegingloos op straat liggen. Twee politie-agenten erbij. Als ik naar de fietsenstalling ga, komt net de ambulance uit de kelder. Die hoeft alleen maar een bochtje te maken en dan is hij er al. Je denkt dan toch: als je wordt aangereden, dan het liefst voor een ziekenhuis. Nog wel een raadsel waarom de politie er eerder bij is dan de ambulance.
- Fiets stond er nog, met zadel.
- Kwart over vier nog in het ziekenhuis. Kwart over vijf ga ik alweer zitten bij het tentamen Gouden Eeuw om mijn collega Henk Bloemhoff af te lossen. Twee uur later afscheidsetentje voor collega Sylvia. Maar ik krijg de bloemen.

Morgen om 9.30, nieuwe ct-scan.

zondag 17 juni 2007

In de tussentijd 9


- Gisteren kampioen geworden bij bowling van de gehele familie Peppelenbos. Fles witte wijn gewonnen (zie overwinnaarsplaat, waarbij het net lijkt of ik de fles al heb leeggedronken). Mijn ouders waren 45 jaar getrouwd en ze vierden het feest in een bowlingzaal annex eetzaal. Een eetzaal waar vele families en busreisladingen kwamen voor het lopend buffet. Ook deze kampioen was goed voor een bordje of zes onbedaarlijk eten. Bij thuiskomst lag de uitnodiging van de afdeling radiologie van het UMCG. Oh ja.
- Vrijdag met Doeke en Jan gegeten. Ze waren net terug van hun vakantie van vier weken in Zwitserland. Tijdens hun vakantie is mijn leven nogal drastisch veranderd. Voor hen is het natuurlijk extra vreemd om te constateren dat er aan de buitenkant weinig verandering te zien is. En je realiseert je ook dat het voor vrienden die ver weg zitten extra frustrerend is dat je ziek bent geworden. Vrienden voelen zich toch al vaak onmachtig en veraf lijkt het nog onmachtiger.
Peter had gezegd (geëist zeg maar) dat ik Doeke en Jan wel zou bellen. Aan de ene kant vind je dat jammer (je verpest hun vakantie toch een beetje), aan de andere kant is het heel naar om pas na vier weken erachter te komen wat er allemaal gebeurd is.
- Dat je je emoties nog niet aan de leiband hebt, blijkt vandaag als ik op het liedje Hallelujah stuit, gezongen door Rufus Wainwright (het is oosrponkelijk van Leonard Cohen en alle liedjes van Leonard Cohen zijn mooi, zolang ze maar niet door Leonard Cohen gezongen worden). Een paar varianten; bij de derde kreeg ik tranen in de ogen, misschien omdat je daar het publiek hoort meezingen.



- UFO-filmpje nu meer dan 1500 keer bekeken. Maar het filmpje van Jerry Vinke over de skater Martin waarover ik een gedicht heb geschreven is ook dik over de duizend. En bij dat filmpje is het bezoekersaantal terecht.

Recensie LC: Ian McEwan - Aan Chesil Beach

Gespannen voor de huwelijksnacht

Wat het hoogtepunt van de huwelijksdag moet worden, de huwelijksnacht, loopt in Aan Chesil Beach van Ian McEwan uit op een catastrofe. Niet verwonderlijk bij deze Britse schrijver die alledaagse situaties meesterlijk kan laten ontsporen. Het is 1962. De seksuele revolutie heeft nog niet echt toegeslagen. De huwelijksnacht was voor veel pas getrouwde stellen een zenuwentoestand.
Florence en Edward gebruiken een uitgebreid bruiloftsmaal op hun hotelkamer aan zee. Hongerig zijn ze niet, wel gespannen voor wat volgt. Edward is bang voor een te vroege zaadlozing. Florence walgt van een tongkus, het idee dat ze intiem zou worden betast ´was even afstotelijk als bijvoorbeeld een operatie aan haar oog.´ Je voelt het al aan: dit gaat mis.

Aan Chesil Beach is een vrij ouderwetse, korte roman die lijkt op een Griekse tragedie. Vijf hoofdstukken die naar een noodlottig einde spoeden. In tegenstelling tot zijn vorige complexe romans Zaterdag en Boetekleed eenvoudig met slechts twee hoofdpersonen die korte tijd gevolgd worden. En ondanks die eenvoud, er is zelfs een alwetende verteller die hier en daar extra toelichting geeft, blijft dit boek spannend.
In terugblikken op het verleden krijg je informatie over het leven van de jonggehuwden. Florence komt uit een rijke familie en heeft zich op de muziek gestort. Hoe sneller ze uit huis kon gaan, hoe beter. Edward komt uit een arme familie, die draait om een geesteszwakke moeder. Het hele gezin houdt de illusie in stand dat zij de spil van de familie is, terwijl vader alles doet. McEwan vertelt over hun jeugd, hun eerste ontmoeting en de verdere verloving. Er lijkt niets aan de hand te zijn.
Maar in de terloopse zinnen zit vaak de extra informatie. Terwijl Edward zich uitkleedt denkt Florence terug aan de bootreizen die ze vroeger maakte met haar vader. ´Ze herinnerde zich het geritsel van kleren, het gerinkel van een riem die werd losgemaakt, of van sleutels of kleingeld. Haar enige taak was haar ogen dicht te houden en te denken aan een liedje dat ze leuk vond.´ Je leest er bijna overheen, maar hier staat opeens de oorzaak van de angst van Florence: kindermisbruik. En dan is het boek plotseling meer dan een interessante beschrijving van een nog preutse tijd; het wordt een gruwelijk psychologisch portret van twee geliefden die elkaar nooit zullen begrijpen en aan de rand van de afgrond staan.

COEN PEPPELENBOS

IAN MCEWAN: Aan Chesil Beach. Vertaald door Rien Verhoef. De Harmonie, Amsterdam, 157 blz. € 16,90

Eerder verschenen in de Leeuwarder Courant op 25 mei 2007.

woensdag 13 juni 2007

Recensies Sing Sing

Over de recensies die tot nu toe op Sing Sing zijn verschenen mag ik niet klagen. De mooiste stond in Awater, waar Rob Schouten opmerkt 'Het resultaat is een bundel die nadrukkelijke laag van de toren blaast maar en passant toch best enige indruk achterlaat'. Heb het idee dat Schouten mijn bundel, inderdaad niet hemelbestormend, op juiste waarde schat.

Hoe anders is dat met de recensie van Biblion. Ik kwam hem toevallig tegen bij Bol.com vandaag. Je moet als dichter bij een kleine uitgeverij al blij zijn dat ze zo'n bundel überhaupt recenseren. De meeste bundels krijgen we ongelezen terug omdat de dichter te onbekend is. Blijkbaar heb ik een kleine naam. Maar laat ik me niet rijk rekenen: die naam weten ze wel weer fout te spellen als de recensie op Bol.com tenminste goed is overgenomen. Ik citeer even:

"Voor Peppelenbosch (1954), hoofdredacteur van het literaire blad "Tzum" en bekend festivaloptredens, is "Sing Sing" zijn debuutbundel. De titel verwijst naar het curiosawinkeltje annex uitleenbibliotheek van zijn Overijssels dorp. Sommige gedichten verwijzen dan ook naar die gelukzalige periode van voor het cyber-tijdperk: de sterke band met zijn vader, de "rode-bietenkweker"; de overzichtelijkheid en de rust. Maar niet alles was koek en ei. Met de nodige zelfspot schetst hij de "voetbalcarriere" van een bang jochie en heeft hij op een retrofeest niets meer met de jaren '70. Alle vormen van gedwongen plezier wijst hij af en ook een reli-klimtocht door een basiliek brengt geen soelaas meer. Alles wordt gepresenteerd in de vorm van anekdotes, terwijl ook het taalgebruik daaraan aangepast is. Heimwee naar vroeger wordt gemengd met het ongenoegen dat de dichter aan het "nu" beleeft. Het doet wat streekgebonden aan, ofschoon het helder verwoord is."

Werkelijk onvoorstelbaar hoeveel fouten deze anonieme recensent kan maken.
fout 1 - 2 In de eerste drie woorden zitten er al twee: mijn naam verkeerd gespeld en mijn geboortejaar ook al met tien jaar vervroegd.
fout 3 Hoezo 'curiosawinkeltje'? Waar staat dat?
fout 4 Hoezo 'zijn Overijssels dorp'? Op de achterflap staat mijn geboortedorp, Raalte(overigens naast mijn geboortejaar, 1964). In de bundel wordt duidelijk (door drie opgenomen bibliotheekstempels) dat de bibliotheek in Wijhe ligt.
fout 5 Hoezo 'en ook een reli-klimtocht door een basiliek brengt geen soelaas meer'? Het gedicht gaat overigens over de Sacre Coeur die zoals men weet op een heuvel staat. In de basiliek heb ik (of wordt er in het gedicht) weinig geklommen.
fout 6 Hoezo 'Het doet wat streekgebonden aan, ofschoon het helder verwoord is.' Zo'n zin impliceert dat streekgebonden poëzie meestal onhelder verwoord is. Onzin natuurlijk. Maar daarnaast is de term streekgebonden vrij onzinnig bij mijn bundel. Ik heb even gekeken naar de plekken waar de gedichten spelen: Den Haag, Amsterdam, Groningen, Raalte, Rotterdam, Leeuwarden, Oterdum, Londen, Parijs, Scheveningen, Wijhe, Gorssel, Den Helder, Wenen en Leens. Misschien bedoelt de schrijver met 'streek' het gebied West-Europa.

Laat ik me over de andere onzorgvuldig geformuleerde zinnen maar niet boos maken, ware het niet dat dit al de derde keer is dat ik (eerder samen met Doeke) zo'n debiele recensie krijg bij Biblion. Op grond van die dingen beslissen bibliotheken wel of ze iets aanschaffen. Mijn voorzichtige schatting na lezing van deze recensie: drie exemplaren in het hele land.

dinsdag 12 juni 2007

In de tussentijd 8

- Bijna drie weken geleden dat ik hoorde dat ik kanker had; bijna een week geleden dat ik hoorde dat ik er waarschijnlijk ook alweer helemaal vanaf ben (na een paar weken bestraling). Alles is in zo'n snel tempo gegaan en ik ben in zo'n rap tempo hersteld, dat ik soms schrik van mensen die het bericht over mijn ziekte net gehoord hebben. Oud nieuws.
- Dat ik alles op mijn weblog heb gezet, voorkomt veel lastige vragen. Het zorgt ook voor heel merkwaardige situaties. Dat je terugkomend van de supermarkt met een half brood en twee kranten opeens op het fietspad staat te praten over je ballen met een studente, alsof het gebruiksvoorwerpen zijn.
- Dit weekend niets gedaan aan dingen met een deadline. Vrijdagmiddag met collega's tweeëneenhalf uur in het bos gelopen. Soort speurtocht, maar dan met gps-apparatuur (geef mij maar paaltjes met een kleurtje).

Hier twee collega's van mij die de spot drijven met iemand die nog maar net geopereerd is aan zijn jeweetwel.
Bijzonder rommelig bos waar we doorheen liepen. Om de natuur weer in zijn oorspronkelijke staat te krijgen laten ze tegenwoordig alles wat omgewaaid is liggen. Voor rollators dus ontoegankelijk


Zaterdag zelf een poëtische wandeling geleid door Groningen voor alumni van Nederlands. Ik moest ze eerst ophalen uit een zaaltje, maar daar zat Marcel Bax een lezing te houden over iets volstrekts onzinnings op een bloedhete zaterdagmiddag. Ik wist meteen weer waarom ik zo'n hekel had aan de universitaire wereld. Omdat Bax was uitgelopen en niet wist hoe hij zijn lezing moest inkorten, en helemaal niet wist dat het woordelijk van papier lezen ook niet tot veel luistervreugde leidt en zeker niet als je dat enigszins machinaal doet, zat ik een half uur te wachten in een smoorheet zaaltje, bang dat ik zou inslapen.
Passie mensen. Passie!
Daarna gelukkig de buitenlucht in waar ik de helft van de route schrapte om het tijdverlies weer in te halen. Geëindigd in Athena's waar een opvallende voorkeur bestond voor het boek Doodstil.

Zondag met Karel en Sybe het boomkroonpad gedaan. Dan toren je zo boven de bomen uit op toch wel redelijk wiebelige constructies. Ik was de enige homo in het bos die op het hoogste punt durfde te staan.


Daarna nog boswandeling van 4,5 kilometer. Beetje veel naaldbomen daaro. Houd ik niet van. Erg veel mieren zoals nauwelijks te zien is op deze YouTubefilmpjes.


- Of er iets veranderd is de afgelopen weken? Ja. Heel veel. Maar dat heel veel is nog niet onder woorden te brengen. Alsof al die nieuwe gevoelens nieuwe woorden nodig hebben. Dat de oude woorden horen bij een wereld van drie weken geleden. Dat de woorden aan herijking toe zijn.
- Ufo-filmpje nu meer dan 1100 keer bekeken.

maandag 11 juni 2007

Nomineren voor de Tzum-prijs kan vanaf nu!

Nomineer zelf: Tzum-prijs 2007

Het is weer tijd voor de nominatieronde voor de kleinste prijs van Nederland. De Tzum-prijs voor de mooiste zin in verhalend proza van het afgelopen jaar. Iedereen mag nomineren. In het volgende nummer van Tzum worden alle nominaties gepubliceerd en kort daarna zal de jury een winnaar aanwijzen.
De winnende schrijver ontvangt een bedrag in euro’s dat gelijk is aan het aantal woorden in de zin. En een fraaie beker.
Dit jaar wordt de Tzum-prijs voor de zesde maal uitgereikt. Vorige winnaars waren: Paul Mennes, Doeschka Meijsing, Stijn Aerden, Ilja Leonard Pfeijffer en Tommy Wieringa.

Voorwaarden
- De zin moest staan in een oorspronkelijk Nederlands prozawerk dat in boekvorm voor het eerst is gepubliceerd in 2006 (geen eigen beheer-uitgaven).
- Iedereen mag inzenden, iedereen mag meer dan 1 zin inzenden.
- Inzendingen dienen het citaat en het bladzijdenummer te vermelden.
- De deskundige jury mag zelf ook zinnen toevoegen. Bij meer dan drie genomineerde zinnen uit één boek maakt de jury een voorselectie.

Onder de inzenders worden drie exemplaren verloot van Poëtisch Den Haag, een literaire wandeling in gedichten.

Einddatum inzending: 15 augustus
Stuur uw nominaties naar:
Redactie Tzum
Jan van Galenstraat 12A
9726 HM GRONINGEN

e-mailen kan ook:
redactie.tzum@kleineuil.nl

Maar het handigst is deze site (zie de knoppen onderaan de bladzijde)

zondag 10 juni 2007

Recensie LN: Saskia Noort - Afgunst

Een meesterlijke pastiche

Afgunst van Saskia Noort is het beste misdaadboekje dat ooit als geschenk is weggegeven tijdens de maand van het spannende boek (een cadeau dat je krijgt als je voor €12,50 boeken koopt). Het is namelijk een genadeloze afrekening van de schrijfster met haar literaire critici. Afgunst gaat over Susan van Doorn (let op het bijna anagram) die als bestsellerauteur na vijftien jaar geconfronteerd wordt met haar oude geliefde Ernst Scholten (let op de voornaam). Ernst is degene die afgunstig is op het succes van Susan. Hij schrijft ook, maar is intellectueel en verkoopt dus niet zo goed. Als we dan ook het motto van Winston Churchill voorin het boekje lezen ‘You have enemies? Good. That means you’ve stood up for something, sometime in your life’ dan weten we dat het hier een poëticaal boek betreft; een boek waarin Saskia Noort haar eigen succes verdedigt.

Het plot van het verhaal doet er niet zoveel toe (ex-minnaar ontvoert zijn voormalige vriendin), maar wel de bijzaken. Zo komen we uit de herinneringen van Susan te weten dat Ernst haar vroeger verbood om make-up te dragen of op hoge hakken te lopen, hetgeen natuurlijk verklaard moet worden als een verwijzing naar de groep Writers on heels (schrijvers van de hakkenbar) die door literaire critici enigszins laatdunkend wordt bejegend. Die literaire critici willen dit soort schrijfsters letterlijk de mond snoeren en hoe kun je dat beter verbeelden dan in een scène waarin de wijsvinger van de successchrijfster wordt afgeknipt met een ijzerschaar.
Maar Saskia Noort gaat verder. Het zou verdacht zijn wanneer zij juist dit verhaal in een al te literaire stijl geschreven zou hebben. Ondanks de gratuite aanduiding ‘literaire thriller’ op het omslag, blijkt al snel dat ze gekozen heeft voor een parodie op derderangs misdaadproza. Heel geraffineerd is ze in de keuze van clichématige bijvoeglijke naamwoorden: ‘bijtende kritiek’, ‘bittere gal’ of clichématige uitdrukkingen: ‘Het bloed in mijn aderen bevriest’, ‘Als bevroren sta ik daar’. Heel humoristisch zijn de perspectiefwisselingen in dit kleine meesterwerk. De ene keer is Susan aan het woord en de andere keer Ernst (de cursieve stukken, want je zou je eens kunnen vergissen). En net als een slechte schrijfster legt Saskia Noort alles uit over motieven van de dader. Stel je voor: je zit in een zaaltje van de bibliotheek en kijkt naar je ex-vriendin die je over een uurtje gaat ontvoeren en niet veel later wilt verminken. Dan denk je dus heel rustig aan vroeger: ‘Ik herinner me het moment waarop het begon. Heimelijk en onverwacht. Van grote liefde naar diepe, diepe haat. De dag waarop haar verhaal werd besproken door de werkgroep Proza. Een verhaal dat ze buiten mijn medeweten had geschreven.’ Het moge duidelijk zijn: deze pastiche van Saskia Noort is wonderwel gelukt. Maar ze eindigt het boek niet zonder een laatste sneer uit te delen aan het literaire establishment.
Na een hele uitputtingsslag zijn de rollen omgedraaid en met het pistool op zijn hoofd gericht vertelt Ernst waarom hij juist nu tot zijn daad komt: ‘Ik heb kanker. Pancreaskanker. Uitgezaaid. Mijn lever. Ik ben al naar de klote. Opgegeven. Dus het maakt mij allemaal niets meer uit. Ik sterf liever hier dan dat ik afwacht tot de kanker me helemaal heeft opgevreten.’ Met andere woorden: de literaire wereld is van binnen dood. En daarmee geeft zij de genadeklap aan al die critici die haar zo getergd hebben met negatieve kritiek.

Coen Peppelenbos

Saskia Noort – Afgunst. CPNB, cadeau bij besteding van €12,50 in de maand juni in de boekhandel.

Eerder verschenen op Literair Nederland, 4 juni 2007

vrijdag 8 juni 2007

Column: Doe de keiwijzer

Deze column schreef ik op 10 mei voor het alumniblad van de NHL. Toch grappig als je nu de laatste alinea leest.

Doe de keiwijzer!

De vrijdag voor de meivakantie ontvang ik post van de NHL. Dat vind ik altijd verontrustend. Post van de Belastingdienst krijg je ook altijd op vrijdag. Maar de post van de NHL bestaat uit een kaart waarop een mannetje op een berg is afgebeeld die in een tekstballonnetje denkt: Alles wat je altijd over jezelf wilde weten. En in een kleinere ballon: (maar nooit durfde te vragen).
Typisch een product van de afdeling PR vermoed ik of, erger nog, een echt reclamebureau. De slogan is goed gejat van Woody Allen: Everything You Always Wanted to Know About Sex (But Were Afraid to Ask). De kaart is minder opwindend. Achterop wordt gevraagd om te surfen naar een website. ‘Doe de keiwijzer.’ Laat ik dat eens doen. Ik ga naar de website en lees in eerste instantie dezelfde tekst als achterop kaart. Niks seks, het gaat verdorie weer over competenties. En je kan helemaal niet een leuk testje doen op internet, een soort van Viva-test waarna je meteen weet of je romantisch, sexy of een loeder bent. Ik geef een korte samenvatting van de tekst ‘Keiwijzer stap voor stap’. Aanvragen bij leidinggevende – die maakt financiële middelen vrij – na goedkeuring naar Centrum Competent – nodig referenten uit – vraag een unieke code aan – geef jezelf feedback – feedbackrapport – je krijgt een Keiwijzer-coach – verbeterpunten – ontwikkeldoelen.
Toen was ik echt aan vakantie toe.
In de vakantie ben ik begonnen met het minderen van roken. Toen ik begon op de Bouhof mocht je nog gewoon op je kamer roken (in het klaslokaal roken is voor mijn tijd). Toen kregen we een aparte rokersruimte waar men zijn best had gedaan om de authentieke jaren vijftig-sfeer uit het Oostblok na te bootsen. Nu in ons tijdelijke onderkomen terwijl de Bouhof verbouwd wordt, zijn we veroordeeld tot een soort overdekte fietsenstalling buiten. We hoeven nog net niet met een bord om onze nek rond te lopen: ‘Ik ben een paria.’
In de vakantie ben ik ook begonnen met afvallen (zonder Sonja Bakker) en met meer fitness (twee keer per week in plaats van een keer in de twee maand). Commentaar van een student na de vakantie: ‘Wat heb je een wijde broek aan. Daar kunnen wel twee Coenen in.’
Wat ik altijd al over mezelf wilde weten (maar nooit durfde te vragen) is dit: ben ik echt een gezonde, atletische, niet-rokende man? Het antwoord zal wel niet binnen een ‘competentieprofiel’ passen.

donderdag 7 juni 2007

In de tussentijd 7

- The day after. Voorlopig is het gevaar geweken. De prognoses bij zaadbalkanker zijn uitstekend, dat wist ik, maar als je naar de uitslag toegaat, lijkt het toch of je een oordeel krijgt over je leven. Dat lijkt niet alleen zo. Dat is zo. De voorlichtingsboekjes hebben het over 90% van de mannen die na vijf jaar nog leven. Een prachtig percentage. Maar als je er zelf voor staat denk je: één op de tien dus niet.
- In de wachtkamer de aloude tijdschriften. De Spits is de meest gelezen krant in het Martiniziekenhuis. Bij urologie vind je ook nog wat vakbladen. Arts & auto natuurlijk (krijgen artsen dat gratis bij hun bul?), maar ook het mij onbekende blad dIk.

De afspraak liet nogal op zich wachten. Ik was pas om 12 uur aan de beurt. Twintig minuten zijn dan heel lang. Je weet dat iemand meer weet over je leven. Je meent overal een symbolische voorafspiegeling te zien van wat je te wachten staat.

Karel was met me mee naar deze afspraak. Nadat we alles gelezen hadden, en geen zin hadden om de grote posters over prostaatkanker te lezen, vond hij in de kast allerlei kinderboeken. Hoogtepunt was het prentenboek Bot en Botje, over twee geraamtes die 's nacht hun hondje uitlaten (ook een geraamte).
- Dan eindelijk het gesprek. Eerste ontmoeting met mijn chirurg, dokter Wiarda (denk meteen aan het boek Het geslacht Wiarda van Theun de Vries, hij zal er wel tientallen in de kast hebben staan van mensen die dachten dat dit boek wel geschikt zou zijn als verjaardagscadeau voor een uroloog). Rustige, aardige man. Meteen nadat hij vertelde dat de ct-scan goed was, voelde ik een klein schopje van Karel. Het komt weer goed.
- Bij de uitleg over de bestralingen vroeg dokter Wiarda of ik nog een kinderwens had. Ik zei dat ik homoseksueel was. Hij zei dat dat niets zei over mijn kinderwens. 1-0 voor Wiarda.
- Onderweg naar huis taart gekocht. Eerst nog gebeld, maar mijn ouders die bij mij thuis zaten, namen niet op. Nog maar niet verder gebeld, want zij moesten eerst het goede nieuws horen. Bij de bakker enorm geteut achter en voor de balie met een oude vrouw. Heb je net gehoord dat je nog een tijdje mag leven en binnen een uur erger je je weer aan een slome klant bij de bakker. Moest me zelf ernstig toespreken dat ik blij mocht zijn dat ik gewoon kon wachten bij de bakker.
- 's Avond naar de Dichtclub in café Marleen. Had geen nieuw gedicht gemaakt, maar wilde toch ernaartoe. Ook om te laten zien dat je er nog bent, ook om alvast alle eerste reacties op te vangen. Karel ten Haaf las een gedicht voor uit de tijd dat hij nog geen vaste vriendin en baan had. En zie nu eens!

woensdag 6 juni 2007

In de tussentijd 6

Voor iedereen die meeleeft / meesleest: de uitslag is goed. Ct-scan leverde geen uitzaaiingen op. Tumor (van viereneenhalve centimeter) (jaja) was een seminoom (dat was de gunstige vorm van kanker). Krijg nog wel drie weken lang bestraling, maar die is preventief. Aan het gebak nu.

maandag 4 juni 2007

In de tussentijd 5

- Vandaag onder de scanner. Moest tot 12 uur nuchter blijven (maak de flauwe grappen zelf maar). Toen kwam er een dame de wachtkamer van het ziekenhuis in lopen met een enorme kan contrastvloeistof. Anderhalve liter. Of ik die binnen anderhalf uur maar even wilde innemen. Elk kwartier een glas.
'Er zit een anijssmaakje aan,' zei ze, alsof het een nieuw kinderijsje betrof.

Braaf zit je dan anderhalf uur te drinken in de wachtkamer, waar patiënten in en uit liepen voor foto's die aanmerkelijk minder bewerkelijk waren. Twee andere mannen waren net zo onfortuinlijk als ik. Van de drie schatte ik mijn kansen het hoogste in. Een heel foute gedachte, dat weet ik wel, maar je denkt het toch. Je denkt voortdurend: zo slecht ben ik er nou ook weer niet aan toe. Woensdag zal het blijken.
- Je mag met T-shirt, onderbroek en sokken aan onder de scanner. Overal zie je enge signalen staan: radio-actief gevaar! Om het contrast in mijn lichaam verder op te voeren, spoten ze nog wat spul in mijn arm, waardoor je erg snel heel warm werd van kop tot kont. Daarna gingen de twee vrouwen snel achter een muurtje zitten en sprak alleen nog maar een metalige stem van het apparaat: 'Adem vasthouden.' Je lichaam gaat dan door een centrifuge heen. 'U kunt gewoon ademhalen.' Maar er is niet zoveel 'gewoon' als je met je armen gestrekt langs je hoofd met een lichaam vol gif door een groot metalen apparaat heen en weer geschoven wordt.
- En daarna kun je je weer aankleden en weglopen. Ze zeggen verder niets. Niet of het er goed uit ziet; ook niet het tegendeel. Dat maakt je heel onzeker. Ik weet niet wat ik liever heb. Toen ik anderhalve week geleden na mijn echo wegliep, zei die man: 'Heel veel sterkte.' Dat is wel menselijker. Je weet ook meteen welke akelige mededeling je gaat krijgen.
- Giny zat me op te wachten bij de ingang van het ziekenhuis. Eerst maar twee saucijzenbroodjes gekocht (Giny had uit solidariteit maar twee beschuitjes en een stroopwafel gegeten)(ze was dus bijna nuchter) voor ons beiden en opgegeten voordat ik weer op de fiets naar huis stapte. Ja, fietsen kan hij weer.

- Daarna naar de uitgeverij om foto's te laten maken voor de Poëziekrant. De volgende foto's van Peter en mij zullen het niet halen.


- Het UFO-filmpje is meer dan 600 keer bekeken.

zaterdag 2 juni 2007

In de tussentijd 4

- Gistermiddag de nieuwe bundel van Jan Glas gepresenteerd: Het getal hondje in het huis van de Groninger Cultuur (waar Henk Scholte de scepter zwaait). Collega-dichters Rense Sinkgraven, Arjen Nolles, Klaas Duursma en Erik Harteveld traden op. Daarna was het de beurt aan een zingende Jan Glas, op de piano begeleid door Boelo Klat. Het eerste exemplaar ging naar Douwe van der Bijl, Mr. Bieb en exemplaren twee en drie gingen naar de neefjes van Jan.

Ik was te laat begonnen met het nemen van foto's. Vandaar alleen nog maar deze foto van Liesbeth A., stadsdichtersvrouwe, die haar enthousiasme voor de pezige schedelman niet onder stoelen of banken stak.

- Naast dit feestelijke programma een parallel programma waarbij ik steeds moest vertellen hoe het met me was. Dat is prettig en onprettig tegelijk. Je wilt aandacht en tegelijk wil je het ook wel een paar uur niet over kanker hebben. Dat is lastig schipperen met je eigen emoties. Maar ook hier laat ik alles maar gebeuren.
- Heb intussen al van zoveel mensen gehoord dat ze iemand kennen die balkanker heeft gehad dat je je afvraagt of er nog wel mensen met gewoon twee ballen rondlopen. Heb vandaag een brochure gelezen van het KWF waarin staat dat dit de meest voorkomende vorm van kanker is voor mannen tot 40 jaar. Ben dus ook weer niet zo bijzonder.
- Heb inmiddels twee nieuwe helden voor de toekomst. Worden me vaak ten voorbeeld gegeven als mannen die nog heel wat hebben bereikt met één bal: Lance Armstrong (zal dit weekend proberen of fietsen weer lukt) en Adolf Hitler (zal dit weekend Polen binnenvallen). Tel uit je winst.

vrijdag 1 juni 2007

In de tussentijd 3

- Regenachtige dag buiten en binnen gisteren. Terugslagdag dus. Na een week vooruit met de geit en hela hola houd de moed erin gisteren de klassieke huildag. Het begon om 11.15 en de sluizen bleven maar open staan. Net nu mijn ouders op bezoek kwamen. Of misschien juist nu mijn ouders op bezoek kwamen. Ben je opeens toch een bang, zwak kind van 42.
Vanochtend weer in betere stemming. Goed geslapen. Het zelfmedelijden is weggespoeld (maar ik houd er wel rekening mee dat het zo af en toe weer vloed wordt).
- Gisteren kreeg ik van Peter ook de tweede druk van Sing Sing in handen. Speciale, bibliofiele hardcovereditie. Worden per opbod verkocht.
- Voordat ik het vergeet. Vorige week donderdag was er één zuster in het ziekenhuis in wie ik meteen vertrouwen had. Haar achternaam was Eisses. 'Bekende naam,' zei ik, want ik heb een paar jaar geleden een studente gehad met die achternaam. Bleek een nichtje van haar te zijn. Iedere zieke hoort zuster Eisses aan zijn bed te krijgen. De juiste toon, de goede woorden, de vertrouwenwekkende blik: alles was goed. Zij stopte pijnstillers in twee soorten in mijn tas. Zij zei me wat ik kon verwachten na de operatie. Een vrouw aan wie je gewoon kunt vragen hoe het zit met plassen na zo'n ingreep. (Antwoord: gewoon net als anders.)
- Vanmorgen weer bloedprikken in het ziekenhuis. Duurde wat langer nu, want men was vergeten om het formulier in te vullen. Terwijl ik uitzicht had op een kast met vooroologse medische instrumenten hoorde ik op de achtergrond een koortsachtig telefoongesprek.
'Peppelenbos, 4-10-64'
(...)
'Pep-pe-len-bos.'
(...)
'Er staat niets op het formulier.'
(...)
'Nee, hij zit hier al.'
(...)
'Peppelenbos.'
Na tien minuten gewoon weer de vertrouwde hoeveelheid bloed afgetapt. Ach ja, je kunt als homoseksueel maar het beste bloed afgetapt krijgen in Groningen dan bloed toegediend.